Opdracht 5: toepassen van meervoudig personaal perspectief op één scéne. Haddie
De tekst is herschreven vanuit het personaal perspectief van mijn oudste zus, in de derde persoon.
Kaatje is de oudste in een gezin van zeven kinderen. Ze is net zestien geworden. Ze is groot voor haar leeftijd. Ze steekt met kop en schouders uit boven haar broers en zussen.
Kaatje haat haar naam, zeker zoals de mensen uit het dorp hem uitspreken. De aa wordt een lange au.
Op school spreken de vriendinnen over de liedjes die ze gehoord hebben op radio Veronica. Bij Kaatje thuis staat de radio enkel op om naar het nieuws te luisteren en op zondagnamiddag naar het programma ‘opera en belconto’.
Kaatje houdt van Adamo en Cliff Richard. Terwijl haar moeder boodschappen doet, zet ze stiekem radio Veronica op.
‘Oh Katy, Katy’, zingt Marc Aryan. Ze is op slag verliefd.’ Katy’, zo wil ze voortaan heten. Het liedje blijft de hele dag in haar hoofd spelen. Ze zeurt bij haar moeder om voortaan elke zaterdagnamiddag naar de nieuwe hits op de radio te mogen luisteren.
Ze heeft nog geen antwoord gekregen. Ze weet dat haar moeder vreest dat die moderne muziek een slechte invloed op haar zal hebben. Hoe kan ze uitleggen dat ze er juist vrolijk van wordt. Maar vrolijkheid is geen eigenschap die haar moeder hoog inschat.
Op een dag komt Kaatje thuis. Ze hoopt dat haar moeder nagedacht heeft over haar vraag en dat ze toestemming zal krijgen om op zaterdagnamiddag naar de radio te luisteren.
‘Kaat’, zegt haar moeder, ‘ik heb je ingeschreven in het Marialegioen, elke zaterdag van twee tot vier’.
‘Waar is dat Marialegioen?’, vraagt Kaatje argwanend. Ze denkt aan radio Veronica.
‘In de kapel’, antwoordt haar moeder, ’er zullen ook andere meisjes zijn’.
‘Meisjes die ik ken?, vraagt ze. Ze vertrouwt het nog steeds niet. ‘Dat zal je zaterdag wel zien’, zegt haar moeder.