Ik beeld me in dat ik een lotus ben, die groots en mooi oprijst uit haar donkere ondergrond. Een stralend witte bloem, zacht en teder maar ook krachtig. In moerassen van modder en moeizaamheid slaag ik er in mijn pracht te ontplooien.
Ik beeld me in dat ik een lotus ben, de wind beroert mijn bloembladen. Soms streelt hij me met een lichte bries, op andere dagen rukt hij met volle kracht aan heel mijn wezen. Ik ben niet bang en laat hem doen, ik ben stevig geworteld in dit gladde zwarte water.
Ik beeld me in dat ik een lotus ben, moed en hoop zijn mijn bondgenoten. Ik bloei en ben, onaantastbaar in dit moment. Soepel manouvreer ik door pijn en blijdschap heen naar deze staat van simpel geluk.