Noach

BERLIOZ
29 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Beste God de Vader,

 

 

Mijn ark is af. De laatste spijker er in getimmerd.

De bemanning ga ik nu verzamelen. Dat doe ik ’s nachts.

 

Twee kleine goudvisjes liggen opgerold en uitgedroogd op een tafeldoek. Ik schep ze heel voorzichtig in mijn hand en leg ze in water. Er komt weer leven in!

Het worden twee kleine speelse poesjes. Yes, goed begin! 

 

Een witte langharige poes beslist opdringerig voor m’n wagen te gaan staan. Ik moet stoppen, anders rij ik ze plat. Ik doe een portier open, want ze wil er in. Meteen wil ze er ook weer uit. Dat zal niet pakken. Hebbes voor mijn collectie!

 

Het lukt om een heel groot en krachtig zwart paard te berijden, een steigerend strijdros. Schoon exemplaar voor mijn schip!

 

Reusachtige eieren in een mand. Eén ervan beweegt. Er komt een pluchen ganzenjong uit. Dat neem ik!

 

Ik vecht tegen twee leeuwen in één kamer. Met mijn blote handen en strenge zelfzekere blik moet ik ze temmen. Eén van hen heeft geen manen. Toch is het geen leeuwin. Hij heeft ook iets heel liefs in zich. Dus mag hij mee.

 

Opeens begint het keihard zondvloedig ze regenen ….

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

BERLIOZ
29 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket