Opdracht 8 - Dingen die niet overgaan - Veerle Schaltin (deel 2)

2 jun 2018 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket

h

Haar eigen paar

 

Zodra ze de kamer binnenstapt, voelt ze dat Rebecca en zijzelf hier niet alleen zijn. De lucht is dens alsof een onzichtbare nevel de ruimte vult.

‘Ik heb je voorouders al uitgenodigd’, zegt Rebecca terwijl ze een kop thee inschenkt.

Farahilde tuit haar lippen. Ze wil iets zeggen, maar de woorden stokken in haar keel. Haar hele leven al morrelt ze maar wat aan. Ze heeft het gevoel dat ze met een rem op leeft. Dat wil ze niet langer. Ze heeft al zoveel geprobeerd… Ze heeft al zoveel geleerd…, maar slaagt er niet in er echt iets mee te doen.

Rebecca had haar aangeraden haar voorouders om hulp te vragen door erover te schrijven. Elke ochtend heeft ze trouw haar schrift genomen en drie pagina’s vol gepend. ‘Lieve voorouders, weten jullie waarom ik zo vastzit?...’

Ze begreep geen snars van de antwoorden die haar voorouders haar stuurden. Hopelijk kan Rebecca helpen om het duidelijk te maken. Ze neemt een slok van haar thee.

‘Je wil dus weten waarom je voortdurend remt,’ begint Rebecca.

Farahilde wipt van haar ene been op haar andere.

‘Neem dan maar een kussen dat jezelf voorstelt uit de bak daar.’

Ze kiest een klein roze en legt het midden in de kamer.

‘Neem er ook een voor je rem.’

Nu pakt ze het grootste. Dat laat ze pal op het roze kussen vallen.

Rebecca legt er nog een kussen bij. ‘Dit is je grootvader. Ik voel dat hij hiermee te maken heeft.’

‘Kan best,’ knikt Farahilde, ‘Hij kwam ook in mijn schrijfsels voor.’

Terwijl Rebecca zich concentreert op de boodschappen die ze via de kussens doorkrijgt, zet Farahilde zich op een stoel aan de kant. Het is niet dat ze zich niet op haar gemak voelt bij de gestorven mensen in deze kamer, maar dat die zo meteen iets gaan onthullen, waarvan ze niet weet hoe groot het is, en welke invloed het op haar leven zal hebben, zorgt voor een spanning die kolkt in haar ingewanden. Ze neemt de thee van de tafel en klemt hem stevig in haar handen. Hij kan haar niet verwarmen.

Eerst vertelt Rebecca wat ze bij elk kussen waarneemt. Ze blaast en zucht als ze de rem probeert op te tillen. ‘Ik voel veel weerstand, maar ik weet dat het niet jouw rem is. Hij is van je grootvader.’  Uiteindelijk lukt het haar toch hem van het roze kussen af te schuiven. Ze haalt er nog twee kussens bij. ‘Ik weet niet wie dit zijn, maar ze horen hier.’

‘Misschien mijn nonkel en mijn vader.’

Rebecca schudt haar hoofd.  Na lange tijd fluistert ze: ‘Dit zijn soldaten. Het is oorlog.’ Ze vouwt haar handen op haar hart. ‘Er is iemand gedood.’

Farahilde weet dat haar grootvader in de eerste wereldoorlog heeft gevochten. Ze heeft zijn ‘Oorlogsgedenkenis’ gelezen. Daarin rept hij met geen woord over wat er zich tijdens de veldslagen heeft afgespeeld, maar het lijkt haar niet zo vreemd dat hij iemand zou hebben doodgeschoten. Dat gebeurt nu eenmaal tijdens een oorlog. Een stilte die als een obus ontploft, maakt duidelijk dat het niet zo eenvoudig is.

Rebecca schuifelt van het ene kussen naar het andere en terug. Traag, tergend traag. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes. Op het puntje van haar stoel volgt Farahilde al haar bewegingen. Zeg iets, denkt ze, zeg toch iets. Rebecca’s lippen bewegen even, maar er komt geen klank uit. Ze piert in het ijle. Plots heft ze haar arm op en houdt hem als een pistool tegen haar hoofd. Met grote ogen kijkt ze Farahilde aan.  ‘Het was niet op het slagveld. Ook geen moord. Het was een afrekening. Wie niet eerst schoot ging eraan. Hij heeft de trekker overgehaald.’

Farahilde schuift nog meer naar voor op haar stoel. De kamer wordt een vrieskist.

 

Het is druk op de baan als Farahilde naar huis rijdt. Slechts flarden van het radionieuws dringen tot haar door. Een agent is bij een aanslag op de Champs-Elysees omgekomen… Wat betekent zijn leven bij het leven dat haar eigen grootvader zomaar heeft afgeknald? Op een ander moment zou ze helemaal niet bij deze agent blijven stilstaan. De media kapt bijna dagelijks berichten over aanslagen met liefst zoveel mogelijk doden en gewonden als hete pek over de wereld uit. Het maakt haar immuun voor de brandwonden. De pek die zij deze middag over zich heeft gekregen, brandt wel, tot diep in haar ziel. Rebecca heeft verteld dat het tijdens een spel was gebeurd, een weddenschap. Een gezaghebber had haar grootvader en een kameraad allebei een pistool in de handen gedrukt. Hij dwong hen de revolver tegen elkaars slaap te houden. ‘Wie heeft hier lef?’ had hij gelachen, ‘Vooruit! Toon het!’

Haar grootvader had over zijn hele lijf getrild en geschoten. Hij smeet het pistool weg en stormde de abri uit recht naar de vuurlinie. Kogels floten er een nacht lang om zijn oren, maar geen enkele wilde hem raken. Toen hij de volgende morgen naar hun schuilplaats was teruggekeerd, was het lijk opgeruimd en had iedereen luidop gezwegen. Hij was opnieuw het slagveld opgelopen.

Een vrachtwagenchauffeur toetert omdat Farahilde hem niet laat invoegen. Ze maakt zich zo klein mogelijk en remt. Zoals ze dat al haar hele leven heeft gedaan. Net zoals haar grootvader na die afrekening. Hij had zich onzichtbaar gemaakt en gezwegen. Zij heeft al die tijd in zijn schoenen gestaan. Nu is het moment gekomen om haar eigen paar aan te trekken. Ze drukt het gaspedaal stevig in.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

2 jun 2018 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket