Opdracht 4 - Kristien

18 mrt 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

 

 

Hoe het allemaal juist is gegaan, weet ze niet meer. Ze weet wel nog dat ze soms vleugels kreeg. Brede, krachtige vleugels. Dan vloog ze weg. Heel even. Heel hoog. Genoot ze van de uitgestrekte lappen grond, van de blokken die figuren vormden, van de stippen die over de kronkelende lijnen bewogen, van de wind rond haar lijf. Boven wist ze niet wie ze was.

Ze vloog. Ze was vrij. Tot plots de zon te warm werd en ze, als door een donderslag, weer op de grond terecht kwam en weer zichzelf werd. Ze krabbelde recht en begon te stappen. Kilometers en nog eens kilometers. Stap voor stap sloeg de automatische piloot aan en wist ze wanneer ze stop had moeten zeggen, wanneer ze had moeten doorgaan en wanneer ze had geleefd. Helemaal echt. Telkens opnieuw.

 

 

__________________________________________________________________________________

 

‘Een vogel zingt niet omdat hij een antwoord heeft.

Hij zingt omdat hij een lied heeft.’ Maya Angelou

  

Een groot meisje stapt op de dijk. De lucht kleur rozig, blauwig grijs. Onder haar wijde vest verstopt ze haar lichaam en houdt ze haar hart strak. Ze stapt arm in arm met een vrouw. De moeder. Naast hen stapt een man. De vader. Ze luistert gedeisd naast de moeder, knikt en antwoordt kort. De vader geeft nu en dan een opmerking. Het grote meisje knikt nog meer.

Het wandelen gaat traag. Te traag. Het meisje stopt plots, opent de rits van de vest, glimlacht naar de moeder en vader, draait zich om en rent over het strand naar het water. De haren van het meisje wapperen in de wind. De vest fladdert mee. Ze rent en rent. De ganse wereld zit op haar hielen. Grote en kleine mensen. Dikke en dunne. De vader en de moeder. De lucht waait hard en het zand snijdt diep. Ze rent verder. De zee houdt haar echter tegen. Ze stopt, staart naar de horizon en haalt diep adem.

Standvastig staat ze daar. Opgenomen in vrije rust. Omgeven door gezichtsvolle verhalen. Een traan op haar wang verklapt haar hart. Pablo. Op vakantie in het buitenland had ze de arme kleine jongen elke dag eten kunnen geven ondanks het protest van de moeder en de vader. Sofie. Op school luisterde ze naar de verscheurende verhalen van haar vriendin en beloofde zichzelf deze niet verder te vertellen. De nacht ervoor had ze een boek over Gupta in het verre Buitenland gelezen. De letters hadden beelden gevormd. De beelden waren levens geworden, levens met oren en ogen, met kinderen en zorgen, met honger en dorst. De moeder had de kamer van het grote meisje binnen gedrongen en het boek afgepakt. Het meisje was met rode ogen ingeslapen.

 

De golfslag maakt het meisje wakker. Ze begint met de armen cirkels in de lucht te tekenen, springt op en neer en loopt parallel met de zeelijn verder. Richting ondergaande zon. Een witte Kleenex die ze uit haar zak haalt om haar neus te kuisen, valt op het zand en waait weg. Het meisje rent de zakdoek achterna. Ze bukt zich. Op dat moment neemt de wind de zakdoek terug mee. Ze glimlacht, speelt hond en rent het papiertje achterna.

 

De moeder en de vader zwaaien naar haar. Ze zwaait terug. Uitgewaaid loopt ze naar hen terug. Arm in arm stappen ze verder. Zonder woorden.

 

Thuisgekomen, nestelt het meisje zich in haar kamer, gaat achter de bureau zitten en legt 13 schelpen in wit, grijs, dof blauw en beige op de witte Kleenex naast zich neer. Ze neemt het dagboek en buigt zich diep.

 'Een kind op afstand braaf

braaf gemaakt door een omgeving

een omgeving van knikken en aanvaarden

 

Een kind op afstand wild

wild gemaakt door vragen

vragen van waarom en twijfels

 

Een kind op afstand wijs

wijs gemaakt door zwijgen

zwijgen van stilte en feiten

 

Mama je slikt dagelijks zoveel pillen, 5 's morgens, 4 's middags en 4 's avonds. Jouw lichaam is op. Verdorie toch. Je maakt je druk over mijn kledij, over de boeken die ik lees en over mijn gewicht. Verdorie toch. Wat kan ik voor jou doen? Hoe kan ik er voor jou zijn? Mijn hart vult zich met wat het ziet. Ik ben wie ik ben. Of dat probeer ik toch. Waarom kan ik mijn wereld niet met jou delen?’

