Het is zessentwintig mei vierduizendtweehonderddrieëntwintig op Enuron. De grote oorlog in deze ruimtesector tegen een Volkor aanval is ongeveer achtenveertig jaar voorbij. In deze ruimtesector heerst opnieuw vrede. Ter hoogte van de baan van de zesde planeet van het stelsel materialiseert een passagiersschip dat voor de verbinding zorgt tussen Enuron en de amazoneplaneet Trafar IV.
Vanuit de woonruimtes kijken vele passagiers naar de omgeving buiten het schip en merken de stralend blauwe vierde planeet op. Een jong meisje kijkt bewonderend naar buiten. Verschillende uren later nadert het schip de vierde planeet.
‘Over twee minuten wordt de ontkoppeling van modules een tot drieëntwintig geactiveerd,’ klinkt een stem.
Een achtentwintigjarige vrouw buigt zich voorover en neemt het jonge meisje in haar armen.
‘We zijn er bijna, lieve schat,’ fluistert ze.
‘Het is wel een andere samenleving, Runa.’
‘Dat weet ik, Joc, ik heb lang geleden ook mensen van deze wereld ontmoet, toen ik zij aan zij met hen vocht.’
‘Daar ben ik van op de hoogte, lieveling. Maar als amazone tussen hen leven is nog iets anders.’
‘Toen we vertrokken, Joc, was ik me daarvan bewust. Maak je maar geen zorgen. Ik zal me wel weten aan te passen.’
Plots gaat er een schok door de hun toegewezen woonruimte als ze losgekoppeld worden. Daar een van de vensters zien ze het grote schip, waar ze deel van uitmaakten, kleiner worden. De drieëntwintig toestellen dringen een uurtje later de dampkring van de vierde planeet binnen en landen op een van de vijf grootste ruimtehavens op Enuron. Aan boord zijn vele reizigers, waaronder ook mensen die een nieuwe toekomst willen opbouwen, zoals Jov en Runa. Het is een zonnige dag als Jov met zijn gelukkig gezinnetje voor het eerst sinds vele jaren een voet op de harde bodem van zijn geboorteplaneet. Runa draagt de kleine Sorane, die ze als hun dochter opgegeven hebben, toen ze incheckten, op haar linkerarm.
Als ze het gebouw, na de controles, verlaten, kijkt de man even om zich heen. Het is hier helemaal verandert sinds hij de laatste maal hier was. Er zijn vele nieuwe gebouwen in de groter wordende hoofdstad opgetrokken.
Dan merkt hij een taxie standplaats op. Een van de zwevers heeft hen al opgemerkt en verheft zich van de grond. Even later houdt hij halt voor hen aan het voetpad.
‘Nieuw hier,’ vraagt de bestuurder als ze instappen.
‘Niet echt, ik ben hier al lange tijd niet meer geweest. Daarom moest ik mij even oriënteren.’
‘Waarheen moeten jullie?’ vraagt de bestuurder, terwijl hij het toestel in beweging zet.
‘Dat weten we niet zeker.’
‘Is jullie verblijf tijdelijk of voor langere tijd?’
‘We willen hier een nieuw leven opbouwen. Maar we hebben niet zoveel geld,’ legt Jov uit.
‘Dan zult u ook een job nodig hebben?’
‘Voorlopig willen we een goedkope hotelflat. Weet u er geen?’ vraagt Runa.
De bestuurder glimlacht even.
‘O, een amazone. In orde, ik weet wel iets. Een villawijk waar meer mensen gaan weggaan dan bijkomen. Als je iets wil kopen dan is dat iets ideaal.’
‘Heb jij iets tegen amazones?’
‘Nee, maar de meeste blijven hier maar tijdelijk. Want voor hen is het hier helemaal anders.’
‘Mijn vrouw heb ik al een beetje wegwijs gemaakt. Ik ben op Enuron geboren,’ glimlacht Jov.
Even kijkt de man naar Runa en knikt dan.
‘Over een veertig minuten zijn we er. Ik kan wel iets regelen met de eigenaars.’
Jov knikt even, terwijl de zweeftaxi koers zet naar het noorden. Ze huren een kleine villa in de buiten wijken van de stad en nemen er hun intrekt.
Die avond zit Jov nadenkend in de zetel, als Runa, nadat ze de kleine Sorane in haar nieuwe bedje gelegd heeft, naast hem komt zitten.
‘Waar ben met je gedachten, schat?’
‘Ik moest plots aan mijn jonge tijd denken, Runa. Toen mijn ouders omkwamen en ik ingelijfd werd.’
‘Dat moet ongeveer in de laatste jaren van de grote oorlog geweest zijn.’
‘Dat klopt. Ik was toen achttien.’
‘Wil je me daarover vertellen? Je hebt mij nooit verteld hoe je op Greon IV terecht gekomen bent.’
Jov kijkt zijn vrouw even aan en fluistert:
‘Misschien wordt het weleens tijd omdat te doen, lieveling.’
Runa kijkt hem afwachtend en haar man begint te vertellen.
Het was vijvenvijftig jaar geleden dat ik als jonge knaap van achttien aan boord van militair troepenschip stapte. Dat was het begin van mijn zwaar leven als soldaat aan het ruimtefront. Twee jaar later werd ik tot luitenant bevorderd en werd aan boord van een speciale kruiser ingedeeld. Mijn eskader werd ingezet om achter de linies te opperen en behaalde enkele successen, maar toen ging het mis. Verschillende slagschepen werden in een kruisvuur vernietigd of zwaar beschadigd. Toen zag ik voor het eerst Amazoneschepen, die ons te hulp kwamen. Dat was de redding voor de rest van het eskader. Sindsdien streden wij zij aan zij met het amazone eskader tegen de gezamenlijke vijand. Dat was iets meer dan twee jaar voor de Volkors zich terugtrokken. Enkele maanden later kregen onze groep een speciale opdracht. We moesten een gemengd commando naar een belangrijk ruimtefort brengen. Dat was in de tijd dat ik amazonevrouwen voor het eerst van dichtbij zag. Ze werden toen ingescheept aan boord van het slapschip, waarop ik tijdelijk gestationeerd was.
‘Dat weet ik, want ik was een van die commando’s, Jov.’
Haar man knikt.
‘Ik heb je toen wel even opgemerkt en heb zelfs even naar jou geknipoogd.’
‘Is dat zo? Ik moet dat gemist hebben.’
‘Dat is maar beter, lieveling. Ik vond je een mooie meid, zelfs in je gevechtskledij.’
‘Als de discipline aan boord niet zo streng was geweest dan had ik misschien wel contact met je gezocht.’
Even glimlacht Runa.
‘Vermoedelijk had ik je dan en harde klap bezorgd, want je kende de amazoneregels nog niet.’
‘Dat is juist, Runa. Zelfs nu heb ik er nog moeite mee.’
‘En dan werden jullie allen overgestraald naar het station. Velen van jullie werden toen gedood, maar jullie slaagden om het station bezet te houden tot de vloot toekwam.
‘Maar dat was voor een deel te danken aan jullie schepen, die de vijandelijke slagschepen zware verliezen toebrachten.’
‘Dat was niet zo, Runa. Er waren nog anderen schepen die telkens opdoken en die dwongen de Volkors uiteindelijk om de strijd op te geven. Zonder die schepen zou het net omgekeerd geweest zijn.’
‘Wie waren dat? Toch geen Gonen.’
‘Nee, dat niet. Maar niemand wist waar ze vandaan kwamen. Al waren er wel rapporten dat dit type schepen al vele jaren overal in de Melkweg opgemerkt werden. Maar niemand wist wie het waren.’
Even kijkt Runa haar man aan.
‘Ik werd toen in de strijd zwaargewond.’
‘Dat weet ik.’
Mijn kruiser was een van de eerste die op de beschadigde landingsplatform lande. We schrokken allen van de vele doden en gewonden. Voor het eerst in deze oorlog, moest ik aan iemand denken en dat was ook nog een amazone. Ik vreesde voor haar leven.
‘Je bedoelt dat je toen naar mij zocht.’
‘Ja, jij was die amazone, schat. En ik vond jou tussen de zwaardere gewonden. Ik aarzelde, want je zag er vreselijk uit. Ik herkende je alleen aan je ogen, die ik nooit zou vergeten. Want je was zo zwaar toegetakeld dat ze je niet meer konden helpen. Je lichaam was op verschillende plaatsen verbrand en je was je linkerarm en been kwijt. Maar ik slaagde erin om me te herpakken, dus ik knielde toen naast jou en hielt je rechterhand vast.’
‘Ben je zeker, dat ik dat wel was, Jov. Ik heb mij beide armen en benen toch nog steeds.’
‘Je was het Runa. Laat me verder vertellen, want dit is iets dat je je vermoedelijk niet bewust van geweest bent.’
Runa knikt even, terwijl ze hem gespannen aankijkt.
‘Ik heb daar urenlang gezeten om je in je laatste uren bijstaan. Ik probeerde je moed in de spreken, maar ik wist niet of je het hoorde. En toen kwam een dokter even naar je kijken. Tot mijn schrik schudde die zijn hoofd en besefte dat ik je nooit in mijn armen zou houden.’
‘Was ik stervende?’
‘Ja, lieveling. Maar toen merkte ik enkele mannen en vrouwen in een ijsgroen uniform op die hier en daar een hand van een gewonde vastnamen. Eerst sloeg ik er geen acht op, maar toen kwam een bloedmooie blondine op ons toe.
‘Een amazonestrijdster. Maar jij bent een Enuroon,’ zei ze tegen me.
‘Ik ken haar naam niet, vrouwe. Maar ik kan haar niet alleen laten sterven.’
Toen glimlachte de vrouw en knielde naast mij neer.
‘Mag ik haar arm even vastnemen, Jov?’ hoorde ik haar vragen.
Eerst wilde ik niet, maar toen ik haar blik zag, liet ik je los. Ik dacht op dat moment dat ik je kwijt was, want toen ik je hand losliet leek het alsof het voor altijd. Ik stond wankelend op en keek naar de blondine, die zich leek te concentreren. Ik staarde naar je lichaam en begreep niet hoe je zolang in leven kon blijven met zulke wonden. Ik heb me altijd afgevraagd welke pijnen je toen moet doorstaan hebben. Maar toen werd je hand in een groen licht gehuld en langzaam zag ik je verbrande huid genezen en toen je been en arm aangroeien. En toen lag zo goed als ongedeerd voor mij en ik zag de blondine langzaam opstaan en mij aankijken.
‘Je staart naar een amazone. Pas maar op dat ze het niet merkt, want ze kan elk ogenblik bijkomen,’ zei ze.
Ik keek even om me heen en zag een deken, met maar een beetje bloed op, liggen. Snel trok ik dat over je zo goed als naakte lichaam. Toen ik merkte dat je ogen opende, schaamde ik me even. Ik durfde je niet aanspreken en maakte me toen uit de voeten.
‘Die blonde ken je haar naam.’
‘Nee, ik heb haar nadien nog gezocht, maar zij en de vier anderen waren nergens meer te vinden.’
‘Je had iets moeten zeggen, Jov. Ze hebben me pas enkele weken later van een Enuroonse officier gesproken, die toen ik daar lag naast mij zat. Ik wilde weten wie je was, maar niemand kende je naam.’
‘Ook toen de oorlog een jaar later beëindigd was, wist ik het nog steeds niet.’
‘Ik weet het, lieveling. Ik heb geprobeerd om je te vergeten in de vier jaar die volgenden, maar ik kon het niet. Dus op een dag verkocht ik mijn kleine huisje en vertrok om je te zoeken. Zo doolde ik verschillende maanden rond op Trafar en enkele andere amazone planeten tot ik plots tegen een amazone botste. Ze barste van woede, want ik had haar toen ze dreigde te vallen in reflex vastgegrepen.’
‘Ik kan me inbeelden dat ze woedend was, Jov. Een man mag dat niet, zelfs niet om haar te helpen.’
‘Dat wist ik toen nog niet, Runa. Maar die amazone herkende me plots.’
Ze stond erop dat ik haar volgde. Aarzelend deed ik dat. Enkele amazones keken ons wel verbaasd aan. Ik leek wel een bediende van haar, al was ik nog steeds als Enuroons officier gekleed.
Bij haar thuis stelde ze mij aan haar man voor. Haar naam was Gicyan. Toen ze hoorde dat ik jou zocht, keek ze me aan alsof ze me wilde verslinden. Het was haar man die het eerder begreep dan de amazone en ikzelf. Hij zei:
‘Liefde kent geen grenzen.’
Ze keek hem even verbaasd aan en dan wende ze zich tot mij.
‘Mijn man heeft gelijk, Jov Nador. En ik weet dat Runa Krinos ook naar de man gezocht die haar toen bijstond. Maar of het meer is dan dankbaarheid weet ik niet.’
‘Eindelijk wist ik je naam. Ik was zo blij dat ik haar wilde omarmen, maar op het allerlaatste moment kon ik me inhouden.’
‘Je zal een zeer lange reis moeten maken, Heer Nador. Want ze is teruggekeerd naar haar stam onder leiding van Koningin Peria.’
‘Ik bleef een week bij het gezin van de amazone. Dankzij haar leerde ik al een beetje amazone omgangsgebruiken kennen. Zo wist ik hoe ik je moest aanspreken. Maar het duurde nog acht maanden voor ik je eindelijk vond.’
‘Ja, dat weet ik nog. Maar je had niet zoveel onthouden van wat ze je geleerd had, want ik had je bijna gedood voor je onhandige begroeting.’
Jov lacht even.
‘Dat herinner ik me nog. Je stond daar klaar om te vechten met je zwaard in de hand. Maar ik durfde niets te doen, zelfs niet om te spreken. Heb je me dankzij je tattoo toen niet gedood?’
‘Dat is juist, Jov. Want alleen de man die tijdens de oorlog naast mij gezeten had, kon van die tattoo weten. Ik moet je steeds danken omdat je als een heer handelde en een deken over mijn lichaam legde,’ zegt Runa, terwijl ze even naar haar linkerbeen tast.
‘Het was toeval, dat ik mij die herinnerde, schat. Gelukkig heeft die blondine je tattoo ook herstelt, want als ze die verwijderd had, dan…’
Runa schrikt even fel. Dan zou ze Jov gedood hebben.
‘Je weet toch wie die blondine was, Jov.’
‘Niet echt. Maar toen ik de amazonegeschiedenis op Enuron opzocht, kwam ik soms wel een blondine en enkele anderen tegen. Ik denk dat haar naam Jakira is.’
‘Dat klopt. Maar wij noemen haar de verhevene ofwel de schenkster der zwaarden.’
‘Is zij de verhevene en van jullie hoogste goden?’
‘Denk daar maar beter niet aan, Jov. Jakira wil geen godin genoemd worden.’
‘Heb je haar al kunnen bedanken?’
‘Ik weet het niet, Jov. Ik heb in de tempel tot haar gebeden, maar ik weet niet of ze het hoort. Niemand heeft haar of haar vrienden nog gezien na de oorlog. In de omgeving van Enuron is nog zwaar gevochten na de terugtrekking van de Volkors uit het Amazonegebied.’
‘Dat weet ik nog. Ik was daar ook bij. In de nasleep van de oorlog waren de Volkors in een onbekende basis op een maan van de zesde planeet, ten alle prijzen in en om die basis aan het vechten. Tijdens dat gevecht raakte ik licht gewond en belande in het ziekenhuis. Maar dat is al meer dan vijftig jaar geleden.’
‘Gelukkig hebben we elkaar gevonden, schat,’ zegt Runa en kust haar man.
‘Ik zou die blondine wel even willen weerzien om haar te bedanken.’
‘Ik vrees dat, dat een wens is, die niet meer kan uitkomen. Er zijn geruchten dat zij door een vreselijk virus gedood werd, maar niemand weet of die waar zijn. Haar volgelingen en vrienden moesten vluchten en ze verbleven een tijdje op een amazone planeet.’
Even staart Jov zijn vrouw ontsteld aan.
‘Dat kan toch niet. Is zij dood?’
‘Ook goden kunnen sterven, Jov.’
De volgende dag zitten ze aan de tafel te eten. Ze voelen zich gelukkig, al moeten ze hard werken om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Ze hebben Sorane als hun dochtertje aangenomen, al beseffen beiden dat ze Sorane ooit de waarheid moeten vertellen.
Een paar maanden later heeft hij een beetje geluk. Hij geeft een baan gevonden als buitenwipper in een grote luxueuze speelzaal. Hierdoor verdiend hij een hoger loon en ook zijn vrouw heeft een job als secretaresse in een grote firma. Verschillende jaren gaan voorbij als Runa in gelukkig in de salon zit te wachten. Als Jov aankomt, staat ze op en kust hem liefdevol. Verbaasd kijkt hij haar aan en hoort haar zeggen dat ze in verwachting is van een tweeling.
Joc grijpt haar bij de schouders vast en kijkt haar diep in de ogen.
‘Is dat waar, schat? O, wat maak je mij gelukkig,’ fluistert hij, waarna hij haar tegen zich aandrukt.
‘Runa, krijg ik een broer of een zusje,’ vraagt een meisjesstem op dat moment.
‘Allebei, Sorane,’ lacht Runa, terwijl ze zich van Jov losmaakt.
Die avond ligt Sorane rustig te slapen, terwijl Jov en Runa in elkaars armen naar de tv zitten te kijken. Verschillende maanden gaan voorbij als in de namiddag van een zonnige dag, Jov zijn vrouw en twee baby’s, weer thuis. Sorane en de babyzitster staan hen op te wachten. Sorane, die juist vier geworden is, kijkt verheugd haar nieuw broertje, Jenan en zusje, Reysa.
De jaren gaan voorbij. Maar op een dag valt de politie de firma binnen. Runa’s baas en enkele anderen worden gearresteerd. Runa maakte zich uit de voeten, want ze weet te veel van de onwettige zaken van haar werkgever.
Als ze voor hun villa aankomt, stopt ze met piepende remmen. Jov, die deze week niet moet werken, schrikt als zijn vrouw binnenstormt.
‘We moeten weg, Jov. De politie is op het bedrijf binnengevallen. Als ze ons vinden is ons leven in gevaar, want ik vorm een bedreiging voor enkele belangrijke personen.’
Dan knikt hij en haast zich naar boven, waar hij enkele valiezen van de kast haalt. Samen met zijn vrouw vult hij ze met enkele belangrijke dingen. Gelukkig hebben ze niet zo veel. De laatste vullen ze met kleding en andere benodigdheden voor de kinderen.
‘Ik breng ze in de wagen, zorg jij voor de kinderen, lieveling.’
Maar Runa is al op weg naar de kamer van Sorane, die ze snel helpt met aankleden. Jov draagt twee valiezen dan maar naar beneden en zet ze in de hal. Als hij de volgende twee gaat halen, komt Runa juist met Sorane uit de kamer en zegt:
‘Sorane, wil jij in de hal wachten? Ik kom zo dadelijk met je broer en zusje.’
‘Ja, mama,’ zegt Sorane met trillende stem, want ze heeft beetje angst gekregen.
‘Het is niets, Sorane. We moeten alleen snel op vakantie en het vliegtuig wacht niet tot wij er zijn.’
Sorane keert zich om en loopt naar de trap toe. Jov kijkt even naar zijn vrouw in de kamer van de tweeling, Zijn vrouw is Reysa aan het helpen met aankleden. Hij glimlacht als hij merkt dat Jenan zijn broek zelf aantrekt. Even later zet hij de twee laatste valiezen in de hal naast de anderen neer.
‘Papa, je hebt toch niets van een vakantie gezegd. Waarom moeten we zo snel weg?’
‘Het is een soort verrassing, Sorane,’ zegt Jov, terwijl hij de deur naar de garage opent. Als Runa met de tweeling de hal binnenstapt, sluit haar man juist de koffer. Sorane zit al op de achterbank en klikt haar veiligheidsriem vast.
Als de garagedeur openschuift rijdt Jov naar buiten. Enkele geburen kijken verbaasd op als ze weg rijden. Runa wuift wel even naar enkele vrouwen die ze kent. Terwijl Jov bij de kinderen in de wagen blijft, haast Runa zich het station binnen om tickets te kopen. Even aarzelt ze aan de automaat, want ze beseft dat als ze met haar paspoort een reisticket boekt, ze getraceerd haar worden. Dus haast ze zich snel naar de balie en bestelt daar een ticket.
Na een lange reis door verschillende dorpen bereikten ze alle vijf Nontora, de geboortestad van Jov. Hier kent Jov mensen uit zijn jeugd, maar zelfs hier, al doen zijn kennissen hun best, beseffen ze dat werk vinden niet zo gemakkelijk zou zijn, er heerste grote werkloosheid op Enuron, Ze vonden een onderkomen in de armen wijk en leefden van kleine diefstallen, tot Jov een jaar later lijfwacht van een topgangster werd. Sorane groeit in deze omgeving op. Ze leerde al vlug met wapens omgaan en werd een van de beste in de gevechtskunst.
Ook haar kwaliteiten als scherpschutter werden al op veertienjarige leeftijd opgemerkt. Ze werd door de meerdere van haar vader ontboden. Enkele dagen later werden haar ouders bij de baas geroepen.
‘Uw dochter is zeer bekwaam met wapen, Jov. De raad heeft beslist om haar een opleiding als scherpschutter te laten volgen.’
Even is het stil in het lokaal.
‘Kunnen we bedenktijd krijgen, Sir. Ik wil er met onze dochter over praten,’ vraagt Jov.
‘Ten laatste morgen moeten wij een antwoordt weten, want over een week beginnen de eerste selecties.’
‘Zo snel. Sorane is nog maar veertien,’ merkt Runa op.
‘Hoe jonger hoe beter, mevrouw Nador.’
‘Ik zal morgen ons antwoordt laten weten, sir.’
De man kijkt Jov aan en knikt dan.
‘Vergeet niet dat jullie beide in de schuld staan, Jov. Sorane zou jullie sneller van die schuld kunnen verlossen. Tijdens de opleiding krijgt zij en ook jullie gezin een vergoeding.’
‘Ik zal eraan denken, Sir.’
Dan verlaten Jov en Runa het kantoor en haasten zich naar de wagen. Na het gesprek met Sorane, die naar de opleiding blijkt uit te kijken, stemmen Runa en Jov toe. Als Sorane voor de eerste maal alleen naar de opleiding vertrekt, is ze wel een beetje van de kaart. Maar toch stapt ze moedig op de bus, die alle kandidaten komt oppikken. Er zitten al meerdere jongens en meisjes in.
Sorane gaat ergens alleen zitten, maar al snel laat een van de meisjes zich naast haar op het zitje vallen.
‘Je zit hier zo alleen, schoonheid. Mijn naam is Axin. Deze plaats lijkt me nog vrij te zijn,’ zegt ze.
‘Sorane, ik ben voor de eerste maal alleen van huis ergens naar toe. Daarom voel ik mij niet zo lekker.’
‘Ik niet. Ik ben al een jaar of twee alleen op de wereld. Mijn ouders zijn omgekomen en ik kwam in een pleeggezin terecht. Maar die trokken zich niet veel van mij aan. Ze hadden zelf vier kinderen. En ik was al twaalf, dus ik leerde al snel mijn plan trekken.’
‘Hoe kom hier dan?’
‘Door een aanbod. Soms steelde ik een paar dingen om eten te kopen, maar ik werd gepakt door een van de eigenaars. Hij bracht me bij de baas van zijn sector en die bood me deze kans aan. Eerst aarzelde ik, maar de gevangenis in stond me niet zo aan. Dus zo kwam ik op deze bus terecht. En jij.’
‘Ik wil gewoon iets doen in mijn leven dat me boeit. En dit lijkt me wel wat?’
‘Dit? Wil jij werkelijk een moordenaar worden?’
‘Niet echt. Maar mijn vader heeft schulden. Tijdens de opleiding wordt hij vergoed, waardoor schulden sneller afbetaald zijn. Mijn familie heeft veel voor mij gedaan daarom moet ik dit doen. Na de opleiding zie ik nog wel wat ik ga doen’
‘Is dat de reden, Sorane?’
‘Voor een deel, Axin. Maar het avontuurlijke is iets dat me aantrekt.’
‘Maar je weet toch wel dat je na de opleiding verplichtingen aan de organisatie hebt.’
‘Ja, dat weet ik wel. Maar dat is maar voor een paar jaar, hebben ze mij gezegd.’
Even kijkt Axin haar aan.
‘Deze meid heeft nog veel nagedacht over wat haar te wachten staat en wat de gevolgen zullen zijn. Die gaat een koude douche krijgen als ze het beseft,’ denkt Axin met verbazing.
‘Je hebt nog niet veel van de wereld gezien, denk ik. Maar je zal het nog wel leren.’
Sorane kijkt het meisje naast haar even aan, maar die zegt niets meer.
Meer dan twee uur later stopt de bus in de omgeving van een klein alleenstaand huisje. Het begint al donker te worden. Axin en Sorane en alle anderen stappen uit. Ze zijn met een zestiental.
‘Kunnen we daar wel allemaal naar binnen,’ grapt Axin.
Maar Sorane zegt niets. Ze is te veel met haar gedachten bezig.
In het klein huisje gaan ze allen binnen, maar daar blijkt in de kelder een lift te zijn, die de diepte ingaat. Daar is een heel complex ondergrond waar ze kleine kamertjes toegewezen krijgen.
De volgende dagen krijgt het groepje de eerste lessen te verwerken, maar op het einde van de week worden bij een andere groep samengevoegd. Een van hen valt Sorane dadelijk op. Zijn naam is Verin Serunon. Ze merkt al snel dat hij soms, als niemand het merkt naar haar loert. Die aandacht bevalt haar wel, want buiten Axin heeft ze niemand om mee te praten. Een maand of acht later begint hun eigenlijke opleiding, maar er zijn ook zes van hun groep afgevallen en weggestuurd. Nu volgen al snel lenigheid trainingen en schiet oefeningen. Sorane slaagt erin om zich al snel tot te beste schutter van de groep op te werken. Verin is een beetje jaloers, maar Sorane leert hem enkele trucjes, waardoor zijn schietkunst al snel nog veel beter wordt.
Hun leraars volgen nauwlettend hun vorderingen en stellen vast dat beiden elkaar uitstekend aanvullen. Wat de ene mist leert hij van de andere. Maar ze merken nog iets anders, beiden zijn zeer veel in elkaars buurt en dat is gevaarlijk. Want begrippen zoals liefde en genegenheid worden niet geduld.
Er is intussen ongeveer een jaar voorbijgegaan, na het begin van de opleiding. Sorane keert juist terug van een bezoekje van haar ouders, waar ze haar vijftiende verjaardag ging vieren. Die avond moet de hele groep de groep van zes jongens en vier meisjes bij de hoofdopleider komen.
‘Over morgen is een training voor de hele groep gepland. Jullie worden in afzonderlijk in een onherbergzaam gebied gedropt. De bedoeling is om te leren overleven.’
‘Maar er zijn nog drie anderen groepen, die vanuit verschillende punten naar hetzelfde doel onderweg zijn. De groep die eerst het doel bereikt en de meeste leden heeft, zonder uitgeschakeld te worden is geslaagd voor de test.’
‘We gaan elkaar toch niet neerschieten,’ zegt een van de meisjes verschrikt.’
‘Niet echt, Dovima. Jullie schieten met verfkogels. Wie geraakt wordt valt af. Jullie mogen jullie eigen wapens gebruikten, maar met speciale laders. Maar let wel, de voorraad kogels die jullie meekrijgen is maar beperkt.’
Meer dan twee dagen is Sorane al onderweg, als ze plots een stip in de verte opmerkt. Met haar verrekijker observeert ze hen, maar het blijken drie van de groep te zijn, die elkaar gevonden hebben. Twee jongens en een meisje. Als Sorane hen inhaalt is ze moe, maar de drie willen verder. Dus blijft ze weer alleen achter. Als ze de volgende morgen weer op pad gaat, stoot ze op Verin. Beiden kijken elkaar verschrikt aan. Maar ze besluiten om samen verder naar het einddoel te trekken. Samen kunnen ze sneller vooruitkomen en meer hindernissen overwinnen. Drie later zitten ze moe dichtbij elkaar aan een vuurtje dat Verin gemaakt heeft. Plots omarmt Verin haar en voor Sorane van de verbazing bekomen is, voelt ze zijn lippen op dat hare. De volgende morgen als de eerste zon opkomt, worden beiden in elkaars armen wakker.
‘Verin. Ik…’
‘Ik mag je graag, Sorane. Maar het is verboden.’
‘Dat weet ik, maar ik…’
‘Nee, Sorane. Dit mag niet meer gebeuren. Het zou onze dood worden en ik mag je te graag om je dood voor mij op de grond te zien liggen.’
‘We kunnen weg gaan, Verin. Wie zou ons ooit vinden?’
‘Nee, Sorane. Dat kan ik niet. Mijn ouders en famillie zou het moeten bekopen. En ik vrees dat jouw ouders, broertje en zusje ook hard aangepakt zouden worden.’
Sorane beseft dat Verin gelijk heeft, maar toch kan ze deze nacht niet vergeten. Ze was zo gelukkig. Zonder iets te zeggen maken beiden zich klaar en breken op. Tegen de avond ontmoeten beiden Axin en nog een jongeman. Met zijn vieren gaan ze verder. Verin is tevreden, want nu kan hij zowel als Sorane niet meer in verleiding komen om in elkaars armen te vliegen. Ze weten echter niet dat Axin gemerkt heeft dat er iets gaande is tussen hen beiden.
Een maand na hun terugkeer in het complex, zit Sorane op een avond met Axin te praten en vertelt haar een paar dingen die ze vreemd vindt. Axin schrikt hevig.
‘Je weet toch wat dat betekent, Sorane.’
Sorane schud haar hoofd.
‘Je bent zwanger.’
‘I..kk… nee…. Dat kan niet…’
‘Jij en Verin, jullie hebben toch niet tijdens die oefening met elkaar.’
‘Ja, we hebben gekust en toen…’
‘Dat gaat niet goed komen, Sorane. Als ze dat ontdekken dan worden jullie beiden uit geschakeld.’
Even is het stil in de kamer. Sorane trilt helemaal in paniek. Ze weet niet wat te doen.
‘Ga zo snel mogelijk met je ouders praten, Sorane. Misschien weten zij een oplossing,’ zegt Axin nog en maakt zich uit de voeten. Ook zij is van haar stuk. Want ze is met Sorane bevriend en dat kan voor haar ook gevolgen hebben. De volgende dagen schrikt Sorane van Axin. Het lijkt wel alsof ze niets meer met haar te maken wil hebben. Daarom verzwijgt ze ook haar toestand tegen Verin, want ze vreest zijn reactie. Gelukkig kan ze tegen het einde van de week vrijaf krijgen om haar ouders te bezoeken.
Als ze het hen vertelt, kijken beiden haar ontsteld aan.
‘Sorane, dat kan toch niet waar zijn? Jij bent nog veel te jong om nu al een kindje te hebben,’ fluistert Runa ontsteld.
‘Het gebeurde maar een maal, Runa, ergens tussen de bomen tijdens een opdracht.’
‘En hoelang al?’
‘Iets meer dan een maand, moeder.’
‘Je weet toch wel wie het was.’
‘Verin.’
‘Dat maakt niet uit, Runa.’
‘Sorane, naar boven. Je hebt huisarrest tot het einde van je verlof,’ zegt Jov streng.
‘Pap, wat?’
‘Naar boven heb ik gezegd? En snel of je gaat morgen al terug.’
Met tranen in de ogen rent Sorane naar boven.
‘Waarom ben je zo streng?’
‘Ik moet nadenken, Runa. Om onze dochter te redden, moeten we er iets op zien te vinden.’
‘Is het zo erg, schat?’
‘Ja. Als ze het te weten komen, dan worden beiden geliquideerd. Dat behoort tot de regels van die cellen.
‘Wat moeten we nu, Jov?’
‘We hadden haar nooit tot die cellen mogen toelaten, Runa. Ik denk niet dat haar ouders dat zouden gewild hebben.’
‘Wat is er dan met die cellen gaande?’
‘Als Sorane slaagt, dan zal ze tot de top betaalde huurmoordenaars behoren.’
‘En als ze niet slaagt?’
‘Het spijt me, lieveling. Maar ik kwam pas een maand of zo nadat Sorane lid geworden was, achter de juiste taak van die cellen. Wie niet tot de top behoort, overleeft het niet. En persoonlijke contacten zijn verboden. Voor koppels is er geen plaats.’
‘Dan moet ze daar voorgoed weg, Jov.’
‘Wil je dat we de rest van ons leven op de vlucht zijn, Runa. En daarna is het nog niet voorbij. Reysa en Jenan zullen ook aangepakt worden, zelfs na onze dood en die van Sorane.’
Runa kijkt haar man verschrikt.
‘We zullen er iets moeten op vinden.’
‘Gelukkig is het nog niet te merken bij Sorane. Maar we hebben maar een of twee maanden.’
Even denkt haar man gefronst na, dan klaart zijn gezicht op.
‘Er zijn een paar opdrachten waar ze iemand voor zoeken, Runa. Ik liep met de gedachte rond om deze kansen aan mij voorbij te laten gaan, tot Sorane een jaar of zestien was. Maar nu lijkt het me dat ik mij voor enkele daarvan kandidaat stel. Maar dan met de voorwaarde dat Sorane mee kan gaan.’
‘En gaan ze daarmee instemmen, denk je.’
‘Als ik de juiste opdracht te pakken kan krijgen wel. Er zijn er twee waar een man en een vrouw voor gevraagd worden. Misschien ik hen ervan overtuigen dat Sorane als een soort kinderoppas mee moet voor haar haar broer en zusje.’
‘Gaan ze dat smoesje aannemen, denk je?’
‘Ik hoop het, want anders staat Sorane er alleen voor. Want als ik mij kandidaat stel, dan kan ik daarna niet meer weigeren.’
‘Is het dan niet beter te blijven?’
‘Nee, Runa. Sorane moet hier weg voor ze ontdekken dat ze zwanger is.’
‘Laat ons nu maar gaan slapen, als we erin slagen, schat. Morgen moet ik van alles zien te regelen.’
Runa staat als eerste op en haast zich naar boven om even bij Sorane te gaan kijken. Die ligt huilend op haar bed.
Als Jov komt kijken, zit zijn vrouw op het naast Sorane, terwijl ze haar geruststellende woorden toe fluistert. Ze geeft hem een teken om niets te zeggen, want hun dochter is eindelijk ingeslapen.
Voorzichtig staat Runa op en volgt haar man naar hun kamer. Als Jov de volgende morgen als eerste naar beneden gaat, blijkt Sorane al aan het werk te zijn. Ze heeft eten klaargemaakt.
‘Vergeef me voor gisteren, Sorane. Ik was een beetje overstuur van het slechte en toch blijde nieuws dat je bracht.’
‘Het is niets, vader. Het had niet mogen gebeuren en nu moet ik de gevolgen dragen. Ik ga vandaag nog naar de coördinator om alles op te biechten.’
‘Dat doe je niet, Sorane,’ zegt Jov streng.
Sorane schrikt even.
‘Ik en je moeder denken dat ze een oplossing hebben. Maar of dat lukt weet ik pas eind volgende week. Tot dan moet je doen alsof er niets aan de hand is.’
Hun dochter knikt stilzwijgend en kijkt naar haar moeder die juist naar beneden komt.
‘Ik zal je straks wel op een paar dingen wijzen, waar je moet op letten als je terug bent. Niemand mag iets merken, Sorane. Dat besef je toch wel.’
‘Ja, maar Axin is op de hoogte.’
‘Wie is dat? Ook iemand van je groep?’
‘Ja, we trokken nogal veel met elkaar op. Zij herkende de symptomen, anders had ik het nu nog niet geweten.’
‘Zal ze zwijgen?’
‘Ik denk het wel, maar ze mijt me nu veel meer dan vroeger.’
‘Dat kan opvallen, Sorane.’
‘Daar kan ze nu niets meer aan doen, Jov. We kunnen alleen hopen dat die Axin zwijgt.’
‘Laten we maar gaan eten, Runa. Ik moet zo snel mogelijk naar mijn werk, om me voor de opdrachten in te schrijven.’
Tot zijn verbazing krijgt Jov dadelijk alle medewerking en zelfs toestemming om Sorane mee te nemen. Maar ze zenden hem naar Feron IV, een verre planeet waar hij voor zestien maanden de leiding van een sector op zich moet nemen. Zijn loon en dat van zijn vrouw wordt zelfs verdriedubbeld.
Maar terwijl hij die avond naar huis rijdt, vraagt hij zich wel af waarom zijn dochter zo snel toestemming kreeg. Als hij uit de wagen stapt, komt de elf jarige Jenan op hem toegelopen.
‘Ben je terug thuis, mijn jongen?’ vraagt Jov lachend.
‘Ja, pap. Ik heb wel spijt dat het zo snel voorbij is.’
‘Tja, het was maar een korte school uitstap, Jenan.’
Beiden stappen even later de hal in.
‘Hai, pap,’ zegt zijn dochtertje Reysa, terwijl ze door Jov op zijn arm gepakt wordt.
‘Je begint wel zwaar te worden, kindje. Straks kan ik je zelfs niet meer dragen.’
Met zijn beide kinderen betreedt hij de salon en kijkt even naar Sorane die iets op een tablet zit te lezen.
‘Het eten is bijna klaar, Jov’, roept zijn vrouw vanuit de keuken.
‘Ga maar even bij jullie zus zitten. Ik moet even iets met jullie moeder bespreken,’ zegt Jov, terwijl hij Reysa op de vloer laat zakken.
Als Jov naar de keuken toekomt, kijkt Runa hem verbaasd aan.
‘Het ging gemakkelijker dan ik dacht, schat. Ik heb een opdracht in handen en Sorane kan mee. Alleen vraag ik mij af hoe het komt dat ze zo gemakkelijk instemden om met mijn vraag om Sorane mee te nemen.’
‘Denk je dat daar iets achter zit?’
‘Ik weet het niet, Runa. We kunnen alleen maar afwachten en hopen van niet.’
Nadat Sorane teruggekeerd is naar de lessen in de cel, probeert ze te doen of er niets aan de hand is. Het stemt haar wel droevig dat Axin haar nog steeds mijdt. Maar de derde dag na haar terugkeer komt Axin plots aan haar tafel zitten, waar ze alleen zit te eten.
‘Het spijt me, Sorane. Ik had je niet mogen mijden.’
Verbaasd kijkt Sorane haar aan.
‘Het is niets, Axin. Al miste ik je gezelschap wel.’
‘En weet Verin het al.’
‘Nee, en ik wil niet dat hij het weet. Ik moet doen alsof ik met hem gebroken heb. Misschien sparen ze ons dan.’
‘Ik hoop het voor jou, Sorane. Maar hoelang ga je het verborgen houden? Als je het zelf opbiecht dan wordt je misschien gespaard.’
‘Dat zal ik misschien wel doen, Axin. Maar voor nu reken ik op mijn vader. Hij heeft een opdracht ver van hier aangenomen. En hij wil mij meenemen. Als dat lukt dan…’
Axin geeft haar snel een teken, want Verin duikt plots op.
‘Hoe is het met je ouders, Sorane?’
‘Goed, Verin. Maar ze moeten weg met een speciale opdracht. Ik vrees dat ik mijn training zal moeten onderbreken, want ik zal mee moeten, denk ik, om op mijn broertje en zusje te passen.’
‘Dat weet ik, Sorane. Ik heb gehoord dat ze je zelfs toestemming geven.’
‘Wat? Is dat zeker?’
‘Ja, de coördinator heeft me dat gezegd. Weten jullie waarom?’
‘Nee,’ zeggen Axin en Sorane gelijktijdig.
‘Ik en Sorane zijn bijna even succesvol in de opdrachten. Maar er kan er maar eentje zijn die de leiding van de groep op zich neemt en dat is de beste. Als Sorane weggaat, dan valt een probleem weg. Want anders moeten ze ons beiden tegen elkaar laten strijden en diegene die overwint, blijft in leven.’
Sorane slikt even.
‘Kunnen ze zoiets doen?’
‘Ja, het is al verschillende keren gebeurt, heb ik gehoord.’
‘Gelukkig voor heeft Sorane dan de weg voor je vrij gemaakt,’ zegt Axin lachend.
Verin kijkt even naar de roodharige en ziet haar glimlachen.
‘Dat wel, Axin. Maar ik zal onze vriendin hier missen, want ze hebt me ook een paar belangrijke dingen geleerd.’
Op dat moment klinkt en stem door de intercom.
‘Sorane Nador wordt over tien minuten bij de coördinator verwacht.’
Sorane schrikt wel even.
‘I..iikk moet bij de coördinator komen.’
‘Ja, en… ik ben gisteren ook bij hem moeten komen. Maar we hadden gezellig gesprek over mijn toekomst,’ zegt Verin, maar fluistert dan:
‘Gelukkig weet hij niets over wat we beiden een maand geleden gedaan hebben.’
‘Zwijg daar maar liever over, Verin. Anders kan jou en mijn toekomst weleens veranderen,’ fluistert ze terug.
‘Daar heb je gelijk in, Sorane,’ fluistert hij, terwijl hij even naar Axin kijkt.
Maar die is met een jongeman, die achter haar aan een andere tafel zit, aan het praten.
Als Sorane een uurtje later uit het kantoor van de coördinator komt, is ze opgelucht. Ze heeft haar toestemming verkregen om verlof te nemen. Want ze wil terugkeren om de opleiding verder te zetten. Eerst zag de coördinator dat niet zitten, maar stemde dan toch in. Op voorwaarde dat ze twee proeven zou afleggen na haar terugkeer. Als ze slaagt dan mag ze terugkeren, anders wordt ze dadelijk ontslagen.
Ze zou willen afscheid nemen van Verin, Axin en enkele anderen, maar dat wordt haar niet gegund. Twee mannen brengen haar naar de uitgang, waar ze eerst al haar kledij en bezittingen moet afgeven. Persoonlijk bezittingen mag ze houden. Gekleed in een korte licht grijs rokje tot boven de knie, hem en blauw jasje stapt ze een uurtje of twee later uit de wagen, waarmee ze haar in de stad afzetten. Even kijkt ze om zich heen, maar ze kent hier niemand. Op een honderdtal meter ziet ze een station, waar taxizwevers staan.
Gelukkig hebben ze haar een klein beetje geld meegegeven, waardoor ze een taxi kan nemen. Als het toestel eindelijk voor de villa van haar ouders land, komt Runa naar buiten.
‘Wat ben ik gelukkig, Sorane? Eindelijk ben je weg uit die gevaarlijk omgeving.’
Sorane zegt echter niet dat ze van plan is om terug te keren, want ze ziet dat nu als haar leven. Vier dagen later vertrekken ze met een midden groot passagiersschip van de ruimtehaven. Jov is kijkt met een droevige blik naar buiten.
‘Over een jaar komen we terug, Jov.’
‘Dat weet ik, Runa. Maar toch.’
Verschillende maanden later zit Runa naast het bed van Sorane, die juist van een dochtertje bevallen is. Sorane zit naar het kindje in haar armen te kijken.
‘Ze is zo lief en onschuldig, Runa.’
‘Zo zijn alle kindjes, Sorane. Maar pas op als ze kunnen lopen, worden velen van hen kapoenen.’
‘Ik wil haar de naam Tyjan geven, Runa.’
‘Tyjan, waarom. Ik dacht dat je haar de naam van je vriendin wilde geven.’
‘Nolama had een dochtertje, mam. Haar naam was Tyjan.’
‘Dat wist ik niet.’
‘Haar dochtertje werd echter doodgeboren. En ik kan mijn kindje niet houden.’
‘Dus je wil dat Nolama, je dochter opvoedt.’
‘Ja, maar op voorwaarde dat ze met ons meegaat naar Enuron.’
‘En wil ze dat.’
‘Ja, mam. Ze wil hier al lange tijd weg en een nieuw leven beginnen.’
‘En haar man dan?’
‘Dat is haar man niet echt. Ze leeft alleen met hem samen, maar de laatste tijd heeft is hij nog veel maar bij een andere vrouw dan bij haar.’
‘Ik zal het je vader moeten vragen, Sorane. Ik hoop voor jou dat hij ermee instemt.’
Sorane knikt even.
‘Hij houdt ook van Tyjan, mama. Dus hij zal wel akkoord gaan.’
Verschillende dagen later staat Sorane naast een dankbare Nolama, die de dochter van Sorane in haar armen houdt. Het kindje wordt Tyjan gedoopt en geregistreerd als Tyjan Vergonen. Samen met het gezien van Jov reist Nolama, met Sorane’s kindje, vijf maanden later naar Enuron. Gedurende die drie maanden zorgde Sorane samen met Nolama voor Tyjan. In de drukte van de ruimtehaven verliezen ze Nolama uit het oog. Sorane is in paniek, want ze heeft geen afscheid van Tyjan kunnen nemen. Samen met Jov zoekt ze verschillende uren, maar de vrouw is nergens te vinden.
Ze wisten geen van allen dat Nolama van plan was, bij hun aankomst te verdwijnen met de vijf maand oude baby. Zij vreesde dat Sorane op Enuron aanspraak zou kunnen maken op het kindje, dat nu het hare is. Daarom maakte ze zich uit de voeten zodra ze geland waren. Zelfs Sorane weet niet dat zij van Enuron afkomstig was. Haar famillie woont op het Nuroonse continent, bij haar volk de Taranen.
Niemand blijkt haar gezien te hebben. Helemaal van de kaart keren ze terug naar Runa, die hen met Reysa en Jenan opwacht.
‘We kunnen nietsdoen, Runa. Het lijkt wel alsof Nolama dit van plan was. Ik vermoed dat ze hier mensen moet kennen, want anders zou ze dit niet zo snel gedaan hebben.’
Runa slaat een arm om Sorane’s schouders en samen volgen Jov en haar tweeling naar een taxizwever. Met tranen in de ogen stapt Sorane in. Als ze thuis uitstappen, zegt Jov:
‘Je moet je erover zetten, Sorane. Tyjan is in goede handen. Misschien is het beter zo, want afscheid van je kindje voor altijd is niet zo gemakkelijk.’
‘Misschien heb je wel gelijk, pap. Ik zal het achter moeten laten, want anders slaag ik nooit in mij opdracht.’
‘Wil je werkelijk opnieuw naar die opleiding, Sorane?’
‘Ja, mam. Jaren geleden koos ik ervoor en ik moet mezelf bewijzen dat ik het kan. Het is de weg dat ik moet en wil volgen. Ik moet mijn vrienden in de cel steunen, anders heeft mijn leven geen enkele zin.’
Sorane blijft nog enkele dagen bij haar stiefouders, om haar verdriet te verwerken en zich voor te bereiden. Tijdens hun verblijf op Feron IV heeft ze veel geleerd, van Jov en na de geboorte van Tyjan is ze weer beginnen trainen. Ze voelt zich lichamelijk tiptop in orde.
