onderharts sluimert liefde
als gif door holle aders
maar overbrugt geen
torenhoge dalen meer
vergeefs bijt ik
me vast in je
als zout in veel
te diepe wonden
en sidder even
pijnlijk na
jij slaapt nu als doornroosje
maar voor jou geen prins meer
die moeiteloos je ijzig
koude lippen dooit