Samen zaten we op de bank
Een beetje onwennig
We staarden naar de vogels
Ik haat duiven, dacht ik
U heeft een mooie lach, zei ik
Ze knikte, want dat was hoe het was
We zwegen
Zo was het afgesproken
Toen het eerste blad viel stond ze op
Dag, zei ze, en ze lachte haar lach
Dag, zei ik, zelfbewust mijn eigen lippen krullend
Terwijl ze wandelde schopte ze de kruimels in het water