Ik ben verbaasd in dit bestaan
waarin ik geen houvast kan vinden,
niet bij familie, niet bij vrienden,
toch altijd weer te moeten gaan,
mij niet aan taal of streek te binden,
maar steeds opnieuw op doortocht zijn.
Geen enkel pad loopt over rozen,
geen mens heeft ooit bewust gekozen
voor spoorloosheid in een woestijn,
een lot met toeven noch verpozen
en zonder steun of toeverlaat.
Geen toekomst laat zich zomaar raden
of ligt langs veelbelopen paden.
Het is wat in de sterren staat:
ik was en ben en blijf nomade.