Pablo

2 mrt 2020 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket

Een jongen duinend naar het schavot,

een schrille wind verkneukelt zich met genot.

Een blik links en rechts, een grasspriet die prikt

zijn hand vliegert in de lucht, paniek werkt averechts, een hand die mikt.

Een jeansbroek onder het zand, een snijdend mes,

hij was gisteren nog een dreumes.

Een zucht verraad een gemis, zijn ouders voeden het moeras,

het begin van ambras.

Zand verbergt zich in zijn oren,

een leven, als een rukwind, verloren.

 

Een ochtend in het nieuws.

De oogverblinding schittert als zonlicht,

er is sprake van verhoogd toezicht,

iedereen met een gestreken gezicht.

Drama en toneel op het hoofdpodium,

leed en verdriet maken volle zinnen, een delirium.

Liefde en lijden liggen dicht bij pijn,

een spin in een web, gruwelijk en ragfijn.

Wanhoop is een broodje, belegd met azijn, voor de nacht,

 een kind verkracht, een jongen heeft geen macht,

de dood is nooit zacht.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

2 mrt 2020 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket