WETEN
- wat weet de lezer over het onderwerp?
- Hij/zij werkt in marketing en heeft een duidelijke interesse in digitale marketing en communicatie
- Wat is de maatschappelijke positie van de lezer?
- Hogere opleiding, goed verdiener.
- Weet hij over de context ? Wat weet hij over jouw vakgebied?
- Genoeg, hij werkt in hetzelfde vakgebied of een positie met een raakvlak aan het onderwerp.
- Is de lezer een medestander of tegenstander? Welke belangen heeft hij/zij?
- de lezer is neutraal maar kan een andere opinie hebben dan die in de tekst, hij is kritisch. Zijn belang is het ontdekken van nieuwe informatie over zijn vakgebied, interesse.
- wat wil de lezer weten?
- informatie, werkwijzes, toepasbare methodes, oplossing voor een probleem?
- Hij wil hoofdzaken maar ook praktische details, niet teveel in detail.
- Hij wil benaderd worden als een gelijke gesprekspartner
- Hoeveel tijd wil hij hieraan besteden? Hij wil een kort informatief, niet te langdradig artikel lezen
- De lezer wil louter geïnformeerd worden, het is geen overtuigende tekst
- wil de lezer tot handelen aangezet worden, ergens wel, maar er is geen sprake van een harde call-to-action.
- Hoe staat de lezer tegenover het onderwerp? Er is zeker interesse in het onderwerp, maar ook met een kritische blik.
- Heeft de lezer vooroordelen? De lezer staat open voor de tekst en de suggesties maar omwille van zijn voorkennis kan hij ook bijzonder kritisch zijn of een andere mening hebben.
- Het gaat zeker over een ervaren lezer
- Hij kan lange teksten aan, maar niet in deze context. het gaat hier namelijk over een online artikel, dat kort en gebonden moet zijn.
- Hij kan abstractie aan maar dat is hier niet gepast.
- Hij begrijpt de vakjargon.