Scène 1
Mo drukt zich dichter tegen haar aan. Hij legt zijn donkere hand op haar bleke. ‘Il y a du cognac dans ma tente,’ fluistert hij in haar oor.
Zij schuift wat van hem weg op de skai bank, wrikt haar hand los en pakt het glas Pisang van het tafeltje. ‘Ik vind de Pisang oké.’ Ze zuigt extra hard aan het rietje. Haar ogen speuren de rokerige ruimte af. Overal staan of zitten groepjes mensen. Ze lachen, praten, flirten, dansen. Zij zijn de enigen die daar maar met twee zitten. Waarom is An niet gewoon meegekomen? Deze hele vakantie al boycot ze alles waar Farahilde zin in heeft. Ze zijn hier samen met Jos en Myriam als au pair-meisjes voor hun kinderen. Maar er is genoeg vrije tijd om leuke dingen te doen. Alleen heeft An geen zin in leuke dingen. Het klikt niet tussen haar en Jos en daardoor verpest ze de hele reis. Farahilde krijgt haar amper haar tent uit. Alleen naar het strand gaan lukt zo nu en dan. Daar leerden ze Mo kennen. Die had eerst alleen oog voor An. Toen hij haar vroeg iets te gaan drinken, hapte An tot Farahildes verwondering toe. Eerder deze avond hadden ze samen een terrasje gedaan niet zover van hun kampeerplaats. Na een paar glazen wijn had Mo voorgesteld te gaan dansen. An was abrupt rechtgestaan. ‘Je suis fatiguée.’
‘Mais non!’ lachte Mo, ‘Het is te vroeg om moe te zijn. Tu veux dancer!’
Maar ze was niet te vermurwen. Farahilde wilde wel eens iets anders zien dan het kinderzwembad, de speeltuin, het lapje gras voor hun tent en steeds datzelfde stuk strand. Maar alleen met Mo… De discotheek was twintig kilometer verderop.
‘Ik breng je wel terug,’ verzekerde Mo haar.
Terwijl An naar de camping wandelde, was Farahilde zijn auto ingestapt.
Hij buigt zich weer naar haar toe. ‘C’est du bon cognac!’
‘Gaan we dansen?’ Ze staat recht, strijkt haar rok glad en strekt haar arm naar hem uit. Hij drukt zijn sigaret uit in de asbak, staat ook op, maar negeert haar hand. Ze loopt naar de dansvloer. Hij beent naar de uitgang. Als ze voelt dat hij haar niet volgt, draait ze zich om en ziet hem nog net naar buiten stappen. ‘Mo,’ vormen haar lippen en dan valt alles een seconde stil. Eén seconde maar, want meteen lijkt het alsof iets haar opwindt en beweegt ze zich als een Duracell-konijn richting dansvloer. Papa Chico you’re the sun… Het opwindkonijn zet houterige passen. Haar lichaam vindt het juiste ritme niet. Ze keert terug naar het tafeltje, pakt de Pisang en giet hem in een teug naar binnen. Dan laat ze zich op de bank zakken, maar veert haast meteen weer recht. Ze loopt naar de bar.
‘Pisang Ambon, s’il-vous-plaît.’
Met het nieuwe glas in haar handen leunt ze tegen de toog. Haar blik dwaalt naar de ingang. Telkens als de deur opengaat, hoopt ze dat er een zwarte binnenkomt. Maar Mo laat zich niet meer zien. Ze kijkt almaar vaker naar de dansvloer waar vrolijke mensen swingen. Als ze hier met een vriendin was, zou ze nogal uit de bol gaan. …seems like yesterday not far away, this is where I long to be… la Isla Bonita… Zacht lipt ze met Madonna mee. Voorzichtig bewegen ook haar heupen. Je bent hier nu, zegt ze tegen zichzelf, amuseer je!
Een blonde jongen bestelt vlak naast haar tien pinten. Als hij met het grootste deel ervan naar zijn vrienden stapt, botst hij met zijn ellenboog tegen haar borst.
‘Excusez-moi!’ Zijn grote blauwe kijkers schitteren. Als hij terugkomt om de rest op te halen, vraagt hij: ‘Tu es toute seule içi?’
‘Oui… Depuis quinze minutes…’
‘Raconte.’
‘Dat is een te lang verhaal,’ wimpelt ze hem af.
Hij troont haar mee naar zijn kameraden. ‘Je vous propose…’
‘Farahilde.’
‘Farrahilde,’ herhaalt hij met een ‘r’ die ze nog nooit zo schattig heeft horen rollen. Daartegenover komt de ‘r’ van Patrice, zijn naam, maar zuinigjes uit haar mond.
De vrienden schuiven wat op en zo kan ze half op Patrices schoot net mee op de bank. De jongens drinken de ene pint na de andere. Zij houdt het bij haar Pisang. Ze lacht uitbundig om hun grappen, al begrijpt ze ze maar half. Als ze op de klanken van Bon Jovi opspringt, volgen Patrice en de anderen haar naar de dansvloer. Ze hotsen van hier naar ginder, zwaaien met hun armen in de lucht. Take my hand and we’ll make it, I swear. Oooohhh… livin’ on a prayer… Bij de bamba kiest Patrice haar zoveel mogelijk uit. Hij moet snel zijn, want zijn fameuze vrienden proberen haar van hem af te snoepen. Eerst zoenen ze nog op de wang, dan drukken ze hun lippen zacht opeen. Tijdens de slow die erop volgt glippen hun tongen elkaars mond binnen. Ze zetten zich weer op de bank, zij helemaal op zijn schoot nu. Patrices vrienden laten hen met rust.
De discotheek loopt langzaam leeg. Ook de vrienden zoeken een voor een hun slaapzak op.
Ze vertelt Patrice nu toch hoe ze hier alleen is terechtgekomen.
‘Waar logeer je eigenlijk?’
‘Op een camping in Lacanau-Océan.’
Zijn ogen worden nog groter als hij hoort hoe ver weg dat is. Hij streelt haar haren. ‘Ik zorg wel dat je er geraakt.’
Ze gaan naar buiten. Hij vraagt haar bij de uitgang te wachten. Net als ze denkt dat hij haar ook laat stikken, rijdt hij een 2PK’tje met open dak voor. ‘Sorry, ik moest onderhandelen met Maxime, dit is zijn auto.’
Patrice heeft geen idee waar Lacanau ligt. Zij wijst de weg waarlangs ze denkt dat ze met Mo is gekomen. Hij loopt langs de kust. Bij een duinbosje vertraagt de auto.
‘Is het goed als we hier even stoppen?’
Ze knikt.
Patrice parkeert de wagen zoveel mogelijk achter de bomen. Zodra de motor stil ligt, verdwijnt zijn hand onder haar bloes en de hare in zijn broek. Als hij na een poos een condoom tevoorschijn haalt, wringt ze zich los uit zijn armen. Hij is verrast.
‘Toch niet zo vlug,’ stamelt ze, ‘Ik heb het nog nooit gedaan…’
Zijn ogen worden iets doffer. Hij steekt het condoom weer weg. Op hun rug liggen ze naast elkaar in de wagen. Alleen de haartjes op hun handen raken elkaar nog. Ontelbare sterren zijn getuige van hun ongemakkelijk liggen en zwijgen. Als het te fris wordt, rolt Patrice het dak dicht en rijden ze verder. Farahilde merkt haast meteen een wegwijzer naar de camping op. Blijkbaar waren ze de hele tijd al vlak in de buurt. De Renault draait de parking op. Hun lippen zoeken elkaar weer.
‘Vind je de weg terug in het donker wel? Anders,’ Farahilde aarzelt. ‘…kan je blijven slapen.’
‘Vindt je vriendin dat goed?’
‘Ze moet wel. Het is allemaal haar schuld.’ Ze verheft haar stem.
Samen wandelen ze naar de tent. Als Farahilde het zeildoek openritst, schrikt An wakker. ‘Weet je wel hoe laat het is?’
‘Weet je wel dat Mo me zomaar heeft achtergelaten? Wees blij dat je me nog levend ziet.’ Ze wijst naar Patrice. ‘Hij blijft hier slapen.’
An springt overeind. Voor ze iets kan zeggen sleept Farahilde haar luchtmatras naar de voortent. ‘Er is niet veel plaats,’ gebaart ze naar Patrice.
Hij glimlacht. Met hun kleren aan vallen ze te dicht bij elkaar in slaap.
Scène 2
Een ijzingwekkende gil weergalmt door hun nog bijna lege huis als Farahilde de kreeft in het kokendhete water onderdompelt. Meteen daarop rinkelt de telefoon.
‘Alles oké?’ vraagt Walter als hij haar schorre stem hoort.
‘Ik heb net een moord gepleegd, verder alles oké!’
‘De kreeft?’ is Walter meteen mee.
‘Het beest hield zich koest, maar ik denk dat de buren mij konden horen. Ik maak nooit nog kreeft!’
‘Als het maar lekker is,’ lacht Walter, ‘Ik zal over een uur thuis zijn.’
Farahilde werkt de kreeftensla af. Daarna trekt ze zich terug in de badkamer onder een wolk schuim. Toen ze het huurcontract van hun rijtjeswoning opzegden, hadden ze over het hoofd gezien dat ze de vloerverwarming in hun nieuwe huis pas een maand nadat de tegels gelegd werden, mochten opstarten. Overmorgen is het zover. Ondertussen wonen ze in de keuken waar ze het met bijzetkacheltjes warm proberen te krijgen. Maar de thermometer wijst amper zestien graden aan. Gelukkig kunnen ze af en toe naar de badkamer vluchten. Een extra radiator verspreidt daar wel een zalige warmte. Ze wrijft zich met een zachte handdoek droog. Haar huid gloeit. Dan smeert ze haar hele lijf in met lichaamsmelk en brengt ze make-up aan. Ze kiest haar frivoolste lingerie uit, trekt er een strakke jeans over en wel drie truien. Een bloemensjaaltje en grote parelmoeren oorbellen zorgen voor de finishing touch. Ze voelt zich een eskimo in feestkledij, maar ze mag gezien worden.
Uit een kartonnen doos diept ze hun trouwservies op en schikt het op de keukentafel. Naar de wijnglazen moet ze wat langer zoeken. Ze werkt de tafel af met papieren servetten vol harten en een zee van theelichtjes.
Als ze het laatste kaarsje aansteekt, zwaait de achterdeur open en staat haar liefste daar met een grote bos rode rozen. Hij kust haar in haar nek. ‘Fijne Valentijn!’
Terwijl hij snel een douche neemt, en zijn maatpak wisselt voor een warme fleece, legt ze de laatste hand aan de aperitiefhapjes. Walter zet Vaya con Dios op en ontkurkt de champagne. Farahilde tovert het ene exquise gerecht na het andere op tafel.
‘Dat verdient hier een Michelinster,’ paait Walter haar.
‘Als je niet naar de vuile afwas op het aanrecht kijkt,’ wuift ze het compliment weg.
Naarmate er meer wijn vloeit, vergeten ze de kilte in huis, en kunnen de kale witte muren, de vele dozen die nog moeten uitgepakt worden en al wat ze nog moeten afwerken hen niet meer deren.
Als Farahilde de ‘flensjes Cupido’ opdient en ze er de laatste fles voor vanavond bij kraken, kruipen ze dichter bij elkaar. Even later verdwijnen ze naar boven. Onder de dikke dons pellen ze langzaam hun vele lagen kleren af. Eerst knuffelen ze kalmpjes. Algauw wordt hun bed een vulkanisch landschap met wel erg veel geothermische activiteit. Uiteindelijk dommelen ze in mekaars armen in.