 

Ze klapt haar dagboek dicht, stapt naar beneden en gaat naast de moeder in de zetel zitten. Ze kijken elkaar aan, praten over het weer, overlopen het medicatieschema van de dag, eten samen warme appelcake en glimlachen. Na een tijdje buigt het meisje zich naar de moeder toe, verwijdert het fuchsia aquagroene hoofdsjaaltje van de moeder, neemt een dagcrème en smeert het droge haarloze hoofd van de moeder in. Zacht en broos. De moeder sluit haar ogen. Het meisje ook.

 

__________________________________________________________________________________

 

fluo roze blauw

ieder moment ontvouwen

andere kleuren

 

In enkele dagen is het groot meisje jong volwassen geworden. De moeder van het meisje zou het op deze manier niet gewenst hebben.

De winter is op komst. Ooit zou het meisje ervan dromen om voor een groot publiek te spreken. Vandaag krijgt ze die kans. Buiten ligt een wit sereen laagje sneeuw die de geluiden dempt. Binnen in de grote witte ruimte met haar hoge plafond, bruine stoelen en doffe wierookgeur wachten donker geklede toehoorders. In grote getallen. Van ver gekomen. Ze bewegen wat onrustig op hun stoelen en kuchen nu en dan om hun droge keel te ontlasten.

De jong volwassene stapt naar voor. Het liefst zou ze nu op het strand lopen. Vrij van het weten dat ze een stukje meer alleen verder moet. Vrij van het verdriet van nooit meer. In haar hand draagt ze de tekst dat ze vijf dagen geleden schreef. Ze zat toen naast het bed van de moeder. De lakens waren kraak wit gesteven. De ontsmettingsgeur overheerste de boeketten rozen en de korven met fruit. De moeder ademde zwaar in en uit en liet haar handen opgeblazen door het vocht van de baxters rusten op haar buik. Het meisje met een lichaam die sprekend leek op de jongere generatie van het doorgelegen lichaam van de moeder liet haar hart spreken.

 

‘Hier ziet ik dan,

wachtend op het moment

dat je me weer zal aansporen

ik weet wel hoe het zou moeten

jij was immers mijn bloedverwante

mijn mama, mijn vriendin, mijn voorbeeld

 

Jij, die altijd zo goed kon luisteren

Jij, die zelf op zwakke momenten,

niemand wou lastig vallen

Jij, die de bloemekes hun stengeltjes schuin afsneed,

opdat ze toch wat langer zouden bloeien

Jij, die als een kind zag,

een knipoogje, een vriendelijk woord gaf

 

´T ja : woorden schieten me vaak te kort

maar de essentie blijft

gemakkelijk uit te drukken: jij

 

Vergeet nooit: jouw glimlach laat bij iedereen

een vlammetje na

Dank je. Je dochter'

 

De jong volwassene kijkt naar het publiek. Enkele gezichten glimlachen naar haar. Ze zoekt de ruimte af. Hier en daar zit een bekende. De ganse ruimte is gevuld. Van overal kwamen ze voor haar moeder. De moeder is vandaag een beevee.

Ze hoopt dat de man die beweert haar lief te hebben, de ruimte zal opkleuren en haar straks zal ondersteunen. Maanden hadden ze uren gepraat en weken hadden ze samen opgetrokken ondanks het afwijzende oog van de moeder en de vader. De gekleurde man wou zich settelen in het Noorden. De jong volwassene was hiervoor een mogelijke kandidaat. De jong volwassene had genoten van de gesprekken met een werelds accent. Haar lichaam had ze echter voor zichzelf weten te houden. Nu weet ze dat dit de juiste beslissing was. Alle gezichten voor haar zijn winters bleek.

 

Ze kucht, kijkt naar de kist voor haar en overtuigd draagt ze de tekst op aan haar moeder. Het ganse gebeuren lijkt een groot toneelstuk. Voor haar leeft de moeder verder. In haar verhalen. In haar glimlach. In haar kijk naar de wereld.

Zakdoeken worden bovengehaald. Ingetogen verlaat ze het podium. Ze neemt terug plaats tussen haar vader en broer. Ze voelt hun warmte.

 

__________________________________________________________________________________

  

‘de hele wereld is een schouwtoneel

en alle mensen zijn maar acteurs.’ William Shakespeare

 

De jong volwassene herneemt haar studies. Ze concentreert zich, neemt deel aan de studentenactiviteiten en speelt moeder in het WE. De wereld blijft haar lokken. Ze wil datgene ontdekken waarvoor haar moeder haar wilde beschermen. Ze weet nog niet dat het een tocht zal worden vol uitdagingen, ontmoetingen, vraagtekens en van moeder-zijn .

Voor haar eindwerk vertrekt ze voor de eerste keer naar het andere continent. Afrika. De vader brengt de jong volwassene in een donker blauw kostuum en lichtblauw gestreept hemd naar de luchthaven. Hij vertelt haar over zijn business trips. En over de gevaren alsof hij er zelf bij was. Ze knikt, glimlacht en belooft hem dat alles goed komt. Ze omhelzen elkaar. De studente neemt haar valies en stapt de douane door. Aan de andere kant van de wereld zou ze opgewacht worden door een dame van haar land.

 

Na een lange vlucht komt ze aan. Het douane personeel kijkt de blanke studente indringend aan en vraagt wat ze voor hen meebrengt. Ze kijkt hen verward aan, glimlacht en stapt verder naar buiten. In de zwarte massa gedrukt tegen een hoge metalen omheining ziet ze een blanke dame staan. De enigste. Snel stapt de studente naar de blanke dame. Ze geven elkaar een stevige handdruk. De blanke dame, Thérèse, neemt de valies over. Samen met drie zwarte dames stappen ze naar een lichtgrijze auto. Therese, een dame van rond de 60 jaar, neemt het stuur en ze rijden weg van de luchthaven. De zwoele kleverige warmte, de overheersende chaos, de krakkemikkige wagens en de petroleumlichten in de kraampjes langs de straten maken de studente stil.

De wagen ontwijkt diepe putten, slaat de drukke hoofdstraat af, rijdt door kleine stegen en komt tot stilstand voor een klein geel gebouw te midden van een grote verzorgde tuin. Een blanke en zwarte vrouw verwelkomen haar.

 

De volgende ochtend om 5 uur komt een zwarte man de studente ophalen. Ze stappen langs de spoorweg en vele kleine steegjes. Doorheen de buitenwijken. Zwarte schimmen lopen snel langs haar voorbij met of zonder gewicht op het hoofd of verkopen brood, nootjes of bananen gehurkt naast de weg. De drift om te overleven drijft hen voort. Een drift om eten voor de dag te vinden. Evenals geld voor water en houtskool. De studente beweegt met hen onopvallend mee. In het donker met een doek rond haar hoofd en losse kleren is ze onzichtbaar. Voor even.

Na een uur komen ze aan het sojamelk bedrijf. Hier zal de studente informatie voor haar eindwerk moeten verzamelen. Thérèse en de drie dames van de dag ervoor zijn al druk bezig de sojabonen te wassen en de machines klaar te maken. De studente draait mee. Na de middag gaan ze de sojamelk aan een zeer lage prijs verkopen in de sloppenwijken. Erna stapt ze met de zwarte man terug naar het klooster.

Het avondeten gebeurt in de grote zaal beneden. De blanke en zwarte moeder overste praten kort tegen de studente, maar praten niet met elkaar en bedienen elkaar niet. IJzig stil. De student propt zich uit verveling vol met soep, hoofdgerecht en dessert en snelt zich naar haar kamer. De vier muren brengen haar echter geen rust. Ze neemt haar dagboek en gaat op bed zitten.

‘Vorige week kon ik nog gaan wandelen waar ik wou. Nu is mijn wandelgebied beperkt tot een kleine tuin. Opgesloten als een beest in de dierentuin. Eergisteren droomde ik nog van Afrika. Nu ben ik en zit tussen vier muren. Met twee ramen zo hoog dat ik niet kan buiten kijken.

Vandaag zag ik weer die vele mensen stappen. Blijkbaar kilometers en kilometers. Bij ons kan je de bus nemen. Is er plaats voorzien voor oude mensen, een kinderkoets en gehandicapten. Alles netjes geregeld. Hier worden de mensen als beesten, oo zij zijn ook al beesten, gepropt in taxi-minibussen. Zelf dat vervoermiddel kunnen de meeste niet betalen.

Soeur Colette, een dikke zwarte non die gezellig lijkt, en Soeur Marie Louise, een witte, magere non die op alles een opmerking geeft, willen beiden de klok slaan en brengen me ook niet dichter bij Afrika.’

Buiten op straat speelt muziek opgewekt luid. Roepen kinderen naar elkaar alsof er een grote voetbalmatch gespeeld wordt. De studente mag niet naar buiten. Enkel onder begeleiding. En niet s ‘avonds. De poorten van het klooster zijn al lang op slot alsof ze elk moment een aanval verwachten.

 

De volgende maanden herhaalt dit dagritme de werkweek van de blanke studente. Ze komt de laatste nieuwtjes op een luchtige wijze te weten, de prijsstijgingen, de sluiting van benzinestations, de knagende honger en de uitzichtloosheid van de huidige regering. Ze stelt vragen, glimlacht , leert de lokale taal en observeert. Ze wordt vertrouwd met het leven in de grootstad en past de lokale gewoontes toe die voor haar haalbaar zijn. Eten met de handen. Zich wassen in een plastieken bassin. Gaan slapen kort na zonsondergang.

 

Het is vrijdag. Thérèse nodigt de studente uit om voor het WE bij haar thuis te komen. De ogen van de studente stralen. Ze rijden de stad uit. Naar de universiteitscampus. De nacht valt met een snelheid zoals het gordijn in de schouwburg na een toneelvoorstelling. Op de campus staan vele grote gebouwen. Wat een glorie.

Voor een donkergrijze poort stopt Thérèse en claxonneert. Een jong meisje opent de poort. De studente stapt uit. Een groep zingende en dansende kinderen verwelkomt haar. De studente kleurt rood en stapt met aan elke hand een kind het huis binnen. Het grote huis van Thérèse. 35 jaar geleden kwam Thérèse, als bioloog, samen met haar man en hun vier kinderen, aan om les te geven aan de universiteit. Geconfronteerd door de moeilijkheden van vele studenten, openden ze hun huis voor enkele alleenstaande moederstudenten. Door de jaren heen, kwamen er meer bewoners bij, waaronder ook wees- en straatkinderen. Het geloof in God hield hen recht.

De volgende ochtend wandelen drie moederstudenten met de blanke studente over de campus en plaatsen haar in het spotlicht. De campus is verlaten. Kapotte vensters. Afgeschilferde gele verf op de groenvochtige gebouwen. Vergane glorie.

Na een mensvol weekend wordt de studente terug aan het steriele klooster afgezet. De kilte overvalt en ze trekt zich terug in haar kamer.

‘Wat een wereld. Op straat is de situatie gespannen. Ik verdiep me niet in de politiek want het is veel te complex. Ik ben maar een simpele student. De professoren en leerkrachten worden al maanden niet betaald door de overheid en staken nu. De universiteit is voor onbeperkt tijd dicht. Sommige studenten waren bijna afgestudeerd, bijna klaar om eindelijk geld te verdienen. Nu wachten ze gelaten. Hoe zou je zelf zijn?

Normaal slapen de studenten met vijf of zes in klamme eenpersoonskamers. Hun aula’s zijn muffig en te klein voor de vele studenten. Rechtstaand moeten ze les volgen en alles noteren want syllabi zijn te duur. Vier studenten vroegen me om een beurs te regelen zodat ze in het Noorden een toekomst kunnen uitbouwen.’

Ze zucht, sluit haar dagboek, gaat op het bed liggen en staart naar de ventilator aan het plafond. Net de schroeven van een helikopter. De elektriciteit valt uit. De muziek buiten en de helikopter ook. Twee vliegen rond haar hoofd trekken zich er niets van aan.

 

__________________________________________________________________________________

  

de zwarte vogel

pikt met zijn bek op het dicht

bevroren water

 

Elk weekend gaat de blanke studente naar het huis van Thérèse. Ook deze keer. Buiten op straat rommelt het. De studente wordt aangemaand naar binnen te gaan. Vanuit de stoel op het donkere terras staat ze recht. Ze wuift naar de drie zwarte studenten die in het maanlicht de wacht houden over het grote, verduisterde huis en gaat op de tast naar binnen. Haar ogen wennen aan het donker. Alle kamers liggen vol met matrassen, kleren, boeken en mensen. Ze doet haar sandalen uit en legt zich op een matras op de grond in de gang. Naast haar liggen een baby, een moeder en studenten. Ze slaat een doek om zich heen en valt in slaap.

Ze schrikt wakker en gooit het beest dat over haar gezicht kruipt weg. De lange kakkerlak vliegt weg en zet zich vast op de muur naast haar. Ze slaapt niet meer in. De stilte buiten wordt nu en dan verbroken door een kreet of een knal. Op de tast zoekt ze haar zaklamp. Ze zet zich recht en neemt het dagboek uit haar rugzak.

Ik ben zo ongerust. Buiten wordt er geschoten. Militairen hebben belangrijke plaatsen ingenomen. Ik zou graag papa en Steven verwittigen maar de telefoon is al drie dagen afgesneden. Straks plunderen ze misschien ons huis en zullen ze mij en al deze lieve onschuldige mensen afslachten. Wat zal papa zonder zijn dochter doen en Steven zonder zijn zus? Nee ik wil leven. Ik wil het overleven. Die militairen voelen zich nu de koning te rijk. Maar voor hoelang?’.

Het wordt licht. De studente staat op, plaatst de matras achter een deur en groet de huisgenoten die wakker zijn. Het dagritme hervat zicht. Kinderen lopen overal rond. Buiten werken enkele studenten in de moestuin. De blanke studente moet binnenblijven. Onrustwekkende berichten sijpelen binnen. De militairen zijn op 200 meter van het huis aan het plunderen. De studenten verstoppen hun diploma’s in een put in de tuin en nodigen de blanke studente uit hetzelfde te doen. De blanke studente geeft hen haar pasport en fototoestel.

Thérèse organiseert het middagmaal. De blanke studente volgt haar en helpt de studenten met het snijden van de maniokbladeren uit de tuin. Het gebeuren in de stad is het middelpunt van de conversaties. Allen lachen ze met het voorval dat een man de etalage van een schoenwinkel leeggehaald en thuis ontdekte dat hij alleen schoenen voor de linkervoet meebracht.

Het middagmaal is klaar. Thérèse brengt een kom rijst en groenten naar het terras. Twaalf kinderen zitten met een plastieken bord voor zich. Ze volgen met volle ogen de kom. Thérèse schept op. In slilte slokken ze hun bord leeg.

 

De spanning in huis stijgt. Op elke hoek van het huis houden de bewoners scherp de wacht. Plots wordt aan de poort gebeld. Iedereen in huis is alert. Zijn het de militairen? Misschien een buur in nood? Een studente schuift voorzichtig het uitkijkluifel van de poort open. Een zwarte man in zwart kostuum en witte das staat voor de poort, maant haar aan de poort te openen en de blanke vrouw snel te roepen. Thérèse komt tussen beiden, verstaat de man en roept haar landgenoot.

Een zwarte wagen rijdt de oprit op. De blanke studente moet mee. Er is geen tijd om deftig afscheid te nemen. Met tranen in de ogen omarmt ze vlug enkele kinderen en Thérèse en neemt haar pasport, fototoestel en rugzak van een jonge moeder aan. De blanke studente stapt traag in de wagen en zwaait van achter de geblindeerde vensters naar het luchtledige. Niemand kan haar zien. De poort wordt vlug dicht gedaan.

Ze staart naar het voorbijglijdende straatbeeld. De straat is leeg. Mensen zijn binnen gebleven voor de veiligheid. Alles is geplunderd, overal glasscherven, in brand gestoken benzinestations en autowrakken. Alles is vernield door mensenhanden. Alsof een troep mieren een krekel aanviel en enkel het skelet overliet. Zelfbediening voor de sterksten.

Ze komen aan op de ambassade van het land van de studente. De bewaker herkent de nummerplaat. De poort gaat open en de bewaker commandeert hen met zijn mitrailleur snel binnen te komen. De wagen rijdt binnen. De studente is veilig. Haar collega’s en vrienden buiten niet. Zij moet vluchten. Thérèse mag blijven.

In de ambassade loopt het vol blanken. Na een uur krijgen ze zalm, kaviaar, hesp, kaas en brood voorgeschoteld. Er wordt gegeten. De studente eet niet. Ze kan niet. Zij in het huis van Thérèse ook niet. De kinderen eten er maïsmeel met water, zonder melk, zonder suiker, zonder vlees. Bedden zijn geïnstalleerd in de gangen en kamers. Er wordt geslapen. De studente schrijft afscheidsbrieven voor de mensen bij Thérèse en neemt haar dagboek.

'Overal

Ogen

Monden

Gewoonten

 

En toch,

de jouwe

zijn anders.

 

Het zijn

de jouwe'

Ze sluit haar ogen en is bij het leven van Thérèse.                                       

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

18 mrt 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket