Ze wrijft het water van de ruit en kijkt naar de tuin. Het is al donker, maar ze kan de sneeuwman nog zien. Het is koud in de kleine keuken. Ze hangt de natte doeken dan maar in de woonkamer, op een droogrek, naast de kachel. Zo is er nauwelijks nog plaats voor de kerstboom, maar het kan niet anders. Elisabeth zit in het winkeltje dat ze kreeg met Sinterklaas. Avonden en avonden heeft Marcel gezaagd, gelijmd en geverfd om het houten winkeltje op tijd klaar te krijgen. “Moeke, wil jij iets komen kopen?” “Daar heeft moeke nu geen tijd voor. Moeke heeft nog veel werk voor school.” Ze waren blij met de extra uren die ze kreeg op het lyceum, maar nu lijkt het wel alsof ze nooit nog de tijd vindt om te spelen met Elisabeth. “Mag ik moeke helpen met de kerstboom?” “Straks, Elisabeth, nu nog niet. Vake moet nog een voet maken voor de kerstboom. Je kunt misschien al een stalletje tekenen in jouw boekje? Met Jozef en Maria en het kleine kindje Jezus, in een kribbetje.” “En een os”, zegt Elisabeth, “er moet ook een os bij”. Zondag is het kerstavond. Dit is hun eerste kerst alleen in dit oude huis. Toen ze trouwden, mochten ze bij moeder in een kamer van het huis wonen. Moeder is in de zomer verhuisd, ze woont nu bij Lucien, die woont toch maar alleen. Moeder wil graag iedere ochtend naar de mis en Lucien woont rechtover een kerk, dat is veel makkelijker.
Marcel had beloofd dat hij voor het donker terug zou zijn en haar zou helpen met de kerstboom, hij zou een houten voet maken voor de kerstboom, maar hij is er nog altijd niet. Hij wil het nieuwe huis zo gauw mogelijk af hebben en is daar elk vrij moment mee bezig. Het is toch veel te koud nu om aan het nieuwe huis te werken? Ze hoopt dat hij voorzichtig is.