Wanneer de piekerfee komt
maakt zij het altijd laat.
Steevast transformeert zij
gedachten, slechts damp en stroom
tot cirkels, kringen, spiralen.
Mijn geestesoog ijlt en duizelt.
Ik wals met de lakens
tot zij smalend wallen tekent:
het ochtendgloren wekt mij, treft mij
kringgeoogd.
