Ontmoeting op het perron.

Lut
19 jun 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Maandagmorgen, kwart over zes.

 

Een schuchter zonnetje piept zachtjes door de ochtendnevel.
Uit de autoradio klinkt het pianotrio opus 100 van Schubert.
Langzaam rijd ik de donkere mond van de stationsparking in.
Ik houd mijn abonnement voor het slagboommechanisme.
De interferentie vermoordt Schubert.
Ik parkeer heel voorzichtig.
De slaap zit nog in mijn ogen en ledematen.
“Tell me why I don’t like Mondays…”
Deze overjaarse hit huilt in mijn hersenpan.
Ik sluit mijn auto af.
Met loden schoenen sjok ik naar de uitgang.
Moet ik vandaag écht terug aan het werk?

 

En toch…
Hoop sluimert achter mijn oogleden. ‘Zou hij er zijn?’

 

Ik strompel naar de onderdoorgang.
De weeë geur van de Panos-snoeperijen komt me tegemoet.
Mijn maag protesteert.
In de luidsprekers tracht een vrolijke dame de ochtendlijke vertragingen te verzachten.
Ze slaagt er niet in…
De roltrap is stuk.
Had ik iets anders verwacht vandaag?

 

Ik klauter de trap op naar perron B.
Mijn hartslag verhoogt niet alleen door de inspanning. De hoop flakkert verder op. Hij moet er zijn. Alleen hij kan deze vreselijke maandagmorgen nog redden.
Zou hij er zijn? Zal hij me opwachten? Kijkt ook hij verlangend uit naar dit ogenblik?

 

Ik tuur het lange perron af. Zoek naar zijn prachtige haardos. Zie in gedachten zijn lenige tijgerstap.
Ik twijfel. Ben ik niet te oud voor dergelijke ontmoeting? Misschien maak ik me eindeloos belachelijk. Wie weet word ik straks in de trein ontvangen door een comité van afkeurende blikken?
Ik spreek mezelf bemoedigend toe. “ Ach op dit uur zijn er nog bijna geen treinreizigers. Bovendien ligt dit perron helemaal aan de zijkant van het station. En staat er een leeftijd op een blijk van genegenheid? Nee toch!”

 

Merk ik daar een donker silhouet? Zou hij het zijn? Is hij écht op onze afspraak? Wacht hij me op?
Hij zit met zijn rug naar me toe. Ik nader en focus mijn blik. Ja! Hij is het!
Omzichtig stap ik verder. Ik wil hem niet opschrikken. Toch slaag ik er niet in hem ongemerkt te naderen. Hij voelt mijn aanwezigheid…

 

Heel langzaam, bijna sensueel, rekt hij zich uit.
Hij aarzelt even.
Dan komt hij mijn richting uit.
Met zijn geelgroene blik kijkt hij me strak aan.
Ik staar gehypnotiseerd terug.
Langzaam heel langzaam stapt hij naar mij toe.
Ik volg elke spierbeweging in zijn lenige lichaam.
Hij kijkt weg en raakt heel vluchtig strelend mijn been aan.
Met de rug van mijn hand streel ik over zijn wang. Ook heel vluchtig.
We blijven dicht bij elkaar staan.
Ik begraaf mijn vingers in zijn prachtige zwarte haren…
… weerhoud mezelf er net van luidop te spinnen.
Hij geeft het afscheidsteken.
Nog even kijken we elkaar in de ogen en dan kuiert hij verder.

 

Hier scheiden onze wegen. Ik stap op de trein, hij gaat op zoek naar nieuwe avonturen.
Mijn maandagmorgen is gered!

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Lut
19 jun 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket