Peter kijkt nog een keer achterom naar het beeld van de Griekse godin Niké dat op het kerkplein van Lommel staat. ‘Een mooie herinnering aan de slachtoffers van de oorlogen', denkt hij. Hij loopt verder naar de bibliotheek voor zijn cursus om beter te leren schrijven. Boven zijn hoofd verandert de helderblauwe hemel plotsklaps in een donkere avond. Peter hoort geronk van vliegtuigmotoren, een lichtflits knalt door lucht en grote en kleine projectielen schieten alle kanten op. Boem! Pats! Kleng! Geschreeuw om hem heen.
‘Wat gebeurt hier en waarom in godsnaam?’, vraagt Peter zich af. Hij kan het niet goed verklaren en staart voor zich uit naar het moderne, bruine bakstenen gebouw met driehoekige ramen waar zijn cursus is. Het dak staat in brand! Mensen rennen uit het gebouw en zoeken een veilige plek tegen meer mogelijk onheil.
Peter versnelt zijn passen en lijkt ongevoelig van wat er om zich heen gebeurt. ‘Het lijkt verdomme wel of ik een film beland ben!’, roept hij hardop. Maar niemand hoort hem. Iedereen op en rond het kerkplein is met andere dingen bezig. Peter kijkt nog maar eens om naar Niké. Zijn verbazing trilt door zijn hele lijf! Nu lopen daar soldaten die mensen voor zich uit duwen met een geweerloop in hun rug. Sommigen huilen, anderen steken bang hun handen omhoog en er zijn er ook bij die zich met gebalde vuisten naar de soldaten omdraaien.
Voorzichtig kijkt Peter naar de lucht die inmiddels pikzwart is. Hij ontdekt vliegtuigen. En uit hun rompen vallen bommen naar beneden. Ze ontploffen met grote knallen vlakbij het kerkplein. De soldaten met hun gijzelaars beginnen nu te rennen en er klinken schoten!
Peter is inmiddels de lege bibliotheek binnen gestapt. Hij treft daar één grote ravage aan. Stoelen en banken liggen ondersteboven en bedolven onder de duizenden boeken die ze hier zo braaf verzameld hadden. ‘Wat een puinhoop!’, concludeert hij. Ineens komt hij tot het besef dat de les vandaag wel niet zal doorgaan. ‘Komt er ooit nog wel een les en wanneer houdt deze ellende op’ vraagt Peter zich af. Hij pakt een omgevallen stoel en gaat erop zitten. Hij moet even nadenken over wat hij hier allemaal in een paar minuten meemaakt. Hij maakt zijn tas open en daar valt pardoes de folder uit over de fietstocht langs oorlogsmonumenten in Lommel en Bergeijk die hij maakt in opdracht van de bureaus voor toerisme van die gemeenten. Peter probeert de folder te pakken, maar hij waait weg. Peter staat op en loopt achter de folder aan. Die waait weer verder de deur uit en het plein op en steeds sneller. Peter holt achter het papier aan. Dar bepaalt zijn koers. Dwars door schoten, gekrijs en gebrul.
Maar dan ineens blijft de folder stilliggen. Peter kijkt omhoog en recht in de ogen van Niké. Hij krijgt het warm en het wordt donkerder en donkerder.
‘Het duurt wel lang nu. Toch lijkt hij wakker te worden’ hoort Peter nu. Hij opent zijn ogen. Twee groene ogen kijken terug. ‘Maar dat ben jij, stottert Peter’ nu hij zijn goede vriend Willem boven hem ziet hem hangen. ‘Ik dacht dat je doodging man!’, roept deze. En dan herinnert Peter zich alles weer. ‘Ik had je moeten vertellen, dat ik allergisch ben voor donker gerstebier, maar ik had er geen tijd meer voor toen ik per ongeluk net jouw glas met dat spul leegdronk in het café. En dan ga ik hallucineren. Dat weet je toch. Maar wat ik nu weer meemaakte is ongelooflijk! Je weet dat ik bezig ben met een fietstocht langs oorlogsmomenten?’ ‘Ja zegt Willem, daar heb je het vaak genoeg over. Hoezo?’ En Peter barst lost. De volgende dag is het weer maandag dus cursusdag. Peter steekt met een vreemd gevoel het kerkplein over naar de bibliotheek terwijl hij achterom naar het beeld van Niké kijkt.