Je was van porselein.
In mijn hoofd legde ik je tussen zachte gedachten.
Zo breekbaar, het vergeten.
Je silhouette danste op elke plek waar ik heen ging, rondom mij.
Wat als ik je vergat?
Je vormde mijn dromen, mijn leven.
Ik maakte een porseleinen beeld van jou.
Zo glanzend.
Zo breekbaar dat het brak.
