opdracht Lieve en opdracht Riet

KarenC
14 okt 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Opdracht 1 Riet Evers

 

Voor de derde keer kijk ik op mijn horloge. Alsof ik nog niet weet dat het 23.22 uur is en dat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mijn laatste trein zal missen. In mijn hopeloze haast zwier ik mijn tas iets te wild over mijn schouder. Los tegen een even late medereizigster aan. Ze zoekt even naar haar evenwicht, maar duwt me dan prompt en met vaste hand op het wachtbankje in de stationshal. “Zitten!” “Euh…, sorry… mevrouw,” stamel ik. “Ah. Hij kan toch met twee woorden spreken”, zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij. “Eens kijken.” En ze graait mijn geruite pet van mijn hoofd. “Mevrouw…”, stamel ik weer, terwijl ik me afvraag waar ik dat vrouwmens eerder gezien heb. Is dat niet die zelfverklaarde kookboekschrijfster die Paul Jambers dagelijks een tong draait nadat ze haar portie vers fruit in de mixer heeft gegooid? “Wat zit er in die tas?”, vraagt ze. “Mevrouw Jambers,” zeg ik, “dat gaat u geen reet aan.” Ze keilt mijn hoofddeksel tegen mijn neus en beent zonder verder nog iets te zeggen de stationshal uit. De wijzers van de stationsklok hebben de twaalf ingehaald. Ik kan het niet laten om nog even naar mijn horloge te kijken: 00.06 uur. Een nieuwe dag, een nieuw verhaal.

 

Opdracht Lieve Laureyssen

 

Ik vroeg hem of hij niet naar binnen wilde komen. “Sebiet”, mompelde hij. De pretlichtjes in zijn bijna zwarte ogen keken heel even in mijn richting. De herfstzon was achter de horizon verdwenen en het werd kil in de schaduw van de langgevelhoeve waar mijn grootouders een halve eeuw gewoond hadden. Met tussenpozen van exact 48 seconden steeg er een rookwolkje op uit zijn pijp. Het bankje waarop hij sinds mensheugenis zijn avonden doorbracht was ooit koningsblauw gelakt geweest. Het had al lang geen verf meer gezien. Dat was niet anders voor de raamkozijnen en de voordeur. Mijn grootvader was een man in grijstinten geworden. Zijn huid had de allures van een oude krant. “'k zen ze kwaat”, zei hij elke avond na een laatste blik geworpen te hebben op het bloemenperkje dat hij plichtsbewust maar met grote tegenzin onderhield sinds mijn grootmoeder overleden was. Ik ging naar binnen om mijn wollen vest te halen, want ‘sebiet’ zou nog wel even duren. Toen ik stilletjes naast hem wilde gaan zitten, zag ik dat zijn pijp op de grond gevallen was. De pretlichtjes waren uit. Ik had er alles voor gegeven om de tijd 5 minuten te kunnen terugdraaien.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

KarenC
14 okt 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket