Opdracht 6 Elisabeth Leysen

11 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

scène 1

 

Je fotografeert te snel, zei de leerkracht op de academie. Je fotografeert te snel en je maakt te veel foto’s. Je moet eerst kijken, goed kijken. Je gaat ergens op een bank zitten en je kijkt. Pas na een uur of twee mag je fotograferen. Meer kijken en minder fotograferen, dat werd de volgende opdracht. Ze maakte een afspraak met haar model. Hij was al vier jaar haar model. Vier jaar geleden had hij aangeboden om haar model te zijn. Hij had toch niets beters te doen, zei hij. Enkele keren per jaar boekte ze de studio op de academie voor een fotoshoot met hem.

De studiosessies hadden altijd hooguit drie kwartier geduurd. Nu had ze drie uur van zijn tijd gevraagd. Ze zou hem thuis oppikken, ze zouden de tram nemen naar de stad en daar zouden ze ontbijten. Pas dan zou ze haar fototoestel bovenhalen. Dat was de oefening, had ze hem uitgelegd, want ook voor hem was het nieuw. Het zou een oefening worden in niet fotograferen. Of pas na een tijd fotograferen.

 

Ze voelt een vreemd soort opwinding. Deze keer hebben ze niet afgesproken in de academie. Deze keer geen opstelling met studioflitsen en statieven. Ze belt bij hem aan en ze gaan naar de stad. Ze gaan nooit met z’n tweeën naar de stad. Hij is eigenlijk meer een vriend van haar man.

Ze ontbijten in een plek op de Steenhouwersvest. Hier is alles bio, ambachtelijk en vers. Ze stelt vragen en luistert, als bij een interview. Ze kijkt naar de man rechtover haar. Hij is geen model meer, maar een man met een verhaal. Hij heeft politieke en sociale wetenschappen gestudeerd, heeft stage gelopen op een kabinet en maakt nu carrière als lobbyist. Hij leert Russische ondernemers hoe ze in Europa een voet aan de grond kunnen krijgen.

Ze kent hem al zo lang, maar ziet hem nu voor het eerst echt. Ze is blij dat ze haar nieuwe jurk heeft aangetrokken. Ze voelt zich mooi in die jurk. En ze ziet hoe hij geniet van de aandacht.

 

Ze betaalt en ze wandelen langs de kleine straatjes en pleinen van de oude stad. Dan zijn ze plots op een groot plein. Hij poseert voor de plek waar hij ‘s nachts vaak hamburgers at, vlakbij de kathedraal, toen hij nog studeerde. De betovering dreigt te verbreken, hier is de wereld te veel de wereld, ze voelt dat ze meer afzondering wil. Ze lopen door een steegje met kasseien, de huisjes hebben ramen met luikjes en glas-in-lood. Het steegje lijkt op te houden maar dan zien ze, onder een Christusbeeld, toch nog een doorgang naar een kleine overdekte binnenplaats. Dit zijn plekken waar ze van houdt. Historische plekken met weinig licht. Het model wacht op instructies, leunt wat tegen de muur en kijkt naar haar. Ze geeft geen instructies, ze zegt helemaal niets meer en begint te fotograferen. Een groepje Japanse toeristen hebben de doorgang onder het Christusbeeld ook gevonden en mompelen een soort verontschuldiging, maar zij ziet alleen nog de man voor haar camera. De man poseert niet meer, wil niet meer weten wat van hem verwacht wordt. Hij kijkt alleen nog. Hij vraagt of het goed is dat hij zijn handen in zijn zakken houdt. Ze gebaart dat het prima is en denkt er niet verder over na. Pas als ze weer thuis is en de foto’s bekijkt, beseft ze hoe intens dit ook voor hem is geweest.

 

Ze begint een dagboek. Dit kan ze aan niemand vertellen. Dit mag ze aan niemand vertellen. De volgende dag doet ze haar verhaal toch, op de academie, in een gesprek alleen met de leerkracht. De leerkracht lijkt niet echt verrast. Dit is wie jij bent, Elisabeth. Voor jou is alles intens en persoonlijk. Jouw beelden zijn altijd biografisch. Jij wil niet gewoon een technisch goed gemaakt portret hebben. Jij wil het verhaal vertellen van de persoon voor de camera. Dat kan alleen als er echt sprake is van een ontmoeting.

 

Ze rouwt. Ze schrikt van de pijn die ze voelt. Dit is de haast fysieke pijn van het verlies. Ze schrikt van de aantrekkingskracht die uitgaat van het model. Ze wil dit begrijpen, ze wil doorgronden waar die aantrekkingskracht vandaan komt en zoekt naar vakliteratuur over de relatie tussen de kunstenaar en zijn model. Ze vindt antwoorden in de psychoanalyse, in een tekst van Zizek over het sublieme in de films van David Lynch. Het model als subliem object. De kunstenaar kijkt naar het model en voelt daarbij de kracht van zijn eigen verlangens. Dit is het soort fotograaf dat ze wil zijn. Dit is het soort intensiteit dat ze zoekt. Ze wil portretten maken omdat dat de meest intense vorm van aandacht is. De pijn, de rauwe pijn van het verlies, die neemt ze er dan wel bij.

 

 

scène 2

 

Er groeit mos tussen de kasseien naast het huis. Dikke stukken mos. Ze herinnert zich hoe haar moeder vroeger op haar knieën onkruid van tussen de kasseien schraapte. Zeker zestig vierkante meter kasseien, naast het huis. Het had ook met een product gekund. Product in een spuitbus, sproeien, even wachten en klaar. Dat moet de buurman zeker gedacht hebben, toen hij met zijn fiets voorbij reed en haar moeder op de knieën zag zitten. De buurman had product en spuitbus klaar, maar hij zweeg, want hij wist dat het toch geen zin had. Haar ouders waren tegen producten.

 

Haar vader zit voor het raam in de keuken. Vier maanden na de dood van haar moeder kreeg haar vader een zwaar herseninfarct. Precies op vaderdag. Ze hadden nog samen pannenkoeken gegeten en toen zij en haar zus alweer weg waren, kreeg hij het infarct. Ze hebben hem pas de volgende dag gevonden. De dokters hadden voorspeld dat hij nooit meer naar huis zou kunnen, maar na vier maanden revalideren mocht hij weer naar huis. Sindsdien zit hij voor het raam in de keuken en slaapt. Eerst dachten ze nog dat ze hem moesten aanmoedigen om te bewegen, dingen te doen, maar daar werd haar vader heel ongelukkig van. Alsof hij een luierik was. Als je veel slaapt, dan is dat omdat jouw lichaam dat nodig heeft, had de neurologe vriendelijk gezegd en dat was het einde van de aanmoedigingen. Als haar vader niet slaapt, kijkt hij naar de tuin. Ze vermoedt dat hij het wel erg vindt, van het mos, maar hij zegt dat het hem niet kan schelen.

 

Ze steekt een filmrolletje in de camera. Haar vader kijkt toe. Het is zijn camera. Meer dan vijftig jaar geleden had hij de camera gekocht. Haar hele kindertijd is vastgelegd met die camera. Zij en haar vader in de tuin van het oude huis. Haar vader had net een sneeuwman gemaakt. Verjaardagstaarten met kaarsjes en vergenoegde kindergezichtjes. De hond Alfie in het nieuwe hok. Haar kleine zusje doodsbang op de slee die veel te snel de berg afgleed. Zij en haar kleine broertje met de mutsen die haar moeder had gebreid. Het oudste kind is nu fotograaf geworden. De camera is wat zij en haar vader nu delen.

 

Er woont een haas in de tuin, zegt haar vader. Hij heeft waarschijnlijk zijn leger onder de berg takken in de boomgaard achterin de tuin.

 

Het is stil buiten. In de verte hoort ze de geluiden die ze al hoorde als kind. Het opgewekte zingen van de vinken. Grote landbouwmachines die nog heel veel willen doen voor het donker wordt. De slaapvlucht van de kauwen. Ze heeft niet alleen foto’s, maar ook al enkele filmpjes gemaakt. Er is niet zo heel veel te zien op de filmpjes, je ziet alleen wat takken bewegen in de wind, maar je hoort de geluiden. In de filmpjes gaat niets weg en blijft alles zoals het was.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

11 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket