Roodkapje,
Al bij onze eerste ontmoeting wist je me te betoveren.
Je zag er fantastisch uit. Iedereen noemt je Roodkapje, maar ik vind Lekkerhapje beter bij je passen.
Ik hield me in, wilde je niet onmiddellijk verslinden. Zag je me kwijlen? Sorry daarvoor.
Ik stuurde je dieper het bos in, met de smoes dat daar nog meer bloemen groeiden. Kleine meisjes plukken graag en oma’s lijken altijd blij met plukbloemen.
Iedereen weet dat bloemen het mooist zijn in de natuur. In een vaas zijn ze eerder zielig. Daar stinken ze snel bovendien. Maar soms moet je principes loslaten.
Jij naar ginder en ik naar je oma. Ze dacht dat jij het was en schrok van mijn grote oren. Dat had ze niet moeten zeggen. Ik heb geen grote oren. Ze had zelf grote oren!
Taai was ze ook.
Nu lig ik hier in een wildvreemd bed met een dikke buik. Ik dronk net een kop koffie en heb nog plaats voor een klein nagerecht.
Maar eerst nog even met je babbelen. Ik heb het gevoel dat jij me echt begrijpt. Ik kan niet wachten tot jij er bent.
Wolf
Ps: Laat die bloemen maar buiten.