‘Je moet gaan slapen, Kathy. Je kan niets doen en het is beter dat ze geen blanken zien’, zegt Thérèse. Vanuit de stoel op het donkere terras staat Kathy recht. Ze wuift naar de drie studenten die in het maanlicht de wacht houden over het grote, verduisterde huis met naam Mont-Thabor en gaat op de tast naar binnen. Haar ogen wennen aan het donker. Alle kamers liggen vol met matrassen, kleren, boeken en mensen. Ze doet haar sandalen uit en legt zich op een matras op de grond in de gang. Naast haar liggen een baby met zijn moeder en studenten. Ze slaat een doek om zich heen en staart naar het plafond.
Zaïre. Zeven weken geleden landde ze in de hoofdstad Kinshasa. De chaos op het vliegveld, de zwoele kleverige warmte, de vele zwarte mensen, de krakkemikkige wagens en de petroleumlichten van de kraampjes langs de straten overvielen haar toen. De ochtendlijke wandelingen doorheen de buitenwijken en de discussies met de lokale bevolking introduceerde haar tot een nieuwe wereld. Op een luchtige wijze kwam ze de laatste nieuwtjes te weten, de prijsstijgingen, de sluiting van benzinestations, de knagende honger van de bevolking en de uitzichtloosheid van de regering.
Ze schrikt wakker. Ze gooit het beest dat over haar gezicht kruipt weg. De lange kakkerlak vliegt weg en zet zich vast op de muur naast haar. Ze slaapt niet meer in. De stilte buiten wordt nu en dan verbroken door een kreet of een knal. Op de tast zoekt ze haar zaklamp. Ze zet zich recht en neemt het dagboek uit haar rugzak.
‘Ik ben zo ongerust. Buiten wordt er geschoten. Militairen hebben belangrijke plaatsen ingenomen. Ik zou graag papa en Steven verwittigen maar de telefoon is al drie dagen afgesneden. Straks plunderen ze misschien ons huis en zullen ze mij en al deze lieve onschuldige mensen afslachten. Wat zal papa zonder zijn dochter doen en Steven zonder zijn zus? Nee ik wil leven. Ik wil het overleven. Die militairen voelen zich nu de koning te rijk. Maar voor hoelang?’.
Het wordt licht. Kathy staat op, plaatst de matras achter een deur en groet de huisgenoten die wakker zijn. Buiten werken enkele studenten in de moestuin. Kathy moet binnenblijven. Onrustwekkende berichten sijpelen binnen. De militairen zijn op 200 meter van Mont-Thabor aan het plunderen. De studenten verstoppen hun diploma’s in een put in de tuin en nodigen Kathy uit hetzelfde te doen. Kathy geeft hen haar pasport en fototoestel.
Thérèse komt aangelopen en leunt tegen de deuropening. ‘Kathy, l’ambassade Belge te cherche. Ze zoeken je. Ik heb het via radiocontact vernomen’. ‘Ah oui? En wat moet ik nu doen?’, vraagt Kathy. ‘Wij kunnen je nergens heen brengen want de benzine voor de wagen is op. Bovendien is het nu te gevaarlijk om op straat te gaan. Het komt wel in orde’. Thérèse stapt naar de keuken en organiseert het middagmaal. Kathy volgt haar en helpt de studenten met het snijden van de maniokbladeren uit de tuin. Het gebeuren in de stad is het middelpunt van de conversaties. ‘Gisteren heeft een man de etalage van een schoenwinkel leeggehaald. Maar toen hij thuis kwam was zijn vrouw woedend. Hij had alleen schoenen voor de linkervoet mee’. Ze lachen allemaal.
Het middagmaal is klaar. Thérèse brengt een kom rijst en groenten naar het terras. Twaalf kinderen zitten met een plastieken bord voor zich. Ze volgen met volle ogen de kom. Thérèse schept op. ‘Bon appetît mes enfants’. In slilte slokken ze hun bord leeg. Thérèse komt terug binnen en kijkt bezorgd naar Kathy. ‘Wat ze morgen zullen eten weet ik nog niet’.
Thérèse. Altijd opgewekt naar buiten. Altijd vol oplossingen en vooruitzichten. 35 jaar geleden kwam ze, als Belgische bioloog, samen met haar man en hun vier kinderen naar Kinshasa om les te geven aan de universiteit. Geconfronteerd door de moeilijkheden waar vele studenten mee kampten, openden ze hun grote huis voor enkele alleenstaande moederstudenten. Door de jaren heen, kwamen er ook steeds meer wees- en straatkinderen bij. Ze vormden hun huis om tot het gemeenschapshuis Mont-Thabor waar ieder een plaats en taken kreeg.
Het is drie uur. Er wordt aan de poort gebeld. Iedereen in huis is alert. Zijn het de militairen? Misschien een buur in nood? Een studente schuift voorzichtig het uitkijkluifel van de poort open. ‘Oui?’ vraagt ze beleefd. ‘Het is voor Kathy, la Belge.’ ‘Er zijn hier geen blanken’. Thérèse die het gesprek op afstand volgt, snelt naar de poort. ‘Oui, Monsieur. Kan ik je helpen?’ ‘De ambassade heeft me gestuurd om Kathy op te halen.’ ‘Ik versta het’. Thérèse opent de poort.
Een zwarte wagen rijdt de oprit op. Kathy moet mee. Er is geen tijd om deftig afscheid te nemen. Ze omarmt vlug drie kinderen en Thérèse. ‘Thérèse, het is voorbij voor mij. Kan je alstublief aan iedereen zeggen dat ik moest vertrekken en dat ik het jammer vind dat ik geen afscheid kan nemen?’ Kathy heeft tranen in de ogen. ‘Pas de problème. Ik zal het doen. Denk nu en dan nog eens aan ons hier’, antwoordt Thérèse. Een jonge moeder brengt Kathy haar pasport, fototoestel en rugzak. Kathy stapt in. Kinderen en enkele volwassenen wuiven haar uit. Ze hangt uit het venster op de achterbank. De chauffeur roept kwaad ‘Ben je zot? Wil je je leven riskeren? Doe vlug het venster dicht.’ Kathy zwaait van achter de geblindeerde vensters verder naar het luchtledige. Niemand kan haar zien. De poort wordt vlug dicht gedaan.
Ze staart naar het voorbijglijdende straatbeeld. De straat is leeg. Mensen zijn binnen gebleven voor de veiligheid. Alles is geplunderd, overal glasscherven, in brand gestoken benzinestations en autowrakken. Alles is vernield door mensenhanden. Alsof een troep mieren een krekel aanviel en enkel het skelet overliet. Zelfbediening voor de sterksten.
Ze komen aan op de Belgische ambassade. De wachter herkent de nummerplaat. De poort gaat open en de wachter commandeert hen met zijn mitrailleur snel binnen te komen. De wagen rijdt binnen. Kathy is veilig. Haar Zaïrese collega’s en vrienden niet. Zij moet vluchten. Thérèse mag blijven.
In de ambassade loopt het vol Belgen. Vol blanken. Na een uur krijgen ze zalm, kaviaar, hesp, kaas en brood voorgeschoteld. Er wordt gegeten. Kathy eet niet. Ze kan niet. Zij in het huis van Thérèse ook niet. De kinderen eten er maïsmeel met water, zonder melk, zonder suiker, zonder vlees. Bedden zijn geïnstalleerd in de gangen en kamers. Er wordt geslapen. Kathy schrijft afscheidsbrieven voor de mensen van Mont Thabor en neemt haar dagboek.
‘Overal
Ogen
Monden
Gewoonten
En toch,
de jouwe
zijn anders.
Het zijn
de jouwe’
Ze sluit haar ogen en is bij het leven van Thérèse.