KarenC

Gebruikersnaam KarenC

Teksten

Workshop creatief schrijven voor zakelijke schrijvers

  Beginsituatie: Deelnemers kunnen vlot en helder formuleren. Deelnemers kunnen doelgericht schrijven. Deelnemers weten wat lezersgericht schrijven inhoudt. Leerdoelen: Deelnemers leren hoe ze hun teksten kunnen verlevendigen door: hun schrijfproces creatiever aan te pakken; zintuiglijk en beeldend te schrijven; de schrijffase uit te stellen en (meer) tijd te nemen voor de transformatiefase. Deelnemers krijgen vooraf de vraag om een zelfgeschreven zakelijke tekst (max 1 A4) mee te brengen.   SESSIE Kennismaking Namenrij alfabetisch (5 min) “Ik ook” Deelnemers staan recht. Om de beurt vertelt een deelnemer iets over zichzelf. Bv.: “Ik ben Karen en ik heb twee kinderen.” Als een andere deelnemer ook twee kinderen heeft, zegt die ‘ik ook’ en is hij/zij aan de beurt om iets te vertellen. Als een deelnemer iets over zichzelf vertelt waar niemand ‘ik ook’ kan op antwoorden, mag ze gaan zitten. Het spel is afgelopen als iedereen zit. (10 min) Eerste, korte oefening op zintuiglijk schrijven Denk aan je laatste vakantie. Waar was je? Met wie? Wat deed je? Beschrijf wat je zag, hoorde, proefde, voelde, rook. Schrijf in de tegenwoordige tijd. Max 10 lijnen. (10 min) Enkele vrijwilligers lezen hun tekst voor. De groep geeft feedback: wat deed deze tekst met jou? Wat raakte jou? Hoe kwam dat? (10 min) Deelnemers even laten reflecteren op de vraag: Is er een verschil met de zakelijke teksten die je schrijft? Hoe komt dat? Wie wil, mag zijn antwoord delen met de groep. (5 min) Overzicht van de workshop en inzicht in het creatief schrijfproces Elke deelnemer noteert voor zichzelf de acties die hij/zij onderneemt tijdens het schrijfproces van een tekst. Om het concreet te maken, kan de tekst die ze mee hebben als voorbeeld dienen. Een actie per post-it (5 min) Moderator plakt de post-its in het schema: 9 fasen van een creatief schrijfproces. Moderator geeft mee dat de verschillende fasen best niet door elkaar lopen, maar dat het proces niet lineair hoeft te verlopen. In deze workshop ligt de focus op de transformatiefase en de eerste schrijffase. (10 min)   Enkele technieken om input te genereren door associaties Deelnemers vormen groepjes van 4. (1) Deelnemers krijgen de opdracht om in hun eigen tekst 2 kernwoorden te omcirkelen (moeten zn zijn). Ze geven een woord aan hun linkerbuur en het andere woord aan hun rechterbuur. Deze krijgen de opdracht om binnen 1 min een kettingassociatie te maken van minstens 10 woorden. Het laatste woord van de ketting geven ze terug aan degene die hen het beginwoord gaf. Deze krijgt de opdracht om een woord te bedenken dat de twee woorden verbindt. (10 min) (2) Deelnemers omschrijven in max. 1 zin het onderwerp van hun tekst en schrijven dit in het midden van een A4. Dit blad geven ze aan het groepslid dat nog geen woord van hen kreeg. Deze krijgt 10 minuten om minstens 50 woorden te bedenken die hij/zij associeert met het onderwerp. Hij/zij noteert ze op de A4 en geeft de A4 terug aan de eigenaar. (15 min) (pauze)   Beelden en/of metaforen bedenken Deelnemers krijgen 10 min om op basis van het verzamelde materiaal een beeld of metafoor te bedenken dat hij/zij kan gebruiken in zijn/haar tekst. (10 min) Korte feedbackronde: enkele deelnemers vertellen wat dit hen heeft opgeleverd (5 min). Op zoek naar originele invalshoeken Deelnemers zoeken een partner waar ze nog niet mee samenwerkten vandaag. De partner stelt zoveel mogelijk vragen over het onderwerp van de tekst. Wat zou hij/zij te weten willen komen over dat onderwerp? De ‘bevraagde’ beantwoordt de vragen indien mogelijk. Na 10 min. even tijd nemen om kort de vragen te noteren waar de schrijver zelf nog niet aan gedacht had. Wisselen. (25 min) Free writing (10 min) Deelnemers starten aan een nieuwe versie van hun tekst. 10 minuten doorschrijven. Afsluiter: wat neem je mee? Deelnemers schrijven met dikke stift een woord op een A5 en tonen dit aan de groep. Kort ingaan op deelnemers op hun blad geschreven hebben. (10 min)

KarenC
0 0

opdracht Lieve en opdracht Riet

Opdracht 1 Riet Evers   Voor de derde keer kijk ik op mijn horloge. Alsof ik nog niet weet dat het 23.22 uur is en dat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mijn laatste trein zal missen. In mijn hopeloze haast zwier ik mijn tas iets te wild over mijn schouder. Los tegen een even late medereizigster aan. Ze zoekt even naar haar evenwicht, maar duwt me dan prompt en met vaste hand op het wachtbankje in de stationshal. “Zitten!” “Euh…, sorry… mevrouw,” stamel ik. “Ah. Hij kan toch met twee woorden spreken”, zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij. “Eens kijken.” En ze graait mijn geruite pet van mijn hoofd. “Mevrouw…”, stamel ik weer, terwijl ik me afvraag waar ik dat vrouwmens eerder gezien heb. Is dat niet die zelfverklaarde kookboekschrijfster die Paul Jambers dagelijks een tong draait nadat ze haar portie vers fruit in de mixer heeft gegooid? “Wat zit er in die tas?”, vraagt ze. “Mevrouw Jambers,” zeg ik, “dat gaat u geen reet aan.” Ze keilt mijn hoofddeksel tegen mijn neus en beent zonder verder nog iets te zeggen de stationshal uit. De wijzers van de stationsklok hebben de twaalf ingehaald. Ik kan het niet laten om nog even naar mijn horloge te kijken: 00.06 uur. Een nieuwe dag, een nieuw verhaal.   Opdracht Lieve Laureyssen   Ik vroeg hem of hij niet naar binnen wilde komen. “Sebiet”, mompelde hij. De pretlichtjes in zijn bijna zwarte ogen keken heel even in mijn richting. De herfstzon was achter de horizon verdwenen en het werd kil in de schaduw van de langgevelhoeve waar mijn grootouders een halve eeuw gewoond hadden. Met tussenpozen van exact 48 seconden steeg er een rookwolkje op uit zijn pijp. Het bankje waarop hij sinds mensheugenis zijn avonden doorbracht was ooit koningsblauw gelakt geweest. Het had al lang geen verf meer gezien. Dat was niet anders voor de raamkozijnen en de voordeur. Mijn grootvader was een man in grijstinten geworden. Zijn huid had de allures van een oude krant. “'k zen ze kwaat”, zei hij elke avond na een laatste blik geworpen te hebben op het bloemenperkje dat hij plichtsbewust maar met grote tegenzin onderhield sinds mijn grootmoeder overleden was. Ik ging naar binnen om mijn wollen vest te halen, want ‘sebiet’ zou nog wel even duren. Toen ik stilletjes naast hem wilde gaan zitten, zag ik dat zijn pijp op de grond gevallen was. De pretlichtjes waren uit. Ik had er alles voor gegeven om de tijd 5 minuten te kunnen terugdraaien.

KarenC
0 0

Meer blauw in huis

(Column voor Charliemagazine)   Open brief aan mama Meer blauw in huis     Geachte mama   Ik eis meer blauw in huis. Nee, ik heb het niet over die laatste aflevering van de Smurfen die ik niet mocht uitkijken omdat het al zo laat was. Ik heb het over mijn persoonlijke veiligheid. Het wordt dringend tijd dat je daar meer mensen en middelen voor vrijmaakt, want na drie jaar stevent mijn engelbewaarder onmiskenbaar af op een burn-out.   Profylactische maatregelen gevraagd “Zwakke longen”, zei je, als mensen vroegen waarom ik zo vaak ziek was de eerste maanden. Of: “de tijd van het jaar”. Alsof ik voorbestemd was voor longinfecties. Heb je wel eens gedacht aan die miljoenen schadelijke eencelligen die zich permanent huisvesten in de duploblokken van mijn broer? Om nog maar te zwijgen van de broeihaard die mijn broer zelf is.  Je mag nog van geluk spreken dat het maar een banale virale infectie was waarmee ik in het ziekenhuis belandde. Het had evengoed Ebola of vogelgriep kunnen zijn.   En weet je nog, in de zomer? Ik kon niet eens op eigen benen staan maar moest toch al mee naar de speeltuin. Ik dacht dat je me ‘aapje’ noemde omdat je me schattig vond, maar blijkbaar dacht je echt dat ik in de lianen ging slingeren. Pokkeheet was het. Eén dun laagje zonnecrème moest volstaan om het zandbakzand aan mijn ledematen te plakken. Je vond het niet nodig om een body aan te doen onder mijn t-shirt. “Te warm”, vond je. Wist ik veel dat het dan geen goed idee is om op mijn buik van een hete glijbaan te gaan. Mijn buik had je zelfs niet ingesmeerd. Dacht je dat aapjes genoeg hebben aan hun zomervacht als bescherming tegen de zon?   Duurzaam dreigingsniveau Vorige week had je weer zo’n zak spullen klaargezet om naar de kringwinkel te brengen. Sinds ik schoolgerechtigd ben, kijk ik die zak altijd eerst even na voor je hem wegbrengt. Je hebt namelijk de neiging om daar dingen in te stoppen die ik zelf nog kan recycleren. Naast mijn loopeendje vond ik er een boekje van Kind en Gezin in, en een dvd van de Gezinsbond: ‘Veilig in en rond het huis’. Dat loopeendje kan ik nog gebruiken om mijn broer weg te jagen als hij zich komt moeien met mijn duploconstructies. De dvd heb ik op je bureau gelegd.  Kijk er nog maar eens goed naar als je denkt dat je het dreigingsniveau kan laten zakken. Dan hoef ik niet meer van de trap te tuimelen zoals die keer toen er op de derde trap nog een vuile onderbroek lag. Voor aapjes geen probleem misschien, maar wel voor mij als ik poepschuivend van de trap hots.     Dat van gisteren deed echt wel de deur dicht. Die van de garage nog wel. Je ging nog snel even iets uit de auto halen, zei je,  terwijl ik nietsvermoedend in de zandbak zat te spelen. De sleutel hing nog aan het haakje in de keuken. Garagedeur in het slot. Ik wou dat je terugkwam maar je bleef maar zeggen dat je dat niet kon. Met mijn 94 centimeter kon ik niet bij de deurklink, nee.  Het had dus geen zin om te blijven roepen door de spleten van de tuinomheining dat ik de deur moest open maken. Waarom je me per se die speelgoedbak naar de garage wilde laten slepen, moet je me bij gelegenheid nog eens uitleggen. Aapjes zijn geen muilezels. Veel te zwaar. Ik bleef maar roepen dat je terug moest komen en opeens hoorde ik je ook niet meer. Toen werd het me te veel. Tranen met tuiten heb ik gehuild. Mama weg.   Gezocht: nieuwe mama Beste mama, je hebt geluk dat ik nog geen stemrecht heb, want dan had ik je al lang weggestemd en ingeruild voor zo’n helikoptermama die me zomer en winter insmeert met factor 50, wekelijks al mijn speelgoed (inclusief mijn broer) wast met Dettol en die me naast een helm ook arm- en beenbeschermers aandoet als ik ga fietsen. In plaats van me achteraf te willen troosten met van die stomme pleisters van Cars. En dan ruil ik meteen ook mijn papa in voor een exemplaar dat alle kasten vast vijst in de muur en zijwieltjes aan mijn loopfiets zet.   Zo. Geef me nu maar een knuffel en een banaan.   Je aapje   P.S.: Wat deed je daar eigenlijk met de ladder van de buurman toen ik de garagedeur openduwde? Je trok wel grote ogen toen ik daar met mijn betraand en besnotterd gezicht op dat kampeerstoeltje stond te blinken. A-pe-trots was ik.

KarenC
0 0

Fiets-o-strade

  Ik had er werkelijk naar uitgekeken om nog eens met de trein te reizen. Om het lelijke, lintbebouwde landschap voorbij te zien glijden. Van Antwerpen-Berchem naar Mechelen. Heen en terug voor acht euro. Mijn ticket klaargelegd naast mijn computer. Het plannetje met mijn wandelroute nog op de printer.     Reizigers met beperkte mobiliteit  Tot ik die ochtend de douche uit stap en mijn wateroren enkele onrustwekkende flarden uit het radionieuws opvangen: “spoorstaking… onaangekondigd… hinder”.  De woordvoerder van het spoor heeft weer de hondenjob om zich te verontschuldigen namens heel het bedrijf maar kan me niet vertellen wat ik wil weten. Ik vraag me even af waarom woordvoerders nooit mee staken maar verleg mijn focus meteen weer naar mijn acuut mobiliteitsprobleem. Ik ben nog een kleine twee uur verwijderd van mijn geplande aankomstuur in Mechelen.  Surfen naar de NMBS dan maar. Het wieltje blijft draaien en google chrome meldt me dat de pagina niet gevonden wordt. Ik vind wel een pagina voor ‘reizigers met beperkte mobiliteit’, maar ondanks mijn ingeperkte mobiliteit die ochtend, is deze dienstverlening blijkbaar niet voor mij bestemd.     Alternatieve mentale routes  Omdat ik er weinig voor voel om op een winderig perron te zitten wachten op een trein die niet komt, overweeg ik de auto. Niet dat ik met plezier in de wagen stap. Mijn autorijkunde voldoet aan alle clichés over vrouwen en autorijden. Alleen al bij de gedachte aan de Antwerpse Ring krijg ik acute darmproblemen. Vertel daar nog bij dat het spoor staakt en ik ren meteen naar het toilet. En dan weer naar de computer: ik googlemap een alternatieve route. Zonder de ring. Terwijl ik de boekentassen van de kinderen klaarmaak, is mijn man zo vriendelijk om de gps al even in te stellen. Langs zijn neus weg suggereert hij dat ik toch ook met de fiets kan rijden. Langs de fiets-o-strade.   Met de fiets. De fiets. Dat mijn hersenen deze alternatieve route niet namen. Ik rijd altijd met de fiets. Behalve wanneer ik met de trein rij. Ik weet dat er van Antwerpen naar Mechelen een autostrade loopt. En er is ook een spoorlijn. Waar vandaag weinig of geen treinen over rijden. Maar dat er naast die spoorlijn ook een fiets-o-strade loopt, dat is voor mij het nieuws van de dag. Ondertussen ben ik nog anderhalf uur verwijderd van het gewenste aankomstuur. Ik gooi snel mijn spullen en iets eetbaars in mijn fietsmand, geef mijn kinderen nog een zoen en spring op mijn fiets.    Train of thoughts  Ik heb met opzet niet gecheckt hoeveel fietskilometers zich uitstrekken tussen Deurne en Mechelen. Googlemaps vertelt me dat ik een uur en twintig minuten onderweg zal zijn. Ik duw de trappers stevig rond om dat waar te maken. Tussen Mortsel en Hove wordt er druk gefietst. Er is nog net geen sprake van accordeonfiles. Na Hove wordt het stil. Een verdwaasd konijn vlucht de wegberm in en vraagt zich wellicht af waar de treinen naartoe zijn. Mijn gedachten waaien alle kanten uit. Naar de stakende spoormannen. Naar de vakbonden en hun groene en rode vuilniszakken. Naar het woord ‘actiebereidheid’ dat meestal verengd wordt tot ‘stakingsbereidheid’. En hoe acties op weinig sympathie van de publieke opinie kunnen rekenen wanneer die acties stakingen zijn.     In Duffel zit een man te wachten aan het perron van spoor 1. In een elegant, grijs maatpak en met een bruine aktetas. Schijnbaar op weg naar zijn werk. Hoe lang zit hij daar al? Hoe lang zal hij daar nog zitten? Waar waaien zijn gedachten heen? Naar alternatieve vakbondsacties? Spoormannen die met bakfietsen gestrande reizigers meenemen langs de fiets-o-strade? Ik verlaat Duffel met een oud nummer van The Nits in mijn oren: Adieu, adieu, sweet Bahnhof, my train of thougts is  leaving.    Om exact negen uur dertig stap ik het cursuslokaal binnen. Nog niet als laatste. Want er was file op de E 313. Wegenwerken. Thuis ligt nog steeds een treinticket naast mijn computer.  Acht euro als kennismakingtarief voor de fiets-o-strade en een helder hoofd. 

KarenC
0 0

Hou je klas rookvrij en draai een film met Clara Cleymans en Kevin Janssens

    Rook je wel eens?  Waarom? Vind je het lekker? Of omdat het nu eenmaal cool is en al je vrienden het ook doen? Of om slank te blijven zodat je in de zomer mooi in je bikini past?  Of… gewoon… omdat…    Roken cool? Vergeet het maar!  Clara Cleymans en Kevin Janssens hadden ook goeie redenen om te roken. Clara: “Ik rookte omdat al mijn vriendinnen rookten en om slank te blijven.” Kevin geeft toe dat hij begon te roken omdat zijn lief rookte en om zijn zenuwen te bedwingen voor hij het podium op moest. Maar dat is verleden tijd. Clara en Kevin zijn rookvrij!   “Mijn lief kwam weer spontaan een tong draaien, sinds ik stopte met roken”, vertrouwt Clara ons toe, “en ik hoefde geen muntjes meer mee te nemen om mijn stinkende adem te verdoezelen.” Voor haar was het niet zo moeilijk om het stoppen omdat ze maar af en toe een sigaret opstak. Op de vraag wat haar vriendinnen daarvan vonden antwoordt ze: “Die waren stiekem jaloers omdat ik er veel beter uitzie nu ik niet meer rook.”  Kevin had het lastiger: “Ik rookte bijna een pakje per dag en als ik ging voetballen met mijn maten stond ik na een kwartier al te hijgen. Het was moeilijk om er vanaf te geraken, maar mijn conditie is stukken beter nu. En ik kan langer uitgaan… ik heb meer uithouding en meer geld (lacht). Reken maar uit hoeveel ik bespaarde als je weet dat een pakje sigaretten  x euro kost.”     Hou je klas rookvrij en win een filmworkshop met Clara en Kevin  Kevin en Clara willen van jouw klas een rookvrije klas maken. Ga de uitdaging aan en blijf met je klas zes maanden lang rookvrij. Wie weet sta je dan binnenkort wel samen met Kevin en Clara op de set! 

KarenC
7 0

Zinnen herschrijven

(1) De voorwaarden om een verzekering te kunnen afsluiten als u arbeidsongeschikt wordt. Een commissie die de armoede bestrijdt. Een dienst die de medewerkers van de huisvuilophaling leert werken met het roltrommelsysteem van de ophaalvrachtwagens.   (2) U moet een geldig paspoort bij zich hebben. Elke gemeente telt etnisch-culturele minderheden onder haar inwoners en wordt uitgedaagd om hiermee om te gaan in haar beleid.  Een gemeente kan deze doelgroep beter bereiken door werk te maken van: - diversiteitsmanagement in de dienstverlening; - effectieve methodieken voor inspraak en participatie; - aangepaste informatie over de werking van de gemeente.   (3) Wie inziet hoe belangrijk het is om naamwoordstijl en nominalisering te vermijden, zal ongetwijfeld leesbaarder schrijven.   (4) Het college van burgemeester en schepenen liet borden plaatsen in de nieuw ingerichte straat na reacties van de bewoners en andere belanghebbenden. Te grote vrachtwagens mogen de straat niet meer in.  De politie zal boetes uitdelen aan vrachtwagenbestuurders die het verbod negeren en schade veroorzaken. U voerde op 1 oktober onderhoudswerken uit aan het fietspad in de abdijlaan. Deze werken voldoen echter niet aan de contractvoorwaarden. (5) Pas deze tips over een vlotte taal om te scoren bij de lezer nu maar eens toe.   (6) Dit is mijn eerste keuze. Momenteel voelt het bestuur hier niets voor. We doen er alles aan om dit te vermijden. We zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de reclameboodschappen

KarenC
0 0

(Schrap wat niet past) Melding van keuze van levensbeschouwing

(Voor: Charliemagazine – charliemag.be) Niet gepubliceerd Of ik dat formulier alsjeblief zo snel mogelijk wil invullen, vraagt de juf, want de directeur heeft het dringend nodig. Het formulier in kwestie luistert naar de naam ‘Melding van keuze van levensbeschouwing’ en is afkomstig van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Ik plooi het formulier snel in vieren en duw het in mijn handtas terwijl ik mijn zoon een aai over zijn bol geef. Hugo (5, sorry, bijna 6) gaat er prat op dat hij alle sommen tot twintig al kan en ook al vat hij de link tussen betekenis en betekenaar nog niet helemaal,  zijn letters moeten niet onderdoen voor de miniaturen van de gemiddelde middeleeuwse monnik. Kortom, hij is het kleuterdom ontgroeid en popelt om naar de grote school te gaan.  Alleen een levensbeschouwing heeft hij voor zover ik weet nog niet.  'Geef je eigen mening' Ik ben katholiek opgevoed. Ik heb daar – voor alle duidelijkheid – geen trauma’s aan overgehouden. Of dat ook geldt voor de leerkrachten die gepoogd hebben mij te onderrichten in het vak rooms-katholieke godsdienst, durf ik niet met stelligheid beweren. Ik koester warme herinneringen aan de uren op de achterste rij in de vaalgroen geschilderde klas in de meisjesschool ergens in de zuiderkempen. Vooral aan die keer dat we de leraar godsdienst - al de vierde dat jaar -  vanop de achterste rij teisterden met het irritant gerinkel van een speelgoedtelefoontje (het gsm-tijdperk lag nog ver voor ons). Hij vergaf ons tot zeven maal zeventig maal. Wanneer hij dan toch uit zijn slof schoot, kreeg hij droogweg te horen dat we god voor hem aan de lijn hadden. Wat vonden we dat hilarisch. Tienerhumor. Gelukkig evolueert een mens. Minder goeie herinneringen heb ik aan de steeds weerkerende opdracht in toetsen, proefwerken en examens: een in de klas besproken stelling gevolgd door 'Geef uw eigen mening.' Niet dat ik die niet had, die mening, maar het is me nooit gelukt om daar evenveel punten mee binnen te halen als met een fletse reproductie van de mening van de leerkracht in kwestie. Als 'afkeer ontwikkelen van dogma's' in het leerplan stond, heb ik dat leerdoel met glans bereikt.   Ondoorgrondelijke digitale wegen   Ik geloof oprecht dat onderwijsmensen – in of naast of onder welke zuil dan ook – bereid zijn om hun pedagogische werkwijzen in vraag te stellen en aan te passen aan een veranderende maatschappij. Ik ben dan ook hoopvol gestemd over de evolutie van het godsdienstonderwijs sinds de jaren negentig. Het ligt overigens niet in mijn aard om een keuze te maken die louter gebaseerd is op eigen ervaringen of van horen zeggen. Ik besluit de actuele leerplannen voor godsdienst en zedenleer naast elkaar te leggen in de hoop daar de nodige argumenten uit te destilleren voor een doordachte keuze. Zo gezegd, zo gedaan. Of toch bijna. Voor zedenleer ben ik klaar in een paar klikken. Voor katholieke godsdienst ligt dat iets moeilijker. De digitale wegen van de website van de Interdiocesane dienst voor katholiek onderwijs zijn ondoorgrondelijk en als het verloren schaap uiteindelijk de weg naar het leerplan gevonden heeft, blijkt die onheroepelijk dood te lopen. Maar ik volhard in de boosheid en na een mailtje naar mijn zus-die-in-het-onderwijs-staat, belandt een netjes gekaft exemplaar van het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs naast mijn computer.    Geloofstaal in vraag en antwoord   Zo komt het dat mijn man en ik 's op een frisse pinksteravond elk met een leerplan in de hand doorzakken in de zetel om elkaar beurtelings markante passages voor te lezen. Voor u bedenkt dat wij er wel een vreemd idee over romantiek op nahouden: markant is niet hetzelfde als pikant en we zijn verder niet van plan om hier een gewoonte van te maken.  De uitgangspunten lijken – voor leken die dit soort documenten niet op hun nachtkastje hebben liggen – voor beide planmakers grotendeels gelijklopend. In een notendop: kinderen doen groeien. Daar zijn we helemaal voor.  In het katholieke leerplan herken ik het wollige register uit mijn jeugdjaren dat kinderen leert denken en spreken in 'geloofstaal'. Dat nostalgisch gevoel heb ik niet bij de passages die mijn man voorleest uit het zedenleerplan. Waar de uitgangspunten en de vragen grotendeels dezelfde lijken, lopen de antwoorden wel enigszins uit elkaar. Kort samengevat: God is de weg, de waarheid en het leven versus de mens als maat van alle dingen. (Ja, uiteraard is dat te kort door de bocht.)   Slechts één hokje   Mijn man en ik zijn te ver van ons geloof gevallen om ons gedragen te weten door wat de rooms-katholieken ons kind willen meegeven. We kunnen ons meer vinden in wat de vrijzinnigen ons voorschotelen. Maar we voelen er weinig voor om van de ene naar de andere kerk over te lopen. En we zouden het jammer vinden als onze kinderen helemaal niks zouden meekrijgen uit de rijke roomse traditie.  “U kunt slechts één hokje aankruisen”, zegt het document dat ondertussen al een paar dagen op de keukentafel ligt. Alsof mijn levensbeschouwing in zo’n hokje te vatten is. Laat staan die van mijn oudste zoon. Volgens Van Dale is een levensbeschouwing ‘Iemands beoordeling en opvatting van het bestaan’, ook wel ‘levensvisie’. Mijn bewustzijn heeft toch wel bijna veertig jaar nodig gehad om iets te scheppen dat ik een levensvisie zou durven noemen.  Ze hangt misschien met haken en ogen aan elkaar, maar als er voor een twijfelaar als ik een ding zeker is, dan is het wel dat ze niet in steen gehouwen is. Panta rei, inderdaad.   Inwendige levensbeschouwelijke worsteling   Ik vind mijn eigen worsteling weerspiegeld en versterkt in de media waar al een paar dagen verbale strijd woedt over het voorstel van Lieven Boeve, topman van het Katholiek onderwijs. Hij wil  moslimleerlingen meer ruimte geven in 'zijn' scholen. Een moedig voorstel dat ik een wollig warm hart toedraag,  maar dat eens te meer een inwendige levensbeschouwelijke strijd blootlegt. Misschien dat ik het net daarom wel zo sympathiek vind. Want al twijfel ik meer dan Etienne Vermeersch over het al dan niet bestaan van god, ik ben het helemaal met hem eens als hij stelt dat ieder mens ongeacht de waarden en wereldvisie die hij van thuis uit meekrijgt uiteindelijk autonoom zijn – al dan niet godsdienstige – levensvisie moet opbouwen. En dat je dat proces niet bevordert door van bij de start een bepaalde godsdienst of levensvisie op te dringen.   Levensbeschouwelijke apartheid   Oh ja: of je nu voor godsdienst of voor zedenleer kiest, in beide vakken maken kinderen ook kennis met andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Maar wel nadat ze netjes gescheiden zijn van de kinderen wiens ouders op het formulier een ander vakje aangeduid hebben. Levensbeschouwelijke apartheid in scholen die zichzelf neutraal noemen dus. Hadden we onze zoon dan toch naar een katholieke school moeten sturen waar christenen, moslims en joden samen in de klas het Onze Vader leren bidden? Patrick Loobuyck, moraalfilosoof die in een vorig leven godsdienstwetenschappen studeerde, pleit voor één levensbeschouwelijk schoolvak voor alle leerlingen in alle netten. Hij wil dat vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie , kortweg LEF dopen. Alle kinderen leren samen in één klas wat goed en kwaad is en maken kennis met alle levensbeschouwingen. Dat klinkt aantrekkelijk. Alle Menschen werden  Brüder en we hoeven ons seculier post-christelijk hoofd niet meer te breken over formulieren waarop je maar één vakje mag aankruisen. Al heeft KU-Leuven rector Rik Torfs wel een punt als hij stelt dat zo'n vak niet zo neutraal is als Loobuyck wil laten uitschijnen omdat het vertrekt vanuit een seculiere maatschappijvisie. Ook zijn vrijzinnige vrienden zien overigens weinig heil in het voorstel van Loobuyck, lees ik in UVV-info, het magazine van de Unie Vrijzinnige Vereniginigen. Want er bestaan geen levensbeschouwelijk neutrale leerkrachten die zo'n neutraal vak op neutrale wijze kunnen geven. Maar geldt dat niet voor elk vak en elke leerkracht? Is een vak als geschiedenis met bijbehorende leerkracht politiek neutraal? Ik herinner me hoe Mevr. P., leerkracht godsdienst in het zesde jaar, lesgaf over Marx, Nietsche en Feuerbach. Personages die ik niet meteen in het rooms-katholieke kamp zou situeren. Hun visie strookte niet met het geloof van Mevrouw P. Maar dat was niet erg, integendeel. Zolang ze maar een duidelijk onderscheid maakte tussen de visie van haar geliefde filosofen en haar mening daarover.   Levensbeschouweljke grammatica   Het is geen goed idee om levensbeschouwelijke geletterdheid alleen over te laten aan de zuilen. Niet omdat ze er geen kaas van gegeten hebben. Wel om kinderen een gemeenschappelijke levensbeschouwelijke grammatica bij te brengen die hen toelaat om in dialoog te kunnen gaan met (kinderen met) andere levensbeschouwingen. Samen in één klas, dat spreekt. En als het even kan met gastcolleges van Etienne Vermeersch, Patrick Loobuyck, RIk Torfs en Mevrouw P. Vanmorgen heeft Hugo zijn levensbeschouwing gemeld aan de turnjuf. Ze heeft althans zijn formulier in dank aanvaard en op de juiste plek in het kastje van de juf gelegd. Ongetwijfeld een glorieuze start van Hugo's levensbeschouwelijke ontwikkeling.      

KarenC
0 0