Vandaag begreep Farahilde dat ik niet was wie men haar altijd had verteld dat ik was. De jongeman die eerst voor priester had geleerd, maar na de oorlog toch met haar grootmoeder Bertha was getrouwd. De brave familievader die vanuit zijn zetel aan het raam, sigaretje in de hand, zijn kroost stil in de gaten had gehouden. Ze begreep dat ik ook niet de kale oude man was in wiens dromerige blik, in zwart-wit ingekaderd, ze elke zondagmiddag had gekeken, als ze aan de grote tafel in de living aten. Ze leerde de man kennen die ik echt was en die ik nooit heb willen zijn. De man die niet eens had mogen bestaan.
Zodra ze de kamer binnenstapte, voelde ze dat Rebecca en zijzelf hier niet alleen waren. De lucht was dens alsof een onzichtbare nevel de ruimte vulde.
‘Ik heb je voorouders al uitgenodigd’, zei Rebecca terwijl ze een kop thee inschonk.
Farahilde tuitte haar lippen. Ze wilde iets zeggen, maar de woorden stokten in haar keel.
Ze had deze afspraak gemaakt omdat ze al over de helft van haar leven was en het gevoel had nog steeds niets gepresteerd te hebben. Het was alsof ze voortdurend sliep, leefde met een rem op. Dat wilde ze niet langer. Ze had al zoveel geprobeerd: therapieën, yoga, wandelsessies,… Ze had al zoveel geleerd, maar slaagde er niet in het in haar leven te integreren. Eerder had ze nog een familieopstelling laten doen, maar niets was wezenlijk veranderd. Rebecca had haar aangeraden haar voorouders om hulp te vragen door erover te schrijven. Elke ochtend had ze trouw haar schrift genomen en drie pagina’s vol gepend. ‘Lieve voorouders, weten jullie waarom ik zo vastzit?...’ De antwoorden waren heel chaotisch geweest. Het woord ‘familiegeheim’ kwam regelmatig terug.
Rebecca dacht dat haar familie een geheim met zich meedroeg. Dat geheim wilden ze vandaag openbreken.
Om de mensen die bij de opstelling betrokken waren voor te stellen, gebruikten ze kussens. Uit een bak die in de hoek stond, koos Farahilde een klein roze voor haarzelf. Ze legde het midden in de kamer.
‘Neem ook maar een kussen voor je rem,’ zei Rebecca.
Nu pakte ze het grootste. Dat liet ze pal op het roze kussen vallen.
Rebecca legde er nog een bij. ‘Dit is je grootvader. Ik voel dat hij met het geheim te maken heeft.’
‘Kan best,’ knikte Farahilde, ‘Hij kwam ook in mijn schrijfsels voor.’
Terwijl Rebecca zich concentreerde op de boodschappen die ze via de kussens doorkreeg, zette Farahilde zich op een stoel aan de kant. Het was niet dat ze zich niet op haar gemak voelde bij de gestorven mensen in deze kamer, maar dat die een geheim zouden onthullen, waarvan ze niet wist hoe groot het was, en welke invloed het op haar leven zou hebben, zorgde voor een spanning die kolkte in haar ingewanden. Ze nam de thee van de tafel en klemde hem stevig in haar handen. Hij kon haar niet verwarmen.
Eerst vertelde Rebecca wat ze waarnam bij elk kussen. Ze blies en zuchtte toen ze de rem probeerde op te tillen. ‘Ik voel veel weerstand,’ zei ze, ‘maar ik weet dat het niet jouw rem is. Hij is van je grootvader.’ Uiteindelijk lukte het haar toch hem van het roze kussen te schuiven. Ze haalde er nog twee kussens bij. ‘Ik weet niet wie dit zijn, maar ze horen hier.’
‘Misschien mijn nonkels,’ suggereerde Farahilde.
Rebecca schudde haar hoofd. Na lange tijd fluisterde ze: ‘Dit zijn soldaten. Het is oorlog.’ Ze vouwde haar handen op haar hart. ‘Er is iemand gedood.’
Farahilde wist dat haar grootvader in de eerste wereldoorlog had gevochten. Ze had zijn ‘Oorlogsgedenkenis’ gelezen. Daarin repte hij met geen woord over wat er zich tijdens de veldslagen had afgespeeld, maar het leek haar niet zo vreemd dat hij iemand zou hebben doodgeschoten. Dat gebeurde nu eenmaal tijdens een oorlog. Een stilte die als een obus ontplofte, maakte duidelijk dat het niet zo eenvoudig was.
Rebecca schuifelde van het ene kussen naar het andere en terug. Traag, tergend traag. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Op het puntje van haar stoel volgde Farahilde al haar bewegingen. Zeg iets, dacht ze, zeg toch iets. Rebecca’s lippen bewogen even, maar er kwam geen klank uit. Ze pierde in het ijle. Plots hief ze haar arm op en hield hem als een pistool tegen haar hoofd. Met grote ogen keek ze Farahilde aan. ‘Het was niet op het slagveld. Ook geen moord. Het was een afrekening. Wie niet eerst schoot ging eraan. Hij heeft de trekker overgehaald.’
Farahilde schoof nog meer naar voor op haar stoel. De kamer werd een vrieskist.
Het was druk op de baan toen Farahilde naar huis reed. Slechts flarden van het radionieuws drongen tot haar door. Een agent was bij een aanslag op de Champs-Elysees omgekomen… Wat betekende zijn leven bij het leven dat haar eigen grootvader zomaar had afgeknald? Op een ander moment zou ze helemaal niet bij deze agent hebben stilgestaan. De media kapte bijna dagelijks berichten over aanslagen met liefst zoveel mogelijk doden en gewonden als hete pek over de wereld uit. Het maakte haar immuun voor de brandwonden. De pek die zij deze middag over zich had gekregen, brandde wel, tot diep in haar ziel. Rebecca had verteld dat het tijdens een spel was gebeurd, een weddenschap. Een gezaghebber had haar grootvader en een kameraad allebei een pistool in de handen gedrukt. Hij dwong hen de revolver tegen elkaars slaap te houden. ‘Wie heeft hier lef?’ had hij gelachen, ‘Vooruit! Toon het!’
Haar grootvader had over zijn hele lijf getrild en geschoten. Hij smeet het pistool weg en stormde de abri uit recht naar de vuurlinie. Kogels floten er een nacht lang om zijn oren, maar geen enkele wilde hem raken. Toen hij de volgende morgen naar hun schuilplaats was teruggekeerd, was het lijk opgeruimd en had iedereen luidop gezwegen.
Een vrachtwagenchauffeur toeterde omdat Farahilde hem niet liet invoegen. Ze maakte zich zo klein mogelijk en remde. Zoals ze dat al haar hele leven had gedaan. Net zoals haar grootvader na die afrekening. Hij had zich onzichtbaar gemaakt en gezwegen. Zij had al die tijd in zijn schoenen gestaan. Nu was het moment gekomen om haar eigen paar aan te trekken. Ze drukte het gaspedaal stevig in.
Veerle Schaltin