OPDRACHT 4: TAMARA LENAERTS - grote mensen spelletje

16 mrt 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Haar hoofdje leunt tegen de muur. Haar voeten schuifelen nu eens over de stenen vloer, kruipen dan weer naar de onderste trede, bedekt met beige tapis-plein. De ruw geworden boord van haar vaal geel dekentje laat zich haar frunniken wel gevallen. Van onder de deur maakt een streep licht de gang nog donkerder. Enkel haar nachtjapon breekt de duisternis, als was ze een van de trap gevallen spookje.

 

Ze staat recht, zet drie stappen en grijpt de klink. Gesprekken komen haar gedempt tegemoet. Net op het moment dat haar kleine hand kracht zet, klinken er gilletjes gevolgd door gefluit en dan gelach. Ze weifelt, draait zich om, stapt terug naar de trap. Het dekentje sleept achter haar aan. Ze gaat zitten en wacht. Ze maakt zich sloffen van geel. Haar vinger volgt het patroon van het behangpapier. Opnieuw en opnieuw. En dan gaat ze toch terug naar de deur.

 

Ze buigt zich voorover en kijkt door het sleutelgat. Ze kan de fruitmand zien die op de eettafel staat en een stukje van de leuning van de stoel met iets grijs bedekt. Ze tuit haar lippen rond het slot. ‘Mama’ fluistert ze. ‘Mama’ zegt ze wat luider. ‘Mama’ galmt het nu door de gang. De gezelligheid valt stil. Ze hoort gestommel. Vijf seconden later gaat de deur open: een walm van rook en volle licht komen haar tegemoet. Ze knippert met haar ogen en deinst wat achteruit, haar dekentje verwordt tot voorschoot in haar handen.

 

Langs de vrouw heen ziet ze een uit de hand gelopen hinkelspel van kledingstukken op de vloer. De pijpen van een jeans met riem raken slordig en binnenstebuiten de mouwen van een stoer hemd. Een lichtblauw bloesje vormt een hoopje met wat rokken lijken te zijn. Her en der liggen sokken geschikt te wezen als stapstenen. Van over de leuning van de stoel doen een grijze vest en dito broek hard hun best het lonken van een fleurig topje te negeren en keurigheid uit te stralen. Tevergeefs. De salontafel bezwijkt onder flessen rode wijn en Johny Walker, halfvolle, beduimelde glazen van het schoon servies en overvolle asbakken. Servietten met sporen van lipstick en lege zakken chips vangen druppend kaarsvet op. Pakjes groene Michel en Dunhill houden koeken heren, harten dames en klaveren boeren recht.

 

Ze stapt naar voor, wandelt de living in. De vrouw aan de deur achterlatend. Haar entrée doet de lichamen in het salon verstarren. Drie paar ogen kijken haar en haar vale voorschoot wijd aan. Twee mannen en nog een vrouw herschikken zich verschrikt. Benen zetten zich naast elkaar, kruisen zich netjes. Handen vouwen zich in de eigen schoot. Zwarte kanten lingerie frommelt zich gejaagd bijeen op de zetels. En grote witte onderbroeken proberen zich snel voor haar te verbergen achter hakken en onder glanzende mannenschoenen. Alsof de schoolbel is gegaan, beginnen de blote lijven theekransje te spelen. Ze maken de glazen tot porseleinen kopjes, het kaartspel tot zondagmiddag-vertier, de gilletjes gevolgd door gefluit tot koetjes en kalfjes. Het meisje verstart. Bekijkt het tafereel met wijd open ogen. Klemt zich vast aan haar stukje stof.

 

Met zachte dwang duwt de naakte vrouw haar terug, door deur, naar de donkere trap. Ze neemt het vodje met afgesleten lint uit haar handjes en drapeert het als een jasje over haar nachtjapon. ‘Wat doen jullie, mama? Wat zijn papa en jij aan het doen?’ ‘Een spelletje voor grote mensen. Ga maar snel terug slapen.’

 

Intussen is ze al vele jaren grote mens. Het gele deken met zachte boord ligt in frennen op de bodem van een kast. Het spelletje heeft ze nog nooit gespeeld.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

16 mrt 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket