Klamte onder mijn vleugels
Opgezwollen, opgezet vertoef ik achter het vitrineglas,
uitgedroogd
Onophoudelijk schuiven schaduwen
door mijn uitzicht op de smalle corridor
Ze lopen voorbij, buigen even,
denken dat mijn massa hen traag toefluistert
Alsof ze mij kennen
De hele dag kijk ik naar mijn omgekeerde naam
die dof geworden is in het glas
Als ik mijn vleugels uitstrek,
valt een zeilboot in mijn schaduw
Ik steek zonder vleugelslag
een oceaan over
Nu sta ik met ingeklapte vleugels
jaar in jaar uit,
aangestaard door ogen die uitpuilen
van verbaasheid of verveling
Hun blikken wegen zwaarder
dan het water dat ik doorkliefde
Hun vluchtigheid lichter
dan
de druk die ik achterliet
