Jelsi

Gebruikersnaam Jelsi

Teksten

Sorane 01/09 De huurmoordenares

Een nieuw padSorane staart verbijsterd naar het notaboek staart. Meer dan een minuut zit ze daar verstijfd te kijken. Dan valt haar blik op de papieren en leest die de volgende dagen meerdere malen opnieuw. Ze komt ze tot het besef komt dat de schuldigen nog steeds niet geboet hebben. Als het gerecht de schuldige niet straft, dan moet het haar taak zijn om de moordenares van haar ouders haar verdiende loon te geven. Sorane is in tweestrijd, want er is ook de moord op haar pleegouders. ‘Mijn ouders komen op de eerste plaats. Het spijt me, Runa. Ik hou van jullie allebei, maar ik wil dat de schuldigen aan de moord op mijn ouders boeten voor hun daden. Die Teira Monnaan heeft een veel te lichte straf gekregen. Haar dood door mijn hand staat zo goed als vast, maar eerst zal ze mij haar opdrachtgever moeten verraden.’Even kijkt ze op de klok.‘Het is al te laat. Maar morgen boek ik een reis naar Trafar,’ denkt ze.Als ze in haar bed licht kan ze maar moeilijk slapen. De volgende morgen staat een beetje moe op, maar haar besluit heeft ze al genomen. Ze heeft nog een iets meer dan drie weken verlof, voor ze zich weer moet melden. Dus is er nog tijd om naar Trafar te vliegen en terug te keren. Maar ze heeft nog iets belooft aan Gerin, die ze pas kent, die afspraak wil ze nakomen.‘Ik moet toch nog een paar dingen in Mogwan in orde brengen, Straks nog even naar de bank en daarna een ticket bestellen.’ denkt ze.Maar als ze in de namiddag in de bank aankomt, merkt ze niet dat Zuyana en ook haar zus Reysa in de rij wachtenden staan. Beiden zijn verbaasd als ze Sorane zien binnen komen. Ze stapt echter naar een bureau van een bediende die haar lijkt te kennen. Hij staat dadelijk op als hij haar ziet. Ze begroeten elkaar glimlachend. Dan leidt haar door de doorgang naar achter waar belangrijke zaken behandeld worden.‘Ze komt hier zeker haar bloedgeld op de bank zetten,’ fluistert Reysa.‘Bloedgeld? Wat bedoel je’ vraagt Zuyana, terwijl ze naar de bediende staart die Sorane doorlaat.Weer merkt ze die vreemde blik van respect in zijn ogen op‘Die vrouw, dat was mijn stiefzuster. Zij verdiend haar geld met het doden van mensen.’‘Ach zo. Daarom bloedgeld.’‘Juist. Maar ze is mijn zus niet meer.’Zuyana weet niet goed wat te denken. Het lijkt wel of Reysa haar zus Sorane haat. Toch is ze wel even benieuwd waarom Sorane hier in de bank dat bloedgeld beheert. Dat kan ze toch ook in de hoofdstad. En dan die vreemde blikken van verschillende dorpsbewoners. ‘Dat is toch wel vreemd,’ fluistert ze iets te luid.‘Wat is vreemd, Reysa?’‘Je zus. Waarom beheert ze hier haar geld?’‘Ze doet maar, Reysa. Misschien omdat ze niet mogen weten hoeveel bloedgeld ze in werkelijkheid verdient.’‘Dat kan het verklaren. Maar toch?’‘Laat ons erover zwijgen. Je kent haar niet, dus je weet ook niet wat voor een serpent Sorane is.’Zuyana knikt even, terwijl ze Reysa volgt als die een plaats naar voor opschuift.‘Reysa, wil jij even mijn plaats vrijhouden? Ik moet naar de wc.’Sorane’s stiefzus knikt even.‘Maar niet te lang wegblijven, want er zijn nog maar drie mensen voor ons.’Zuyana knikt en haast zich weg. In de gang die naar de wc leidt is ze uit het zicht en ze haast zich naar en klein kantoortje toe, waar iemand zit die ze kent uit haar jeugd.Verbaasd kijkt de jongeman naar zijn vroegere jeugdliefde.‘Wat doe jij hier, Zuyana?’‘Mag ik iets vragen, Damon.’‘Dat mag altijd.’‘Die roodharige vrouw, wie is dat? Ik ken haar ergens van.’‘O, dat is Sorane Cobanon. Zij regelt hier meestal geldzaken voor steundoeleinden.’‘Steundoeleinden?’‘Mevrouw Cobanon steunt met haar geld vele projecten, zonder die steun zou dit dorp geen groeiende kleine stad zijn. Het spijt maar meer mag ik echter niet zeggen.’‘Dat is een streep door mijn rekening, Damon, Ik dacht dat ze een misdadiger was.’‘Die roodharige, een misdadiger. Je maakt grapjes, Zuyana. Ze is een weldoenster. Als zij er niet geweest was, dan was nog steeds arm dorp, waar vele zonder werk zouden zitten.’Even staart Zuyana de man verbaasd aan. Ze weet niet wat te denken. Weldoenster? Wat bedoelt deze man daarmee? Maar dan valt haar iets te binnen. Gerin heeft het soms over het feit dat hij een zekere Sorane dankbaar is voor haar steun aan enkele projecten op zijn werk.‘Ik zie je nog wel, Damon…’Dan maakt ze zich snel uit de voeten en haast zich naar de rij wachtenden.Ze beseft nu pas wat Sorane doet. Sorane is die geheimzinnig vrouw, die Gerin altijd bewondert, want zij financiert zijn onderzoek en ook anderen. Zelfs vele anderen. Als Reysa dat zou weten, misschien zou ze Sorane dan wel willen zien.‘Spijtig dat ik beloofd heb om niets te zeggen. En ik wil haar niet kwaad maken.’Dan merkt ze Reysa op. Snel kijkt ze even om zich heen. Ze zucht opgelucht als ze Sorane nergens opmerkt. De zus van Sorane loopt juist naar het loket toe.Intussen heeft Sorane haar zaken afgehandeld en haast zich naar buiten langs de zijuitgang.Zonder dat ze Reysa en Zuyana opgemerkt heeft, haast ze zich naar een reisbureau en boekt haar vlucht naar Trafar. Die avond zit ze alleen naar de tv te kijken, maar is niets belangrijks op het nieuws en de film interesseert haar ook niet zo veel, dus leest ze het notieboek nog eens na. Als ze de volgende morgen opstaat volgt een lange dag, want Sorane is ongeduldig voor vanavond als ze bij haar twee op bezoek gaat. In de dag heeft haar reis naar Trafar geboekt nog een paar dingen geregeld. Ook heeft ze een geschenkje gekocht voor Zuyana.Stipt om zeven uur belt ze aan bij het Café. Een verbaasde Zuyana doet open en staart de roodharige aan.‘Hallo, Zuyana. Een gelukkige achtentwintigste verjaardag.’Even weet Zuyana niet wat te zeggen. ‘Kom binnen, Sorane.’‘Dank je, Zuyana. Je man wilde verrassen en nodigde me uit om met jullie je verjaardag te vieren.’‘Heeft Gerin je uitgenodigd, dat is weleens iets anders dan zijn gewoon geschenk.’‘Je bent ver van je vrienden in je thuisstad, Zuyana. Omdat je hier bijna niemand zal hij mij wel uitgenodigd hebben, denk ik.’ ‘Dat is zeer attent van hem, maar ik ken hier wel al een paar mensen, zoals je zus, die intussen een goede vriendin geworden is. Maar op mijn verjaardag blijf ik liever alleen bij hem om hem samen te vieren.’‘O, dat wist ik niet.’‘Dat is niets, Sorane. Maar je kan wel blijven. Misschien zorg je voor een kleine verandering in onze gewoonten.’Sorane glimlacht. ‘Als jullie altijd alleen zijn om jullie verjaardagen te vieren, dan is er wel iets verandert,’ glimlacht de roodharige en geeft haar het geschenk.‘Ik zal het open maken als Gerin aankomt, want hij is vandaag veel later dan anders om een presentatie te geven van zijn onderzoek.’‘Wat onderzoek hij?’‘Dat is geheim.’ zegt hij altijd.‘Laat ons snel iets eten, Sorane. Daarna kunnen we gezellig gaan praten, want ik ben benieuwd naar jou famillie.’Sorane knikt en neemt plaats aan de tafel, maar gaat de jonge vrouw helpen met het klaarmaken van het eten. Ze praten lachen en vertellen elkaar geheimpjes. Een tijdje later belanden ze in de salon en Zuyana schenk een lekker wijntje in. ‘Gerin heeft me deze keer wel verrast met jou uit te nodigen, Sorane.’‘Het is al ongeveer elf uur. Je man zal zo wel gaan komen.’‘Mag ik je iets vragen?’‘Doe maar, Zuyana.’‘Ben jij die geheimzinnige geldschietster, waar Gerin het altijd over heeft.’Sorane kijkt de vrouw verbaasd aan. Even speelt ze met de gedachte om nee te zeggen.‘Nee, ik wil geen leugens uit mijn duim gaan zuigen,’ denkt ze.‘Hoe ben je dat te weten gekomen?’‘Ik zag je vandaag in de bank. Maar je werd achteraan binnengelaten als een belangrijke klant.’Even zegt Sorane niets.‘Dit is alleen tussen jullie twee en mij, Zuyana. Dat moet je me beloven. Ik wil niet dat Reysa en Jenan mij uit dankbaarheid vergeven. ‘In orde, het zal iets tussen ons blijven, Sorane. Maar is het niet beter om hen hier ook bij te betrekken.’‘Misschien wel, maar ik kan het niet. Nog niet. Ik ben van plan om te stoppen, maar ik wacht op het geschikte ogenblik.’Zuyana knikt begrijpend.‘Er is nog iets dat je niet weet, Zuyana. Zowel Jenan als Reysa wonen zonder dat ze het weten, in een villa die mijn eigendom is.’‘Wat?’‘Jenan zal kwaad zijn als hij het te weten komt, maar ik denk dat hij wel zal bijdraaien. Maar hoe Reysa zal reageren weet ik niet. Vermoedelijk zal ze in de villa niet meer willen verblijven. Misschien verlaat ze deze streek wel.’‘Dat zou erg zijn.’‘Ik verdien veel geld met elke huurmoord, meisje. Maar al van na de eerste opdrachten wilde ik dat geld niet. Dus ik hielt wat ik nodig had om te leven en het noodzakelijk te kopen om het beroep uit te oefenen. Met de rest richtte ik in dit dorp, dat mij opgevangen had een fonds op om de mensen hier een beter leven te bezorgen.’‘Dat is je gelukt. Want als ik mijn man mag geloven is deze streek helemaal opgebloeid op een paar jaar tijd.’Plots horen ze een wagen stoppen en even later komt Gerin binnen.‘Ik zie dat je op mijn uitnodiging ingegaan bent, mevrouw Cobanon.’Sorane knikt.‘Zeg maar Sorane, Gerin.’‘Ik mag Sorane wel, lieveling. Dank je om haar uit te nodigen.’Even kijkt Gerin naar zijn vrouw en glimlacht dan even.‘Je hebt toch niet te veel geplant vandaag, lieve man van me.’‘Niet echt. Maar jullie kunnen je beiden beter gaan klaarmaken. Ik heb een etentje besteld bij de concurrentie.’‘Wauw. Die zullen wel even verbaasd geweest zijn.’‘Dat is juist, Zuyana. Maar ik heb eens met de eigenaars overlegd en we besloten om van nu af samen te werken.’‘Wat? Is dat waar, Gerin?’Haar man knikt en kijkt Sorane aan.‘U komt toch ook, Sorane.’‘Als jullie beiden mij uitnodigen kan ik het niet afslaan,’ zegt Sorane en neemt haar jas van de kapstok.In de vroege morgen komt Sorane terug in haar villa en kleed zich uit. Even later staat ze onder het lauwe water te genieten. Een paar dagen later stapt ze aan boord van een passagiersschip. Na een reis van tien dagen bereikt ze de planeet Trafar IV. Een dag moet ze hier blijven, want pas morgen moet ze zich aan boord van een ander schip begeven met bestemming Oran II. Zodra ze haar eerste stappen op deze planeet gezet heeft, beseft ze dat ze op het punt staat om een andere samenleving te betreden. De amazone. Het is wel vreemd als de mannen niet naar haar kijken, zoals op Enuron. Gelukkig schijnt de zon, alleen is het hier veel warmer dan op Enuron. Ongeveer vierendertig graden in de schaduw. Trafar is een planeet waar vele rassen samenleven om handel te drijven tussen verschillende sterrenrijken. Hierdoor valt ze niet zoveel op, met haar Enuroonse kledij. Tijdens de dag praat ze met verschillende voorbijgangers en bezoekers van kleine open lucht bars. Het zijn meestal vrouwen, want mannen mogen haar niet aanspreken, zonder dat ze hen uitnodigt. Zo komt ze enkele belangrijke dingen te weten over deze samenleving van vrouwen. De volgende dag vertrekt haar schip precies op tijd. Maar Sorane komt alleen om iets te gaan eten uit haar woonruimte. Gedurende de uren aan boord bestudeert ze de papieren uit het pakje van Runa. Ze wil zoveel mogelijke gegevens in zich opnemen. Plots voelt ze dat het schip afremt en beseft dat ze haar doel bereikt heeft. Toch duurt het nog vier uur voor Sorane haar eerste stappen op de bodem van Oran II doet.Ze moet naar het dorp Nikan in de bergen. Daar leeft de famillie Monnaan. Volgens de teksten moet die agente daar ergens zijn.‘Hopelijk zijn ze niet verhuisd,’ denkt ze.De volgende dag huurt Sorane een wagen en verlaat een half uurtje later de stad. Voor het huis van de famillie stapt ze uit en stapt om zich heen kijkend naar de voordeur toe. Als een oudere man de deur opent, kijkt ze haar verwachtend aan.‘Ben ik bij de famillie Monnaan?’‘Jazeker, Ona.’‘Ik ben op zoek naar uw dochter Teira.’Eerst keek de man haar vriendelijk aan, maar nu verandert zijn stemming. Hij roept zijn vrouw, die naar de deur toekomt. ‘Wie ben jij? Mijn dochter hebben we het huis uitgezet. Ze werd betaald om te moorden, maar werd betrapt.’‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Weet...’‘Haar eigen partner moest haar neerschieten, toen ze er vanonder wilde muizen. Spijtig genoeg overleefde ze haar wonden.’Even slikt Sorane, want in de stem van de vrouw ligt heel veel woede.‘Ze moet diep teleurgesteld zijn in haar dochter,’ denkt ze en kijkt de man even aan.Maar die laat het woord aan zijn vrouw over, maar Sorane kan in zijn blik zien dat hij de gevoelens van zijn vrouw deelt.‘Weet u waar ze nu is?’ ‘Nee. En dat kan ons niet schelen ook.’Even kijkt Sorane de man en de vrouw aan.‘Het spijt me, dat ik jullie lastig val, maar ik moet Teira spreken.’‘Ben jij een agente?’ vraagt de man, terwijl zijn zich naar binnen haast.‘Nee, dat niet. Maar ik wil een paar dingen opklaren.’‘Wat is erop te klaren, Ona Cobanon. Onze dochter is schuldig, dat is bewezen.’‘Mijn stiefvader heeft een paar opzoekingen gedaan, Mijnheer Monnaan. In zijn noties zijn een paar dingen onduidelijk. Die dingen kan Teira misschien invullen.’‘Het spijt me dat we u niet kunnen helpen. Misschien Riso, onze zoon, want bij hem heeft die moordenares een tijdje gewoond.’Sorane kijkt de man vragend aan.‘Het spijt me, dat ik me liet gaan, Ona Cobanon.,’ zegt de vrouw die weer naast haar man komt staan.Voor haar man nog iets kan zeggen, zegt de moeder van Teira, terwijl ze naar het oosten wijst:‘Riso woont iets buiten Nikan, Ona. Hij heeft haar geholpen, omdat hij het als zijn plicht beschouwde, al verdient ze het niet.’Sorane kijkt even in die richting.‘Dank u, allebei. Hopelijk vind ik wat ik zoek.’‘Ik hoop het ook, dame.’Sorane stapt naar haar wagen en stapt snel in. Dan rijdt ze weg. Op de voetpadden ziet Sorane hier en daar enkele mensen wandelen. Aan de rand van het dorp stopt ze de wagen nabij twee wandelende mensen en vraagt:‘Weet u soms waar Riso Monnaan woont?’‘Niet echt, Ona. Maar ik denk dat ik hem een paar keer gezien heb, toen hij een rolstoel, waarin een vrouw zat, over de zandweg duwde.’‘Waar was dat?’ ‘Op de weg aan de achterzijde van het derde huis in de richting van het volgende dorp Geonro.’‘Dank u,’ zegt Sorane en rijdt verder.De volgende straat slaat ze af en draait een paar minuten later af, aan het huis op die weg. Langzaam stapt ze uit en kijkt even om zich heen. Op dat moment gaat de deur van het huis dat een tiental meter van haar af staat, op. Een man van ongeveer veertig jaar verschijnt in de deuropening.‘Wie ben u?’ vraagt hij.‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Ik ben op zoek naar Teira Monnaan.’‘Mijn zus is hier al lang niet meer, Ona. Ze heeft hier gewoond, tot haar toestand verergerde. Teira bevind zich vermoedelijk in de stad Helinsen.’‘Kent u haar adres?’‘Niet echt. Het opvanghuis waar ik haar naar toe bracht, heeft een paar maanden laten weten dat ze haar naar een andere inrichting gebracht hebben, om haar een betere verzorging te kunnen verlenen.’‘Kent u het adres niet?’‘Nee, Ona. Dat niet.’Sorane kijkt hem even verbaasd aan. Van hun ouders weet ze dat deze man zijn zus alle hulpverleende die hij kon opbrengen en nooit geloofd heeft in haar schuld. Ze knikt echter.‘Dat moet ik haar in Helinsen gaan zoeken.’‘Het spijt me dat ik u niet kan helpen, Ona Cobanon. Maar ik hoop dat u haar vind.’Sorane loopt in gedachten naar haar wagen en stapt om zich heen kijkend in.‘Ze is hier, daar ben ik zeker van. Als het toch niet zo zijn, dan zou hij zeker weten waar ze is,’ denkt ze.Even later rijdt ze achteruit en keert terug naar het dorp. Daar parkeer ze haar wagen op de parking van een hotel en neemt er een kamer. Die avond verlaat ze rond acht uur het dorp en loopt langs de weg achter de losstaande huizen tot bij het huis van de broer van Teira. Zonder dat ze opgemerkt wordt sluipt ze naderbij en kijkt door het venster van de woonkamer. Ze glimlacht als ze de gehandicapte vrouw in een zetel ziet zitten. Teira zit met haar broer te praten. Langs de achterdeur geraakt ze onopgemerkt binnen. Langzaam vordert ze geruisloos in de richting van de woonkamer.‘Je weet toch wie die Sorane Cobanon vermoedelijk is, Riso.’‘Dat zou kunnen, zus. Ze lijkt wel veel op die huurmoordenares die in een paar keer in het nieuws geweest is. Maar of zij deze vrouw is. Dat denk ik niet. Waarom zou zij hier zijn?’‘Je weet toch wat er gebeurd is ongeveer achttien jaar geleden.’‘Hoe zou ik dat kunnen vergeten, zus. Door die vervloekte collega van jou werd je meer dood dan levend naar het ziekenhuis gebracht. Die knalde zo maar drie kogels doorheen je borst.’Even ziet dat Teira haar ogen sluit en even in elkaar lijkt te zakken.‘Dat ben ik niet vergeten, broer. Maar waarom zou iemand mij daarom nu nog opzoeken.’‘Als ik dat wist, dan…’Sorane heeft intussen haar wapen getrokken en een geluidsdemper erop gevezen. Op dit moment stapt ze de kamer en zegt:‘Weet geen van jullie beiden waarom? Je zus, de moordenares van mijn ouders zou dat toch moeten weten.’Teira kijkt verschrikt op en staart naar Sorane. Haar broer wil recht springen, maar kijkt recht in het dreigend gaatje van de loop van Sorane’s pistool.‘Je ouders??? Ben jij de dochter van Elian en Gono. Sorane.’‘Jij hebt het recht niet om hun naam uit te spreken. Jij hebt hun verraden.’‘Nee, Sorane. Dat deed ik niet,’ fluistert Teira, met steeds vastere stem.Sorane richt haar wapen op Teira, terwijl ze recht in haar ogen kijkt. Tot haar verbazing blijft de gehandicapte vrouw haar met vaste blik aankijken. ‘Ik heb je ouders niet gedood, Sorane. Ze werden mijn vrienden in de korte tijd dat ik hen kende.’‘Je moet niet liegen, nu je de dood in de ogen kijkt, Teira Monnaan. De bewijzen waren voldoende, dat wees het onderzoek uit.’‘Dat weet ik, Sorane. Daarom werd ik na mijn genezing, toen ik na tien jaar uit de gevangenis kwam, ook verstoten door onze famillie. Alleen mijn broer hier bleef in mijn onschuld geloven en nam mij op in zijn huis en zijn famillie. Als ik nog kon lopen, dan zou ik mijn onschuld kunnen bewijzen, maar het kan niet.’Sorane aarzelt. Een schot en het is voorbij. Maar ze lijkt niet te liegen. De roodharige kijkt in de ogen van de gewezen agente en beseft dat ze het niet kan. Voor het eerst kan ze een schuldige niet doden, of gelooft ze haar. Ergens meent ze een stem te horen fluisteren.‘Deze vrouw spreekt de waarheid, Sorane.’ Even schrikt ze, want ze heeft de stem gehoord, maar wie zei dat. Waren het haar eigen gedachten of iets anders. Want wat die stem beweert, denk ze zelf ook.Sorane kijkt nog steeds in de ogen van de vroegere agente alsof ze niet kan wegkijken. Even zakt haar wapen naar beneden, in een reflex richt ze het dadelijk weer omhoog. Even buigt haar vinger nauwer om de trekker. Maar ze kan het niet, niet meer nu ze ervan overtuigd is dat deze vrouw niet liegt.Langzaam laat ze haar wapen zakken tot het naar de grond wijst. Riso denkt zijn kans te zien en wil op de roodharige af duiken, maar op dat moment hoort hij haar zeggen.‘Je broer is de enige niet meer die je gelooft, Teira. Jij bent geen genadeloze moordenares, dat weet ik nu zeker. Ik kwam om je te doden, maar je heb geen schuld aan de dood van mijn ouders. Jij zou nooit iemand kunnen doden, zoals ik dat kan.’Riso kijkt Sorane verbaasd aan.‘Dus ben je toch die moordenares die dood voor geld.’‘Ja, mijnheer Monnaan. Die ben ik.’‘Niet zo afwijzend, broer. Sorane is niet zo genadeloos als ze zelf denkt. Volgens de berichten dood ze alleen mensen die misdaden op hun geweten hebben.’‘Dat klopt, maar toch dood ik hen zonder dat ze zich kunnen verdedigen.’‘Ik denk dat zij beter kan gaan, zus. Ze hoort hier niet.’‘Laat haar blijven, Riso. Sorane, hier is de dochter van mijn omgekomen vrienden. Ik wil met haar praten.’Even kijkt Riso zijn zus verbaasd aan.‘Je doet maar, zus. Ik wacht buiten wel.’Meer dan drie uur zitten beide vrouwen te praten over het verleden en het heden. Als ze afscheid van Teira, zegt ze:‘Ik zal de gegevens van Jov en Runa nog eens goed doornemen. Misschien vind ik daar aanwijzingen naar de echte dader, want ik wil de opdrachtgever van jou vroegere Kapitein, Teira.’‘Wees voorzichtig, Sorane.’‘Als je ooit eens op Enuron zou zijn, zoek mij dan op is het dorp Mogwan. Daar besteed ik mijn geld aan nuttige zakken, die de bevolking daar ten goede komen. Misschien kunnen ze daar helpen, zodat ooit je wel weer kan lopen.’‘Zie je wel dat je niet zo genadeloos bent dan je denkt, Sorane.’‘Ik denk dat diegenen die ik gedood heb, daar anders over denken.’‘Misschien, maar zij kunnen niet meer spreken.’Dan valt haar blik op een foto, die op de kast staat.‘Is dat je man, Teira?’De vrouw kijkt even naar de foto en knikt met een droevige blik.’‘Zijn liefde was niet groot genoeg om mij te geloven, Sorane. Hij is intussen hertrouwd, geloof ik. En mijn dochter die daar naast hem staat, die wil niets met mij te maken hebben.’‘Het spijt me, Teira. Ik vrees dat ik je daarmee niet veel kan helpen.’‘Misschien willen ze, als je de echte daders en opdrachtgevers moest vinden, weer met mij praten.’‘Ik hoop het ook, Teira.’‘En je ouders?’‘Die wil ik zelf niet meer zien, Sorane. Ze hebben me verstoten.’‘Teira, vergeef hen alstublieft. De bewijzen waren zo overweldigend, dat ik ervan overtuigd was dat jij de schuldige moest zijn.’Even glimlacht Teira.‘Ik weet niet of ik het kan, Sorane. Maar ik zal je raad opvolgen en het proberen. Misschien kan ik daarna vergeten en weer in het echte leven stappen, in plaats van hier in deze stoel mijn dagen te slijten.’‘Doe dat, Teira en je zal zien dat het leven mooi kan zijn, ook al zit je in een rolstoel.’‘Dank je, Sorane.’Sorane glimlacht even en steekt nog even haar hand op. Dan opent ze de deur en loopt de gang in. Daar hoort ze stemmen. Als ze buiten komt merkt ze een oudere vrouw en een drieëntwintigjarige op. Ze lijken veel op elkaar.‘Vermoedelijk moeder en dochter,’ denkt ze, terwijl ze even naar Riso kijkt.‘Het spijt me van mijn woorden daarstraks, Ona Cobanon.‘Noem mij maar Sorane, zoals vrienden doen, Riso. Ik heb besloten Teira te helpen. Zijn dat je vrouw en dochter.’‘Ja, dit is Damin, mijn vrouw en dat is onze dochter Heneva. U had het daar straks wel even mis. Met u erbij zijn we zijn nu met vier, die ervan overtuigd zijn dat mijn zus onschuldig is.’‘Voor een huurmoordenares ben je wel zeer mooi en aantrekkelijk, Ona Cobanon.’De roodharige glimlacht even en kijkt even naar Heneva, die haar vreemde blikken toewerpt.‘Jij ook, meid. I…Ik.’‘Vergeef mijn dochter, Sorane, ze valt echter op vrouwen. Ik denk dat ze hoopt dat jij ook…,’ glimlacht Demin, die de aarzeling van Sorane dadelijk opmerkte.‘Dat is pech hebben, Heneva. Ik val echter meer op mannen.’‘Spijtig, dame.’Sorane knikt even naar de jonge vrouw, dan wendt ze zich naar haar vader en moeder.‘Ik ga op onderzoek uit, want ik wil de moordenaar indien mogelijk nog steeds vinden. Je zuster heeft genoeg geleden het wordt tijd dat haar onschuld bewezen wordt.’Riso knikt. ‘Dat is juist. Maar als de echte dader erachter komt, dan kan dat weleens gevaarlijk worden.’‘Je hebt gelijk, Riso. Daarom wil ik dat jullie eens een vakantie nemen.’‘Wil je werkelijk dat we ons uit de voeten maken?’‘In zekere zin. Ik ben gevaar gewoon en het is mijn beroep zoals je weet. Ik wil Teira en jullie veilig weten. Ik kan jullie een vakantie in het groeiend dorp Mogwan aanbieden. De inwoners zullen jullie helpen en in het ziekenhuis kunnen ze je zus eens onderzoeken. Met de technieken die ze daar hebben kunnen ze Teira misschien helpen om een meer mobiel leven te leiden.’‘We zullen erover denken, Sorane.’Terwijl Sorane te voet naar het dorp weerkeert, bespreekt het gezin van Riso het voorstel van Sorane met Teira. Die wil eerst niet maar besluit dan toch maar te gaan. Alleen is Enuron geen amazonewereld maar een wereld waar de mannen de baas zijn.Intussen loopt Sorane door de straten, terwijl ze met haar gedachten bij de aantekeningen van Jov zijn. Plots kijkt ze om zich heen en beseft dat ze in de buurt terecht gekomen is, waar de ouders van Teira en Riso wonen. Ze glimlacht even en verandert van richting. Even later belt ze opnieuw aan bij de deur van de famillie.Deze maal opent de vader van Teira de deur en kijkt haar wrevelig aan.‘Mijnheer Monnaan, ik moet iets bekennen.’‘Bekennen, Hera?’‘Ja, ik zocht je dochter, Teira. Niet alleen om haar te spreken…’‘Dat kan ons niet schelen, vrouw. We weten intussen wie je bent. Sorane Nador, een verachtelijke huurmoordenares.’‘Ik mag dan een huurmoordenares zijn. Maar jullie beiden zijn nog veel erger, want jullie hebben eigen dochter veroordeeld. Dat is iets dat ze niet verdiend.’‘Als je Teira bedoeld en ik denk het wel. Die is onze dochter niet meer.’‘Monnaan. Weet je waarom ik hier ben?’‘Nog eens, dat gaat ons…’‘Ik kwam om jullie dochter te doden voor de moord op mijn ouders ongeveer achttien jaar geleden.’‘Dus jij bent die kleine meid waar ze het in het nieuws over hadden. En heb je die moordenares, haar verdiende straf gegeven.’‘Nee, ze is al genoeg gestraft. En dat terwijl ze onschuldig is. Daarvan ben ik nu volledig van overtuigd.‘Onschuldig,’ stamelt de man ontsteld en moet zich aan de deur vasthouden, zo slap voelt hij zich plots.‘Nu heb ik een nieuw doel, de ware schuldige opsporen, die dan zal boeten ofwel door het gerecht ofwel door mijn hand,’ hoort hij de roodharige als van ver zeggen.De man staart haar verbaasd aan en stamelt:‘Is dat echt waar?’‘Zo zeker als ik hier sta, mijnheer Monnaan. Ga naar jullie dochter en zoon toe en praat met hen. Als Teira jullie vergeeft, dan kan je hen vergezellen,’ zegt Sorane.‘Vergezellen? Wat bedoel je?’‘Je zoon en zijn gezin en Teira gaan naar Enuron. Daar zal jullie dochter geholpen worden om weer de vrouw te worden die ze ooit was,’ hoort hij de stem van de roodharige nog.Maar dan keert zij zich om. Dan stapt ze naar het voetpad toe en haast zich in de richting van het centrum van de stad. Verstijfd kijkt de man haar na. Als zijn vrouw komt kijken, schrikt ze van haar man, die zo bleek ziet. Angstig vraagt ze:‘Schat, wat is er? Je ziet zo bleek.’‘We hebben ons vergist, mama. Onze dochter is onschuldig, waren de woorden van die roodharige vrouw. En ik geloof haar.’Even is het stil. Ceri, de moeder van Teira wordt bleek en stamelt dan: ‘I..iik h..oop dat Teira ons vergeeft, Lodin.’‘Dat hoop ik ook, want we hebben haar beiden veroordeeld, zonder naar haar te luisteren.’‘Dan moeten we zo snel mogelijk naar haar en Riso toe. Ik wil hen eindelijk weleens terugzien.’Lodin knikt.‘Ik hoop dat ze ons willen ontvangen, schat.’‘Moeten we haar vroegere man, Kieve, niet op de hoogte brengen?’‘Ik weet het niet, Ceri. Hij is hertrouwd. Als ze hem niet meer wil zien dan…’‘Liese, haar dochter zal ze toch wel willen zien, denk ik. Het is al verschillende jaren geleden.’Even denkt Lodin na, dan knikt hij.‘Ik zal naar hen toegaan. Wil jij een paar dingen in pakken? Zodra ik terugkom gaan we op weg.’‘Hopelijk komt het nog goed tussen beiden.’‘Dat denk ik niet, schat. Je weet dat, Kieve vier jaar een diepe depressie had. Tot hij Worena ontmoette. De laatste maal dat ik hen zag waren ze gelukkig. Liese heeft zijn nieuwe groenhuidige vrouw aanvaardt als haar vriendin, die haar raad geeft. Maar ik vind dat we hen hier moeten in betrekken.’Ceri knikt, terwijl ze steun zoekend naar binnen wankelt. Want het heeft even hard getroffen als haar man. Met trillende handen neemt activeert ze de telefoon en krijgt Kieve aan de lijn.‘Kan je met je gezin naar ons komen? We hebben iets zeer belangrijks te bespreken. Als het kan dadelijk.’Als haar man de salon in komt, kijkt ze hem aan.‘Kieve kan niet weg op het moment. Pas volgende week kan hij zich een dag vrijmaken. We hebben afgesproken dat hij volgende dinsdag. Onze kleindochter en Worena komen ook mee.’‘Wat gaan we hen zeggen? Misschien willen zij Teira niet zien. Je weet dat Liese de laatste maal dat ze hier was, woedend naar haar kamer rende.’‘Ja, dat weet ik. Ze haat haar moeder om wat we dachten dat ze gedaan heeft. We moeten haar en Kieve overtuigen om met Teira te praten. We moeten onze fouten durven bekennen. Ook Liese.’‘Ik hoop dat ze instemmen, Lodin. Want ik weet niet wat we moeten doen als ze niet willen.’‘Maar ik kan niet wachten, Ceri. Ik wil weten of ze ons wil vergeven.’Even kijkt haar man haar aan.‘Dat wil ik ook, maar ik vrees dat haar dat zeer moeilijk zal vallen. We hebben beiden harde woorden gezegd. Als onze zoon er niet geweest was, dan had ze zichzelf misschien om het leven gebracht.’Ceri schrikt van zijn woorden, want ze ziet het gezicht van haar dochter opnieuw voor haar ogen. Nooit heeft ze die blik vergeten. Er stond wanhoop en diepe teleurstelling in die blik vol, tranen. Maar nog iets anders. Ze beseft dat haar man gelijk heeft. Toen ze met een ruk haar rolstoel omdraaide en naar de straat toe rolde, moet haar besluit vast gestaan hebben. Dadelijk dringt het tot haar door, dat Teira toen besloot om er een eind aan te maken. Als Riso zijn zus niet zo hevig verdedigd had, dan hadden ze haar de dood ingejaagd.‘Moge de verhevene mij vergeven,’ fluistert ze.‘Misschien vergeeft de verhevene je wel, Ceri. Maar onze dochter zal dat niet zo snel doen.’‘Dat besef ik ook, Lodin. Maar ik wil haar zien.’‘Dan gaan we morgenvroeg op weg. En keren we ten laatste volgende maandag terug.’Intussen is Sorane een paar straten verder en verdwijnt door de deur van het hotel. Op haar kamer leest ze opnieuw de papieren door en ontdekt verbanden, die zelfs voor Jov verborgen waren, omdat hij ervan uitging dat de bewijzen echt waren.‘Ik wil toch eens weten waarom die agent Evo eraan moest. En waarom schoot die om Teira te doden? Wist zij teveel van hem?’ denkt ze.Met een zo goed als perfect namaak politiepasje stapt ze het politiebureau binnen en begeeft zich naar het kantoor van de Kapitein. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon, Kapitein. Ik werd met een oude zaak over een roofoverval met moord als resultaat, belast. Agent Varon heeft daar, volgens het dossier ooit met zijn collega Monnaan aan gewerkt.’‘Het spijt me, agent Cobanon. Agent Varon is dood. Ik moest hem doden toen hij zijn partner, die ik achtervolgde, gewoon drie kogels door haar borst joeg. Waarom hij dat deed weet niemand? Mogelijk weet agente Monnaan waarom hij haar wilde doden.’‘Leeft ze dan nog, Kapitein.’Ja, ze overleefde haar wonden, maar is gedeeltelijk verlamd en slaat soms wartaal uit.’‘Weet u waar ik haar kan vinden?’‘Zeker, ze leeft in een dorp bij haar broer heb ik gehoord, nadat die moordenares haar veel te korte straf heeft uitgezeten, vermoedelijk omdat ze verlamd is. Ik heb het adres hier ergens. Als u wil kan ik het je laten bezorgen.’‘Als dat zou kunnen, want misschien herinnert ze zich nog een paar dingen over het dossier.’De Kapitein knikt.‘Geef je verblijfplaats aan de balie af. Dan zal ik het zo snel mogelijk laten weten. Maar vergeet niet dat Ona Monnaan een corrupte agente was. Door haar schuld zijn twee goede agenten vermoord.’Even kijkt Sorane de kapitein nadenkend aan en knikt dan.‘Zal ik doen. Bedank voor uw hulp, Kapitein,’ zegt Sorane en geeft de kapitein een hand.De vrouw merkt het niet, maar Sorane heeft een kleine microfoon ontvanger op aan de binnenzijde van de mouw van het uniform gekleefd.‘Jij bent van mij, Kapitein,’ denkt ze opgelucht en verlaat het kantoor.De vrouw achter haar kijkt haar spottend aan.‘Je kan goed liegen agente Cobanon, gelukkig maar dat ik mijn mensen Teira laat observeren. Jij was al bij haar en bij haar ouders. Alleen zou ik weleens willen weten wat jij hier in werkelijkheid te zoeken hebt.’Sorane laat haar adres achter en steekt even later de straat over. Hoe het komt weet ze niet, maar ze vertrouwt die kapitein niet. Haar ogen kijken haar onrustig aan, dat is meestal een teken men iets wil verbergen. Juist als ze iets wil bestellen, ziet ze de kapitein uit het politiebureau komen en naar de autoparking van het politie lopen. Snel staat ze op en haast zich naar buiten. Een paar minuten later volgt ze met haar wagen door het drukke verkeer de wagen van de kapitein. Tot haar verbazing rijdt de agente een oprit op van een zeer rijk uitziende villa. Volgens haar boordcomputer is dit een villa van een fractie barones. Zij en haar famillie heersen over een van de grootste en machtigste fracties van de planeet.‘Wat heeft die hier te zoeken. Zo te zien kennen ze haar zeer goed.’‘Sorane schakelt haar armband in en hoort wat er in de buurt van de kapitein gezegd wordt.’‘Heeft iemand van u Sorane Nador ontboden. Zij loopt hier onder de naam Sorane Cobanon haar neus in verschillende zaken te steken.’‘Nee, Kapitein Vorent. Dat niet. Heeft u haar gezien?’‘Ze is zelfs op mijn kantoor geweest met vragen over Teira Monnaan. Alleen weet ze niet dat ik de verblijfplaats van mijn vroegere luitenant laat observeren. Zo wist ik dat zij daar al geweest was en dat terwijl ze aan mij het adres vroeg.’‘Dat is vreemd, maar misschien wilde ze alleen maar zien of u het ook wist.’‘Dat kan, Hera. Maar dat denk ik niet. Ze heeft lang gepraat, maar we weten niet waarover.’Even is het stil.‘We zullen haar even aan de tand laten voelen. Wij hebben haar niet geroepen, dus ik wil weten wie wel.’‘En als ze niet geroepen is, wat dan.’‘Zelfde resultaat, Kapitein. Wie haar neus in onze zaken wil steken, wordt uitgeschakeld.’‘Toch is er iets vreemds, Hera. Hoe heette die vrouwelijke agente, die we lieten doden, ook al weer. Ik denk dat ik het juist heb, Hera. Haar naam Elian Cobanon. Een toeval als dat bestaat niet, denk ik. Dan is ze hier om wat ongeveer achttien jaar geleden gebeurd is. Ze mag zeker niet ontdekken dat wij de opdracht gegeven hebben.’Even denkt Eravna na.‘Dat kan niet anders. Die twee onderkruipers hadden een dochtertje. Hoe die heette weet ik niet, maar ze verdween samen met een koppel dat op haar paste. Als ik het juist heb, moet de dochter van dat koppel van achttien jaar geleden, nu ongeveer 23 jaar oud zijn.’‘Verdomme, die kleine moet Sorane zijn. Ze wil weten wie haar ouders gedood hebben.’Even staart Eravna Kapitein Vorent aan.‘Waarom gaat ze niet achter die luitenante die veroordeeld werd aan?’‘Dat heeft ze, maar ze liet haar in leven. Verdomme, ze weet het. Dat kan niet anders. Er moet daar iets gebeurd zijn, waardoor ze weet Teira Monnaan onschuldig is.De stilte die er dan optreedt, wordt door de stem van Eravna onderbroken, als ze zegt:‘Je vermoeden moet juist zijn, Kapitein. We moeten haar voor zijn.’De kapitein knikt even en reikt een papier aan.‘Hier, Hera. Op dit adres verblijft ze.’Eravna glimlacht als ze het adres leest.‘Kapitein. Uw beloning zal op het einde van de week overgemaakt worden.’‘Dank u, Hera Eravna. Ik ben uw trouwe dienares.’‘Ga nu. Mijn mensen zullen zich om Ona Cobanon bekommeren. Ze weet het nog niet, maar ze is al dood.’Een paar minuten later rijdt de Kapitein weer weg. Twee wagens volgen haar.‘Die zullen wel even zoet zijn, denk ik. Ze weet het nog niet, maar die Hera Eravna heeft haar eigen doodvonnis uitgesproken. Maar deze maal wil ik dat ze weet wie haar haar levenslicht uitblaast,’ glimlacht Sorane met flitsende ogen, die aan de zijkant van de toegang de wagen van de kapitein nakijkt.Onopgemerkt door de bewakers sluipt de roodharige door de tuinen van het landgoed en nadert steeds dichter het huis. Twee mannen merken haar plots op en proberen hun wapen te trekken. Nog voor ze het uit de holster getrokken hebben, zakken ze in elkaar met een gaatje tussen hun ogen. Snel trekt ze hun lichamen tussen de bomen. Dan kijkt ze even spiedend om zich heen, maar ziet niemand. Een paar minuten later dringt ze het grootste huis binnen. Niemand merkt haar op, al is het soms op het nippertje. Zo bereikt ze de garage en knielt even later naast een wagen. Uit haar zak, die ze aan haar linkerzijde heeft hangen, neemt ze een compacte bom en klikt ze vast naast het wiel. Dan haast ze zich naar de volgende en plaatst de volgende bom. Zo gaat ze elke wagen af die er staat en heeft dan nog zes bommen over. Op dat moment laat haar geluk haar in de steek. Drie gewapende mannen verspreiden zich door de kelder en openen het vuur. Sorane kan echter wegduiken en schiet terug. De schoten lokken echter anderen. Sorane trekt zich terug zover ze kan tot tegen de muur. ‘Ik haal het niet meer. Ik kan me beter uit de voeten maken,’ denkt ze als er het alarm weerklinkt.Op dat moment schuift een bijna onzichtbare deur open en drie mannen stappen zwaargewapend naar buiten. Sorane beseft nog meer dat ze in de problemen zit, maar ze geeft het niet op. Op de vloer liggend schiet ze een klein projectiel onder enkele wagens door, naar een paar voorwerpen toe. Als die geraakt worden, vallen ze met veel lawaai om. De aandacht van de drie en enkele is nu op die geluiden gericht.Ze zien echter niets meer bewegen. Dus sluipen ze op hun hoede in die richting, terwijl ze zich verspreiden. Sorane fluistert een verwensing, als ze de deur weer ziet dichtschuiven. Langs daar kan ze dus niet weg. Even kijkt ze aandachtig naar de enige uitgang die ze nog heeft en dat is de weg die ze gekomen is. Maar dat is aan de andere zijde van de garage. Heel haar plan is volledig in duigen gevallen, beseft ze. Alleen hier levend wegraken telt nog. Ze krijgt een idee. De bommen. Maar ze moeten wel dicht genoeg zijn. Kalm wacht ze af en steekt kleine doekjes in haar oren. Intussen loert ze onder wagen door naar de benen van de mannen. In haar rechterhand houdt ze een afstandsbediening. ‘Nu,’ denkt ze plots en drukt de knop in.Een seconde later ontploffen de bommen onder wagens. Verschillende mannen zijn op slag dood, als een wagen in hun nabijheid opgeblazen wordt. Anderen zijn gewond en nog anderen wankelen opzij, niet goed wetend wat er gebeurd is. Sorane haast zich gebukt langs de muur naar de uitgang. Enkelen merken haar echter op in de stof en rookwolk, maar ze reageren te laat. De roodharige kan hen geen kans geven en vuurt dadelijk.‘Zeer goed, Sorane,’ hoort ze plots zeggen.Even kijkt ze angstig om zich heen, maar ziet niemand. Ergens beseft ze dat ze weer een of andere stem hoort. Ze is toch niet gek aan het worden.‘Zeg nog eens iets, stem,’ fluistert ze, maar de stem antwoordt niet.Ze trekt dan maar haar schouders op.‘Ook goed. Zwijg dan maar,’ glimlacht ze en zet zich opnieuw in beweging.Maar als ze de trap oprent is het gevaar nog niet geweken. Er dagen anderen op. In een nis verbergt ze zich, terwijl enkelen haar voorbij lopen. Op haar hoede haast ze zich verder en bereikt de gelijkvloers. Ze ziet niemand en rent door de gang. Maar achter haar gaat een deur open.‘Halt, wie ben jij?’ roept een stem. Dadelijk werpt ze zich opzij en schiet tweemaal in de richting van de stem. Maar iets later schieten de kogels haar voorbij. Eentje raakt haar been, ze voelt de schok, maar heeft niet de tijd om ernaar te kijken. Uit haar tas neemt ze een granaat en activeert die. Een seconde later rolt die naar de plaats toe vanwaar ze schieten. ‘Pas op,’ roept iemand. Maar het is te laat de granaat ontploft een meter of twee van hen vandaan. Op hetzelfde moment veert Sorane op en rent naar de uitgang. Maar buiten zien ze haar rennen en zenden haar kogels achterna. Sorane zigzagt naar de bomen toe. Ze merkt niet dat enkele kogels haar raken, maar op iets onzichtbaars afketsen. Juist voor ze de bomen bereikt, voelt ze een slag in haar rechterzijde en stort neer. Kreunend richt ze zich op en tast naar de wonde. Haar hand is dadelijk vol bloed. Dan hoort ze stemmen naderen en richt zich op. Door de bladeren ziet ze twee mannen dichterbij sluipen.‘Pas op, Ervon. Ze moet hier ergens liggen,’ zegt een van hen, maar dat zij dan ook zijn laatste woorden.Beiden storten zwaargewond neer. Sorane wankelt verder en bereikt even later de plaats langs waar ze op het terrein geraakt is. Tien minuten later laat ze zich in haar wagen zakken, terwijl ze kreunt van de pijn in haar zijde. Als ze de deur achter zich sluit, neemt ze snel haar verbandtas en spuit even later een genezende vloeistof over de wonde langs de voorkant. Aan de achterkant heeft ze iets meer moeite, maar het lukt haar. Hierdoor houdt het bloeden op. Dan schrikt ze echter. Weer hoort ze die vreemde stem, waarvan al besefte dat de stem in haar hoofd huis:‘Het spijt me, Hera. Mijn energievoorraad is nog niet peil.’‘Wie ben je?’ vraagt ze nu, maar krijgt geen antwoordt.Enkele gewapende mannen verschijnen aan de toegangspoort van het domein, een vijftigtal meter van haar vandaan. Ze kijken om zich heen, maar zien haar niet. Snel laat ze zich opzij vallen zodat ze niet te zien is.Maar enkelen van hen komen in haar richting, terwijl anderen naar de andere zijde lopen. Een paar meter voorbij de wagen van Sorane blijven ze staan.‘Bloedsporen. Ze moet hier ergens zijn,’ zegt een van de vier mannen.‘Misschien in een van deze twee wagens,’ fluistert een andere.Sorane drukt snel op de startknop en hoort de motor aanslaan. Voor de mannen reageren, richt ze zich op en grijpt het stuur, terwijl ze op het gaspedaal duwt. Met piepende banden schiet de wagen vooruit.Achter haar weerklinken schoten en de verschillende kogels boren zich in de achterzijde van de wagen. Ook van de anderen zijde schieten ze, maar te laat. Sorane raast hen voorbij en draait de straat tegenover de poort in. Toch hoort ze nog enkele kogels inslaan. Enkelen springen in hun wagen, maar Sorane is een paar straten verder uitgestapt, terwijl de wagen in een steegje achterlaat. Als ze meer dan een uur later de wagen vinden, beginnen ze de omgeving te doorzoeken. Maar al snel geven er het op en keren terug, om verslag uit te brengen.

Jelsi
0 0

Sorane 01/05 De huurmoordenares

Twijfels Sorane komt enkele uren later aan in het training center. De coördinator schrikt even als hij haar gewond, maar nog steeds in leven opmerkt. Hij roept haar op zijn bureau en ondervraagt haar hard. Sorane die lichte koorts heeft, antwoordt zo duidelijk mogelijk. De coördinator is opgelucht, als ze niets van Verins opdracht lijkt te weten. Ze houdt de agente schuldig aan de dood van haar vriend. Maar hij besluit om haar in het oog te houden. Als Sorane op haar kamer zit, komt een jonge vrouw naar haar kijken. Sorane die er innerlijk niet zo best aan toe is, wordt door haar een beetje opgebeurd. Maar plots moet de roodharige aan de woorden van de agente denken. ‘…….doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot’ Hierover moet ze nadenken. Ze beseft nog niet wat dat betekend, maar het duikt steeds in haar gedachten op. Ze ziet de schutter telkens weer naar links achteruit wankelen alsof hij geraakt werd door haar kogel. En de agente was niet gewond, dus… ‘Nee, die agente heeft niet geschoten. Dus moet…. Verin… Hij hielt van mij... Nee, dat kan ik niet geloven. Zij moet het geweest. Misschien raakte ik Verin juist toen hij haar betrapte.… Ja, dat moet er gebeurd zijn.’ Enkele anderen kijken haar met een vreemde blik. Ze haast zich naar de coördinator, maar die is er niet. De volgende dag wordt ze echter opnieuw tot bij hem geroepen. De man reageert echter niet op de worden van Sorane over Verin. ‘Je collega is dood, Sorane. Hij kon zijn opdracht niet uitvoeren, maar jij leeft nog. Over drie maanden krijg jij je laatste trainingsopdracht. Als je slaagt, wordt je status veranderd in actieve dienst.’ ‘Ik zal slagen, heer. Want mijn doel is de daders voor de dood van Verin te laten boeten. Ik wil haar en haar opdrachtgevers dood voor mijn voeten zien liggen.’ Even schrikt de coördinator van de woede in haar ogen, maar dan beseft hij dat ze die agente bedoelt. Zonder dat het Sorane opvalt zucht hij opgelucht. Ze wil die agente doden, want ze denkt dat zij de moorden gepleegd heeft. Hij weet echter niet dat ze gemerkt heeft, dat hij even gespannen was. Even meent ze een stem in haar binnenste te horen: ‘Die bedriegt jou. En hij handelt zelf in opdracht van anderen. Welke opdracht had Verin? Als die agente Nevon en Axin niet gedood heeft, maar Verin? Dan kon hij niet anders, dan mij ook ombrengen, want hij moet geweten hebben dat ik achter hem aan zou gaan.’ Even kijkt ze om zich heen, maar ziet niemand achter haar. ‘Toch kan ik het niet geloven. Is de coördinator een van de opdrachtgevers? Vreemd. Dat moet ik uitzoeken,’ denkt ze. . Zonder de man nog verder aan te kijken haast ze zich met vaste stap de gang. ‘Ze doet maar. Als ze slaagt, is er een agente minder en als ze faalt, is ze er geweest,’ denkt de man met lichte spot. Vier maanden na de dood van haar vrienden ligt ze op een dak van een flatgebouw en richt haar wapen op een steeg. Ze weet dat Erine Rand, de agente op het einde van de steeg in een kleine flat woont. Ze wacht verschillende uren tot er plots een wagen naast de steeg stopt. Verbaasd ziet ze drie mannen en een vrouw uitstappen. Ze lopen achter elkaar met hun handen op hun wapen de steeg in. Ze wacht en wacht, maar ze komen niet terug. De vier ziet ze echter nergens. Wel staat de deur van de flat van haar doelwit open. Door het vizier van haar wapen kijkt ze naar de deur en stelt vast dat die ingetrapt is. Dan ziet ze een van de drie mannen uit de flat komen, gevolgd door de anderen. Snel verandert ze van positie zodat ze in de steeg kan kijken. ‘Wat is hier gaande?’ denkt ze. Plots stopt een tweede wagen, waaruit een jonge vrouw stapt. ‘Dat is die agente, Erine Rand,’ denkt ze. Snel richt Sorane haar wapen op haar doelwit, maar als ze de trekker wil overhalen, twijfelt ze weer. Weer ziet ze de gedaante voor haar ogen wankelen. ‘Waarom zou Nevon Verins naam met zijn bloed geschreven hebben, Of heb ik het mis. Heeft Verin mij werkelijk willen vermoorden,’ denkt ze, terwijl ze even de beelden van de gedaante voor zich ziet, toen ze hem raakte. ‘Verin waarom heb je dat gedaan?’ fluistert ze, terwijl ze de waarheid beseft. Als ze zich de ogen van die agente herinnert, wordt haar overtuiging nog groter. Zo kijkt een schuldige toch niet. Het was alsof ze spijt en medelijden had. Andere beelden vloeien voor haar ogen voorbij. Nevon schreef in zijn bloed, “Veri”, voor hij bezweek aan zijn wonden. De kogel in haar zak was er een van Verin.’ Dan ziet ze weer de agente voor zich staan, naast haar dode geliefde. ‘De agente was niet gewond,’ fluistert ze verschrikt. Ze schudt haar hoofd door deze vaststeling. Langzaam dringt de harde waarheid tot haar door. Verin dode haar vrienden en wilde haar dan ook nog doden. ‘Dat moet die opdracht geweest zijn, waar de coördinator het over had. Hij zei… Verin kon zijn opdracht niet uitvoeren. Hij moet Verin de opdracht gegeven hebben om mij te doden. Dat weet ik zeker,’ denkt ze, terwijl ze het zweet van haar hoofd wrijft. Ze is er plots zo van overtuigd dat ze niet meer kan vuren. ‘Verin, waarom deed je het? Ik hielt van jou en jij van mij,’ fluistert ze. Juist als ze haar wapen wil terugtrekken, richt ze haar blik weer door het vizier en merkt ze plots de vier anderen op. Nu herkent ze een van hen. De agent Bin Geron. Verbaasd ziet ze dat hij zijn wapen op de agente richt. Ook de drie anderen richten hun wapen. ‘Wat is daar toch gaande?’ vraagt ze zich af. Ze drukt op een knopje van haar wapen en schakelt de richtmicrofoon in. Verbaasd luistert ze naar het gesprek. ‘Het spijt me, Erine. Maar jij zit ons te dicht op de hielen.’ ‘Ben jij er ook bij, Bin.’ ‘Zeker. Jij neemt geen steekpenningen aan, dat weet ik. Maar het brengt wel veel geld op. Meer dan waar we ons leven voor wagen.’ ‘En wat nu. Mij doden, Bin. Je weet wat een jacht er geopend wordt als er een agent gedood wordt.’ ‘Ja, Erine. En daar zullen wij met al onze inzet aan deelnemen. We zullen wel enkele daders kunnen grijpen, of ze schuldig zijn of niet.’ ‘Of ze schuldig zijn of niet,’ galmt even na is het hoofd van Sorane, terwijl haar ogen een staalharde uitstraling krijgen. Even wil ze opstaan, maar dan hoort ze een andere zeggen: ‘Misschien wordt Sorane Nador wel verdacht, Agentje. Want uit de opnamen, weten zij en vele anderen dat ze je bedreigd heeft, toen Verin, haar geliefde stierf.’ ‘Dat lijkt me een goed idee. Die roodkop is toch al verloren,’ zegt de vrouw instemmend. Intussen beseft Erine dat ze gelijk hebben. Ze zullen geen medelijden hebben om hun leven te redden. Eender wie zullen ze beschuldigen van de moord. Ze ademt diep in, want ze wil om haar leven vechten al zijn de kansen nog zo klein. ‘Het spijt me, Erine. Je beseft toch dat we niet anders kunnen.’ ‘Er zijn altijd keuzes, Bin. Maar die moeten jullie maken, niet ik,’ zegt Erine hees. Op het dak van het tegenoverliggende gebouw gaat er een schok doorheen het lichaam van Sorane. ‘De agente heeft hulp nodig, Sorane,’ hoort ze die vreemde fluisterende stem weer, Alleen jij kan haar leven redden.’ Even aarzelt Sorane nog, maar dan verandert haar wapen verandert van richting en door het vizier van het wapen ziet ze bovenste knoopje van de jas van agent Geron. Erine kijkt de drie mannen en de vrouw een voor een aan en ziet hun vastberaden blik. Ze beseft dat ze in een val zit waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Plots gaat door het lichaam van Bin Geron een schok en hij wankelt achteruit. Zijn mond valt ogen om een kreet te slaken, maar hij haalt het niet de dood heeft hem al in zijn greep. Zijn wapen valt uit zijn levenloze hand. Ze zien alleen het bloed dat uit de wonde in zijn borst loopt. De anderen zijn even verstard en staren Erine aan, maar die is even verbaasd als zijzelf. De vrouw is het eerst over haar ontsteltenis heen en schiet dadelijk op Erine, die zich opzij werpt. Ze is echter iets te traag en ze voelt een klap, tegen haar buik en een tweede net boven haar zijde. Haar corrupte collega’s richten hun wapens opnieuw op de tegen de muur leunende agente, want ze denken nog steeds dat zij schoot. Maar een tweede man wordt door een kogel achteruit gestoten. De vrouw beseft haar fout en keert zich om, maar te laat. Een kogel doorboort haar hoofd. De derde man heeft het ook begrepen dat er een andere schutter moet zijn. De, voor hem bestemde, kogel slaat in de muur omdat hij snel opzij tot achter de agente, springt. Maar Erine heeft haar wapen getrokken en probeert het op hem te richten. De man is echter sneller en schopt het wapen ui haar hand. Snel grijpt hij de agente vast en trekt haar voor zich. Hij hoort haar kreunen, terwijl ze naar hand vaster tegen haar buik aandrukt. Hij probeert de gewonde Erine voor zich te houden, maar hij weet echter niet van waar de schoten kwamen en de schutter laat zich niet zien. De man duwt Erine vooruit naar hun wagen. Hij opent de deur en geeft Erine een duw. De agente valt op de grond en ziet het wapen van de corrupte agent op zich gericht. De man waant zich veilig achter de wagen en sist snel: ‘Dood ben je geen gevaar meer, Erine.’ Maar voor hij kan schieten, doorboort een kogel het dak van de wagen en slaat in zijn rug. Voor de ogen van Erine zakt hij in elkaar en blijft even naschokkend liggen. Erine kijkt even naar de lichamen van de corrupte agenten. Dan steunt ze opnieuw tegen de muur en tast naar haar wonden. Ze bloed hevig en de kogel drukt tegen haar onderste rib. Moeizaam wankelt ze tot tegen de muur van de steeg ‘Wie heeft hen neergeschoten en waarom?’ denkt ze, terwijl ze voorzichtig naar de omliggende daken kijkt, want de schoten kunnen alleen van daar gekomen zijn.’ Ze ziet echter niets. ‘Zou het nu mijn beurt zijn?’ denkt ze en probeert in dekking te raken, maar ze krimpt in elkaar van de pijn. Even kijkt ze naar haar wonde en beseft dat ze nog steeds bloed verliest. Maar ze heeft niets bij zich om wonden te verzorgen. Opnieuw kijkt ze naar het dak tegenover de steeg, maar er gebeurt niets meer. ‘De schoten moeten vandaar gekomen zijn.’ Al verwacht ze elk moment om de schutter opnieuw te zien opduiken, ze ziet niets bewegen. Ze beseft echter niet dat ze langzaam minder en minder scherp begint te zien, want het leven vloeit met haar bloed op de stenen. Sorane zit intussen met haar wapen in handen voor zich uit te staren. Ze wilde die agente dood, maar ze kon het niet en nu liggen er vier anderen dood in hun bloed op de straatstenen. Dan haalt ze de geheugenkaart uit haar wapen en bergt het in haar borst zakje. Dan plaats ze haar wapen tegen de muur en haast zich naar de toegang tot de trap. Terwijl ze naar beneden rent, trekt ze snel haar handschoenen uit en steekt die weg in de zak van haar broek. Op straat kijkt ze om zich heen en ziet ze de eerste mensen terug op straat verschijnen. In de verte hoort ze sirenes naderen. Maar dan valt haar blik op de steeg, waar Erine bewusteloos in haar bloed ligt. Snel rent ze de straat over en knielt naast de agente. De schrikt slaat haar om het hart als ze de grote plas bloed opmerkt, die onder haar lichaam groter wordt. ‘Ze bloed nog dood voor ze hier zijn,’ denkt ze. Snel onderzoekt ze de agente en stelt vast dat een kogel doorheen haar lichaam geboord heeft, maar de andere zit nog in haar lichaam. Als ze naar de huid rond de wonde tast, voelt de kogel even in de nabijheid van Erine’s onderste rib zitten. ‘Haar rib lijkt met gebroken,’ denkt ze, maar dan voelt ze plots niets meer. ‘Waar is de kogel nu heen,’ fluistert ze. Dan schrikt ze echter. Haar hand licht voor de tweede maal groen op. En weer, zoals de vorige maal bij die jongeman, ziet ze de huid van de gewonde voor haar ogen dichtgroeien. Aarzelend trekt ze haar hand weer weg en kijkt naar de wonde. Het bloeden is gestopt, maar de wonde is nog niet volledig gesloten. ‘Wat doen je, vrouw?’ vraagt een stem naast haar. ‘Ik probeer deze agente haar leven te redden, man,’ zegt ze en opent ze een klein tasje. Uit de voorwerpen die erin zitten kiest ze een spuitcapsule. ‘Ze bloed dood voor de ziekenwagen hier is,’ fluistert Sorane, terwijl ze de capsule platdrukt. ‘En die anderen.’ ‘Die zijn niet meer te helpen, man,’ zegt Sorane gespannen en duwt op het spuitbusje. De vloeistof die erin zit, spuit over de wonden, en vloeit dadelijk met het bloed naar buiten, maar de vloeistof verspreid zich dadelijk en vormt een beschermende laag over beide wonden. Hierdoor wordt het bloeden gestopt en genezende impulsen in de wonde mengen zich met het bloed, waardoor het genezingsproces bespoedigd wordt. ‘Wil je helpen om haar om te draaien?’ vraagt ze aan de man. Die bukt zich snel naast haar en samen met Sorane draait hij Erine op haar zijde. De man schrikt even als de agent kreunt van de pijn. Snel trekt Sorane het hemd van de agent omhoog en bekijkt even de wonde. ‘Gelukkig zijn er geen beenderen geraakt,’ fluistert ze. ‘Dan heeft ze geluk gehad, dame.’ Sorane knikt en spuit ook hier een laagje over de wonde. Dan draaien ze haar voorzichtig op haar rug. ‘Zonder u was ze vermoedelijk doodgebloed.’ Even kijkt Sorane neer op de agente en merkt ze haar met halfgeopende ogen aankijkt. Erine ziet echter maar een wazige vorm, omcirkelt door een rode gloed. Op de straat stoppen verschillende politiewagens. De agenten moeten zich een weg banen tussen de vele toeschouwers, die komen kijken. Sorane loopt tussen de mensen door, terwijl de man haar nakijkt. ‘Ik ken haar ergens van,’ denkt die, maar het dringt pas een minuutje later tot hem door. ‘De nieuwsberichten. Ja, Sorane Nador. Verdomme, die wordt gezocht.’ Maar hij ziet de roodharige nergens meer. Sorane is er echter nog wel en kijkt nog even om naar Erine, die intussen verzorgd wordt. Dan merkt ze dat de man die haar hielp, zoekend rondkijkt. ‘Die heeft me herkend,’ denkt ze. Toch zucht ze opgelucht, want ergens beseft ze dat ze juist handelde. Met snelle stappen haast ze zich naar de overkant van de straat, terwijl er nog steeds nieuwsgierigen toestromen. Hierdoor blijft ze wel uit het zich van de man, die nog steeds rondkijkt. ‘Hopelijk haalt ze het,’ fluistert ze, als ze achter een straathoek verdwijnt. Maar dan denkt ze terug aan Verin die haar liefhad, of was dat een spelletje. Met verwarde gevoelens haast ze zich weg. Al stappend haalt ze de kogel, die ze uit de vloer haalde op de plaats waar ze beschoten werd. Ze bekijkt hem lang alle kanten. Het is een kogel van een scherpschutterswapen. Het wapen van Verin beseft ze. Die nacht ligt Sorane na te denken op haar bed. Al wil ze het niet geloven, maar ze raakt er steeds meer en meer van overtuigt, dat Verin haar wilde doden. Er is er maar een van wie die opdracht kan komen. De coördinator. Weer komen de beelden van haar vrienden en hun baby’tje voor haar ogen. Even aarzelt ze, maar dan fluistert ze, met een droevige klank in haar stem: ‘Verdomme, Verin, waarom heb je dat gedaan? Je hielt toch van mij.’ Die morgen staat ze op. Uit een schuif van de nachttafel neemt ze politiepasje, op naam van Sorane Cobanon. ‘Ik moet het zeker weten,’ denkt ze. Rond 19.00 uur loopt ze door de gangen van het ziekenhuis en laat haar de weg naar de kamer waar Erine Rand ligt wijzen. Het heeft haar enige moeite gekost, want ze staat onder toezicht van haar collega’s, tot het onderzoek afgerond is. Maar dankzij haar vals pasje wordt ze toch in de kamer van de agente binnen gelaten. Ze legt een pakje bloemen, met het berichtje eraan vast. -Veel beterschap, SN.- Dan leunt ze tegen de muur en staat daar een tijdje roerloos naar de slapende agente te kijken. Van de agenten aan haar deur weet ze, dat Erine Rand nu van verdachte praktijken verdacht. ‘Ik heb nog iets goed te maken, Erine,’ fluistert ze plots en neemt de opname uit haar borstzakje. Even kijkt ze naar de geheugenmodule. Dan loopt ze naar het bed toe en legt hem naast de bloemen. ‘Dat zal haar wel vrijspreken,’ denkt ze. ‘Ik wens je veel geluk, agente. Je verdient het,’ fluistert ze nog. Dan verlaat ze de kamer. ‘Ik zal haar maar laten slapen, agent Gorvon. Ik kom later weleens terug.’ De agent in uniform knikt even. Verschillende weken later stapt ze licht aarzelend het centrale politiekantoor binnen. Ze toont haar pasje en voegt zich bij haar ‘collega’s’. Een agent die pas uit de politieschool komt brengt haar naar de onderzoek afdeling. Zijn naam is Malon Garent. Hij schrikt wel even als de ‘agente’ interesse blijkt te hebben voor die moordenaar Verin. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Het liefje van Verin was Sorane Nador. Dezelfde voornaam. Door een toeval begon ik mij voor haar te interesseren. Haar vader Jov Nador werkt voor een misdaadsyndicaat. Hij is betrokken bij een paar vreemde zaken. Dat is de tweede reden waarom ik dieper in Sorane’s familiezaken moet dringen.’ ‘Het spijt me, agente. Maar het lichaam van Verin is al gecremeerd.’ ‘Dan kan het verslag van de autopsie mij misschien helpen.’ ‘Misschien wel, maar dan hebben we de toestemming van dokter Besidon nodig. Ik weet echter niet dat hij dat zal willen geven.’ ‘We kunnen het altijd proberen, Malon.’ ‘Hoe komt het dat u al een agente in burger bent geworden.’ ‘Dat komt door mijn vader, Malon. Hij was een zeer goede inspecteur. Ik wilde hem opvolgen. En werd twee jaar geleden, een maand na mijn vierentwintigste verjaardag, bevorderd. Later ontdekte ik dat hij mij geholpen had. Toen ik op de zaak Nador stootte, nam ik de kans waar om te bewijzen dat ik een goede detective was.’ De agent kijkt Sorane met een vreemde blik aan. ’24 jaar oud, dan ziet ze er wel veel jonger uit, dan ze is,’ denkt hij verbaasd. ‘Ik hoop dat je het lukt, agente. Misschien worden ooit wel collega’s.’ ‘Misschien,’ zegt Sorane hees, want het kost haar al haar zelfbeheersing om deze leugens vol te houden. Ze wil echter haar doel bereiken, dus moet ze wel. Tot de verbazing van Malon, geeft de dokter zijn toestemming en beiden lopen naar de dossierruimte. ‘Zou de dokter zich door haar schoonheid laten beïnvloeden,’ denkt hij verbaast als ze de dossierruimte betreden, waar de digitale bestanden opgeslagen liggen. Op de monitor bekijken beiden de gegevens tot Sorane plots schrikt. ‘Dus toch,’ fluistert ze. Malon kijkt haar verrast aan. ‘Wat is er.?’ ‘De kogel die in de borst van de jonge moordenaar stak, kwam zo te zien uit het wapen van Sorane Nador. Dan moet zij hem van beneden geraakt hebben.’ ‘En dan, als er kogels rondvliegen dan kan er iemand geraakt worden en die kogel zal wel toeval geweest zijn.’ ‘Ik hoop het, Malon, want anders zou Sorane een van de beste schutters zijn die er rondloopt,’ antwoordt de agente naast hem en kijkt even naar haar horloge. ‘Het begint tijd te worden, agent Garant. Ze zullen me wel terugverwachten op mijn bureau. Maar ik weet nu toch wel meer. Pas wel op voor die Sorane Nador, want ze zou weleens gevaarlijk kunnen worden.’ De agent neemt Sorane mee naar de uitgang en neemt van haar afscheid. ‘Misschien zien we elkaar nog weleens, agent Garant.’ De jonge agent kijkt haar na als ze naar haar wagen stapt. Even later ziet hij haar de weg oprijden. ‘Niets anders te doen, agent Garant,’ zegt een stem achter hem plots. Hij draait zich om. ‘Hai, detective Rand. Jij hier. Zo snel genezen. Hoe maak je het?’ ‘Veel beter, dankzij mijn wonderbaarlijke genezing. Volgens de dokters, zou dat kunnen te maken hebben met een vloeistof die op. Zelfs nadat de ze de kogel, die tegen mijn rib drukte verwijderd hadden, bleek die stof nog steeds te werken. De wonde werd daardoor afgedekt en het bleek ook nog een genezende stof te zijn. Binnen de drie dagen was er van de wonde niets meer te zien.’ ‘Hoe kan dat?’ ‘Niemand weet waar die stof vandaan komt. Of wie ze aangebracht heeft.’ ‘Iemand moet toch iets gezien hebben, Erine.’ ‘Het enige dat we weten is dat het een vrouw is. Maar sommigen spreken van blauw haar, anderen van groen en nog anderen van rood, en zo verder. Zelfs over haar kledij, spreken ze elkaar tegen.’ Even kijkt Malon haar verbaasd aan. ‘Ze zullen die stof wel analyseren.’ ‘Daar is het te laat voor, er is niets meer van te vinden.’ ‘Wat, dat kan toch niet.’ ‘Ik weet het niet. Maar nadat het goedje zijn werk gedaan had, verdwenen alle sporen ervan.’ ‘Waar komt die stof dan vandaan?’ ‘Als ik dat wist eens wist, Malon. Maar alleen die onbekende vrouw, die me geholpen heeft, weet waar dat te vinden is.’ ‘Ooit vinden ze die onbekende wel.’ ‘Ik zou alleen graag weten waarom ze mij geholpen heeft, want had zij het niet gedaan dan was ik doodgebloed. En een tweede vraag die ik mij stel, was zij dezelfde als diegene die de corrupte agenten doodschot.’ ‘Zou zij die schutter zijn?’ ‘Misschien. Maar ze was wel een scherpschutter. Elk schot trof met dodelijke precisie zijn doel. Ze zijn alle vier dood.’ ‘Er is nog steeds een onderzoek gaande, Erine,’ zegt Malon. ‘Als ze dat ooit oplossen dan wil ik dadelijk het weten.’ Malon glimlacht even en knikt dan. ‘Maar nu even over jou. Heb jij niets anders te doen dan hier te staan kijken?’ ‘Jawel, maar ik wilde even fris luchtje scheppen.’ ‘Zal wel, Malon. Ze was wel een mooie meid, die roodharige agente.’ Malon gezicht krijgt een rode kleur. ‘Ze had hulp nodig,’ zegt hij wrevelig en haast zich weg. Erine kijkt hem na en glimlacht. ‘Zou hij een liefje hebben,’ denkt ze glimlachend. Verschillende weken gaan voorbij, terwijl Sorane zich opnieuw op haar lessen begint te concentreren. Op het einde van de maand wordt Sorane opgeroepen voor haar eerste opdracht, maar ze beseft dadelijk dat er iets in haar veranderd is. Ze wilden van haar een koelbloedige moordenares maken, maar de beelden van Nevon hebben haar veranderd. Ze weigert de opdracht met als uitvlucht dat ze de dood van haar medeleerling, Verin nog niet verwerkt heeft. ‘Deze maal zal ik iemand anders die opdracht geven, Sorane. Maar de volgende maal heb je de keuze uitvoeren of terminatie. Je kent de regels.’ ‘Zeker, heer,’ antwoordt Sorane met een geforceerde glimlach. De man kijkt haar na als ze het vertrek verlaat. ‘Maak de goede keuze, meid, want anders verliezen wij de twee besten van deze lichting. Er kan geen genade zijn,’ denkt hij. Twee avonden later ontmoet Sorane twee van haar vrienden bij de groep. ‘We moeten je spreken, Sorane.’ De roodharige knikt. ‘Over een uurtje in sector X,’ zegt ze. Dan haast ze zich naar een minder gebruikt deel van het ondergrondse complex. Hier heeft ze een verborgen ruimte, die alleen zij kan openen. Zelfs de Coördinator weet hier niets van. Als haar beide vrienden eindelijk op de camerabeelden ziet naderen, opent ze de deur. De man en de vrouw stappen naar binnen. ‘Is er iets gaande?’ ‘We hebben beslist om onze plannen te vervroegen, Sorane.’ De roodharige kijkt Evino aan. ‘Zijn jullie dan klaar?’ ‘Ja, we zijn het moe. Ons bestaan is hier van geen tel. Layon heeft ons vertelt van de beelden die hij gezien heeft, toen Verin de opdracht kreeg om Axin en Nevon te doden. En als hij het goed gehoord heeft moest jij er ook aan. Gelukkig werd Verin geraakt.’ ‘Ik dode hem, Evino.’ ‘Wat?’ ‘Hij vuurde vanop een appartement naar mijn en raakte me verschillende keren. Maar geen van zijn kogels raakte me goed genoeg. Dan kreeg ik mijn kans en raakte ik hem van op straat.’ Even is het stil in het vertrek. ‘Doe je mee, vraagt de vrouw plots. ‘Ik heb gezworen om de opdrachtgever te doden, Ginsa. En de Coördinator heeft Verin die opdracht geven. Maar we moeten wel het juiste ogenblik afwachten.’ Evino knikt. ‘Over een week zijn er verschillende op weg om hun laatste opdracht uit te voeren. We hadden geplant om er dan vandoor te gaan.’ Even denkt Sorane na. ‘In orde. We doen het. Maar we gaan er niet vandoor. Ik wil deze cel vernietigen.’ Verschrikt kijken beiden haar aan. ‘Wat?’ stamelt Ginsa. ‘Geen slecht idee, Sorane. Dan kunnen ze ons niet zo snel opsporen en misschien slagen we erin om te ontkomen.’ ‘Verzamel de anderen en plaats op verschillende plaatsen bommen, Evino.’ ‘En als we niet slagen?’ Sorane kijkt Ginsa in de ogen. ‘Dan maakt het voor ons toch niet veel meer uit. Maar ze zullen hier nadien geen nieuwe leden meer kunnen opleiden,’ zegt Evino. Even later verlaten beiden het vertrek, dat daarna door Sorane afgesloten wordt. Terwijl haar vrienden alles voorbereiden gaan het leven verder zijn gewone gang. Sorane traint opnieuw met de ijver die ze altijd gehad heeft. Diegenen die haar observeren zijn tevreden, want ze lijkt zich over de dood van Verin en beiden anderen heen gezet te hebben. Een week later wordt ze weer bij de coördinator geroepen en deze geeft haar een nieuwe opdracht. De man die ze moet doden kent ze niet, dus gaat ze zich eerst voorbereiden. Ze wil weten of hij iets misdadigs uitgevoerd heeft. Het blijkt een hooggeplaatste politieagent te zijn, die sinds zijn bevordering steeds inhaliger geworden is. Dit is iets voor haar, beseft ze. Een week later meldt ze zich weer bij de coördinator, die haar gelukwenst met haar geslaagde taak. Ze brengt rapport uit over haar onderneming. De coördinator, die niet weet dat er iets broeit in zijn cel, knikt, nadat hij Sorane’s voorkeur genoteerd heeft. Ze neemt alleen opdrachten aan van mensen die iets misdadigs uitgevoerd hebben. De coördinator geeft een teken dat ze kan gaan en zegt: ‘Tot over twee dagen, Sorane Nador.’ ‘Nee, coördinator. Jij gaf de opdracht om mij te doden. Verin hielt echter nog steeds van mij, daarom miste hij.’ ‘Dat was zijn test, Sorane Nador. Het was hij of jij. Er kan maar een de beste zijn in elke groep.’ ‘En Nevon, Axin en hun onschuldig kindje. Waarom?’ ‘Zij wilden weg uit de organisatie. Dat kunnen we niet dulden.’ ‘Het spijt me, Coördinator. Die beslissing maakte van mij een vijand. Ik en Verin hielden van elkaar.’ ‘Waar ga je heen, Sorane. Niemand verlaat de organisatie, dat weet je?’ ‘Ik en enkele anderen hebben, beseft dat ons leven voor jullie geen waarde heeft.’ De coördinator kijkt even om zich heen en kijkt de andere aanwezigen een voor een aan. Hij voelt dadelijk de vijandige sfeer die er plots hangt. ‘Het is ons leven, Sorane. Wij hebben ervoor gekozen. Iedereen die weg wil wordt uitgeschakeld, dat weet ieder van ons.’ ‘Zeker, Jij was de Coördinator. Wij de uitvoerders. Maar wij hebben een andere keuze gemaakt en besloten om onze kans te gebruiken. Maar er is nog een andere reden.’ ‘Welke dan, roodkop? ‘Je zoon liet zijn vrienden voor zijn dood zweren, dat zij op een of andere manier zijn vrouw zouden wreken. Jij hebt de vrouw van je zoon laten doodmartelen, omdat ze zwanger werd. Mijn komst bood hen die kans en de gevangenen deden mij een voorstel, dat ik met plezier aannam. Dus gaven ze mij een harde opleiding van mij de vrouw maakte die in nu ben,’ zegt Sorane en knikt even. De man kijkt naar enkele anderen, die nog in opleiding zijn en ziet hun pistolen plots op zich gericht. Ze weten dat ze snel moeten zijn en de vier pistolen openen het vuur op de verschrikte Coördinator. Dodelijk getroffen zakt hij in elkaar. Enkele anderen trekken hun wapen, maar worden dadelijk onder vuur genomen. In de hal barst een hevig vuurgevecht los tussen twee groepen. Langs beide kanten vallen doden en gewonden. Maar Sorane en enkele anderen hebben dit voorbereid en hebben een betere dekking. Meer dan vijf minuten later klinken de laatste schoten. De overlevenden staan op. De zes mannen en drie vrouwen kijken de roodharige aan, terwijl ze hun wapen wegbergen. Even kijken ze met gemengde gevoelens naar de doden. Diegenen die aan hun kant en ook diegenen die vroeger hun collega’s waren liggen overal verspreid in hun bloed. Sorane kijkt hen met gemengde gevoelens aan. ‘Het was nodig, vrienden. Ieder van ons had de keuze. Maar nu zijn we vrij.’ ‘En nu. Wat doen we nu?’ ‘Ik blijf in deze stad, want mijn stiefouders hebben hier een leven opgebouwd. Ieder van jullie kan dezelfde keus maken of weggaan.’ ‘Wij gaan, Sorane. Wij hebben geen familie of vrienden die ons binden. Misschien ontmoeten we elkaar nog weleens, maar ik weet niet of we dit leven vaarwel kunnen zeggen.’ ‘Ik hoop het wel, Evino. Want vroeg of laat leidt dit pad naar de dood.’ ‘Het zij zo, Sorane. Wij denken onder te duiken bij de Taranen. Misschien kunnen we bij hen een beetje geluk vinden en deze tijd vergeten.’ Samengaan ze het brandende gebouw uit en nemen afscheid van elkaar. ‘Het gaat jullie goed, vrienden,’ zegt Sorane nog en kijkt hen na als ze tussen de huizen verdwijnen. Sorane kijkt even naar het gebouw om als de anderen al weg zijn. Dan glimlacht ze en kijkt naar de ontsteker in haar hand. Ze ziet enkele zwarte wagens aankomen, waaruit gewapend mannen springen. ‘Dat zijn elite-eenheden van Arkan. Spijtig voor jullie,’ fluistert ze en drukt de ontsteker in. Dan hoort ze verschillende ontploffingen in het gebouw, dat een paar minuten later brandend in elkaar zakt. Sorane is echter al op weg naar huis en brengt een korte maar gezellige tijd door met haar stiefouders. De avond dat Sorane hen wil verlaten zijn ze aan het kijken naar het nieuwsverslag van het na smeulende gebouw. Een zeer belangrijke moordenaars organisatie is opgerold, wordt er gezegd. Een paar minuten na het einde van de nieuwsuitzending krijgen ze bezoek van een van de hoogste misdaadbazen van de streek. ‘Wij weten dat jij de oorzaak bent van het vernietigen van de Arkan opleidingscel. Diegenen die ontsnapten zullen we wel vinden. Voor jou hebben we een job omdat jij gebleven bent.’ ‘Een job?’ Sorane kijkt de man verschrikt aan, als hij zegt: ‘Ja, of wel treedt je in mijn dienst of jij en je ouders komen niet levend uit dit huis.’ Sorane kijkt de man recht in de ogen. Dan zegt ze: ‘Zoals u wenst heer. Maar als ik dood, dan alleen mensen die de dood verdienen. Geen onschuldigen.’ De man kijkt de jonge Sorane grijnzend aan. ‘Als dat je wens is, meisje. Geen probleem, er zal rekening mee gehouden worden.’ Zo begint het nieuwe leven van Sorane. Een leven van doelwitten en moorden. Al snel krijgt ze haar eerste opdracht. Twee dagen later vertrekt ze, nadat ze verschillende gegevens door bestudeerd heeft. Ze merkt echter dat ze gevolgd wordt, maar stapt gewoon op het vliegtuig met bestemming Gojonos. Deze grote stad is gelegen op het oostelijk continent. De man en de vrouw die haar volgen, doe zich voor als een getrouwd koppel en zitten een paar rijen achter haar. In Gojonos ligt ze gedurende verschillende dagen haar doelwit van op een dak of hoger gelegen appartement te observeren. Zo ontdekt ze dat de man die ze moet doden maar een pion is die bevelen van een andere krijgt. Op de vierde dag ontdekt ze wie dat is. Ze kent dat gezicht, want hij staat op de zwarte lijst van de mensen waarvoor ze werkt. De volgende morgen staat ze echter plots achter de twee die haar in het oog houden. ‘Nog niet uitgekeken, mensen. Ben ik zo mooi dat je jullie ogen niet van mij kunnen afhouden?’ De twee kijken verschrikt om. ‘Wist je het, Sorane?’ Sorane kijkt de vrouw glimlachend aan. ‘Al van op de luchthaven. Ik heb een zesde zintuig voor die dingen. Maar ik heb een vraag. Zijn jullie op de hoogte van mijn opdracht.’ ‘Zeker.’ ‘Dus mijn doelwit is Nocvan Kollinor. Maar ik denk dat die maar een marionet is. Hij krijgt de bevelen van Divon Morda.’ ‘Divon Morda, ben je zeker?’ ‘Ja, honderd percent.’ ‘Dat is ernstig.’ ‘Als ik Kollinor uitschakel, dan is Morda er vandoor.’ Even is het stil. ‘Dan kunnen we beter contact opnemen met onze opdrachtgever.’ De man knikt even. Dan wendt de vrouw zich tot Sorane. ‘Misschien kan je beter even vrijaf nemen, roodkop.’ ‘Vrijaf. Nee, ik blijf mijn doelwitten observeren. Misschien ontdek ik nog wel een beetje meer. Maar waag het nooit meer om mij roodkop te nomen, Conryne. De volgende maal leer ik je een lesje.’ ‘Weet je dan wie we zijn?’ ‘Waarom niet, Ravon. Jullie zijn beiden nogal slordig, want ik kon zonder mij te haasten jullie bagage doorzoeken.’ Verbaasd kijken beiden haar aan. ‘Jullie weten waar jullie mij kunnen vinden. Laat me weten wie ik moet neerknallen,’ zegt Sorane nog en haast zich naar haar huurwagen. Pas twee dagen later krijgt ze antwoordt van Ravon. ‘Morda is het doelwit dat ze moet neerleggen, Sorane.’ ‘Dat zal iets moeilijker zijn, Ravon. Maar ik weet waar hij zich bevind.’ ‘Ik ga mee.’ ‘Nee, ik werk alleen, Ravon,’ zegt ze en richt haar arm omhoog. Verbaasd ziet de man haar als een pijl omhoogschieten en even later naar een ander dal toe zwaaien. Dan trekt hij zijn schouders op. ‘Je ziet maar, roodkop,’ fluistert hij. Die avond ligt Sorane op de loer in de nabijheid van een luxueuze villa. Overal lopen zwaargewapende bewakers rond. Meer dan een uur later komt Mordo naar buiten en loopt in gezelschap van twee vrouwen en twee gewapende mannen op zijn wagen toe. In de deur blijft Kollinor staan. Sorane even, want dat is niet echt haar doelwit. Langzaam richt ze haar wapen weer op de Mordo, maar in die beweging ziet ze een man, die een wapen in haar richting gericht houdt. Dadelijk rolt ze opzij. Juist op dat moment schieten drie kogels over de plaats waar ze juist lag. Als ze niet gereageerd had, want was ze zo goed als zeker geraakt. ‘Ze moeten mij kunnen zien,’ denkt ze, ze moeten daar een omgevingsscanner hebben. Snel kruipt ze over het harde beton naar de andere rand toe en richt haar wapen naar op zoek naar de schutters. Als ze er een op het dak opmerkt, glimlacht ze. Met een snelle beweging richt ze het op haar nieuwe doel en haalt de trekker over. Zeshonderd meter van haar af stort een man over de rand naar beneden. De twee anderen zijn echter onder dekking van hun maat in haar richting gelopen en laten zich nu in dekking vallen. Sorane kruipt echter naar de achter kant van het dak toe en laat zich naar beneden zakken. Haar speciaal wapen hangt ze over haar schouder en ze trekt een pistool met geluidsdemper uit haar jas. ‘Te laat, meid. Een beweging en je bent er geweest.’ Langzaam draait Sorane zich om en ziet een van de twee voor zich staan. ‘Jij zal mijn baas vandaag niet neerleggen, roodkop. Die zit veilig binnen in zijn villa.’ ‘Bedoel je Kollinor soms? Dat is mijn doelwit niet, man. Mordo heeft nog maximum twee minuten.’ ‘Wat zeg je…. Mordo…. Nee, dat niet.’ ‘Dacht je dat niemand het door zou hebben, dat Mordo de bevelen geeft.’ ‘Horgo, haast je. Mordo is het doelwit. BEL HEM!!!’ Op dat moment barst de wagen uit elkaar. De man voor Sorane verstijfd even, maar dat is voor Sorane genoeg om haar wapen te heffen. Haar kogel treft de man tussen de ogen. Als de derde zijn maat ziet liggen, is Sorane al verdwenen en op weg naar huis. De volgende dag staat ze voor de baas, die haar de opdracht gaf. ‘Een geslaagde opdracht, Sorane. En je kan je verstand gebruiken, heb ik gehoord van Ravon.’ ‘Ik heb geleerd om mij zoveel mogelijk voor te bereiden, heer. Daardoor werk ik iets trager dan anderen, maar ik raak wel het juiste doelwit.’ ‘Dat heb ik gemerkt, Cobanon. Ik heb de betaling op je rekening laten storten en nog iets extra.’ ‘Dank u, Heer. Kan ik gaan?’ ‘Doe maar. Ik ben zeker dat jij een zeer goede aanwinst bent voor mijn organisatie. Neem een week verlof om uit te rusten.’ ‘Ik doe mijn best, als het maar goed betaald, heer.’ ‘Neem eerst een paar dagen verlof. Ik verwacht je over een week terug. Want dan heb ik een nieuwe opdracht voor je. We sturen je de gegevens deze avond nog.’ ‘Begrepen, sir.’ De man knikt even en kijkt dan naar zijn scherm, alsof ze niet meer aanwezig is. Sorane haast zich naar buiten en zucht even, want ze is nu een weg ingeslagen zonder terugweg. Haar vrienden hebben misschien een betere keuze gemaakt, want zij maakten zich uit de voeten. Die avond kijkt Sorane juist op de klok, als ze een bericht binnenkrijgt. Snel leest ze de eerste regels. ‘Eind volgende week komt het doelwit pas op de luchthaven aan. Over elf dagen pas. Wat moet ik intussen uitvoeren. Ik ben niet gewoon om stil te zitten. Maar ik begin wel honger te krijgen,’ denkt ze, terwijl het blad met boterhammen op de tafel neerzet. Als ze haar tweede boterham opneemt, moet ze aan haar jeugd denken. Plots komt het verlangen op om haar stiefouders eens weer te zien. Het is al geleden van hun terugkeer van de mijn planeet dat ze hen nog gezien heeft. Ook Reysa en Jenan Dan merkt dat ze zich in de buurt van de wijk waar haar stiefouders wonen, bevindt. Dan draait ze een parking op en zit even later voor zich uit te staren. Ze twijfelt wat ze zou doen. Ze heeft wel een paar dagen vrij, maar ze wilde naar Mogwan. Maar langs de andere kant heeft ze haar Runa en Jov al sinds ze terug gekeerd zijn niet meer opgezocht. Even glimlacht ze, als ze vooruitdenkt aan de blijde gezichten van het gezin dat haar opgevoed heeft. Een twintigtal minuten later belt ze aan. De jongeman die de deur opent, kijkt haar verbaasd aan. ‘Hallo, broertje,’ zegt Sorane, ‘ken je mij niet meer?’ Jenan stapt echter op haar toe en omarmt haar. Als hij haar loslaat, fluistert hij opgewekt. ‘Kom binnen, Sorane,’ zegt de bijna zeventienjarige Jenan. ‘Reysa, kom eens. Ons zusje is op bezoek.’ Even is het stil, terwijl Sorane haar lange jas aan de kapstok hangt. Dan stormt Reysa op haar toe en omarmt haar ook. ‘Lang geleden, zus. We maakten ons al ongerust,’ fluistert ze. Sorane beantwoordt ook haar omhelzing. Als een uurtje later Jov van zijn werkt thuiskomt, merkt hij zijn oudste dochter op, die met haar zus en broer zitten te praten. Sorane staat op en kijkt haar stiefvader aan. Die bekijkt haar van top tot teen, voor hij haar omarmt en haar even op haar voorhoofd kust. ‘Je doet nog steeds veel aan sport, knappe meid,’ zegt hij glimlachend, als hij haar loslaat. ‘Dat hoort erbij, vader.’ ‘Ben je dan toch in dienst van Arkan?’ ‘Nee, die cel bestaat niet meer. Maar ik stond voor de keuze, vluchten of blijven. Ik bleef, maar moest in dienst treden van de famillie die in die streek de plak zwaait. Maar ik verdien goed.’ Even slikt Jov, want de ouders van Sorane waren agenten. En nu is hun dochter een misdadiger geworden. Voor een deel is dat zijn schuld.’ ‘Kan je niet weg uit dat milieu, Sorane?’ ‘Nee, Jov. Dan ben ik tot ze mij vinden op de vlucht. Ik moet mijn contract navolgen, als ik wil leven.’ Dan merkt Sorane haar stiefmoeder op, die juist aankomt. Even later opent die de deur en blijft blij verrast staan als ze Sorane opmerkt. Ze begroeten elkaar hartelijk. Maar de volgende dag merkt Sorane dat er spanningen in het gezin zijn. ‘Reysa en Jenan begrijpen het niet, Sorane,’ legt haar moeder, die met haar alleen thuis is, uit. ‘Wat niet?’ ‘Voor hen beiden ben jij een moordenares, Sorane.’ ‘Ik dood mensen zonder hen een kans te geven, Runa. Dus mijn zus en broer hebben wel ergens gelijk.’ ‘Dat ik een van diegenen was die Arkan mee vernietigde, hebben ze mij niet echt vergeven, moeder. Ik moet hun opdrachten uitvoeren, wil ik blijven leven. Ze hebben in bedekte termen gedreigd om jullie ook aan te pakken, als ik het zou wagen om mij uit de voeten te maken.’ Ontsteld kijkt Runa haar aan. ‘Zouden ze zo ver gaan, Sorane.’ ‘Zeker. Het is niet de eerste maal. Ook bij Arkan moest de naaste famillie het ontgelden als ze probeerden te stoppen.’ ‘Dat kan toch niet.’ ‘Ik werk voor mensen die de wet aan hun laars lappen, Runa. Voor hen telt een leven niet.’ Runa wankelt naar een stoel en gaat zitten. ‘Laat ons erover zwijgen, Runa.’ De vrouw knikt even en staart nadenkend voor zich uit. ‘Wees wel voorzichtig, Sorane.’ ‘Dat ben ik altijd, moeder.’ Maar als Runa en haar man twee dagen later thuiskomen van hun werk, is Sorane weg. Schoorvoetend vertellen hun dochter en zoon, van de hevige ruzie die ze met Sorane hadden. Hun zus heeft vol woede het huis verlaten. Ze hebben er beiden spijt van, maar ze blijven wel woedend op hun zus, die als moordenares haar bloedgeld verdiend, zoals Reysa het noemde. Sorane zit enkele straten verder in haar stilstaande wagen voor zich uit te staren. Even komt de gedachte op om terug te keren, maar dan komt haar trots opzetten. Ze schudt haar hoofd en start de motor. Een maanden later, na nog vier geslaagde opdrachten en vette premies, bereikt Sorane Mogwan, een klein dorp, maar schrikt van de toestand hier. Ze is echter hier om rustig te kunnen trainen en niet om naar armoede te kijken. Maar toch is ze onder de indruk van deze arme mensen, die haar zonder iets te vragen helpen met de voorbereiding. Daarom verandert ze van gedachten en tegen de middag loopt ze de bank naast het gemeentehuis binnen. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon,’ ‘Welkom, mevrouw. Wat kan ik voor u doen?’ ‘Ik zoek een stukje grond om een villa te bouwen.’ ‘Grond is hier genoeg, mevrouw Cobanon. In dit deel van de streek kan u zoveel grond kiezen als u wil. De grond is in deze streek niet zo duur.’ ‘Sorane knikt en kijkt even naar het deel op de kaart die de man aanwijst. Ik zal eens gaan kijken.’ ‘Mag ik u vragen een aan klein voorschot te betalen, dan kan ik het wettelijk pasje klaarmaken om u als koper bij de eigenaar aan te melden.’ Sorane knikt. ‘Dat had ik al voorzien, mevrouw.’ Dan geeft ze haar een check. ‘Mag ik u vragen om de papieren naar mijn kamer in het witte huisje aan de noordkant van het dorp te brengen.’ ‘Maar het is alleen op afhal…,’ antwoordt de man snel, maar slikt even als hij het bedrag op de check bekijkt. Hij wankelt even naar een stoel. ‘Die vrouw moet zeer rijk zijn.’ Dezelfde avond zit ze gelukkig bij het kleine gezin, die haar opgevangen heeft. Ze heeft al en stuk grond gekocht en een plan besproken met een gepensioneerde architect. Op basis van een schets die ze hem gegeven heeft, heeft hij haar beloofd om een villa te laten bouwen. Als ze hem een check geeft, wil hij eerst weigeren, maar ze schudt haar hoofd voor hij iets kan zeggen. ‘Ik wil dat u zeer iets aan verdiend, Mijnheer Loseran.’ ‘Dank u, mevrouw Cobanon. Ik zal zorgen dat de villa zo snel mogelijk klaar is.’ ‘Laat mij weten zodra ik erin kan,’ zegt ze glimlachend en geeft hem een kaartje met haar adres in de hoofdstad.’ Als ze die avond in haar bed voelt ze zich veel beter dan de laatste weken, want haar geld wordt nu voor iets nuttigs gebruikt. Even moet ze aan haar medeleerlingen, die gevlucht zijn, denken. Ze weet dat er ijverig naar hen gezocht wordt, maar ze blijven spoorloos. Een paar dagen later krijgt ze haar volgende opdracht en trekt erop uit. Ze beseft dat ze haar leven steeds meer gevaar bevat, maar ze geniet wel van de vrijheid die het met zich meebrengt. Maar de tijd vliegt voorbij. Iets meer dan drie jaar later is Sorane een succesvolle huurmoordenares, die een steeds hogere vergoeding krijgt. Intussen bloeit Mogwan helemaal open. Er wordt op verschillende plaatse gebouwd en er is al een ziekenhuis gedeeltelijk open. En is werk in overvloed, waardoor verschillende gezinnen in de streek zijn komen wonen. Op een dag keert ze terug van een opdracht, als ze plots schrikt ze. Ze ziet Jenan haar stiefbroer uit het oude gemeentehuis komen en naar een wagen toestappen. In de wagen merkt ze nog twee gedaanten op. Als de wagen van haar broer wegrijdt herkent ze de vrouw die achterin zit. Haar zus Reysa. Een paar minuten later stapt ze het gemeentehuis binnen en wordt even aangestaard, door verschillende mensen die haar herkennen. ‘Mevrouw Cobanon. Welkom, mijn naam is Higan Terinan’ zegt een bediende. Sorane keert zich naar hem en glimlacht. ‘Wat voor u hierheen, mevrouw?’ ‘Mijn stiefbroer. Ik zag hem juist naar buiten stappen.’ ‘U bedoelt die jongeman. Ja, hij en zijn zus zijn elk op zoek naar een klein huisje in de buurt. Maar ik heb hen moeten teleurstellen, want er is geen enkel huis beschikbaar. Er zijn wel appartementen in aanbouw, maar die zijn pas over enkele maanden klaar.’ Even denkt Sorane na. ‘Ik heb nog vier villa’s laten bij bouwen, mijnheer Terinan. De laatste is een maand geleden afgewerkt. Misschien kan je twee ervan aan hen ter beschikking stellen. Maar wel op voorwaarde dat ze niet weten dat ik de eigenares ben. En ik betaal alle kosten. Reken maar een lage huur aan, anders worden ze misschien argwanend.’ ‘Dat zal goed nieuws voor hen zijn, mevrouw. Maar als ik vragen mag, waarom mogen zij niet weten wie u bent.’ ‘We hebben ruzie en zolang die niet bijgelegd is, dan heb ik het liever zo. Misschien weigeren ze wel als ze mijn naam weten.’ De bediende knikt even. ‘Ik zal hen dadelijk een bericht sturen.’ ‘Wil je mij iets laten weten als ze het al of niet aannemen?’ ‘Dat zal ik zeker, mevrouw.’ De man kijkt haar na als ze naar buiten stapt. Met een ruk moet hij zich van haar slanke gestalte losrukken. Dan haast hij zich naar zijn bureau.

Jelsi
0 0

Sorane 01/04 De huurmoordenares

De opdracht van Verin Als de coördinator eindelijk opkijkt, hoort Verin tot zijn ontsteltenis dat ze hen doorhebben. ‘Je bent erbij, Verin. Jij en Sorane hebben Axin en Nevon geholpen om weg te komen. En ze ook nog een onderkomen bezorgd. Maar Sorane heeft een kleine fout gemaakt, toen ze jullie vrienden ging opzoeken om hen de nodige papieren te bezorgen. We weten waar ze zijn.’ Verin slikt even, maar zegt niets. De coördinator zwijgt even om zijn woorden te laten doordringen. ‘Jij krijgt echter nog een kans, Verin. Want twee van de zes beste van jullie groep verliezen, dat kan ik mij niet permitteren.’ ‘Een kans?’ vraagt Verin. ‘Ja, maar dan moet jij Axin en Nevon uitwissen. En Sorane moet er deze maal ook aan geloven.’ De man merkt zijn vragende blik op. ‘Je wilt weten waarom Sorane tot je opdracht behoort, Verin. Ten eerste zijn jullie ongeveer even goed in jullie training. Toch is Sorane een zwakke schakel. Ze lijkt om mensen te geven en dat is de tweede reden. En zeker als het haar vrienden betreft.’ ‘Verin weet niet wat te zeggen. ‘Wij beseffen dat jij meent van Sorane te houden, maar daardoor heb jij je schuldig gemaakt aan een tweede overtreding. ‘Dat kan de enige reden niet zijn, sir.’ ‘Nee, dat is de echte reden niet, Verin. Haar echte ouders waren politieagenten. Ik had een opdracht op een amazone planeet, maar haar vader Gono Saron kwam mij op het spoor en er volgende een vuurgevecht. Agent Saron, werd hierbij licht gewond, maar ik belande in het ziekenhuis met twee kogels in mijn linkerbeen. Een van de twee kogels had mijn spieren van mijn dijbeen gescheurd. Daardoor kon ik niet meer zo lopen als vroeger. Dat is de reden dat ik hier coördinator werd. Ik wilde wraak, maar Gono Saron werd gedood een aanslag. Ik kon mijn wraak echter niet meer uitvoeren tot Sorane Nador hier leerlinge werd. Ik liet haar zoals alle anderen onderzoeken. Zo kwam te weten wie haar ouders waren.’ ‘En daarom hebt u haar verschillende malen willen doden.’ ‘Ja. Maar het zou gelukt zijn, als ze niet door een onbekende opgeleid zou zijn tijdens haar jaar verlof. Alleen weet ik niet wie die onbekende of onbekenden waren en waarom?’ Even aarzelt Verin, maar dan zegt hij: ‘Je zoon, Sir. Hij stierf in die mijnen daar, maar hij maakte vrienden onder de gevangenen. Omdat Sorane voor huurmoordenares opgeleid werd, door Arkan, leiden ze haar op.’ ‘Mijn zoon? Is die lafaard dan eindelijk dood?’ ‘Zoiets heeft Sorane mij vertelt, Sir.’ ‘Dan moet ze zeker gewist worden, Verin. Wil jij vandaag sterven of neem je de opdracht aan.’ ‘Nevon, Axin en Sorane doden. Kan ik dat?’ denkt hij. ‘Denk maar niet te lang na, Verin. Zij of jij. Zo eenvoudig is het.’ Verin knikt al is het met een lichte aarzeling.     Dus aan jou de beslissing. Sorane of jij. Ofwel voer de taak naar behoren uit of Sorane krijgt je baantje, als ze zich tenminste van dat menselijk gedoe kan bevrijden.’ Even is het doodstil in het kantoor. Van alles gaat door heen Verin, hij houdt van Sorane, maar ook van het leven. ‘Ik wacht niet langer, Verin. Kies nu of...’ Maar Verin richt zijn blik standvastig op de man voor zich. ‘Ik zal mijn opdracht tot een goed einde brengen,’ knikt hij. ‘Vergeet het niet, Verin. We weten dat jij Sorane geholpen hebt om dat koppel te verbergen. Dus dit is een test om je trouw te bewijzen. Tracht ons niet te misleiden, want dan kiezen we misschien toch voor Sorane. Maar dan moet ik van mijn wraak afzien.’ Verin verstart even, maar laat niets van zijn gevoelens blijken en verlaat even later het kantoor. Maar innerlijk is hij in tweestrijd. Dit zou zijn kans kunnen zijn om hogerop te raken, maar dan moet hij Sorane opgeven en zelfs doden. Hij houdt van Sorane, maar hier kan hij niet onderuit, zonder zijn leven te verliezen. Hij kent Sorane goed genoeg, om te weten, dat, als hij haar zou helpen, ze wraak zou willen nemen. En er zijn ook nog enkele anderen die haar zouden steunen als ze wisten wat zijn opdracht nu is. Wat moet hij doen? Maar nog iemand anders heeft het gesprek met verbijstering gevolgd. Een jonge man, die vandaag dienst had in de observatie ruimte. Even kijkt hij angstig om zich heen. Hij zucht opgelucht als hij niemand in zijn richting ziet kijken. Ze zijn allen met hun werk bezig. Snel verandert hij enkele instellingen en wist een deel van zijn logboek. Ongeveer drie uur later zit zijn dienst erop en hij verlaat de ruimte. Na het eten gaat hij met enkele anderen naar hun kamer om wat hij ontdekt heeft te bespreken. De vier anderen luisteren verbaasd en met ontstelling naar de woorden van hun vriend. ‘Zou Verin het werkelijk doen?’ ‘Ik weet het niet. Maar wat kan hij anders doen.’ ‘We moeten Sorane op de hoogte brengen.’ ‘Hoe, Layon? We weten niet waar ze is.’ ‘Ik vrees alleen dat Sorane woedend zal reageren als ze het te weten komt.’ ‘Dan moeten we klaar zijn, vrienden. Breng de anderen op de hoogte. Daarna wachten we op Sorane. Als zij en Verin terugkomen.’ ‘Wat dan? Onze plannen versnellen.’ ‘Ik weet het niet, Layon. Maar we moeten klaar zijn voor het geval dat we ze uitvoeren.’ ‘Dat lijkt me het beste. We zien wel als het zover is.’ ‘Dan kunnen we het best gaan rusten. Morgen moeten we ons voorbereiden.’ Intussen zit Verin op zijn kamer om zich voor te bereiden. Verward maakt hij zijn wapen schoon en vult de lader ditmaal met echte munitie. Maar hij weet niet echt wat hij zal gaan doen. Zijn opdracht niet uitvoeren en Sorane op de hoogte brengen. Daarna samen met die enkele anderen proberen te ontkomen aan de arkancel, waar zij opgeleid worden. Maar dat zou betekenen dat ze voor de rest van hun leven op de vlucht zouden zijn. Nee, dat is het niet waart, denkt hij. Maar hij beseft ook dat als Sorane dit zou weten, dan zou ze zijn grootste vijand worden. Hij kent haar goed genoeg om te beseffen, dat ze op hem zou jagen, tot een van hun beiden dood is. Als hij in zijn auto stapt, staat zijn besluit vast. Sorane moet vandaag sterven, nog voor ze weet heeft van zijn plannen. Maar eerst die twee anderen, daarna, de vrouw waar hij van houdt. Maar liefde heeft in hun beroep geen reden van bestaan. Tegen hoge snelheid raast hij over de wegen met als doel Mogwan. Aan de rand van de villawijk parkeert hij zijn wagen en stapt uit. Kalm neemt hij zijn gsm uit zijn riemtasje en aarzelt nog even nadenkend. Maar dan hakt hij de knoop door. ‘Het moet gebeuren,’ fluistert hij, slikkend. Dan belt hij Sorane op. ‘Hallo, schat,’ hoort hij Sorane zeggen. ‘Ik heb nieuwe opdracht, maar ik wilde je nog even zien.’ ‘O, je maakt me weer gelukkig, Verin.’ Verin slikt even, maar dan zegt hij. ‘Ik moet voor langere tijd weg, lieveling. Daarom dacht ik eraan om met jou nog iets te gaan eten.’ ‘Slecht en goed nieuws dus, lieve schat.’ ‘Ja, het spijt me. Misschien kunnen we afspreken aan het restaurant van onze vrienden, No-nin en de anderen.’ ‘Zeker, ik verheug me er al op om de mensen daar nog eens te zien,’ stemt Sorane in. ‘Oké, Sorane. Ik ben er ongeveer rond 19.00u deze avond.’ ‘Tot straks dan, lieveling. Als ik kon zou ik je kussen, maar dat is voor straks.’ hoort hij haar nog zeggen, voor hij zijn toestel uitschakelt. Even blijft hij naar Sorane’s portret op het schermpje kijken, maar dan recht hij zijn rug. Langzaam schuift hij het toestel met trillende handen in zijn riemtasje. ‘Het spijt me schat, maar ik kan niet anders. Hoe sneller ik eraan begin hoe sneller is het voorbij. En dan is er geen weg meer terug,’ denkt hij. Als hij het huis bereikt waar Nevon en zijn vrouw zich verborgen houden aarzelt hij nog even, maar dan trekt hij zijn wapen en draait de geluidsdemper erop. Voorzichtig sluipt hij geruisloos om het huis, maar merkt plots enkele agenten op. Ze zijn uitgeschakeld voor ze beseffen wat er gaande is. Dan dringt hij het huis binnen en staat plots voor Axin, die met haar baby in de zetel zit. Ze geeft hem juist borstvoeding. De jonge vrouw kijkt hem verrast aan, terwijl hij aarzelt. ‘Verin, wat???’ fluistert ze, maar merkt ze dat hij zijn wapen heft. Ze beseft dadelijk waarom hij gekomen is. ‘NEEEE, Verin… Mijn bab…’ roept ze uit. Maar Verin schiet genadeloos. Hij vuurt eerst naar Arin en doorboort haar vlak onder de hals. Dan grijnst hij als hij eerst de baby twee kogels in zijn borstje jaagt. Dan richt hij zijn wapen op Axin, die ontstelt naar haar kindje kijkt. Ze ziet haar rok rood kleuren van haar en zijn bloed, want de kogels zijn ook door haar lichaam gegaan. Dan kijkt ze op en staart recht in het koele grijnzend gezicht van Verin. ‘Waarom?’ fluistert ze. Maar Verin zegt niets. Hij staart alleen naar de straaltjes bloed, die uit haar wonde over haar borsten vloeit. Hij wordt erdoor geboeid. Maar dan hoort hij stappen en haast zich naar de muur toe. Nevon die de woorden van zijn meisje hoorde, haast zich naar binnen. Als hij in de salon binnen stapt, blijft hij verstard staan. Hij ziet zijn vrouw achterover in de zetel in haar bloed zitten. ‘Axin. Nee, dat kan niet waar zijn,’ roept hij uit. ‘Nevan, p.. pas op. A….chter de deur….,’ roept Arin kreunend. Dadelijk grijpt hij naar zijn wapen, maar dat heeft hij niet bij zich. Verin, die achter de deur staat, schiet genadeloos doorheen het hout. Nevons lichaam botst tegen de muur, voor hij langzaam in elkaar zakt. Verin kijkt even op hem neer.’ ‘Jij, Verin. Waarom?’ kreunt Nevon. Verin trekt zijn schouders op. ‘Niemand ontkomt aan de cel,’ fluistert hij hees. ‘S…orane z..al je het nooit v…ergeven, m….man…,’ kreunt Nevon, terwijl een poging doet om naar Axin te kruipen, maar de moordenaar glimlacht. ‘Ze krijgt geen kans, Nevon. Zij is de volgende op mijn lijst,’ zegt hij koel, dan richt hij zijn wapen op zijn slachtoffer. Maar op dat moment valt de hand van Nevon slap op de vloer. Dan kijkt hij naar Arin, die hem strak aankijkt. Haar kindje is naast haar, uit haar machteloze armen, op de zetel gerold en ligt daar in zijn bloed. ‘Doe het en wees vervloekt, moordenaar.’ Langzaam heft hij zijn wapen en richt het op het hoofd van Axin, terwijl recht in haar ogen kijkt. ‘Sorane zal je doden, Verin,’ hoort hij haar nog fluisteren. ‘Vergissing, Axin. Sorane is straks even dood als jij. Die gekkin wacht op mij voor een lekker etentje,’ grijnst hij. Dan haalt hij de trekker over. Uit zijn wapen komt een vuurstraal, die tussen de ogen van de jonge vrouw in haar hoofd verdwijnt. Nog even staart Verin naar het levenloze lichaam van Axin en dan naar haar dode baby. ‘Een seconde denkt hij met spijt aan Sorane, maar nu kan hij niet anders het in hij of zij.’ Even aarzelt Verin nog, maar schroeft hij de geluidsdemper weer los en bergt hem weg. Met een snelle beweging steekt hij het wapen in zijn schouderholster. ‘Dat ging snel en eenvoudig. Nu Sorane, ben jij aan de beurt,’ denkt hij, terwijl er even een droevig blik in zijn ogen verschijnt. Misschien had hij met Sorane het geluk kunnen vinden, want hij beseft dat hij nog steeds op haar verliefd is. Maar terzelfdertijd komt ook het besef, dat er nu geen weg meer terug is. Even later rijdt hij weg, maar juist als hij de toegangspoort uitrijdt, draait een wagen de bocht om. Hij kan hem op het nippertje ontwijken. Even merkt hij een vrouw achter het stuur op, maar hij kent haar niet. Met toenemende snelheid rijdt hij voorbij de toegangspoort. De vrouw in de wagen stopt op het binnenplein van de villa. Maar als ze uitstapt, beseft ze dat er iets vreselijks gebeurd moet zijn. Als ze met getrokken wapen door de deur stapt, wordt haar angst bewaarheid als ze eerst Axin en haar kindje opmerkt en dan Nevon. ‘Verdomme, zelfs het kindje.’ roept ze uit als ze de doden opmerkt. Als ze zich wil omdraaien, merkt ze plots dat de rechterhand van Nevon iets op de vloer neer geschreven heeft. Veri….. Dan herinnert ze zich de wagen die wegreed. ‘Zou dat de naam van de moordenaar zijn. Verin, is dat de vriend van die roodkop niet. Die woont toch bij Sorane Nador inwoont. Zou zij hier ook mee te maken hebben,’ denkt ze. Snel haast ze zich naar haar wagen en met piepende banden raast ze weg. Met halsbrekende snelheid rijdt ze over de zanderige weg. Als snel heeft ze de wagen in zicht. Maar Verin, die intussen zijn daad probeert te verwerken, merkt de wagen die hem achtervolgt bijna te laat op. Plots ziet hij de achtervolger. ‘Dat moet die vrouw zijn,’ denkt hij verschrikt en drukt het gaspedaal helemaal in. Met halsbrekende snelheid raast zijn wagen over de zanderige weg. Maar de agente is hardnekkig en blijft hem naderen. Innerlijk moet hij haar bewonderen, maar ze wil hem tegenhouden. Dus zal ze ook moeten sterven als ze in zijn weg moest lopen. Meer dan een uur later rijdt hij de stad binnen met de agente ongeveer honderd meter achter hem aan. Gelukkig is het minder druk op dit tijdstip, toch botsen een paar auto’s als ze de voorbijrazende wagens proberen te ontwijken. Verin zucht opgelucht als hij de wagen van de agente niet meer opmerkt. Maar hij weet niet dat ze vermoedt wat zijn volgende doel is. De kamer in het hotel waar hij vroeger woonde. Wat de agente echter niet weet, is dat hij een afspraak heeft met Sorane in het restaurant aan de overzijde. Verin stopt zijn wagen op een parking voor een hotel tegen over de villa waar Sorane woont. Hij merkt het echter niet, dat de agente hem al opgemerkt heeft. Ze volgt hem onopgemerkt naar het hotel en stapt ongeveer dertig meter achter hem naar binnen. ‘Nee, ik kan nog nietsdoen, er is te veel volk.’ denkt ze, terwijl haar hand van haar wapen terugtrekt. Dan ziet ze de jongeman de lift instappen en haast zich naar de trappen. Zo snel ze kan rent ze naar boven, maar het zijn tweeëntwintig verdiepingen naar het dak. Op de vijfde verdieping verlaat ze snel de trap en haast zich naar de lift. Maar daar stelt ze vast dat hij nog stijgt. Het cijfer naast de deur springt juist op elf. Opnieuw rent ze de trap op. Inhalen kan ze hem niet meer, beseft ze. Ze weet echter niet dat Verin hier een kamer genomen heeft. Op de twaalfde verdieping stapt hij uit en haast zich naar zijn kamer. De agente is twee verdiepingen hoger als ze op haar gevoel afgaat een naar de lift snelt. Hier ziet ze dat de lift zich op de twaalfde verdieping bevindt. Opnieuw rent ze naar de deur van de trap toe en weer de trap af, Hijgend opent ze de deur die toegang geeft tot de twaalfde verdieping en trekt haar wapen. In de gang ziet ze alleen een kuisvrouw met een wagentje. Snel loopt ze erheen en vraagt, terwijl ze haar politiepasje toont: ‘Politie, heb je een jongeman gezien die uit de lift kwam.’ ‘Kamer 1246,’ zegt de vrouw en geeft haar toegangskaart. De agente knikt de vrouw toe en haast zich naar de deur toe. Voorzichtig opent ze deze. Intussen komt Sorane te voet aangewandeld en loopt tussen de stoelen en tafels door naar een ober die ze kent. ‘Hai, Sivon. Hoe is het?’ ‘Zeer goed, Sorane. Het is op het moment iets minder druk dan anders, maar verder is alles in orde. De zaken gaan goed.’ ‘He, Sorane. Jij hier dat is al een tijdje geleden. Hoe is met jou en die knappe jongeman Verin?’ De roodharige kijkt om en ziet Achnaya op zich afkomen. ‘Werk je hier nog steeds?’ ‘Zoals je ziet, meisje,’ zegt de tweeëntwintigjarige vrouw en omarmt Sorane. Geen van allen weet dat Verin aan de overzijde en wapen op hen gericht houdt. Maar hij aarzelt nog steeds. ‘Verin komt ook. We hebben hier afgesproken.’ ‘Dan zijn jullie nog steeds bij elkaar.’ ‘Ja, we zijn verliefd op elkaar,’ antwoordt Sorane. ‘Dan kun je beter buiten op het terras gaan zitten, dan zie je hem aankomen,’ lacht Achnaya even. ‘Daar heb je gelijk in. Straks denkt hij nog dat ik er niet ben,’ glimlacht Sorane en haast zich naar buiten. De loop van Verin wapen volgt haar, maar nog steeds aarzelt hij. Ze handen trillen van de spanning. Hij ademt een paar maal in en uit, voor hij weer door het vizier kijkt. Hij merkt dat zijn vriendin aan een tafeltje langs de zijkant plaats genomen heeft. Achnaya brengt haar juist een frisdrank. ‘Dank je,’ knikt Sorane haar toe en neemt het glas van de tafel op. Ongeduldig wacht ze op Verin, want ze wil hem zien voor hij weer vertrekt. Ze weet echter niet dat hij een wapen op haar gericht houdt en innerlijk een zware twee strijd uitvoert. Maar zijn beslissing was al gevallen op het moment dat hij Axin en haar kind dode. Langzaam kromt hij zijn vinger om de trekker. Als hij vuurt, beseft hij dat zijn handen te hard trillen. Sorane wordt door de kogel achteruitgeworpen en stort neer op de grond. Even is hij opgelucht. ‘Ik heb haar,’ denkt hij, maar dan ziet hij haar opzij rollen en vloekt even. Sorane kijkt even naar het bloed op haar hand en beseft dat ze beschoten wordt. Ze voelt een hevige pijn in haar hals als ze haar linkerarm beweegt. Op dat moment begint de schutter opnieuw op haar te schieten. Verin vuurt en vuurt in de hoop om haar alsnog dodelijk te raken, maar zijn kogels slaan in het muurtje waarachter Sorane ligt. Ze dringen er echter niet doorheen. Toch blijft hij vuren tot de lader leeg is. ‘Verdomme,’ vloekt hij. Zijn verstand is intussen opgeklaard en hij grijpt in zijn tas naar een lader waarin pantser doorborende kogels steken. Sorane heeft intussen naar de wonde aan haar hals getast en beseft dat ze veel geluk gehad heeft. De kogel is vlak boven de linkerschouder door het vlees gegaan. Het is pijnlijk en bloed licht, maar is niet gevaarlijk. Er zelfs geen been geraakt. Snel grijpt ze in haar zak en spuit even op beide kanten van de wonde. Langzaam worden beide wonden afgedekt door een beschermende afdichting. Even ziet ze de vrouw in de deuropening verschijnen. ‘Sorane, Wat??? Je bent gewond,’ ‘Verberg je, Achnaya. Er zijn een of meerdere schutters.’ De vrouw schrikt en maakt zich uit de voeten. Dan begint de schutter weer te schieten. Ze schrikt als de eerste kogel zich doorheen het muurtje boort. Hij raakt even haar linkerdijbeen en boort zich dan in de vloer. Ze kreunt even van de pijn terwijl ze beseft dat ze hier niet veilig meer is. Een gedachte is genoeg om haar getraind lichaam te laten reageren. Ze rolt om en springt recht. Een kogel boort zich opnieuw door het muurtje. Voor de schutter zijn wapen van richting kan veranderen, is de roodharige al met een soepele sprong over het muurtje gesprongen. Ze vuurt tweemaal naar het dak. Verin hoort de inslagen zo dicht, dat ze hem verrassen. ‘Dat was dichtbij. Ze is zeer goed, misschien zelfs beter dan ik. Maar vandaag is haar laatste.’ Even lacht hij, maar dan staat hij op en richt zijn wapen naar beneden. Even ziet hij Sorane nergens, maar plots merkt hij haar op achter een wagen aan de overkant. Een grijnst ontsiert zijn knap gezicht, vlak voor hij het vuur opent. Twee kogels slaan grote gaten in de wagen, maar Sorane sprong al op als ze de eerste lichtflits opmerkte weg. Weer vuurt ze in de richting van de schoten. Terwijl ze zigzaggend de straat overrent, ziet ze plots de schutter staat in de weerspiegeling van een venster van het gebouw achter haar. ‘Een fatale fout, killer. Nu weet ik waar je bent,’ denkt ze. Haar wapen vuurt bliksemsnel het ene schot na het andere op de gedaante af. De eerste kogel doet hem ineenkrimpen, maar hij laat zich dadelijk vallen en ontkomt zo aan de twee volgenden. Zijn wapen valt op de vloer, terwijl hij naar zijn linkerborst grijpt. Verin beseft dat zijn linkerkant zo goed als verlamd is. Het bloed vloeit uit de wonde in zijn borst. Ook op zijn rug voelt hij bloed vloeien. ‘Ze heeft me goed geraakt, die heks. Ik moet hier weg,’ fluistert hij, terwijl zijn ogen glinsteren van haat en bewondering. Maar hij wankelt hevig als hij een stap naar voor wil doen. ‘Ik haal het niet meer. Mislukt, Verdomme, lieveling, jij bent goed, ik had het moeten beseffen,’ denkt hij, terwijl hij steun zoekt tegen de muur. Intussen wijken de mensen opzij als Sorane het flatgebouw met getrokken wapen binnenstormt. Ze opent het vuur op het bedieningspaneel van de twee liften, zodat ze niet meer gebruikt kunnen worden. Even later rent ze de deur door die toegang geeft tot de trappen. Verin vloekt hevig, want er stroomt bloed uit de wonde langs beide zijden. De kogel is dicht bij zijn hart door zijn linkerlong gegaan. Hij proeft zijn bloed in zijn mond. ‘Gelukkig weet ze niet dat ik het ben,’ denkt hij en bukt zich, met een van pijn vertrokken gezicht, om zijn speciale tas te openen. Intussen is de agente de inkomhall van het appartement binnengeslopen en beweegt voorzichtig met getrokken wapen naar de andere kamers. Er is echter niemand te zien. Er is geen geluid te horen, tot Verin iets uit de tas neemt, maar hierdoor beweegt ze, wat een licht geluid veroorzaakt. Dat geluid op de vloer wijst de agente de richting aan waarin Verin zich moet bevinden. De badkamer. Op haar hoede haast ze zich naar de openstaande deur toe en kijkt naar binnen. Verin probeert met enige moeite zijn wonde te verzorgen en spuit er helend verband op. De achterzijde lukt hem maar niet. De agente merkt echter niet dat ze een schaduw op de vloer werpt, omdat de zon doorheen het venster op haar rug schijnt. Voor de jongeman is dit echter voldoende. Hij laat de verbandspuit vallen en grijpt naar zijn wapen. De agente schrikt als ze de reactie van de man opmerkt. Zij reageert echter iets te traag en hoort twee kogels zich in de deur wand boren en een derde vliegt rakelings voorbij het gezicht van de agente. Ze laat zich echter dadelijk naar voor vallen en richt haar wapen. Verin wordt gehinderd door zijn wonde en reageert iets te laat. Hij wankelt even als de kogel van de agente door zijn rechteronderarm slaat. Verbaast staart hij haar aan, voor hij in elkaar zakt. ‘Jij, w…wie?’ fluistert hij zwak. ‘Ik ben een agente, Verin, maar ik kwam te laat,’ zegt ze. ‘Vraag Sorane om miii…jjjj t…e vvvergevvvvvvvv,’ fluistert hij nog. Dan gaat er een schok door het lichaam van de jongeman. De agente buigt zich over de gewonde, maar beseft dat hij dood is, als ze zijn levenloze ogen naar haar ziet kijken. Verbaasd staart ze naar de tweede wonde van de jongeman. Die zit op de plaats van zijn hart. Daarom was hij zo traag. ‘Zou Sorane hem van daar beneden recht door het hart geschoten hebben. Is dat een toevalstreffer of is ze echt zo goed?’ denkt de agente verbaasd. Dan richt ze zich op en kijkt door het raam. Ze ziet verschillende mensen in dekking op de stenen liggen. Ze wuift even met haar hand om te laten blijken dat er geen gevaar meer is. Aarzelend ziet ze de mensen uit hun dekking komen. Maar Sorane ziet ze nergens. ‘Moordenares,’ zegt een stem plots achter haar. Langzaam draait de agente zich om en kijkt in de van de haat gloeiende ogen van Sorane. Dan pas merkt ze het wapen met geluidsdemper op, dat de roodharige in de hand houdt. Even staren ze elkaar aan. ‘Ik ben een agente, Sorane Nador.’ ‘Weet je wie ik ben?’ ‘Dat weet elke agente, roodkop. En ik denk als je de kans krijgt, ze je nog veel beter zullen kennen.’ Sorane kijkt de jonge vrouw verbaasd aan. Dan kijkt de roodharige naar de dode en merkt zijn voor zich uitstarende ogen op. ‘Verin, Is hij dood?’ schrikt ze. ‘Het spijt me, Sorane. Jouw kogel doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot.’ Maar Sorane hoort het niet. Ze vraagt: ‘Waarom schoot jij op mij daarbeneden?’ Even weet de agente niet wat te zeggen. Dan beseft ze dat haar vermoeden klopte. Want Sorane bloed aan haar hals en haar linker broekspijp is ook vol bloed. Ze weet ook dat Sorane het vermoorde koppel en hun kindje geholpen heeft. ‘Ik had dus toch gelijk, Zijn volgend doelwit was Sorane,’ denkt ze. ‘Dat heb je mis, Sorane Nador. Ik kwam te laat. Je vriendje schoot naar iemand vanuit het venster.’ ‘Verdomme. Jij wilt hem laten opdraaien voor jou daden, vrouw. Dat lukt bij mij niet. Verin moet je verrast hebben, toen…’ ‘Nee, Sorane. Hij is de moordenaar van Nevon, Axin en hun baby. En jij was zijn vierde doelwit, denk ik. Kijk maar je hebt hem geraakt.’ Sorane krijgt een schok en kijkt naar de dode, van wie ze houdt. ‘Zijn Nevon en Axin dood? Dat kan niet waar zijn.’ Even valt haar blik op zijn bloedende rechterhand en dan op de rode vlek op zijn borst. Ze zag de gedaante naar links wegtrekken, toen ze die raakte. Maar ze kan of wil het niet geloven. ‘Het kan niet waar zijn, hij hield van mij. Die agente liegt.’ Dan hoort ze plots de politiesirenes die naderen. De agente schrikt als ze de ogen van Sorane weer op zich gericht ziet. ‘Ze komen te laat, vervloekte, Je makkers komen te laat,’ roept Sorane uit en vuurt tweemaal. Dan rent ze naar buiten. Op de trap hoort ze geluiden van beneden en haast zich naar boven. Maar enkele agenten open het vuur. Sorane voelt een klap tegen haar linkerdij en beseft dat ze nogmaals geraakt is. Maar ze kan nog lopen en haast zich verder. Als de eerste agenten de kamer binnenstappen, staat de agente nog steeds roerloos tegen de wand naast de dode Verin. Beide kogels hebben zich links en rechts van de agente in de wand geboord. Verbaasd kijken de agenten haar aan. ‘Ha, Erine. Je hebt er eentje te pakken.’ De agente komt uit haar verstarring los. Ze kan bijna niet geloven dat Sorane haar tweemaal miste. Toch is het zo. Dan wenkt ze haar blik naar de man in uniform. ‘Ja, maar te laat, Bin. Hij heeft er drie vermoord, voor ik kon voorkomen dat hij een vierde slachtoffer maakte,’ zegt ze met trillende stem. ‘Was hij het die Nevon en zijn gezinnetje doodde.’ ‘Ja, Bin. Ik denk het. Toen ik aankwam bij de villa, reed hij juist weg.’ ‘Ben je zeker dat hij het was, Agent Rand?’ ‘Ik heb het hem niet zien doen, maar ik achtervolgde hem tot hier. Sorane was zijn volgende doelwit. Maar hij miste haar meerdere keren.’ ‘Het moet een harde klap zijn, voor Sorane, die met hem samenleefde.’ ‘Alleen denkt zij dat ik op haar schoot.’ ‘Dan moet je oppassen, want als onze gegevens juist zijn heeft ze bijna haar opleiding voltooid,’ zegt Bin met ernstige stem. ‘Bedoel je die roodharige, ook die maakt het niet lang meer. Op de trap botste zij op een paar collega’s en loste een paar schoten. Onze mensen schoten terug en raakten haar. Ze kon echter wankelend ontsnappen,’ zegt een andere agent, die juist binnenkomt. ‘Zij heeft met deze moordenaar niets te maken, Aran.’ ‘Wat?? Ben je zeker, Erine.’ ‘Ja, zoals ik al zei, was ze zijn volgende doelwit.’ ‘Wat speelt zich hier toch af?’ ‘Misschien dat Sorane een antwoordt heeft. Maar dan moeten we haar levend in handen krijgen,’ zegt Erine ernstig. Intussen is Sorane wankelend een kamer binnen geraakt en verbergt zich. Zo goed ze kan verzorgt ze de hevig bloedende wonde in haar zij. De kogel zit er nog in. Opnieuw moet ze haar lessen in de praktijk brengen en met veel moeite en kreunend van de pijn slaagt ze erin de kogel te verwijderen. Dan plakt ze een helende pleister over de wonde. Een tweede pleister brengt ze aan over de wonde aan haar dij, want die is toch iets erger dan ze dacht. Als ze aan die agente denkt, voelt ze de haat weer. ‘Verdomme, waarom miste ik haar? Het lijkt wel alsof ik haar niet wilde raken,’ denkt ze. Ze had haar wapen toch recht op de borst van de agente gericht. Ze kan het niet bevatten, maar toch miste ze zelfs tweemaal. Even schudt ze haar hoofd en fluistert: ‘De volgende maal zal ik niet meer missen. Ze is al dood, al weet ze het nog niet.’ Op de gangen hoort ze stemmen en er naderen steeds meer. Als ze aan de deur aanbellen van de flat waar Sorane zich verbergt, richt ze haar wapen op de deur. Maar gelukkig komt niemand naar binnen. Ze heeft nog een kans al is het een kleine. Ze beseft wel als ze haar nergens vinden ze misschien wel terug zullen komen. Vanachter het gordijn kijkt ze naar de straat beneden en merkt de vele politiewagens, die deze wijk afgezet hebben, op. Langzaam staat ze recht en maakt enkele oefeningen. De eerste seconden, gaat het moeizaam met haar drie wonden, maar het gaat steeds beter. Nu begint ze gevechtsoefeningen uit te voeren om haar zij en been en het verband te testen. Ze merkt wel dat haar zij meer pijn doet dan haar been. Plots hoort ze opnieuw stemmen en stappen naderen. Snel haast ze zich naar de keuken, terwijl ze haar jasje aantrekt. Hier opent ze een luchtkoker en kruipt erin. Een minuut of twee nadat ze de koker dicht getrokken heeft wordt de buitendeur geopend en gewapende agenten betreden de flat. Ze zien dadelijk dat Sorane hier geweest is. Maar hoe hard ze ook zoeken, ze vinden geen enkel spoor van haar. Als Erine Rand, de agente, binnen komt, kijkt zij ook nauwlettend rond. In de keuken heeft ze een vreemd gevoel. Plots kijkt ze naar de toegang tot de luchtkoker. Ze weet dadelijk dat dat de vluchtweg was van Sorane Nador, maar ze zegt niets. ‘Als ze het pad verderzet dat ze tot nu gevolgd heeft zal iemand ooit haar verdiende straf moeten geven,’ denkt de agente. Sorane kruipt intussen verder en verder door de buizen. Tot ze een verdieping hoger een uitgang ziet. Even later staat ze in een ander appartement en kijkt op haar hoede om zich heen. Met getrokken wapen haast ze zich naar de buitendeur en opent deze voorzichtig. Ze kijkt spiedend naar buiten. ‘Ik moet hier weg om mij voor te bereiden van mijn doel, Diegenen die mijn vrienden vermoorden zullen boeten voor hun daden.’ denkt ze. Door de gang rent ze naar de trap toe en haast zich naar boven. Een paar minuten later bereikt ze het dak van de het gebouw. Als ze de rand bereikt kijkt ze naar beneden en merkt verschillende politiewagens op die wegrijden. Anderen blijven waar ze zijn. Even denkt ze na, voor ze een besluit neemt. Ze wijst naar het flatgebouw aan de overzijde. Uit haar bijna onzichtbare armband schiet een dun touw naar het gebouw aan de andere zijde van de straat. Die avond laat ze zich met haar speciale touw naar een ander gebouw glijden en een paar minuten later verlaat ze licht hinkend de inkomhal van dat flatgebouw. Ze voelt zich niet al te best, haar wonden doen opnieuw pijn. ‘Ik ben te ver van het centrum, misschien. Ja, Achnaya zal mij wel helpen. Maar ze zal nu al wel naar huis zijn,’ denkt ze. Licht wankelend loopt ze door de straten, terwijl ze zich probeert te herinneren waar Achnaya woont. Hier en daar herkent ze winkels en huizen. Zo weet ze dat ze min of meer in de juiste richting gaat. Ze is echter niet zo zeker van zichzelf dat ze het zou terugvinden. Plots hoort ze snelle stappen achter zich. Dadelijk trekt Sorane haar wapen en keert zich om. ‘He, wat??? Sorane, je bent het toch,’ roept de vrouw schrikkend uit. Sorane verstijfd en beseft dat het Achnaya is die voor haar staat. ‘Het spijt me, maar ik ben nogal gespannen;’ stamelt ze, terwijl ze haar wapen weer in haar holster steekt. ‘B..bbben jjiij gewapend?’ ‘Altijd, Achnaya. Het hoort bij mijn beroep.’ ‘Ben jij wel de Sorane die wij kenden?’ ‘Ik ben nog steeds dezelfde, alleen ben ik door wat er gebeurt nogal zenuwachtig geworden.’ ‘Maar je bent gewond. Heeft die schutter je geraakt.’ ‘Een vleeswonde, Achnaya. Maar zij zal het betreuren als ik de kans krijg.’ De jonge vrouw merkt dadelijk dat haat in de ogen van Sorane op en schrikt even. ‘Wie bedoel je?’ ‘Die agente. Zij heeft Verin gedood?’ ‘Wat is Verin dood? Wat erg voor jou.’ ‘Wil jij me helpen, Achnaya. Ik moet mijn wonden verzorgen.’ Even twijfelt de jonge vrouw, maar dan stapt er op de jonge Sorane toe en ondersteunt haar. Samen strompelen ze naar de wagen van Achnaya. Moeizaam stapt Sorane in en even later rijdt de wagen de straat op. ‘Hoe kwam je daar waar je mij vond, Achnaya? Het was toch ver van je flat?’ ‘Op weg naar huis, zag ik je wankelen. Ik meende dat je hulp nodig had. Daarom volgde ik je.’ ‘Dank je. Ik kan je hulp zeker gebruiken, Ik heb vandaag al veel geluk gehad, maar vroeg of laat, laat het geluk me weleens in de steek.’ Achnaya kijkt even naar het gezicht van de achttienjarige Sorane. ‘Jij bent nog jong, meid. Je hebt een heel leven voor de boeg.’ ‘Nu Verin dood is, heeft mijn leven niet veel zin meer, Achnaya.’ ‘Je moet je herpakken, meid. Het leven heeft nog veel moois te bieden.’ ‘Mogelijk, maar misschien niet voor mij. Als de vrouw en haar opdrachtgevers, die Verin gedood hebben, geboet hebben, dan zie ik wel verder. Maar eerder kan ik aan niets anders meer denken.’ ‘Dat is nog een voornemen, Sorane. Hoe ga jij dat in hemelsnaam doen?’ ‘Je weet niet tot wat ik in staat ben, Achnaya. Nog niet. Ik heb ook nog een zeer duistere kant, die jij nog niet kent.’ Even slikt Achnaya en draait op dat moment de parkeergarage van het flatgebouw in. Door een wirwar van parkeerplaatsen rijdt de jonge vrouw naar haar parkeerplaats en brengt de wagen tot stilstand. Een paar minuten later kijkt Sorane om zich heen in het appartement van Achnaya. ‘Misschien kan je eerst een lekker warme douche nemen, Sorane. Intussen zal ik iets te eten klaarmaken.’ ‘Mag ik?’ ‘Zeker, doe maar.’ Langzaam kleed de roodharige zich uit en maakt het verband om haar been en zijde los. Uit haar jas neemt ze een speciaal spuitbusje, dat ze over de licht bloedende wonden spuit. Hierdoor worden ze afgedicht. Nadat ze het genezende busje weggeborgen heeft, gaat ze naar de douche Onder het stromend water dat over haar naakte huid naar beneden glijdt, denkt Sorane terug aan die dag. Plots staat ze huilend tegen de muur geleund. De tranen rollen over haar wangen naar beneden. Op dat moment komt Achnaya binnen en legt handdoeken neer op de tafel. Volledig gekleed loopt ze dan naar Sorane onder het stromend water toe. Voorzichtig legt ze haar beide armen om de naakte schouder van het huilend meisje en laat haar tegen haar borst uithuilend. Zo staan ze zeker een paar minuten, tot Sorane plots haar hoofd opheft en fluistert: ‘Dank je, het werd me allemaal even te veel.’ ‘Het is niets, liefje. Ga je hiernaast maar afdrogen en verzorg je wonden maar goed. Zeker die aan je zijde, want die ziet er gevaarlijker uit. Nu is het mijn beurt om eens lekker van het water te genieten,’ glimlacht Achnaya. Sorane kijkt even naar haar vriendin. ‘Doe dan wel je kleren even uit,’ spot ze, terwijl ze de deur achter zich sluit. Een uurtje later beiden iets gegeten en zitten in een pyjama naast elkaar in de zetel naar de teevee te kijken. Maar dan wordt de film voor een speciale nieuwsuitzending onderbroken. Op de teevee zien ze de beelden van de moordpartij. Ook het woord “Veri” hoort ze vermelden. ‘Nevon moet Verin bedoeld hebben, maar waarom. Zou die agente de waarheid spreken. Dat kan toch niet waar zijn, ze moet liegen. Verin hielt van mij. Die agente moet de daderes zijn,’ denkt Sorane met een droevige blik. ‘Ben je zeker dat die agente hem vermoord heeft. Volgens het verslag heeft Verin op jou geschoten.’ ‘Dat zijn leugens om haar te beschermen, Achnaya. Verin zou dat nooit doen. Hij moet haar betrapt hebben en werd door haar gedood,’ zegt Sorane sissend. Achnaya kijkt even naar het mooie hoofdje van de roodharige. ‘Ik zal haar maar eerst laten bedaren, misschien zal ze er straks wel anders over denken,’ denkt ze. Maar als Sorane een paar uur later afscheid neemt, beseft Achnaya dat Sorane nog steeds overtuigt van de schuld van die agente. ‘Kom, nog eens op bezoek, Sorane. Je bent hier altijd welkom.’ ‘Dank je, Achnaya. Als ik de kans krijg zal ik zeker op je aanbod ingaan.’ De jonge vrouw kijkt de roodharige met gemengde gevoelens na als deze door de gang naar de lift toeloopt.

Jelsi
0 0

Sorane 01/03 De huurmoordenares

  Vals spel Aarzelend stapt de roodharige wankelend naar haar meerdere toe. ‘Vandaag is de laatste proef. Slaag je dan zal je je opleiding verder kunnen zetten, maar slaag je niet dan, keer je niet meer weer.’ Sorane knikt even. ‘Ik zal slagen.’ Verbaasd om zoveel zelfzekerheid kijkt hij haar aan. Is er iets dat hem ontgaat? Zelfs als ze volledig gezond zou zijn, dan had ze nog maar een kleine kans om te slagen. En als hij naar de verbanden om haar wonden kijkt, schud hij zijn hoofd. ‘Ze heeft zelfs geen kleine kans,’ denkt hij. Dan kijkt hij Sorane aan en wijst naar een beeldscherm. Daar zijn drie portretten te zien. Twee mannen en een vrouw. Onder de portretten kan iedereen de gegevens over deze doelwitten lezen. Ze zij gelukkig alle drie op macht beluste misdadigers, voor wie een dode meer of minder niet telt. ‘Dat zijn je doelwitten, Sorane. Je hebt tot het einde van de week om hen uit te schakelen. Kom echter niet terug voor ze dood zijn, want anders kom je niet levend het kleine huisje op de oppervlakte binnen.’ Sorane knikt alleen maar. ‘Mag ik mij nog even voorbereiden?’ ‘Doe maar, Sorane. Ik verwacht je over dertig minuten in de grote zaal. Daar zal je een tablet krijgen waar alle gegevens over je doelwitten opstaan.’ Mankend en licht wankelend stapt Sorane moeizaam naar de uitgang tot de eetzaal toe. Als ze voorbij haar vrienden stapt, vraagt ze: ‘Axin wil je me even helpen? Want ik moet mijn verband vervangen, voor de proef begint.’ De jonge vrouw knikt met een bezorgd blik. Als Sorane het ziet, glimlacht ze even. ‘Ik kom ook mee.’ ‘Je kent de regels, Verin. Dus je blijft best hier wachten tot we terugkomen,’ zegt Sorane koel. Een tiental minuten later trekt Sorane haar jasje uit, Axin helpt haar om het verband los te maken. Verbaasd staart Axin naar de wonde aan de zijde van Sorane. ‘Je ziet er bijna niets meer van. Hoe kan dat?’ ‘Een zalfje, Axin. Dat werd in de mijnen gebruikt om wonden te behandelen. Ik kreeg van die mannen een voorraadje mee. Wil jij het verband om mijn arm losmaken?’ Ook haar arm is al veel beter. Hij is zelfs niet meer gezwollen. Als ze Sorane geholpen heeft om het verband om haar dij te verwijderen, blijkt ook die wonde zo goed als genezen te zijn.’ ‘Die zalf is een wonder, Sorane.’ ‘Niet echt, Axin. Maar als ik die niet had, dan had ik zelfs geen kans om de proef te winnen. Nu ben ik bijna zover als toen ik aangevallen werd. Alleen heb ik ergens spijt dat ik hen moest doden.’ ‘Spijt moet je niet hebben, Sorane. Zij voerden hun opdracht uit en vonden de dood. Dat is hun risico.’ Sorane wrijft nog een dun laagje zalf over elke wonde. Verbaasd ziet Axin het verharden en een stevige laag over de wonde vormen. ‘Had jij eigenlijk wel dat verband nodig?’ vraagt Axin, terwijl ze naar Sorane kijkt die even in een wandspiegel naar zichzelf kijkt. ‘Niet echt, Axin. Ik wilde de coördinator misleiden,’ antwoordt ze. ‘Dat is je dan gelukt, Sorane. Zelfs ik en de anderen liepen erin,’ zegt Axin, terwijl Sorane een nauwsluitende zwarte broek over haar slanke benen aantrekt. ‘Waar kijk jij zo naar?’ ‘Je bent veranderd Sorane. Veel gespierder en vrouwelijker dan vroeger.’ ‘Dat kan ook moeilijk anders. Het leven in die mijnen is geen lachertje. Daar trainde ik als ik vrij was en die training heeft me goed gedaan.’ ‘Maar je was toch in verwachting.’ Even trekt een sombere blik over het gezicht van Sorane, maar dan glimlacht ze. ‘En ik ben van een gezond meisje bevallen, Axin. Haar naam is Tyjan. Maar ik heb haar afgestaan aan een jonge vrouw die een paar jaar eerder haar kindje verloren was.’ ‘Dat is vreselijk, Sorane. Verlang je niet naar je kindje.’ ‘Ja, Axin. Met heel mijn hart, maar ik moest haar afstaan.’ ‘Je had toch kunnen wegblijven.’ ‘Nee, dat kon ik niet, Axin. Dat weet je ook wel. Niemand kan Akron levend achter zich laten. We zouden heen ons leven op de vlucht. Dat mijn dochtertje veilig is, is voldoende voor mij.’ Axin knikt lichtjes, maar ze heeft toch haar twijfels. Dan klikt Sorane de speciale sluiting om haar heupen vast. Snel trekt ze een paar zwarte leren laarzen aan, met twee gespen sluit ze die nauw over haar broek om haar benen. Kalm neemt ze een donkerblauwe hemd bloeze, die haar hals en schouders bloot laat, uit een van haar reistassen. Ook dat blijkt tot Axins verbazing nauw om haar lichaam te passen. ‘Je ziet er mooi uit, Sorane. Hoe kom je daaraan?’ ‘Mijn stiefvader kocht een tiental van deze kleren. Hij moet geweten hebben wat me hier te wachten stond,’ zegt Sorane glimlachend, terwijl het bijpassend jasje uit haar tas neemt. ‘Wauw, spijtig dat het zwart is, Sorane. Maar je ziet er mooi uit, zelfs een beetje Sexy.’ ‘Kom, we gaan,’ zegt Sorane, terwijl ze de langwerpige box opneemt. Als ze hem over haar schouder hangt, staart Axin ernaar. ‘Wat is dat voor iets?’ ‘Mijn wapen, Axin. Het is zeer speciaal omdat alleen ik het kan activeren. Als het zich ontvouwd is het een zeer precies scherpschutterswapen waarmee ik van zeer grote afstanden kan vuren.’ ‘Waar heb je dat nu weer vandaan, toch ook niet van de mijnen?’ ‘Toch wel, het is een van die mannen waarover wie ik niets zou mogen zeggen.’ ‘Wauw. Dat moeten dan wel goede vrienden geweest zijn?’ ‘Denk je, Axin. Ze hadden een bedoeling. Ze trainden mij om dat ik hun enige kans was om de man te straffen die hun vriend liet veroordelen, waardoor hij in de mijnen terecht kwam.’ ‘Wie is die man dan?’ ‘De coördinator.’ ‘Wat? Dat meen je niet. Je gaat me toch niet zeggen dat jij hem gaat doden.’ ‘Nog niet, Axin. Maar ooit zal hij dood voor mijn voeten liggen. Zijn zoon, die in de mijnen omkwam, eiste dat van mij. Zijn vader heeft de vrouw van wie hij hield voor zijn ogen laten doodmartelen.’ ‘Heeft de coördinator zoiets gedaan?’ ‘Kom je, anders wordt die moordenaar ongeduldig,’ zegt Sorane en verlaat haar vertrekken. ‘Je mankt zelfs niet meer,’ zegt Axin achter haar. ‘Oei, goed dat je het zegt, door ons korte gesprek was ik het bijna vergeten.’ Axin kijkt Sorane verbaasd aan, als ze langzamer stapt en lichtjes mankt. Dan glimlacht ze. Even later blijft Axin staan, terwijl Sorane naar de coördinator toe mankt. Die kijkt haar verbaasd aan. In deze kledij ziet zij er helemaal anders uit. Even heeft hij spijt over wat hij met haar van plan is, want zo bevalt ze hem wel. En hem niet alleen, merkt hij. Verschillende jongemannen staren haar als ze een wereldwonder is. Dan merkt hij de vreemde box op die ze over haar schouder heeft hangen ‘Waar heeft ze dat vandaan? Is dat een wapen?’ denkt hij verbaasd. ‘Wat heb jij buiten de proef nog meer in gedachten, coördinator? Weer zoiets als de vorige keer? Want een van de dingen die ik in de mijnen, tijdens mijn vakantie geleerd heb, is dat de dood genade betekend. Want dood ben je uit je leiden verlost. Daarom zal ik hen niet doden, maar verwonden.’ ‘Wat doet Sorane? Waarom daagt ze hem zo uit?’ fluistert Verin verschrikt. Axin glimlacht alleen maar. Toch heeft Nevon het gemerkt. ‘Weet jij soms meer dan wij?’ Axin knikt even, maar zegt niets. ‘Jij weet iets, Axin.’ ‘Dat is juist, Nevon. Sorane is zo goed als klaar voor de proef en bijna zo gezond als een vis.’ ‘Zo gezond als een vis zeg je, Axin. En haar wonden dan.’ ‘Die zijn al bijna volledige geheeld, Verin. Ze mankt zelfs niet echt meer. Je had haar daarstraks moeten zien, Verin. Ze is de Sorane die wij gekend hebben niet meer. Waar ze ook geweest is. Daar is ze door harde training een nieuwe vrouw geworden. Ze heeft de opleiding niet meer nodig om tot de actieven gerekend te worden.’ Een uurtje later stapt Sorane door de voordeur het kleine huisje uit. Daar wacht een zwever, die haar naar de stad brengt. Maar onderweg, trekken twee van de mannen hun pistool. ‘Je wapen, Sorane,’ eist een van de twee. ‘Nee,’ meer zegt Sorane niet, maar dan flitsen haar beide handen onder haar jas uit. Hun wapens worden met een harde klap uit hun handen geslagen. Verschrikt kijken ze Sorane aan. ‘Wat is die snel,’ denken ze allebei. ‘De volgende maal, schiet ik eerst op je wapen en dan op je rechter knieschijf, vrienden,’ zegt de roodharige koel. ‘We moesten alleen je wapens af nemen, Sorane. Ook je die vreemde box, want dat was niet gepland. In de zwever ligt een aangepast wapen, dat jij moest gebruiken. Er kan maar tweemaal mee gevuurd worden. Ze willen je alleen op een bepaalde plaats, terwijl ze je in het vizier nemen. Als je minstens een van de doelwitten uitgeschakeld hebt, dan krijg je vermoedelijk een kogel door je kop.’ ‘Denkt de coördinator werkelijk dat ik dat zou aannemen. Dan is hij nog dommer dan ik al dacht. De training die ik gedurende meer dan een jaar gevolgd heb, heeft van mij een volleerde schutter gemaakt. De mannen die mij trainden hoorden tot de beste van hun vak.’ De twee kijken haar verbaasd aan. ‘Wie hebben je dan getraind?’ ‘Veroordeeld gespuis, maar ze wilden een beetje verstrooiing in hun saaie bestaan in de mijnen.’ ‘Als dat werkelijk waar is en ik moet je geloven, Sorane. Dan staat de coördinator nog een verrassing te wachten.’ ‘Als je wil, kunnen we je ergens dichtbij het doel afzetten.’ ‘Toch wil ik je omdat je ons gespaard hebt, waarschuwen. Je bent levend meer waart dan dood, maar alleen tot de drie doelwitten in hun bloed liggen. Daarna heeft jouw leven geen enkele waarde meer. Dat was het bevel van de coördinator. Wees dan op je hoede?’ Sorane knikt even. ‘Weet je hoeveel er mij opwachten?’ ‘We hebben er drie met een zwarte personenwagen zien vertrekken, Sorane. Maar ongeveer een uurtje na die drie vertrok een bestelwagen met zeker acht in het zwartgeklede mannen en vrouwen is.’ Sorane knikt even dankbaar. ‘Kruis alsjeblieft mijn pad niet meer. Ik kan mij in ons beroep geen dankbaarheid veroorloven. Dat weten jullie ook.’ ‘Dat is juist, Sorane. Het is een leven zonder liefde en vriendschap zonder vertrouwen. Dat weten we. Maar ik denk niet dat we nog in leven zijn als je terugkomt, want we zijn niet geslaagd in onze opdracht.’ ‘Verdwijn dan uit deze streken.’ De twee kijken elkaar aan. ‘Kunnen we altijd proberen, al geef ons niet veel kans van slagen.’ ‘Dat is toch altijd beter dan hier te blijven wachten tot ze komen,’ zegt de andere. ‘Misschien kent Sorane een vluchtweg, want zij lijkt altijd een ontsnappingsplan te hebben.’ ‘Dat is te laat, Ervin. Ze is al weg.’ Beiden kijken om zich heen, maar zien Sorane nergens meer. ‘En wij staan hier open en bloot, zonder vervoer.’ ‘Dan moeten we ons zien te behelpen, Gorov.’ Sorane is intussen met de zwever op weg naar haar doel en land in de buurt van een groot hotel. Daar neemt ze een kamer op de top verdieping. Als ze binnen stapt legt ze een klein voorwerp op de tafel en activeert het. Het is een omgevingsscanner, die alarm slaat als er iemand de ruimte zou betreden. Nadat ze haar wapens gecontroleerd heeft, gaat ze op het bed liggen en staart naar het plafond. In gedachten overloop ze de gegevens van haar opdracht. Want nu ze weet dat een of meerdere onbekenden haar leven moeten beëindigen, na de dood van haar doelwitten, moet ze iets ondernemen. Ook denkt ze na over de plaats waar de eerste drie van de wagen ergens op de loer kunnen liggen. Maar die personen in de bestelwagen baren haar het meeste zorgen. Vermoedelijk zullen die bij haar terugkeer ingrijpen. Alleen weet ze niet waar dat zou kunnen zijn. ‘Ik vraag me alleen af hoe die nadien kunnen weten waar ik mij bevind en welke weg ik terug neem.’ Langzaam duizelt ze in slaap, maar plots schiet ze weer wakker. ‘Een zendertje, verdomme. Ergens moet ik een verborgen zender dragen,’ denkt ze verschrikt. Dan glimlacht ze. ‘Als ze denken dat ik dat niet kan vinden dan hebben ze het goed mis,’ fluistert ze, terwijl ze haar riemtasje opent. Hier heeft ze verschillende kubusjes steken. Een ervan bekijkt ze. Aan de zijkant drukt ze en klein knopje is, waardoor uit de kubus een half doorzichtig schermpje komt. Met dat schermpje glijdt ze over de kledij die ze nog steeds draagt. Maar ze vindt niets. Dan volgt haar jas. Ook daar vindt ze eerst niets, maar dan verschijnt een lichtpuntje op het scherm. Aarzelend neemt ze het voorwerp uit haar jaszak. Een kompas die tot haar gereedschap behoort, als ze op pad moet. Onderaan merkt ze een kleine sticker op. Daaronder voelt ze iets kleins. Even glimlacht ze. ‘Dat is voor later. Voorlopig mogen ze gerust weten waar ik mij juist bevind,’ denkt ze. Even kijkt ze op de wandklok en merkt dat het iets voor een uur is. Snel trekt ze haar boven kleding uit en legt zich opnieuw in haar ondergoed op het bed. Zeer vroeg in de morgen, is ze al op. De bediende aan de ingang staart haar verbaasd aan, als ze betaalt. Als ze naar de zwever toestapt, kijkt hij haar na. Maar hij merkt niet dat een vreemde schaduw buiten de roodharige vrouw lijkt te volgen. Ook Sorane heeft het niet gemerkt, maar haar scanner echter wel. Glimlachend stapt ze in de zwever en blijft even nadenkend zitten. Dan drukt ze snel enkele knoppen in. Dadelijk verheft de zwever zich van de grond. Op een meter hoogte draait het toestel rond op zoek naar een doelwit. En dan ziet ze de man tussen enkele wagens zitten. Ze herkent hem dadelijk. Het is een van de mannen, die de aanval op haar overleefden. Dan vuurt de zwever tweemaal. De man werpt zich opzij, waardoor een schot links en het andere rechts van hem voorbijraast. Maar dat was de bedoeling van Sorane, want ze vuurde nog een derde schot met haar handwapen. Met dat schot raakte ze haar doelwit echter wel nauwkeurig. Een piepklein pijltje heeft zich in zijn hals geboord. Hierin zat een speciale tracer, waardoor ze de standplaats van de man op haar scherm kan zien. Een paar seconden later schiet de zwever weg in de richting van het noorden. Vloekend kijkt de man haar na. Maar hij weet waar ze naartoe gaat, dus volgen kan hij haar altijd. Een uurtje later stijg ook zijn zwever op en zet koers naar het oosten. De richting waarin zijn doelwit ook later in geslagen zal zijn. Alleen weet hij niet dat Sorane paar kilometer achter hem zweeft. Ze volgt hem naar zijn bestemming waar hij enkele anderen ontmoet. Vanuit de zwever richt ze haar speciaal wapen op de vijf mannen en drie vrouwen. Zeven maal schiet ze, zonder dat een van hen iets merkt. Maar ze worden allen geraakt, door een piepklein pijltje. De man die ze volgde slaat ze over, omdat die al een tracer in zijn lichaam heeft. ‘Heb je dat gemerkt, Lodor? Ik werd door iets gestoken.’ ‘Inbeelding, man. Hier is niemand in de buurt?’ ‘Zwijg liever. We moeten ons voorbereiden, want Sorane heeft niet veel tijd meer om te slagen. En we weten niet zeker waar ze zich nu bevindt.’ ‘Dat niet, Jonora. Maar we weten wel waar ze naartoe moet. Ook de satellieten zijn op hun positie.’ ‘Ik heb haar. Ze land juist met haar zwever nabij een van de hoogste gebouwen in dat dorp. ‘Heb jij satellietverbinding, Toron?’ ‘Al een uurtje of zo. Ik heb een drietal satellieten op het dorp gericht. En een tweetal minuten geleden, kwam Sorane opdagen.’ ‘Activeer de overbrengers. Straks ontkomt ze ons nog, nadat ze haar doelwitten uitgeschakeld heeft.’ ‘Wij zijn niet de enige die achter haar aanzitten?’ ‘Dat weet ik, Toron. Maar ik wil haar zelf neerleggen.’ ‘Laat ons dan maar snel vertrekken, want niet alleen wij hebben toegang tot de satellieten.’ ‘Veld geactiveerd, Roven.’ Sorane laat zich intussen achter de balustrade zakken. Kalm neemt ze de box van haar schouder en drukt haar rechterhand tegen de breedste kant. De box begint dadelijk te vervormen toe ze hee speciaal scherpschutterswapen in haar hand houdt.  Even kijkt ze ernaar en dan ze richt het wapen over de dakrand naar haar doelwitten. Door het vizier ziet ze een tiental mensen. Enkele kinderen rennen al spelend rond. Maar nergens merkt ze iets van de lijfwachten die overal op het terrein zouden moeten zijn. Kloppen haar gegevens wel? ‘Hier is iets niet pluis. Dat zijn geen leden van een misdaad famillie,’ fluistert ze. Dan herkent ze een van de mannen. Ze heeft hem een paar maanden geleden in een speciale nieuwsuitzending gezien, waar hij geïnterviewd werd. ‘Dat is een zeer belangrijk politicus die ijvert voor een speciale eenheid op te richten,’ denkt ze. Plots ziet ze een zestal in het zwartgeklede gedaanten het huis naderen. ‘Dat zijn die huurlingen,’ denkt ze. Als ze weer naar door het vizier kijkt. Merkt ze dat enkele mannen hun wapen trekken. Op hetzelfde moment stort de man die haar doelwit moest zijn neer. Een vrouw schrikt en rent schreeuwend op hem toe. Maar dan gaan er twee schokken door haar lichaam als ze getroffen, iets na haar stort een tweede man neer en dan een derde. Snel richt Sorane haar wapen op een ander gebouw dat volgens haar ook geschikt zou kunnen zijn en plots ziet ze een licht flits. ‘Ik ben toch diegene die hen moet ombrengen. Waarom doen die mijn werk?’ ‘Zo niet,’ denkt ze en richt op de flits, waar ze de schutter vermoed. Dadelijk verschijnen noodzakelijk gegevens op het schermpje van het vizier. Even controleert ze die. Dan verlaat een vuurstraal de loop van haar wapen. De schutter wordt in het hoofd getroffen en zakt in elkaar. Plots schrikt Sorane. De zes huurlingen hebben het vuur geopend op de mannen met een wapen. Een van hen stort neer, maar de anderen werpen zich in dekking. Sorane vloekt als ze door het vizier kijkt, want er ligt een jongetje van een jaar of acht naast de fontein. Hij beweeg nog lichtjes. ‘Hij moet geraakt zijn,’ denkt Sorane. Dan schiet een van de anderen op een jong meisje dat naar de jongen toerent. Hij mist echter. Als hij zijn wapen opnieuw wil richten, stort hij neer. Een kogel heeft zijn hoofd doorboort. De anderen schrikken, maar nog een van hen wordt geraakt door een kogel. Hij wankelt achter zijn dekking uit en wordt dan door verschillende schoten geraakt. Op het dak richt Sorane haar wapen op een van de vrouwen die nog steeds schieten. Voor de derde maal buigt haar vinger zich om de trekker en een vuurstraal braakt een kogel uit. Even verandert ze het wapen van richting en een volgende vuurstraal schiet uit de loop. ‘Sorane, het is Sorane. Daar!!!’ roept een man nog voor hij getroffen wordt. De twee overblijvenden hebben gezien waar van Sorane vuurde en veranderen snel van dekking, maar ook de lijfwachten hebben gemerkt dat ze hulp gekregen hebben. Ze proberen de twee in te sluiten, maar nu worden ze plots vanuit een andere richting beschoten. Twee van hen storten neer. Sorane probeert de plaats te ontdekken vanwaar er geschoten werd. Maar ze krijgt de tijd niet meer. Haar dekking wordt door snelvuur kogels geraakt. Snel laat ze zich vallen en kruipt over de harde stenen naar een andere plaats. In een hoek richt ze zich gebukt op en loert over de rand. Maar er is niets te zien, tot ze twee lichtflitsen vlak na elkaar opmerkt. De kogels slaan doorheen de dekking waarachter een lijfwacht dekking gezocht had. Dood zakt hij in elkaar. Snel geeft Sorane een ruk aan de loop, waardoor een deel van haar wapen in de lengte draait. Hierdoor komt een tweede van de drielopen boven aan te staan. Als de schutter weer vuurt, richt Sorane het wapen en drukt af. Ze raakt de schutter, niet maar wel de muur naast hem. Het is echter een ontploffende kogel. Zodra hij zich in de muur boort, wordt hij uit elkaar gerukt. Stukken beton worden weggeblazen en raken de schutter, die dood is voor hij het beseft. Aan de villa beneden, dagen nog meer lijfwachten op. De twee huurlingen beseffen dat ze weg moeten en sluipen tussen de geparkeerde wagens door. Sorane ziet hen echter door de tracer op haar hand scanner. En richt haar wapen echter niet op hen, maar op de plaats waarheen ze rennen. Op haar scanner ziet ze daar nog twee stippen. Even glimlacht ze. Dan richt ze haar wapen op de van en wacht geduldig. Als de twee vluchtende huurlingen de van bereiken, vuurt ze. Een paar seconden later rukt een van de twee de zijdeur open, maar dan raakt de kogel zijn doel. De van verandert dadelijk in een vuurzee. De twee en de inzittenden zijn dood voor ze iets beseffen. Sorane drukt snel op de rechterkant van de kolf van haar apen, waardoor het opnieuw de vorm van een box aanneemt. Met een ruk hangt ze het over haar schouder. Dan haast ze zich snel langs de trappen naar beneden, want ze moet hier weg. Maar als ze beneden is, haast ze zich naar de villa toe. De lijfwachten zien haar naderen en richten hun wapen. Maar als ze merken dat ze geen wapen in haar handen heeft, laten ze haar dichterbij komen. ‘Er zijn nog schutters. Ik kreeg er twee, maar ze waren met vijf,’ zegt ze snel. ‘Wie ben jij, vrouw?’ ‘Ik moest als de moordenares doorgaan, maar dat kon ik niet dulden,’ zegt ze. ‘Hoor jij bij hen?’ ‘Nee, enkelen onder jullie waren mijn doelwit. Maar ik herkende enkele mensen en ik dood geen onschuldigen. Toen begon een anderen schutter te schieten. Hij zal nooit meer op iemand schieten en zijn maat ginder op dat gebouw ook niet,’ zegt ze terwijl ze naar het gebouw rechts wijst en dan naar het gebouw waar haar kogel ontplofte. ‘Laat je wapens vallen, vrouw.’ ‘Dat kan ik niet. Zoals ik al zei. Er zijn er nog drie. Breng snel de gewonden naar binnen, ik ga naar het dak. Daar heb ik een beter overzicht.’ Even aarzelt de man, maar knikt dan. ‘Jullie daar in dekking enkele anderen helpen mij met de gewonden,’ roept hij. Als Sorane naar de lift stapt, hoort ze plots iemand zeggen. ‘Ik kan niets meer doen. Alleen een dokter kan hem nog redden.’ ‘Die raakt hier niet meer op tijd, Loson. Meron blijft maar bloeden.’ Even aarzelt ze, maar dan haast ze zich naar de gewonde toe. Ze merkt dat het een jongen is van ongeveer acht jaar oud. Zijn zusje van twaalf zit, naast hem op de grond. De jonge heeft een kogel in de buik gekregen. ‘Misschien kan ik helpen,’ zegt Sorane. ‘Jij een huurmoordenares?’ zegt de vrouw ruw. ‘En dan. Ik ken wel iets van wonden,’ antwoordt Sorane bitsig. Dan knikt de vrouw en maakt plaats. Sorane knielt naast de jongen en zegt tegen de man. ‘Haal zuiver water, Loron.’ De man haast zich weg, terwijl Sorane de bebloede doeken verwijdert. Ze schrikt wel even als ze de wonde ziet. ‘Hij moet in de rug geschoten zijn,’ denkt ze. Met een propere vod probeert ze het bloed op te zuigen, maar het blijft maar stormen. Maar als haar hand in aanraking komt met de huid van de jongen licht die groen op. Voor haar verbaasde ogen, begint de huid en het vlees te herstellen. Verschrikt trekt ze haar hand weer weg. Even kijkt ze naar haar hand, maar die ziet er normaal uit. Dan merkt ze de verbaasde blik van de vrouw op. ‘Ik weet niet wat je gedaan hebt, dame. Maar je bent erin geslaagd om het bloeden te stoppen,’ hoort ze die fluisteren. Maar Sorane staart nog steeds naar haar hand. Op dat moment komt Loron met een kom water terug. Als Sorane weer opstaat ziet ze enkele anderen binnenkomen. Onder hen zijn een van de mannen die ze moest doden. Ze ziet de man schrikken en naar de jongen toelopen. ‘Wat is er met Meron, Doneya?’ vraagt hij hees. ‘Meron zou doodgebloed zijn, als zij hem niet geholpen had, Her Govinov.’ Als de man haar aankijkt, komt Sorane uit haar verstarring en stapt op enkele andere gewonden toe. Ze helpt hen verzorgen en dicht de wonden met haar verband capsules, die ze in een riemtasje draagt. Toch zijn er drie anderen waarbij ze niets kan doen. Naast hen ligt nog een zwaargewonde vrouw. Naast haar blijft ze staan en kijkt op haar neer. Twee mannen staan tegenover haar naast de gewonde. Een van hen heeft tranen in de ogen en kijkt neer op de vrouw. Als hij Sorane opmerkt kijkt haar plots aan. ‘Niemand kan, mijn dochter, Nianone meer helpen.’ Sorane richt haar blik op de andere, die beide wonden, probeert te stelpen. ‘De ziekenzwevers zijn onderweg, maar ze zullen te laat komen. Ik slaag er niet in om het bloeden te stoppen. Beide kogels zitten nog in het lichaam,’ fluistert de man. Even twijfelt Sorane en kijkt naar het bleke gelaat van de vrouw, die maar een paar jaar ouder is dan zijzelf. Dan neemt ze opnieuw een besluit en opent haar riemtas. Terwijl ze zich afvraagt waarom ze deze mensen, die ze moest doden helpt, brengt ze een beetje zalf aan op haar vingers. ‘Dit zal wel helpen,’ zegt ze fluisterend, terwijl de man zijn bebloede handen terugtrekt. Sorane wrijft een beetje zalf omheen beide wonden. Beide mannen kijken verbaasd toe, hoe de randen van de zalf naar elkaar toegroeien en de wonde helemaal afsluiten. Dan schrikken ze nog meer, als de eerste kogel naar buiten gestuwd wordt. Iets later volgt de tweede uit de andere wonde. ‘Hoe kan dat?’ ‘Dit is speciale zalf die we in ons beroep gebruiken,’ fluistert Sorane, die nadenkend naar de nu afgesloten wonden kijkt. Ze hoopte dat dat vreemde groene licht weer zou oplichten, maar ze zag er niet van. Alleen bij die jongen gebeurde er iets, waardoor zijn wonde zich weer bijna helemaal herstelde. Het leek uit haar handen te komen, maar ze had er geen controle over. ‘Zou ik het me ingebeeld hebben?’ denkt ze, terwijl even naar de jongen staart. Die wordt op dat moment door zijn vader en een vrouw die ze niet kent rechtop geholpen. Nu snapt ze er steeds minder van. Hij was zo zwaargewond en verloor veel bloed. Weer kijkt ze naar haar hand, maar ze kan er niets verkeerds aan zien. Nergens een spoortje van die groene gloed. Op dat moment klinken buiten schoten. Dan herinnert ze zich wat ze van plan was. Snel richt ze haar blik op de twee mannen en zegt: ‘Ik moet gaan.’ Dan haast zich, nagestaard door de twee naar de lift. Een tiental minuten later knielt ze aan de rand van het dak en merkt een twintigtal schutters op, die het gebouw onder vuur nemen. Kalm neemt ze het wapen van haar rug en richt het naar beneden. Even aarzelt ze, maar dan begint haar wapen lange vuurstralen uit te spuwen. De schutters beneden merken dat verschillende van hun makkers neerstorten en beseffen dat ze geen enkele kans meer hebben als ze hier blijven. Dus springen ze op en rennen weg. Maar verschillenden van hen worden nog getroffen, door de lijfwachten en Sorane. De vier laatsten kunnen zich in veiligheid brengen en stappen snel in twee wagens. Sorane vuurt zo snel ze kan, maar de wagens zijn gepantserd.  Ze ziet hen een zijstraat indraaien en met grote snelheid weg rijden. Nog een tiental minuten blijft ze op haar post, maar kan niets verdachts meer opmerken. Dan stapt ze langzaam naar de lift toe en daalt af. Als ze de hal inkomt, ziet ze echter een paar wapens op haar gericht. ‘Je wapens, vrouw,’ beveelt een van de mannen. ‘Laat dat, Gocen. Zij heeft verschillende mensen; waaronder mijn zoon, gered. En zonder haar hadden ze ons allemaal gekregen,’ zegt de vader van de jongen. Sorane knikt Gocen toe en glimlacht even. De mannen laten hun wapen zakken. ‘Misschien kan jij voor ons gaan werken,’ zegt Gocen. Maar Sorane schudt haar hoofd. ‘Ik moet gaan.’ ‘Mag ik uw naam weten?’ vraagt de vader nu. ‘Sorane Nador.’ ‘Waarom hebt u ons geholpen?’ Sorane kijkt de vrouw aan. ‘Het was mijn opdracht om u en je man te doden, maar ik dood alleen mensen die misdaden gepleegd hebben.’ ‘Hoe wist je dat mijn baas geen misdadiger was?’ ‘Ik herkende hem van een teevee uitzending,’ zegt Sorane nog en haast zich naar buiten. De aanwezigen kijken haar verbaasd na. Een huurmoordenares die alleen misdadigers in opdracht dood. Dat is eens iets nieuws. Hoelang gaan ze dat dulden in haar kringen. Maar Sorane is al op weg naar haar zwever en stijgt een paar minuten later op. Ze zet koers naar de hoofdstad. Ze geraakt maar tien kilometer ver, als ze plots onder vuur genomen wordt. Met een scherpe bocht duikt de zwever naar de grond toe. Op een hoogte van een meter, springt Sorane eruit. De geprogrammeerde zwever schiet omhoog, weg uit de gevaarzone. Sorane rent tussen de struiken door en laat zich dan op de grond vallen. Dan ziet ze twee wagens naderen. Als ze stoppen stappen twee mannen en twee vrouwen uit. Het zijn de vier die konden ontkomen. Ze verspreiden zich dadelijk en naderen Sorane in een halve cirkel. Sorane die hen ziet naderen, denkt: ‘Ze hebben scanners bij zich. Misschien zelfs een drone, zoals ik er een had.’ Snel springt ze op en rent naar de rand van de struiken toe. ‘Daar rent ze,’ roept een van de twee mannen. Maar dat zijn, zijn laatste woorden. Een kogel van Sorane doorboort zijn borst. Maar de anderen openen het vuur. Sorane wordt echter tweemaal hard getroffen. Maar haar speciale pak beschermd haar. Dan reageert ze iets te traag en ze krijgt een kogel in haar borst. Even wankelt ze nog vooruit en zakt dan in elkaar. De twee vrouwen en een man komen uit hun dekking. ‘Zevon kreeg ze ook al. Verdomme, ze heeft meer dan tien van ons gedood.’ ‘Ze was goed, maar nu heeft het geluk haar in de steek gelaten,’ zegt de andere vrouw. ‘Gelukkig raakte ik haar dodelijk, anders had jij daar gelegen, Nicda.’ ‘Liever zij dan ik,’ fluister de vrouw en knielt naast Sorane. Als ze naar de hals van Sorane wil tasten, rolt die plots op haar rug en vuurt dadelijk. De vrouw krijgt de kogel in haar hoofd. Sorane die nog verder rolt, vuurt intussen op beide anderen. De man is niet snel genoeg en stort neer. De tweede vrouw is echter in dekking geraakt. Dan beantwoordt die het vuur, maar ze ziet Sorane echter nergens meer. ‘Wil je leven?’ zegt een stem achter haar. Verschrikt kijkt ze om en ziet Sorane achter zich. Langzaam laat ze haar wapen zakken. ‘Ik wil je niet doden, vrouw.’ Even kijkt de vrouw in de ogen van Sorane. Dan laat ze haar wapen vallen. ‘Hoe is je naam?’ ‘Kona Visarlo.’ ‘Help je vriend daar, want die leeft nog een tijdje, als jij zijn wonde verzorgt.’ De vrouw knikt even en richt zich op. Sorane geeft een teken met haar wapen. ‘Waarom willen jullie mij doden?’ Even slikt de vrouw en fluistert bijna. ‘Jij werkt voor de concurrentie van de organisatie.’ ‘Ik? Ben je wel goed bij je hoofd, Kona. Ik was een jaar geleden nog in opleiding in het complex. Maar ik kreeg speciaal verlof.’ ‘Als je niet liegt, dan begrijpt ik niet waarom wij je ten koste van alles moeten doden.’ ‘Wie heeft de opdracht gegeven?’ ‘De coördinator. Wie anders?’ ‘Ik vraag me wel af waarom die mij dood wil. Ik behoorde tot de besten van mijn groep.’ ‘Dan weet ik niet wat ik ervan moet denken. Maar we zijn niet de enigen die achter je aanzitten. Er zijn er zeker nog een twintigtal die op de loer liggen.’ ‘Dank je, Kona. Probeer echter niets, want dan moet ik je minstens verwonden.’ ‘Mag ik mijn collega eens onderzoeken, voor hij doodbloedt?’ ‘Doe maar.’ Als ze naast haar collega knielt, ziet ze zijn wapen naast hem liggen. Even aarzelt ze, maar het dringt tot haar door dat als Sorane levend wegkomt, hun opdracht mislukt is. En dan is hun leven geen cent meer waart. Daarom grijpt ze het wapen en laat zich opzij vallen, terwijl ze haar wapen richt. Maar ze vuurt niet, omdat Sorane niet meer te zien is. Die is al op weg, naar de villa. Even kijkt de vrouw nadenkend om zich heen. ‘Gelukkig weet ze niet waar tweede groep haar opwacht. Die zullen haar wel krijgen.’ ‘Kona, jullie opdracht is mislukt,’ zegt een stem achter haar plots. Ze schrikt hevig, want ze herkent de stem. Ze heeft het einde van haar weg bereikt, beseft ze. ‘Je wapen neer, Kona. Of je ligt hier dadelijk dood op de grond.’ Aarzelend laat ze het wapen vallen en richt zich op. ‘Je wapenriem,’ zegt een van de drie mannen achter haar. Langzaam maakt ze haar wapenriem los en laat hem op de grond vallen. Twee mannen boeien haar snel. Ook de gewonde wordt naast haar in de zwever geduwd. Dan stijgt het toestel op en vliegt met grote snelheid zeg naar het oosten en draait dan af.. Als Sorane de volgende dag de tweede hinderlaag nadert, schrikt ze als ze twee lijken aan twee verlichtingspalen ziet hangen. Ze zijn met kogels doorzeeft. Sorane herkent de vrouw die ze spaarde en de gewonde. Ze land haar zwever in hun buurt en stapt naar de vrouw toe. ‘Het spijt me, Kona. Ik kende je niet echt. Jij kon er echter niet aan doen dat ik beter was. Dit lot verdiende je niet.’ ‘Hallo Sorane. Je hebt toch geen verdriet voor die mislukkelingen.’ Langzaam draait Sorane zich om en ziet twee mannen staan. Beiden houden ze een wapen op haar gericht. ‘Ik spaarde hen beiden, nadat ze elk een poging waagden. Jullie hebben hen gewoon afgemaakt.’ ‘Wij niet, Sorane. Maar onze collega’s daar op het bouwterrein wel. Wij spaarden onze kogels voor jou.’ ‘Heeft de Coördinator jullie vertelt wat er gebeurde met zijn mannen die mij voor mijn eerste proef een beetje wilden toetakelen. Ze waren met acht en ik was ongewapend. Toch geraakte ik hen voorbij, alleen kon geen van hen na vertellen wat er gebeurd was.’ ‘Opschepper. Ik heb zoiets gehoord, maar ze waren maar met drie. En twee van hen hebben elkaar neergestoken. De derde was zo verbaasd, dat jij hem langs achter in zijn rug kon steken.’ ‘Denk je dat dat waar is, man. Waarom zou de Coördinator zoveel van zijn mensen inzetten als hij mij zo eenvoudig kon uitschakelen?’ Even kijken de twee elkaar aan. ‘Ergens heeft die roodkop wel gelijk, ze moet gevaarlijker zijn dan ze er uitziet,’ zegt de linkse. Als ze weer Sorane kijken, staren ze elk in de loop van haar wapen. ‘Wapen neer, vriendjes.’ ‘Hoe kom j…,’ zegt de andere, terwijl hij zich opzij werpt. Ook de tweede probeert het, maar beiden krijgen een kogel tussen de ogen. Even kijkt Sorane op hen neer. Dan richt ze haar blik verder de straat in. Er zijn hoge in aanbouw zijnde gebouwen, dus moeten er zeker een paar op het dak zitten. Even denkt ze na en schrikt, want ze staat hier ongedekt. Dan begint ze in zigzag te rennen in de richting van een dekking die haar dichter bij de gebouwen brengt. Verschillende kogels schieten rondom haar het beton in. Achter een muurtje blijft ze liggen. Maar nu wordt ze van een andere zijde beschoten door minstens drie schutters. De kogel doorboren het muurtje. Maar Sorane is al verder gekropen. Met een sprong is ze een laag gebouw binnen. Langs de achterzijde loert ze voorzichtig naar buiten. Er is niemand te zien en ze merkt ook dat de schutter die het laatst schoten haar niet kunnen opmerken. ‘Hopelijk zijn er hier nergens anderen verborgen,’ denkt ze en rent naar de overzijde van de straat naar een hoger gebouw toe. Even voelt ze iets aan haar bovenarm als iets haar schampt. Bliksemsnel werpt ze zich met een sprong vooruit en botst tegen de deur. ‘Verdomme, Ik geraak niet binnen,’ denkt ze. Maar ze schieten echter niet meer. Snel richt ze haar rechterarm omhoog een dun touw schiet naar boven. De pijl punt boort zich twaalf verdiepingen hoger in de vloer van een balkon. Als een raket schiet Sorane de hoogte in. Hangend aan de onderzijde trek ze zich met al haar krachten op en klimt even later over de reling. ‘Niemand heeft me opgemerkt,’ denkt terwijl ze zich toch maar in dekking bukt. Dan kijkt ze omhoog. Ze ziet alleen de dakrand, maar een twintig meter naar links is vlak onder het dak een balkon. ‘Dat moet ik halen.’ Dan richt ze haar arm opnieuw. Op dat moment slaan verschillende kogels in de reling. Dadelijk laat ze zich vallen en grijpt haar wapen. Haar scherpe ogen hebben al snel de twee schutters opgemerkt. Maar als zich opricht, raast een kogel naast haar hals voorbij.  Dadelijk rolt ze opzij in de smalle inham van het venster. Uit haar tasje neemt ze snel een klein voorwerp, dat ze bij het afscheid van haar trainers gekregen. Ze drukt een knopje in en het ding schiet de hoogte in. Op een klein schermpje ziet ze de beelden die het droontje uitzend. Als snel heeft ze eerste gevonden en de twee ligt er niet zo ver vandaan. Dadelijk maakt ze zich klaar en geeft een commando aan het droontje. Die verandert van koers en botst tegen een wand aan. Van het geluid schrikken beiden op. Sorane richt haar wapen over de reling en zoekt naar een doelwit. De twee zien echter niet wat het geluid veroorzaakt heeft. Een van hen sluipt naar achter om hun omgeving te onderzoeken. Hij wil weten wat het geluid veroorzaakt richt. Zijn collega zijn aandacht intussen op Sorane, maar die heeft hun beweging opgemerkt. Als de man zijn wapen over de rand van het gebouw legt, vuurt Sorane. De kogel werpt hem achterover en hij slaat met een luide klap op het dak. De andere schrikt en kijkt om. Vloekend laat hij zich zakken en haast zich naar de rand toe. Hij bevindt zich nu een paar meter links van zijn dode collega. Langzaam en voorzichtig kijkt hij naar de plaats waar Sorane zich verschuilt. Er is echter niets te zien. Sorane is echter aan het dunne touw naar boven geschoten en bevind zich niet op het hogere dak van dat gebouw. Maar daar stoot ze op twee anderen. Een man en een vrouw. Snel duikt ze achter een dekking. De man heeft haar al opgemerkt en geeft de vrouw een teken, terwijl hij van wapen verwisselt. Voorzichtig naderen ze de plaats waar Sorane wegdook. Beiden van een ander zijde. Maar Sorane is daar niet blijven zitten, maar rende naar de oostkant van het gebouw toe. Als de man op de plaats aankomt waar ze zich zou moeten bevinden, ziet hij alleen een klein voorwerp met een flikkerend lampje. ‘Vona, weg hier,’ roept hij nog en duikt naar rechts, maar hij is te laat. De bom ontploft en werpt hem een tiental meters verder tegen de muur van de trap die op het dak uitkomt. De vrouw krijgt een paar brokstukken over zich, maar is niet ernstig gewond. Als ze recht kruipt, ziet ze het wapen van Sorane op zich gericht. ‘Ik geef je een kans, vrouw. Met hoeveel zijn jullie? ‘Teveel voor jouw, Sorane. En de anderen lusten je rauw.’ ‘Hoeveel in totaal?’ ‘Drieëndertig.’ ‘Duw nog negentwintig. Als ik jou meetel. Maar jij vormt geen gevaar meer.’ ‘Denk je dat, Sorane. We staan met elkaar in verbinding, dat zou je weten als je opleiding al voltooid was.’ ‘Ja, denk je dat ik dat niet weet,’ zegt Sorane met een glimlach en vuurt met het wapen dat ze plots in haar linkerhand heeft. Een klein pijltje, dringt in de hals van de vrouw. Die staart Sorane even aan. ‘Als je bij komt, verdwijn dan. Anders word je over enkele dagen terechtgesteld,’ hoort ze Sorane nog zeggen. Als de roodharige zich verwijdert, probeert de vrouw nog haar wapen te richten, maar ze haalt het niet. ‘Het zijn er te veel. Ze zullen al wel op weg naar hier zijn. Ik moet het anders aanpakken,’ denkt Sorane. Even kijkt ze over de rand en geeft langs het schermpje een commando aan haar droontje. Dat nadert enkele ogenblikken later, maar schiet dan weer de hoogte in. Hij gaat op zoek naar de vervoermiddelen van die moordenaars. Dan daalt ze zo snel ze kan langs de trap af. Ongeveer halverwege houdt en halt en leunt tegen de muur. Een paar minuten later hoort ze stemmen en stappen die naar boven komen. ‘Het spijt me, killers, denkt ze. Dan bukt ze zich en activeert een bom met een bewegingsdetector. Als ze het knopje indrukt begint het ding snel te flikkeren. Dadelijk rent Sorane weer naar boven, terwijl het lampje na een minuut minder snel knippert, wat wil zeggen dat het in detectiemode overgegaan is. De killers hebben geluiden boven zich gehoord en haasten zich. Sorane heeft even twee verdiepingen hoger haltgehouden en een twee bom geactiveerd. Deze maal loopt ze door de gang naar de andere kant van het gebouw toe. Daar klimt ze juist uit het venster, op het balkon, als de eerste bom ontploft. Zeven man zijn op slag dood of gewond. Nog vier anderen volgen hen, maar die zijn ongedeerd. ‘Het spijt me. Voriv. Je kent het bevel, geen gewonden in leven achterlaten.’ ‘Ja. Doe het dan snel, Nocin.’ Twee van de vier vuren driemaal en er liggen zeven doden op de vloer. De vier anderen haasten zich op hun hoede verder. Telkens ze een verdiep bereiken, scannen ze naar actieve signalen, maar er zijn er geen. Voorzichtig stappen de gang in waar Sorane naar de andere kant liep. De derde man merkt plots het flikkerende lichtje op. Snel werpt hij zich achteruit en botst tegen de man achter hem aan. Beide vallen met lawaai te trap af. De twee anderen kijken verrast om, maar dan ontplof de bom. Ze zijn beiden op slag dood. Een verdieping lager vloeken beide anderen. Een van hen heeft zijn arm gebroken, tijdens de val. ‘Bind mijn arm tegen mijn lichaam, Gowan. Ik ben nog niet uitgeschakeld.’ Even kijkt de andere hem aan en knikt dan. Intussen is Sorane al acht verdiepingen lager en klimt weer door een venster. Even staart ze de gang in, maar ze ziet of hoort niets. Snel haast zich door de gang en bereikt de lift. Als de deur openschuift zweeft ze naar beneden en bereikt al snel de gelijkvloers. Voorzichtig kijkt ze de hal in, maar ziet niemand. Met getrokken wapen sluipt ze naar de toegangsdeur toe. Maar die is afgesloten. ‘Even naar de wc, misschien is daar een of ander venster op,’ denkt ze. Nadat ze zich snel een beetje opgefrist heeft, stelt ze teleurgesteld vast dat er geen enkele venster open kan. Ze zijn allen elektronisch afgesloten. Deze gebouwen zijn nog niet lang geleden gebouwd. Bewoond zijn ze vermoedelijk nog niet. Op haar hoede zet ze haar zoektocht verder, want ze moet hier snel buiten, voor ze ontdekken waar ze zit. Plots merkt ze een deur die naar een storage leidt. Maar daar schrikt ze hevig. Er liggen zeker tien doden. Negen mannen en zes vrouwen, allen neergeschoten. Snel sluit ze de deur, maar dan opent ze die snel weer, want ze heeft verschillende vensters opgemerkt. Ze bijt op haar tanden, terwijl ze zich naar de vensters toe haast. Twee zijn er open. Maar ze kan er niet door. Maar dan merkt ze ene deur op. Aarzelend en op haar hoede sluipt ze er heen, want die deur staat open. Als ze naar buiten kijkt ziet ze nog twee doden liggen.’ ‘Die wilden vluchten, maar ze raakten niet ver,’ denkt ze. Voorzichtig kijkt ze naar buiten. Maar er is niets te zien. Maar er liggen wel stapels opgeslagen bouwmateriaal. Ze waagt haar kans en rent naar de eerste dekking toe, maar ze wordt niet beschoten. Even blijft ze zitten, maar springt dan weer recht op en rent naar de volgende. Weer geen schoten. Nu sluipt ze verder tussen de stapels en bereikt de overzijde. Juist als ze daar aankomt ziet ze ongeveer tien gewapend mensen op het einde van de straat voorbijrennen. ‘Die zijn naar mij op zoek. Dit gebouw binnen? Nee, dat kan ik niet wagen.’ Dus trekt ze er omheen en vandaar naar het volgende. Daar schuilt ze tussen enkele stapels, en activeert haar schermpje. De drone heeft zijn verkenningswerk intussen goed gedaan. Dan glimlacht ze. Binnen een omheinde open plek, ziet ze een viertal grote wagens staan, tegen de omheining staan ze nog drie kleinere. Maar ze merkt ook vier gedaanten op die in vier torens lijken te zitten. ‘Daar moet ik zijn?’ denkt ze glimlachend. Op het schermpje stippelt ze een weg uit, maar beseft al snel dat ze ongeveer een uur zal nodig hebben om die plaats te bereiken. ‘Dan maar dadelijk op weg.’ Ze vordert redelijk en pas na drie kwartier ziet ze opnieuw twee gewapende vrouwen, in gezelschap van een man. Die staan verspreid langs een straat achter een lage dekking. Op de dekking hebben ze zware machinegeweren gemonteerd. ‘De coördinator wil mij zo te zien kost wat kost dood.’ De drie zien haar echter niet, terwijl ze op haar buik over de straat kruipt. Even kijkt ze door de kijker van haar wapen naar de drie. Een ervan kent ze. Hij heeft haar groep een paar weken getraind. Maar hij een moordenaar van het ergste soort. De vrouw is geen haar beter. Haar specialiteit is het werp mes. De derde kent ze echter niet. Kalm richt ze haar wapen op de man, maar ze bedenkt zich. Als ze niet meer antwoorden, weten ze ongeveer in welke richting ze moeten zoeken en dan zullen ze komen. Dus laat ze haar wapen zakken en haast zich verder en na een vijventwintig minuten ziet ze de omheining voor zich langs de overkant van de straat. Ze ziet dadelijk een man op uitkijk staan op de rechter toren, maar op de linker ziet ze niemand. Dus sluipt ze daar naartoe. Gelukkig staat de toren voor meer dan de helft buiten de omheining. Onder de torn blijft ze gebukt zitten en richt haar wapen omhoog. Door een druk op een knopje schakelt ze een richtmicrofoon in. Al snel hoort ze de eerste geluiden. ‘Er is iemand daarboven,’ denkt ze. Met een snelle geruisloze beweging vormt haar wapen weer op en hangt het over haar schouder. Dan richt ze haar hand op de onderzijde van de toren en schiet omhoog. Lang de rand klimt ze omhoog tot ze de reling kan vastgrijpen. Even wil ze zich omhoog hijsen, maar dan merkt ze dat ze langs de zijkant over de muur kan. Dus schuift ze langzaam op en hijst zich over de muur. Nu ze binnen de omheining is laat ze zich zakken, want ze is zichtbaar vanuit de torens aan de overzijde. Tegen de omheining aangedrukt schuift ze van de toren weg. Naar een gebouw met een plat dak toe. Door een van de vensters kijkt ze naar binnen, maar ziet niemand. ‘Hier ben ik een tijdje veilig,’ denkt ze, nadat ze de andere kamers doorzocht heeft. In de keuken staan verschillende dozen met instant eten. Een paar zijn bijna helemaal leeg. In een andere kamer staat radioapparatuur. Met dit als centrale eenheid kunnen ze met elkaar communiceren. Als ze door de deur kijkt, merkt ze nog iets anders. Van hieruit kan ze alle torens onder schot nemen. De keert terug naar de kamer met apparatuur en plaats er twee kleine bommen. Plots trilt het schermpje, snel activeert ze het. Ze ziet iemand van de linkse toren naar dit gebouw toe stappen. Snel haast ze zich naar de openstaande deur toe en verbergt zich erachter. De man stapt zonder dat hij haar opmerkt naar binnen. Hij loopt recht naar de kamer met radioapparatuur. Als hij de deur wil binnengaan, hoort hij een stem achter vragen: ‘Zoeken jullie mij soms?’ Even verstard hij, maar dan grijpt hij zijn wapen. Maar voor hij kan richten doorboort een kogel zijn hoofd. Dof valt zijn lichaam op de vloer. Sorane kijkt even naar hem en neemt dan haar wapen van haar schouder. Ze monteert het schermpje snel naast het vizier en richt het wapen op de eerste toren. Op het schermpje ziet ze een infraroodbeeld van de toren. Na een paar seconden ziet ze de gedaante van een mens. Dan richt ze het op de drie andere torens. Eentje is leeg. ‘Dus drie. Dan moet ik wel snel zijn,’ denkt ze. Dan richt ze haar wapen op de dichtstbijzijnde en haalt de trekker over. Geruisloos schiet de kogel uit de loop. Nog voor de man neerstort zoekt ze haar tweede doelwit op de verst verwijderde toren. Weer haalt ze de trekker over, maar de derde heeft onraad geroken en ontdekt haar juist op het moment dat ze haar wapen om zijn toren wil richten. Hij is iets sneller dan Sorane, maar richtte ook te snel. Zijn kogel slaat het wapen van Sorane uit haar handen. Ze werpt zich dadelijk opzij en staart haar haar wapen. Ze kan dadelijk zien dat het onbruikbaar is. Met spijt slikt ze even, want het was een speciaal gemaakt wapen. ‘De anderen zijn op de hoogte, Sorane. Ze komen om je af te maken.’ Snel kijkt ze om zich heen en plaatst een kleine bom naast de deur. Dan keert ze terug naar het venster waardoor ze binnengeraakt is. Onopgemerkt sluipt ze weer naar de omheining, maar daar merkt de man haar op. Sorane kan zich nog juist op de grond werpen, terwijl de kogels boven haar inslaan. Ze kruipt over de stenen naar de dichtstbijzijnde dekking achter haar. De man nadert op zijn hoede. Van uit haar dekking ziet ze hem naderen. ‘Waar zijn de anderen? Heb je hen gedood, meid? Zoveel te beter, dan is de beloning groter voor de rest van ons,’ roept de man, die niet beseft dat Sorane hem van links onder schot houdt. Maar dan steekt Sorane haar wapen weg. ‘Ben je een lafaard of wil je je met mij meten,’ roept ze. De man kijkt even verbaasd. ‘Je wil een duel van eer, Sorane. Wauw, dat had ik niet van een leerlinge verwacht. Maar je hebt je goed geweerd, dus die eer kan ik je wel gunnen.’ Sorane kijkt toe hoe de man zijn wapen, op de grond legt. Dan richt hij zich weer op en even later ziet hij Sorane ongewapend naar voor treden. Hij glimlacht, want zo zeker van zichzelf, als hij laat uitschijnen is hij echter niet. ‘Die roodkop lijkt het te menen. Zou ze werkelijk denken dat ze een kans maakt?’ denkt hij. ‘Je hebt moed, meid, dat moet ik je nageven.’ ‘Waag je kans, man.’ ‘Ik wacht. Probeer maar je wapen te grijpen. Je bent dood voor je het beseft.’ Maar Sorane reageert niet. Ze staat daar maar met haar handen langs haar slanke lichaam. Dan grijpt de man naar zijn wapen, maar schrikt als hij de snelheid opmerkt waarmee die roodkop reageert. Als hij zijn wapen vast in zijn hand heeft, ziet hij beide wapens van Sorane al omhoogkomen. Hij probeert zich nog opzij te werpen, maar hij krijgt een kogel in zijn borst en een tweede in zijn buik. Kreunend laat hij zijn wapen vallen en zakt in elkaar. Sorane stapt kalm, licht wankelend, op hem toe, terwijl ze een wapen op hem gericht houdt. ‘Jij bent een moordenaar, Gonei,’ fluistert ze als ze zijn gezicht herkent. Dan richt ze haar wapen en schiet een kogel door zijn hoofd. Even kijkt ze op hem neer, maar dan kijkt ze om zich heen. Dan kijkt ze naar de wagens, terwijl ze naar haar zijde tast. Gonei heeft haar geraakt. Toch moet ze verder en wankelt naar de eerste zware wagen toe. Uit haar tast neemt ze enkele speciale drukbommen. Ze hebben een doorsnede van drie centimeter, maar ze zijn zeer krachtig. Ze werden gebruikt in de mijnen waar ze getraind werd. Eentje legt ze naast de wagen en druk een klein knopje in. Dan richt ze een richtlaser op de vier banden en drukt telkens op een klein knopje. Hierdoor plaats ze een richt merkteken op de banden. Tevreden ziet ze het kleine bom naar het centrum tussen de vier merktekens schuiven. Bij de volgende drie wagens doet ze hetzelfde. Dan rent ze snel naar de drie kleinere wagens toe. Bij twee ervan plaats op dezelfde manier twee bommen. In de derde stapt ze zelf in en rijdt naar het midden van het plein toe en keert de wagen in de richt van de gesloten ingangspoort. Even tast ze naar haar wonde, die fel bloed, maar ze kan ze nu niet verzorgen. Intussen daalt de drone voor de poort naar beneden en kleeft zich aan de poort vast. Sorane drukt op een knopje van haar riem, waardoor de geprogrammeerde drone ontploft. Een groot deel van de poort wordt weggeblazen. Dadelijk start Sorane de wagen en die schiet vooruit. Buiten draait ze naar rechtsaf naar het noorden. Ver achter haar in de straat naderen de drie die het dichtstbij waren. Maar zij zijn te ver af om de wagen te kunnen raken. Een van hen gaat snel op de grond liggen en richt zijn scherpschutters wapen. Maar in het vizier ziet hij aan de gegevens dat ze al te ver weg is. Schieten heeft geen zin. ‘Naar de wagens, snel,’ roept hij en begint te rennen. Maar als hij naar de wagens toestapt blijft hij plots staan. Onderzoek voorzichtig de wagens, misschien heeft een bom geplaatst. Dan gaat hij beide anderen helpen. Tegen dat ze alle wagens onderzocht hebben, komen hun collega’s ook binnen de omheining. ‘Ze is niet zo slim, die meid. Onze wagens zijn in orde, ze heeft zelfs de banden niet afgestoken.’ ‘En een bom?’ ‘De scanners vinden niets. Of wel is ze het vergeten, ofwel gebruikte ze haar verstand niet.’ ‘Dan achter haar aan. We moeten slagen,’ roept diegene uit die de leiding heeft. Maar als hij met enkele anderen in een wagen wil stappen, begint hij te twijfelen. Iemand die hen komt verschalken, vergeet zoiets niet. Snel haast hij zich naar de voorkant van de wagen en zwaait naar de anderen. Maar het is al te laat. Twee wagens zetten zich in beweging. Maar ze komen niet verder dan een meter, voor alle wagens ontploffen. Ze zijn allen dood voor ze hun fout beseffen. Sorane glimlacht als ze de ontploffing in de auto hoort. Tien kilometer verder stopt ze aan een tankstation en wankelt naar het toilet aan de zijkant van het gebouw toe. Daar verzorgt ze haar wonde. Met een van pijn vertrokken gezicht slaagt ze erin de kogel te verwijderen. Dan spuit ze een speciale capsule op de wonde. De stof erin verspreid zich dadelijk over haar huid en sluit de wonde dadelijk af. Voorzichtig trekt ze haar kledij weer op zijn plaats. Dan haast ze zich naar de wagen. Twee dagen later komt ze weer aan in de hoofdstad. In een straat die uitgeeft op de kleine villa, parkeert ze de wagen en gaat te voet verder. In de villa zien enkelen haar naderen. ‘Sorane is terug,’ zegt een van hen opgelucht. Ook de coördinator weet al van haar komst. Even wil hij een bevel geven, maar dan trekt hij zijn hand terug. ‘Te gevaarlijk. Ik moet oppassen, want als de leiding op de hoogte gebracht wordt, dan ziet het er voor mij niet zo best uit. Voorlopig zal ik Sorane moeten dulden. Later krijg ik nog wel een kans om haar haar verdiende loon te bezorgen,’ denkt hij. Ongeveer twee uur later stapt Sorane gewassen en fris zijn kantoor binnen. ‘Niemand heeft het overleefd,’ zegt Sorane koel. Even slikt hij, maar verder laat hij niets blijken. Maar innerlijk trilt hij van woede. Meer dan dertig actieven gedood. Dat is een hele klap voor de organisatie. Dat zal de leiding niet bevallen. ‘Ik hoop dat ik alle opdrachten nog kan uitvoeren. Dan merken ze het misschien niet. En dan het programma van de nieuwe aanwinsten versnellen,’ denkt hij, terwijl hij Sorane gelukwenst. ‘Je bent geslaagd, voor beide proeven, Sorane. Dus je kan je bij je collega’s voegen. Over een week neem je weer deel aan de opleiding. ‘Heb ik die nog steeds nodig, coördinator?’ ‘Zeker, dame. Je praktische lessen lijken mij in orde, maar je theoretische lessen hebben een achterstand op gelopen. Dus zal je een aangepast programma moeten volgen, met de nadruk op theorie.’ ‘Ik zal ook voor theorie slagen, sir,’ zegt Sorane. De man knikt. ‘Maar ik verwacht wel van je dat aan je collega’s een beetje praktijklessen geeft.’ Sorane glimlacht even. Nadat ze door haar vrienden en enkele begroet is, keert Sorane terug naar haar oude kamer. Alles is nog steeds als toen ze de kamer verliet. In het begin van de volgende week, start Sorane met haar programma. Soms geeft ze enkele van haar collega’s die het dichtstbij haar staan, waaronder Axin en Nevon een paar tips in de schietkunst. Verin ziet ze in het begin niet zoveel, maar als die zijn speciale opleiding volbracht heeft, wacht hij hen in de kantine op. Eindelijk kan ze met hem praten, maar als ze voor hem zit, durft ze toch niet zeggen dat ze samen een dochter hebben. Dus praten ze over hoe ze haar opdracht heeft kunnen volbrengen. ‘Ik breng hem om, Sorane.’ ‘Nee, Verin. Dat kan je niet doen. Hij is de coördinator. Ik denk niet dat hij het nog eens zal wagen, want Arkan heeft vele actieve huurlingen verloren. Hij heeft mij nodig en de anderen ook.’ ‘Wees maar op je hoede, meid. Ik ben vanaf nu ook terug ingedeeld bij mijn oude makkers.’ ‘Dan zie ik je meer?’ ‘Ja, Sorane. Maar ze mogen wel niets merken.’ ‘Dat weet ik wel, Verin.’ ‘Maar elke week krijgen we een dag vrij, dus in de stad kunnen we elkaar nog steeds zien.’ Verin glimlacht even. ‘Het is wel al een hele tijd geleden, Sorane.’ ‘Ik dacht dat je van mij hielt?’ ‘Nog steeds. Maar ik…’ ‘Ben je met een van de anderen samen?’ ‘Niet echt, Sorane. Maar je was meer dan een jaar weg. Op een twee drie kan ik alles niet dadelijk aanvatten.’ ‘Dat is waar, Verin. Misschien kunnen we weer samen dingen doen.’ ‘Laat ons langzaam aan de draad weer opnemen. We zien dan later wel hoe het evolueert.’ Sorane knikt en staat op. Ik ga slapen, want morgen is er een zware training.’ ‘Ik ook, maar ik zit bij de tegenstanders van jouw groep ingedeeld. Dus doe je best.’ ‘Tot morgen dan, Verin. En veel geluk morgen.’ ‘Dank je,’ zegt Verin, die haar nakijkt. De maanden vliegen voorbij tot ze het einde van hun opleiding naderen. De laatste maanden heeft ze enkele van haar collega’s beter leren kennen. Ze hebben zelfs groepjes van enkele vrienden gevormd. Maar dat wordt door diegenen die hen opleiden niet aanvaard. Ze proberen hen afzonderlijke opdrachten te geven, maar ze slagen er niet in om de groepjes uit elkaar te drijven. Wat hun het meest verontrust is de nieuwe groeiende vriendschap van Sorane met Verin, een collega. Ze trekken veel te veel met elkaar op, ook buiten de training, iets wat verboden is. Ook Nevon en Axin, twee anderen van Sorane’s groepje zijn dikwijls samen. Die twee werden zelfs kussend gefilmd en op het matje geroepen. Voor een korte tijd leken ze afstand van elkaar genomen te hebben, maar niet voor lang merkten hun opleiders. En hun vermoeden kwam uit toen Verin, Nevon, Axin, en vier anderen zich in de badruimte verfristen na een harde training. Ze schrokken wel als de groep met meer dan tien bleek te zijn. Ze gingen met elkaar om alsof ze dit al langere tijd deden. Toen kwam ook Sorane met een man en een vrouw binnen. Een paar minuten later stonden ze tussen hun collega’s van het lauwe water te genieten, terwijl ze lachten en elkaar enkele nieuwtjes vertelden. Plots grijpt Verin Sorane’s hand vast en trok haar van de anderen weg. Sorane voelt dadelijk dat er iets veranderd is. Verin kijkt haar met andere ogen aan. ‘Sorane, over enkele weken wordt onze harde opleiding beëindigd. Daarna krijgen we elk onze taken toegewezen.’ ‘Ik weet het, Verin. Ergens ben ik opgelucht, maar ook verdrietig, want ik besef dat wij elkaar nog maar weinig zullen zien.’ ‘Verdrietig, waarom?’ ‘I..iiik mma…g je graag, denk ik. Jij bent de enige die mij ooit gekust heeft.’ ‘Hou jij van mij?’ ‘Ik weet het niet zeker. Maar ik denk het?’ ‘Je weet niet hoe blij je me maakt, Sorane,’ hoort ze Verin zeggen. Sorane beseft nog meer dan voordien dat Verin van haar houdt, Ze voelt dat haar hart hevig begint te kloppen. Ze zou hem willen kussen, maar het dringt echter tot haar door dat ze dat niet kan doen. Geen van beiden beseft dat ze al te ver gegaan zijn. Een paar verdiepingen lager zitten enkele mannen en vrouwen achter verschillende schermen, naar zo goed als alle aanwezige toekomstige huurmoordenaars te observeren en aantekeningen te maken. ‘Die twee vormen ook al een risico,’ zegt een van hen zuchtend. ‘Dat is al het zesde paar dat een koppel aan het vormen is.’ ‘Hopelijk gaan ze niet zo ver als die Nevon en zijn liefje Axin.’ ‘Wat is er met hen?’ ‘Seks, Faino. En dat is niet toegestaan, toch niet als ze denken van elkaar te houden. Want dat schept banden en problemen tijdens opdrachten.’ ‘Wat nu? De observatie verscherpen.’ ‘Je kent de reglementen, Faino.’ ‘In orde, Ver-Chin. Ik zal de mobile eenheden activeren.’ ‘Doe dat? Maak ook een rapport voor de coördinator, hij moet toch beslissen wat er moet gebeuren. Maar ik vrees voor die twee, dat ze allebei beëindigd zullen worden.’ ‘Zoals die vier een paar weken geleden, bedoel je.’ ‘Ja, in elke lichting zitten er altijd, die zich niet aan de regels houden, terwijl ze denken dat niemand het opmerkt.’ ‘Dat is juist. Ze weten echter niet dat ze constant geobserveerd worden.’ ‘En dat moet zo blijven, want anders worden wij als schuldigen aangewezen. En dat wil niemand van ons.’ Intussen lopen Sorane en de anderen naar de kleedhokjes en kleden zich aan. Die namiddag verloopt de training normaal. Ze doen allemaal hun best. Maar die avond als ze na hun bezoek aan hun vast restaurant in de flat van Verin aankomen, zegt Sorane: ‘Ik ga even een bad nemen om me op te frissen.’ Verin kijkt haar even aan en slikt, terwijl hij knikt. Als ze naar boven loopt kijkt hij haar na. Dan stapt jij naar de keuken toe en neemt iets te drinken uit de koelkast. Terwijl hij drinkt, wijken zijn gedachten af naar een paar uur geleden, toen Sorane naar hem toeliep in het stortbad. Voor zijn ogen ziet hij haar weer naakt naar hem toestappen. Langzaam zet hij het flesje neer op het buffet en kijkt naar de trap. Dan haast hij zich naar boven. Voorzichtig duwt hij de deur open, maar schrikt als Sorane voor hem staat. Haar natte huid glinstert in het wandlicht. Hij merkt het wel, maar haar ogen stralen een verlangen uit die hij nog niet opgemerkt heeft. Ook zij staart hem geboeid in de ogen. ’Verin ik...,’ fluistert ze. Maar dan slaat hij zijn armen om haar schouders en voor ze het beseft slaat ze haar armen om zijn nek en kust hem. Ze schrikt even als ze zijn handen over haar naakte lichaam voelt glijden, maar dan verdwijnt haar verstarring. Ze beantwoordt nog heviger zijn kus en ook haar handen glijden over zijn rug naar beneden. Dan laat hij haar los om zijn kleren uit te trekken, terwijl ze elkaar blijven aankijken. Even staart de roodharige naar zijn naakte lichaam. Dan komt hij op haar toe en grijpt haar vast. In zijn armen draagt hij haar naar de slaapkamer. Meer dan twee uur later liggen ze opgelucht en gelukkig te slapen. Vroeg in de morgen schrikt Sorane echter wakker en herinnert zich wat er gebeurd is. Dan hoort ze het geluid dat haar gewekt heeft opnieuw, de deurbel. Snel slaat ze een kamerjas om haar lichaam en haast zich naar beneden. Als ze de deur opent, staat een huilende Axin voor haar. ‘Kom, snel binnen, meisje,’ zegt ze terwijl ze even langs beide kanten van de gang loert. Als ze beiden aan de tafel zitten, zegt Axin door haar tranen heen. ‘Sorane, i..iik bb..ben in verwachting.’ Verin, die juist binnenkomt, blijft verschrikt staan. Sorane weet even niet wat te zeggen. Ze staart haar vriendin alleen maar aan. Hoe is dat kunnen gebeuren. Axin neemt toch ook een anti-bevruchtingspilletje. Axin lijkt de weten wat er door de gedachten van Sorane gaat en fluistert: ‘Ik ben het een paar keer vergeten te nemen.’ ‘Heb je het al tegen Nevon gezegd?’ ‘Nee, hij weet het nog niet. Misschien wil hij me niet meer zien.’ ‘Je kan het beter laten verwijderen, voor iemand het opmerkt,’ zegt Verin. ‘Nee, dat kan ik niet doen.’    

Jelsi
0 0

Sorane 01/02 De huurmoordenares

  De eerste ‘proef’ De eerste dag van de week die volgt op hun thuiskomst, staat ze om zeven uur s’morgens voor het kleine vervallen huisje. Enkele bewakers staren verbaasd naar het scherm als ze haar herkennen. Ze is in een zware nauwsluitende pak gekleed. Op haar rug draagt een ongeveer vijftig centimeter lange box. ‘Ze is toch gekomen, Evin.’ ‘Breng de coördinator op de hoogte.’ Evin staat snel op en haast zich door de gangen naar het kantoor. De coördinator kijkt hem verbaasd aan. Want ook hij had nooit verwacht dat Sorane zou terugkeren. ‘Goed dat je zelf gekomen bent, Evin. Niemand mag weten dat ze terug is. Geef haar toegang. Maar zonder haar af.’ Evin knikt en haast zich terug. Sorane wacht intussen ongeduldig en is opgelucht als de toegang geopend wordt. Snel stapt ze naar binnen. Maar ze moet tot haar verbazing door een smalle gang, die net breed genoeg is. Dan komt ze in het vertrek, waar de twee bewakers haar opwachten. ‘U moet hier op de coördinator wachten, Sorane Nador.’ Meer dan een uur zit ze daar te kijken naar de twee mannen die hun werk doen. Geen van beiden antwoordt op de vragen die ze stelt. Dan krijgt Evin een bericht op zijn communicator en staat langzaam op. ‘Kom, Sorane. De coördinator verwacht u. Volg me.’ ‘Welkom terug, Sorane Nador,’ zegt de coördinator als ze voor zijn bureau blijft staan. Even kijkt Sorane naar Evin, maar die is buiten aan de deur blijven. ‘Dat was mijn bedoeling, sir.’ ‘Je weet toch nog dat je twee proeven moet afleggen, voor ze opnieuw de opleiding wordt toegelaten.’ ‘Ja, dat heeft u mij bij mijn vertrek gezegd.’ ‘Je krijgt een week de tijd om je voor te bereiden voor je eerste proef. Je zal tegen een van de gevorderden in de ring moeten stappen. Ik verlang niet dat je wint, Sorane. Maar je moet wel een minimumaantal punten behalen om te slagen. Als je dat aantal haalt, dan volgt twee dagen nadien de tweede proef. Daar mag je laten zien dat je je scherpschutters kunsten nog niet verleerd bent.’ ‘Ik zal slagen,’ zegt Sorane zelf verzekerd. ‘Zeer goed, Sorane. Ik hoop voor jou dat je slaagt, anders was je beter weggebleven.’ Sorane slikt even, want ze beseft dadelijk wat hij bedoelt. ‘Mag ik terug naar mijn kamer, sir.’ ‘Als je slaagt dan mag dat, Nador. Nu krijg je alleen een kale cel, waar je eten zal gebracht wordt. Bereid je maar mentaal voor op je eerste proef.’ Sorane knikt. ‘Ga, Nador. Evin zal je naar je cel brengen.’ Een tijdje later staat Sorane naar de vier kale muren te staren. Er staat alleen een bed met een harde matras, in de cel. In de muur tegenover de deur is een kleinere deur, met daarachter een wc en een wastafeltje. Langzaam gaat ze op de matras liggen en staart naar het plafond. Ergens heeft ze het gevoel dat ze geobserveerd wordt en het klopt. Evin zit in zijn werkplek achter een scherm, waarop haar cel te zien is. Verbaasd ziet hij dat ze meer dan vijf uur roerloos blijft liggen. Eerst denkt hij dat ze slaapt, maar als hij inzoomt op haar gezicht merkt hij dat haar ogen geopend zijn. Zo gaan er twee van de zeven dagen voorbij, die Sorane kreeg om zich voor te bereiden. Als de dienst van Evin, om negen uur s’morgens, begint, ziet haar weer op het haar rug op het bed liggen. Verveeld gaat hij zitten en neemt zijn krant. Maar nog voor hij zijn krant kan openen, merkt hij iets vreemds op. Het beeld is juist hetzelfde als gisteren en dat kan niet, want hij heeft haar een paar minuten eerder eten gebracht. Zijn collega, die hij nu vervangt, moet nu op weg zijn om de lege borden te gaan ophalen. En toch staan er geen borden. ‘Verdomme. Ze heeft ons liggen, denkt hij verbaasd. Hoe komt ze aan die halo-opwekker.’ Snel drukt hij op een paar knoppen en schakelt hierdoor een stoorzender in. Dadelijk verandert het beeld en hij ziet Sorane in het midden van de kamer bezig. Verbaasd kijkt hij naar haar bewegingen die precies uitgevoerd worden, alsof ze nooit weggeweest is. Elke beweging die ze met beiden handen uitvoert stopt precies op dezelfde plaats, vlak voor de deur. Dan ziet hij de deur openschuiven en zijn collega schrikken. Als de vuist van Sorane op een paar centimeter voor zijn ogen stopt. ‘Halo,’ hoort hij haar kalm zeggen. Dan wijst ze naar de borden op de vloer. ‘Neem ze maar. Ik ben alleen maar aan het trainen.’ De man kijkt haar verbaasd aan. ‘Ik was bijna dood, idiote.’ ‘Toch niet. Ik stond juist ver genoeg om je op dat moment niet te raken. Een seconde later had ik je wel geraakt, want dan was je een stap dichterbij,’ zegt Sorane lachend. De man trekt zijn schouders op. ‘Als je nog eten wil, doe dat dan niet meer.’ ‘Ik vrees dat de coördinator dat niet zal toestaan. Maar troost je. Op het einde van de week ben je van mij af, denk ik.’ ‘Ik hoop dat je niet slaagt, Sorane.’ ‘Dan hoop ik dat je hoop uitkomt, want ik vergeet niets. En als ik slaag, dan loop ik hier nog wel een tijdje rond om je het leven zuur te maken.’ De man staart haar even aan en laat bijna de borden vallen. ‘Ik maak maar een grapje,’ zegt ze nog voor de deur achter hem dichtschuift. Dan gaat ze weer in het midden van de kamer staan en begint zich weer te concentreren op haar gevechtsoefeningen. Evin schrikt weer als hij haar nauwkeurig gerichte bewegingen opmerkt. ‘Ik vrees dat de coördinator valse hoop koestert, Novao. Dat meisje is zeer goed.’ ‘Dat had ik ook al opgemerkt, Evin. Als ze als scherpschutter even goed is, dan slaagt ze zonder twijfel.’ ‘Dat was ze voor haar vertrek, Novao. Alleen heeft ze haar wapen meer dan een jaar moeten missen.’ De week is al snel voorbij en de volgende maandag staat Sorane al zeer vroeg op. Ze is die harde matras al gewoon en stapt naar de wc om zich klaar te maken voor de proef vandaag. Sorane heeft echter niet gemerkt dat de deur van haar cel open staat. Ze is nog niet aan de wc-deur als iemand achter haar binnenkomt. Hij is met een mes gewapend. Geruisloos stapt de man op Sorane toe en steekt toe. Alleen duikt Sorane tijdig opzij. Een tweede maal kan hij niet meer toesteken, want Sorane ontwapend hem bliksemsnel. Maar dan krijgt ze een klap op haar schouder en wankelt toe tegen de muur. Een tweede man, gewapend met een ijzeren staaf haalt opnieuw uit. Maar Sorane laat zich vallen en rolt van hem weg. Haar linkerarm lijkt echter verlamd. Ze kan hem bijna niet bewegen. Als de twee mannen zich naar haar omdraaien, duikt ze opzij en rolt naar de deur toe. Daar veert ze op en rent naar buiten. De twee zijn dadelijk achter haar. Sorane is vlak nadat ze buiten raakte, vlak naast de deur gaan staan. Als de twee na elkaar naar buiten rennen, stort ze zich op de laatste. Het is de man met het mes, die het binnen weer opgeraapt heeft. Voor die kan reageren, slaat ze hem keihard op beide schouders. Het mes schuift echter over de vloer weg. Dan man stort neer op de vloer en blijft even liggen.  Zijn armen, kan hij bijna niet bewegen. Sorane duikt op dat moment naar het mes. De man met de stok probeert te voorkomen dat ze het kan grijpen, maar te laat. Sorane is iets te snel en grijpt het mes stevig vast. ‘Te laat, meid,’ roept de man uit en slaat toe. De staaf mist rakelings Sorane’s hoofd en botst tegen de wand. Dan valt de staaf uit zijn handen, terwijl hij naar zijn borst grijpt. Maar nog voor hij het mes kan aanraken, stort hij neer en blijft doodstil liggen. Dan richt Sorane zich op en kijkt naar de andere. Deze is met moeite rechtop gaan zitten en kijkt Sorane aan. We moesten je alleen een lesje leren, Sorane, zodat je je zou terugtrekken. ‘Ik ben hier om te slagen, man. En dat zal ik.’ ‘We vreesden al dat je dat zou zeggen, roodkop. Je bent veel te koppig om op te geven,’ zegt een stem links van haar. De man op de vloer grijnst even. ‘Je hebt geen enkele kans Sorane. We hebben geen bevel om je te doden, maar wel om je zo toe te takelen, dat je nooit voor de eerste proef kan slagen. En als het toch zou lukken, dan haal je zeker de tweede proef niet. Sorane kijkt even naar de drie die haar op hun hoede aankijken. ‘Het zou ons spijten als je nu moest zeggen dat je het opgeeft, Sorane.’ Sorane glimlacht even, terwijl ze achteruit wijkt. In de mijnen heeft ze voor hetere vuren gestaan, dan deze vier mannen. Die hebben geen enkel idee hoe zwaar de training die Jov en enkele mannen haar daar lieten ondergaan. Als Sorane tegen de muur leunt, laat ze zich langzaam zakken tot haar linkerhand de vloer aanraakt. Even beweegt ze haar hand en voelt dat de verlamming van de slag zo goed als weg is. ‘Ben je het al moe, schatje?’ vraagt een van hen. Maar de hand van Sorane schiet snel naar voor en grijpt de staaf die daar ligt. Zodra ze hem vastheeft, duikt ze opzij en rolt naar de andere wand, toe. De drie willen haar volgen, maar Sorane richt zich al op en fluistert. ‘Drie tegen een. Lekker speelgoed,’ horen ze haar fluisteren. Dan kijkt ze hen aan. De vierde kruipt op dat moment rechtop en kijkt naar dode, maar mist het mes dat in zijn borst zou moeten steken. ‘Verdomme, Sorane heeft het.’ ‘Pas op, ze heeft mijn mes.’ De drie grijzen, als ze de deur langs de andere zijde zien opengaan. Daar komen nog drie anderen binnen. Eentje is gewapend met een lange stok met aan beide uiteinde een metalen punt, de tweede met twee zwepen en de derde met een metalen ketting. ‘Wauw, nog meer speeltjes,’ fluistert Sorane even, maar innerlijk is ze dankbaar voor de keiharde training die ze op de mijn planeet ondergaan heeft. Deze mannen zijn daar niet van op de hoogte. Dus zien ze haar op de drie die pas binnenkwamen toestappen en horen haar spottende stem zeggen: ‘Komen jullie mij helpen tegen die daar, of zijn jullie juist hier om hen te helpen,’ zegt ze hees. De drie grijnzen, terwijl die achter haar beginnen te lachen. Plots maakt Sorane een snelle beweging met haar rechterhand en de middelste van de drie achter haar, stokt in zijn lach. Het mes uit Sorane’s rechterhand steekt recht in zijn borst. ‘Nummer twee,’ zegt ze met schijnbare kalmte, ‘wie volgt?’ De man met de ketting haalt bliksemsnel uit, maar mist. De ketting raakt een van de twee achter Sorane in het aan gezicht. Brullend van de pijn wankelt die achteruit. Voor de man met de ketting zich kan herpakken, duikt Sorane naar voor. Tweemaal slaat ze met al haar kracht en verbrijzeld telkens na elkaar een paar ribben van de man. Zwaar kreunend, zakt hij in elkaar. Zijn twee maten zien het bloed uit de kleine wonden vloeien, die de gebroken ribben veroorzaakt hebben.  Zij worden nu voorzichtiger en verspreiden zich om Sorane. Maar ook zij werd geraakt door een zweep, die haar linkerzijde openhaalde. Sorane tast er even naar. De snede is niet zo diep, maar bloed lichtjes. Zij kan niet weg en ziet de vier op haar toekomen. Ook de vierde is nu gewapend met het mes, dat hij uit de borst van de tweede dode trok. Maar Sorane heeft nog meer geleerd op de onherbergzame planeet. In haar mauwen zijn schiethaken verborgen, waaraan een filter dunne draad aan bevestigd is. Uit haar linker mauw schiet een haak weg, recht op de man met het mes toe. Niemand van haar aanvallers heeft het echter gemerkt, tot de man plots doorboort wordt. Dan geeft Sorane een ruk met haar arm en de man verliest het evenwicht. Als hij op haar toe wankelt, slaat ze hard toe. Als een blok stort hij neer, en blijft roerloos liggen. Nog voor de anderen van hun verbazing bekomen zijn, heeft Sorane het mes gegrepen en kijkt de man even aan. ‘Vier neer. Nog kandidaten,’ zegt ze hees, terwijl ze lichtjes wankelt. De man die door de ketting geraakt is, trekt echter twee staven, die door een dunne ketting verbonden zijn uit een holster op zijn rug en komt op de anderen toe. ‘Zijn wij getrainde mannen of zwakkelingen, vrienden. Die gewonde welp kunnen we toch gemakkelijk aan,’ zegt hij koel. ‘Pas maar op, Con. Ze is veel gevaarlijker dan ze eruitziet. Vier van ons heeft ze al, zie jij maar dat je de volgende niet bent,’ zegt de man met de lange stok. De man links van haar merkt dat Sorane even naar de man met de stok keek en waagt zijn kans. Met twee sprongen raakt hij tot bij Sorane en slaat toe. Maar zij weert zijn slag met haar stok af. De slag is zo hevig dat ze beiden hun stok moeten lossen. De man met zwepen wordt even aan zijn been geraakt, terwijl andere stok langs het hoofd van de man met de dubbele stokken voorbij schiet. Ook die waagt nu zijn kans en springt naar voor. Sorane reageert iets te traag. Ze voelt een harde klap tegen haar hoofd, maar het mes dat ze wierp doorboort de hals van haar aanvaller. Maar Sorane is zwaar geraakt en wankelt achteruit. Ze voelt het bloed langs haar wang naar beneden lopen. Dan krijg ze een klap van een zweep te verwerken, krimpt in elkaar van de pijn, als haar bloeze scheurt. Een tweede klap raakt haar rechterdij en laat een bloedspoor na. Ze schudt haar hoofd om weer helder te kunnen denken en kijkt om zich heen. Maar ze beseft dadelijk dat ze te ver van iets, dat als wapen zou kunnen dienen, verwijderd is. Weer voelt ze dat ze geraakt wordt en wankelt achteruit. Dan weer een slag, ditmaal scheurt de zweep haar linkerarm van schouder tot ellenboog open. Weer slaap de man toe en de zweep kronkelt om de heup van Sorane. ‘We moesten je een ranseling geven, dame. Maar je vocht om te doden, dus zeg je laatste gebedje maar.’ Sorane glimlacht even, want hierop is ze getraind, al weet ze dat als de man iets te snel is, haar lichaam door de vlijmscherpe zweep in twee gesneden zal worden. Langzaam probeert ze achteruit te komen en de man grijnst alleen. ‘Hoe verder je van mij af probeert te raken, schatje. Hoe gemakkelijker zal ik je kunnen doden.’ ‘Dat weet ik,’ fluistert Sorane en stoot zich dadelijk af van de muur. Met een, twee, drie sprongen is ze zo dichtbij hem, dat hij veel te traag reageert. Haar linkerhand raakt zijn rechter, waardoor hij de zweep moet loslaten, maar de platte kant van haar rechterhand raakt hem echter recht op zijn keel. Hij laat ook zijn tweede zweep vallen en grijpt met beide handen naar zijn hals, terwijl naar lucht snakt, die nooit meer in zijn longen zal raken. Met een snelle beweging maakt de ze zweep om haar heupen los, de metalen punt van de zweep raast zo dichtbij het gezicht van de laatste man voorbij, dat die verschrikt achteruit wijkt. ‘Laat je wapen vallen, man. Of wil je ook naast je vrienden liggen,’ hoort hij de roodharige zeggen. Alsof de stok meer dan duizend weegt, laat hij hem vallen en wijkt trillend van spanning opzij. Sorane voelt zich zo moe en heeft overal pijn, maar dwingt zich om vooruit te stappen. Maar als ze de man nadert, beseft die pas dat zijn leven aan een zijden draadje hangt. Levend zal de coördinator hem niet uit deze ruimte laten, tenzij die roodharige duivelin hier levenloos voor zijn voeten ligt. Dadelijk grijpt hij naar het vuurwapen dat hij altijd op zijn rug draagt. Maar Sorane heeft de beweging opgemerkt en geeft een ruk aan de zweep in haar rechterhand. Het slijmscherpe leer kronkelt zich om de hals van de man en dan geeft Sorane en ruk aan het handvat. Het lichaam van de man stort naast haar neer, terwijl zijn hoofd tot tegen de wand rolt. Zijn wapen klettert op de vloer. Even kijkt ze wankelend naar doden. Dan bukt ze zich en neemt het wapen op. Met trillende hand steekt ze achter haar broeksriem op haar rug. Met wankelende passen stapt ze door de deur de lange gang. Met moeite geraakt ze vooruit, maar bereikt een paar minuten later het einde van de gang en ziet de deur openschuiven. Daar staan verschillende leden die in opleiding zijn. Ze zien haar bebloede en wankelend naderen.  In het midden van de ruimte is een cirkel op de vloer geverfd. In de cirkel staat een jongeman die ze niet kent. Helemaal alleen wankelt Sorane naar de ring toe, terwijl iedereen haar aanstaart. Als ze blijft staan kijkt ze naar haar tegenstander. Maar dan zicht ze haar blik op de coördinator en fluistert: ‘Zijn acht doden niet genoeg om te bewijzen dat ik mijn plaats waart ben?’ De man schrikt van haar woorden. ‘Zou ze de waarheid spreken? Zijn ze alle acht dood?’ denkt hij, maar als hij haar zo ziet staan, beseft hij dat ze de waarheid moet spreken. ‘Acht of tien doden, Sorane. Dat maakt niet uit. Dit is de tegenstander die jij moet overwinnen,’ zegt de coördinator met een van woede trillende stem. Sorane doet nog en wankelende stap naar voor en betreed hierdoor de ring. Ze kan bijna niet meer. Maar ze is vastbesloten. Dan stapt de haar tegenstander naar voor en blijft op een pas van haar staan. Aandachtig kijkt hij haar aan. Hij ziet de wil om te vechten in haar ogen, maar ook haar uitputting. Met een ruk keert hij zich om en zegt koel: ‘Als Sorane Cobanon acht mannen kan verslaan, dan verdient ze onze eerbied. Ik vecht niet met haar nu ze verzwakt is. Maar als ze weer in staat is om te vechten, dan zal ik aan haar zijde staan,’ zegt de jongeman. De coördinator kijkt hem woedend aan, maar ziet ook de vijandige blikken om zich heen. Dan knikt hij. ‘Je hebt gelijk, Nevon.’ Terwijl iedereen hem afwachtend aanstaart, denkt de Coördinator na. Als hij zijn hoofd opricht heeft hij een besluit genomen. ‘Sorane, jij bent voor deze proef geslaagd, al is het op een andere manier dan ik in gedachten had. Maar, Nevon, jij hebt niet gevochten, daarom zak je met tien punten.’ De jongeman slikte even, maar blijft staan zonder te bewegen. ‘Tien punten, sir. Ik zal die wel terugverdienen.’ De coördinator knikt grijnzend. ‘Over drie dagen is de laatste proef Sorane Cobanon. Wees op tijd, anders verlies je de proef en kom jij naast de acht onwaardigen te liggen, die jij gedood hebt.’ ‘Die acht wilden mij doden, coördinator, maar zij verloren al vechtend het leven. Maar jij, hoe zal jij gedood worden. Vechtend of als een lafaard in je kantoor,’ zegt Sorane. ‘Je bent gewond en moe, Sorane Cobanon, daarom zal ik doe alsof ik deze woorden niet gehoord heb. Maar zeg zoiets nooit meer, want dan zal je dadelijk afgevoerd worden,’ zegt de coördinator met ingehouden woede. Dan haast hij zich weg. Sorane probeert te stappen, maar ze krijgt haar voet zelfs niet meer van de vloer. Nevon schiet haar dadelijk te hulp, maar ook enkele anderen komen helpen. Ook Axin. Alleen Verin blijft op zijn plaats staan. Van op die plaats kon hij recht de gang inkijken en daar ziet hij op het einde ervan in de deuropening een van de doden liggen. ‘Acht mannen gedood. Hoe heeft ze dat gedaan en dan nog in haar eentje?’ vraagt hij zich. Als hij merkt dat een paar jongens Sorane wegdragen, haast hij zich eindelijk naar haar toe. In haar vroegere kamer leggen ze haar op het bed. Axin stuurt hen daarna weg. ‘Ik moet haar wonden verzorgen en ik wil geen pottenkijkers.’ ‘Mag ik helpen,’ vraagt Verin. ‘Nee, jongeman. Ik moet haar kleren verwijderen en dat is niet toegelaten in het bijzijn van leden van het andere geslacht, dat moet je weten.’ ‘Jij zou dat beter ook niet doen, Axin.’ ‘Dat weet ik, Verin. Maar ze heeft hulp nodig. En jij hebt meer van haar gezien dan goed voor jou is.’ Verin wordt rood tot achter zijn oren. ‘Zou ze het weten? Dat moet wel, want Sorane was haar trainingspartner en zoiets als een vriendin,’ schiet het door zijn gedachten. ‘Jullie geheim is veilig, Verin. Ik zal Sorane nooit verraden en jou dus ook niet,’ fluistert Axin. Als Verin zich omkeert, ziet hij Nevon voor hem staan. ‘Ze heeft ze werkelijk alle acht gedood, Verin. Wie zou hen gestuurd hebben, denk je?’ ‘Weet je dat niet, Nevon. Er is er maar een die dat kan bevelen in dit complex.’ ‘De coördinator dus. En die verlangd onze trouw.’ ‘We moeten wel, Nevon. Hij kan ieder van ons laten doden als hij het nodig vindt. Ik vraag me alleen af waar en wie Sorane getraind heeft, want ze is veel beter geworden dan ze ooit was.’ ‘Dat vraag is of de coördinator op de hoogte was. Want hij moet haar toestemming gegeven hebben om voor meer dan een jaar haar opleiding te onderbreken.’ ‘Zouden ze haar ergens anders getraind hebben?’ ‘Dat zoek ik wel uit als Sorane er weer bovenop is, Verin.’ ‘Als het met de opdracht van de coördinator gebeurd is, waarom stuurde hij dan die ervaren actieven op haar af?’ ‘Misschien om haar te testen Nevon,’ zegt Verin nadenkend. ‘Maak jullie nu maar uit de voeten. Hoe sneller ik Sorane help hoe sneller ze er weer bovenop is.’ ‘Sorane boft met een vriendin zoals je, Axin.’ ‘Waarom? Ik help haar omdat ze hulp nodig heeft, Verin. Ik wil haar dankbaarheid, want misschien wil zij mij wel een paar trucjes leren, zodat ik meer punten scoor.’ Verin knikt even. ‘Als het je daarom te doen is, Axin, zal je misschien wel succes hebben.’ ‘Tot later, Verin. Ik zie jullie wel bij het avond eten.’ Nevon knikt even. ‘Kom, Verin. We zijn hier weg, voor we verdacht worden.’ Verin zegt niets meer maar volgt hun collega naar buiten. Achtenveertig uur later waagt Sorane zich voor het eerst weer uit haar kamer. Ze heeft een zwart pak aan. Als ze in gezelschap van Axin de eetzaal binnenstapt, kijken ze haar allen aan. Ze zien allen het verband, dat ze om haar heup onder haar jasje draagt. Ook haar linkerarm is door een strak verband omwonden. Ook heeft een pleister op haar voorhoofd, waar ze een beetje haar mist. Enkele klappen in hun handen. ‘Dat moet een machtig gevecht geweest zijn, Sorane,’ roept een van hen. Maar Sorane echter niets. Ze zien allen dat ze ook een beetje mankt met haar rechterbeen. ‘Je wil overmorgen toch niet voor de tweede proef opdagen, Sorane,’ zegt Verin. Sorane knikt alleen maar. ‘Ze kan niet anders, Verin. Je hebt toch gehoord van de coördinator zei.’ ‘In deze toestand haalt ze het niet, Axin. Ze moet nog minstens twee weken rusten.’ Met trillende handen eet Sorane enkele boterhammen op, terwijl ze strak voor zich uitkijkt. Haar vrienden en enkele anderen kijken met steelse blikken aan. Ze weten niet goed hoe ze met deze situatie om moeten gaan. Als ze haar helpen, zouden ze weleens bij de coördinator geroepen kunnen worden. ‘Sorane, waarom kom je niet bij ons zitten? Wil je onze vriendschap niet meer?’ Langzaam wendt Sorane haar hoofd en zegt: ‘O, Axin. Jullie zijn en blijven mijn vrienden hier in het ondergrondse. Ik heb jullie vriendschap nodig om hier te kunnen overleven. Maar ik wil me alleen voorbereiden op mijn proef overmorgen. Ik heb geleerd om speciale concentratie-oefeningen te doen.’ ‘Ga je dan geen uitstel vragen?’ ‘Nee, Axin. Ik ben nu meer dan ooit vastberaden om mijn pijn te verbijten om te slagen en indien ik tegenslag heb dan heb ik pech gehad.’ ‘Is het dan toch niet beter om uitst...’ ‘Dat zal de coördinator niet toestaan, Nevon. En ik wil hem dat plezier niet gunnen.’ ‘Hopelijk zien we je nog levend en wel terug, Sorane.’ ‘Na mijn ziekte ben ik door enkele harde mannen in de mijnen getraind. Zij hebben mij werkelijk afgebeuld, zo erg dat ik elke avond in mijn bed kroop en als een blok in slaap viel. Ik moest van hen alles leren wat zijzelf als kennis en training bezaten. Twee weken voor ik vertrok, was ik sneller in en uit de mijnen als elk van hen. En dat terwijl ze er alles aandeden om mij niet te laten slagen.’ ‘Dat moeten nogal mannen geweest zijn, Sorane,’ merkt Verin met een jaloerse ondertoon op. ‘Het waren veroordeelde misdadigers, Verin. En ik behandelde hen als mensen en niet als vuil, zoals de meeste bewakers. Daarom hebben ze mij getraind en om ook eens iets anders met hun eentonige vrije tijd te doen.’ ‘Dan ben je hen wel iets verschuldigd, denk ik.’ ‘Dat is zeker, Verin. En ik kreeg bij mijn afscheid van een van hen het wapen waar ik mee trainde als geschenk. Ooit was het van een vriend in de mijnen geweest, die omkwam bij een instorting. Die vriend, van wie ik de naam niet mag zeggen, was een van ons. Hij is hier meer dan dertig jaar geleden opgeleid tot een van de hardste moordenaars. Hij weigerde later een opdracht, maar kon ontkomen en belande op een verre planeet. Daar werd hij enkele jaren gegrepen en ze stuurden hem naar de mijnen.’ ‘Misschien kan je dan toch beter gaan rusten, want morgen is het zover.’ Sorane knikt naar Nevon en staat op. ‘Ik zie jullie allen morgen wel, vrienden.’ Verin en de anderen kijken haar na, als ze naar de uitgang van de eetzaal mankt. ‘Ze heeft nog veel last van haar been, Verin. Ik hoop dat ze het haalt.’ ‘Ik ook, Axin. Ik zou niet graag hebben dat ze gedood wordt.’ Axin zegt echter niets. De volgende morgen is Sorane al vroeg op en kleed zich aan. Dan haast ze zich met stijve pas naar de eetzaal. De coördinator ziet haar binnen komen en grijnst even. Ze heeft andere kledij aan dan gisteren, maar nog steeds is het verband te zien die haar wonden bedekken. ‘Die heeft geen enkele kans om te slagen. En als ze het toch doet, raakt ze nooit levend hier terug,’ denkt hij. Als Sorane en haar vrienden gegeten hebben, kijkt ze even naar de coördinator. Die staat al een tijdje met enkele actieven te praten. Mankend haast ze zich naar de container waarin ze de plaat met gebruikt eetgerief moet in werpen. De coördinator volgt haar met zijn ogen en als ze zich weer omdraait: ‘Sorane, kom dichter.’

Jelsi
0 0

Sorane 01/01 De huurmoordenares

  Alleen Het is zessentwintig mei vierduizendtweehonderddrieëntwintig op Enuron. De grote oorlog in deze ruimtesector tegen een Volkor aanval is ongeveer achtenveertig jaar voorbij. In deze ruimtesector heerst opnieuw vrede. Ter hoogte van de baan van de zesde planeet van het stelsel materialiseert een passagiersschip dat voor de verbinding zorgt tussen Enuron en de amazoneplaneet Trafar IV. Vanuit de woonruimtes kijken vele passagiers naar de omgeving buiten het schip en merken de stralend blauwe vierde planeet op. Een jong meisje kijkt bewonderend naar buiten. Verschillende uren later nadert het schip de vierde planeet. ‘Over twee minuten wordt de ontkoppeling van modules een tot drieëntwintig geactiveerd,’ klinkt een stem. Een achtentwintigjarige vrouw buigt zich voorover en neemt het jonge meisje in haar armen. ‘We zijn er bijna, lieve schat,’ fluistert ze. ‘Het is wel een andere samenleving, Runa.’ ‘Dat weet ik, Joc, ik heb lang geleden ook mensen van deze wereld ontmoet, toen ik zij aan zij met hen vocht.’ ‘Daar ben ik van op de hoogte, lieveling. Maar als amazone tussen hen leven is nog iets anders.’ ‘Toen we vertrokken, Joc, was ik me daarvan bewust. Maak je maar geen zorgen. Ik zal me wel weten aan te passen.’ Plots gaat er een schok door de hun toegewezen woonruimte als ze losgekoppeld worden. Daar een van de vensters zien ze het grote schip, waar ze deel van uitmaakten, kleiner worden. De drieëntwintig toestellen dringen een uurtje later de dampkring van de vierde planeet binnen en landen op een van de vijf grootste ruimtehavens op Enuron. Aan boord zijn vele reizigers, waaronder ook mensen die een nieuwe toekomst willen opbouwen, zoals Jov en Runa. Het is een zonnige dag als Jov met zijn gelukkig gezinnetje voor het eerst sinds vele jaren een voet op de harde bodem van zijn geboorteplaneet. Runa draagt de kleine Sorane, die ze als hun dochter opgegeven hebben, toen ze incheckten, op haar linkerarm. Als ze het gebouw, na de controles, verlaten, kijkt de man even om zich heen. Het is hier helemaal verandert sinds hij de laatste maal hier was. Er zijn vele nieuwe gebouwen in de groter wordende hoofdstad opgetrokken. Dan merkt hij een taxie standplaats op. Een van de zwevers heeft hen al opgemerkt en verheft zich van de grond. Even later houdt hij halt voor hen aan het voetpad. ‘Nieuw hier,’ vraagt de bestuurder als ze instappen. ‘Niet echt, ik ben hier al lange tijd niet meer geweest. Daarom moest ik mij even oriënteren.’ ‘Waarheen moeten jullie?’ vraagt de bestuurder, terwijl hij het toestel in beweging zet. ‘Dat weten we niet zeker.’ ‘Is jullie verblijf tijdelijk of voor langere tijd?’ ‘We willen hier een nieuw leven opbouwen. Maar we hebben niet zoveel geld,’ legt Jov uit. ‘Dan zult u ook een job nodig hebben?’ ‘Voorlopig willen we een goedkope hotelflat. Weet u er geen?’ vraagt Runa. De bestuurder glimlacht even. ‘O, een amazone. In orde, ik weet wel iets. Een villawijk waar meer mensen gaan weggaan dan bijkomen. Als je iets wil kopen dan is dat iets ideaal.’ ‘Heb jij iets tegen amazones?’ ‘Nee, maar de meeste blijven hier maar tijdelijk. Want voor hen is het hier helemaal anders.’ ‘Mijn vrouw heb ik al een beetje wegwijs gemaakt. Ik ben op Enuron geboren,’ glimlacht Jov. Even kijkt de man naar Runa en knikt dan. ‘Over een veertig minuten zijn we er. Ik kan wel iets regelen met de eigenaars.’ Jov knikt even, terwijl de zweeftaxi koers zet naar het noorden. Ze huren een kleine villa in de buiten wijken van de stad en nemen er hun intrekt. Die avond zit Jov nadenkend in de zetel, als Runa, nadat ze de kleine Sorane in haar nieuwe bedje gelegd heeft, naast hem komt zitten. ‘Waar ben met je gedachten, schat?’ ‘Ik moest plots aan mijn jonge tijd denken, Runa. Toen mijn ouders omkwamen en ik ingelijfd werd.’ ‘Dat moet ongeveer in de laatste jaren van de grote oorlog geweest zijn.’ ‘Dat klopt. Ik was toen achttien.’ ‘Wil je me daarover vertellen? Je hebt mij nooit verteld hoe je op Greon IV terecht gekomen bent.’ Jov kijkt zijn vrouw even aan en fluistert: ‘Misschien wordt het weleens tijd omdat te doen, lieveling.’ Runa kijkt hem afwachtend en haar man begint te vertellen. Het was vijvenvijftig jaar geleden dat ik als jonge knaap van achttien aan boord van militair troepenschip stapte. Dat was het begin van mijn zwaar leven als soldaat aan het ruimtefront. Twee jaar later werd ik tot luitenant bevorderd en werd aan boord van een speciale kruiser ingedeeld. Mijn eskader werd ingezet om achter de linies te opperen en behaalde enkele successen, maar toen ging het mis. Verschillende slagschepen werden in een kruisvuur vernietigd of zwaar beschadigd. Toen zag ik voor het eerst Amazoneschepen, die ons te hulp kwamen. Dat was de redding voor de rest van het eskader. Sindsdien streden wij zij aan zij met het amazone eskader tegen de gezamenlijke vijand. Dat was iets meer dan twee jaar voor de Volkors zich terugtrokken. Enkele maanden later kregen onze groep een speciale opdracht. We moesten een gemengd commando naar een belangrijk ruimtefort brengen. Dat was in de tijd dat ik amazonevrouwen voor het eerst van dichtbij zag. Ze werden toen ingescheept aan boord van het slapschip, waarop ik tijdelijk gestationeerd was. ‘Dat weet ik, want ik was een van die commando’s, Jov.’ Haar man knikt. ‘Ik heb je toen wel even opgemerkt en heb zelfs even naar jou geknipoogd.’ ‘Is dat zo? Ik moet dat gemist hebben.’ ‘Dat is maar beter, lieveling. Ik vond je een mooie meid, zelfs in je gevechtskledij.’ ‘Als de discipline aan boord niet zo streng was geweest dan had ik misschien wel contact met je gezocht.’ Even glimlacht Runa. ‘Vermoedelijk had ik je dan en harde klap bezorgd, want je kende de amazoneregels nog niet.’ ‘Dat is juist, Runa. Zelfs nu heb ik er nog moeite mee.’ ‘En dan werden jullie allen overgestraald naar het station. Velen van jullie werden toen gedood, maar jullie slaagden om het station bezet te houden tot de vloot toekwam. ‘Maar dat was voor een deel te danken aan jullie schepen, die de vijandelijke slagschepen zware verliezen toebrachten.’ ‘Dat was niet zo, Runa. Er waren nog anderen schepen die telkens opdoken en die dwongen de Volkors uiteindelijk om de strijd op te geven. Zonder die schepen zou het net omgekeerd geweest zijn.’ ‘Wie waren dat? Toch geen Gonen.’ ‘Nee, dat niet. Maar niemand wist waar ze vandaan kwamen. Al waren er wel rapporten dat dit type schepen al vele jaren overal in de Melkweg opgemerkt werden. Maar niemand wist wie het waren.’ Even kijkt Runa haar man aan. ‘Ik werd toen in de strijd zwaargewond.’ ‘Dat weet ik.’ Mijn kruiser was een van de eerste die op de beschadigde landingsplatform lande. We schrokken allen van de vele doden en gewonden. Voor het eerst in deze oorlog, moest ik aan iemand denken en dat was ook nog een amazone. Ik vreesde voor haar leven. ‘Je bedoelt dat je toen naar mij zocht.’ ‘Ja, jij was die amazone, schat. En ik vond jou tussen de zwaardere gewonden. Ik aarzelde, want je zag er vreselijk uit. Ik herkende je alleen aan je ogen, die ik nooit zou vergeten. Want je was zo zwaar toegetakeld dat ze je niet meer konden helpen. Je lichaam was op verschillende plaatsen verbrand en je was je linkerarm en been kwijt. Maar ik slaagde erin om me te herpakken, dus ik knielde toen naast jou en hielt je rechterhand vast.’ ‘Ben je zeker, dat ik dat wel was, Jov. Ik heb mij beide armen en benen toch nog steeds.’ ‘Je was het Runa. Laat me verder vertellen, want dit is iets dat je je vermoedelijk niet bewust van geweest bent.’ Runa knikt even, terwijl ze hem gespannen aankijkt. ‘Ik heb daar urenlang gezeten om je in je laatste uren bijstaan. Ik probeerde je moed in de spreken, maar ik wist niet of je het hoorde. En toen kwam een dokter even naar je kijken. Tot mijn schrik schudde die zijn hoofd en besefte dat ik je nooit in mijn armen zou houden.’ ‘Was ik stervende?’ ‘Ja, lieveling. Maar toen merkte ik enkele mannen en vrouwen in een ijsgroen uniform op die hier en daar een hand van een gewonde vastnamen. Eerst sloeg ik er geen acht op, maar toen kwam een bloedmooie blondine op ons toe. ‘Een amazonestrijdster. Maar jij bent een Enuroon,’ zei ze tegen me. ‘Ik ken haar naam niet, vrouwe. Maar ik kan haar niet alleen laten sterven.’ Toen glimlachte de vrouw en knielde naast mij neer. ‘Mag ik haar arm even vastnemen, Jov?’ hoorde ik haar vragen. Eerst wilde ik niet, maar toen ik haar blik zag, liet ik je los. Ik dacht op dat moment dat ik je kwijt was, want toen ik je hand losliet leek het alsof het voor altijd. Ik stond wankelend op en keek naar de blondine, die zich leek te concentreren. Ik staarde naar je lichaam en begreep niet hoe je zolang in leven kon blijven met zulke wonden. Ik heb me altijd afgevraagd welke pijnen je toen moet doorstaan hebben. Maar toen werd je hand in een groen licht gehuld en langzaam zag ik je verbrande huid genezen en toen je been en arm aangroeien. En toen lag zo goed als ongedeerd voor mij en ik zag de blondine langzaam opstaan en mij aankijken. ‘Je staart naar een amazone. Pas maar op dat ze het niet merkt, want ze kan elk ogenblik bijkomen,’ zei ze. Ik keek even om me heen en zag een deken, met maar een beetje bloed op, liggen. Snel trok ik dat over je zo goed als naakte lichaam. Toen ik merkte dat je ogen opende, schaamde ik me even. Ik durfde je niet aanspreken en maakte me toen uit de voeten. ‘Die blonde ken je haar naam.’ ‘Nee, ik heb haar nadien nog gezocht, maar zij en de vier anderen waren nergens meer te vinden.’ ‘Je had iets moeten zeggen, Jov. Ze hebben me pas enkele weken later van een Enuroonse officier gesproken, die toen ik daar lag naast mij zat. Ik wilde weten wie je was, maar niemand kende je naam.’ ‘Ook toen de oorlog een jaar later beëindigd was, wist ik het nog steeds niet.’ ‘Ik weet het, lieveling. Ik heb geprobeerd om je te vergeten in de vier jaar die volgenden, maar ik kon het niet. Dus op een dag verkocht ik mijn kleine huisje en vertrok om je te zoeken. Zo doolde ik verschillende maanden rond op Trafar en enkele andere amazone planeten tot ik plots tegen een amazone botste. Ze barste van woede, want ik had haar toen ze dreigde te vallen in reflex vastgegrepen.’ ‘Ik kan me inbeelden dat ze woedend was, Jov. Een man mag dat niet, zelfs niet om haar te helpen.’ ‘Dat wist ik toen nog niet, Runa. Maar die amazone herkende me plots.’ Ze stond erop dat ik haar volgde. Aarzelend deed ik dat. Enkele amazones keken ons wel verbaasd aan. Ik leek wel een bediende van haar, al was ik nog steeds als Enuroons officier gekleed. Bij haar thuis stelde ze mij aan haar man voor. Haar naam was Gicyan. Toen ze hoorde dat ik jou zocht, keek ze me aan alsof ze me wilde verslinden. Het was haar man die het eerder begreep dan de amazone en ikzelf. Hij zei: ‘Liefde kent geen grenzen.’ Ze keek hem even verbaasd aan en dan wende ze zich tot mij. ‘Mijn man heeft gelijk, Jov Nador. En ik weet dat Runa Krinos ook naar de man gezocht die haar toen bijstond. Maar of het meer is dan dankbaarheid weet ik niet.’ ‘Eindelijk wist ik je naam. Ik was zo blij dat ik haar wilde omarmen, maar op het allerlaatste moment kon ik me inhouden.’ ‘Je zal een zeer lange reis moeten maken, Heer Nador. Want ze is teruggekeerd naar haar stam onder leiding van Koningin Peria.’ ‘Ik bleef een week bij het gezin van de amazone. Dankzij haar leerde ik al een beetje amazone omgangsgebruiken kennen. Zo wist ik hoe ik je moest aanspreken. Maar het duurde nog acht maanden voor ik je eindelijk vond.’ ‘Ja, dat weet ik nog. Maar je had niet zoveel onthouden van wat ze je geleerd had, want ik had je bijna gedood voor je onhandige begroeting.’ Jov lacht even. ‘Dat herinner ik me nog. Je stond daar klaar om te vechten met je zwaard in de hand. Maar ik durfde niets te doen, zelfs niet om te spreken. Heb je me dankzij je tattoo toen niet gedood?’ ‘Dat is juist, Jov. Want alleen de man die tijdens de oorlog naast mij gezeten had, kon van die tattoo weten. Ik moet je steeds danken omdat je als een heer handelde en een deken over mijn lichaam legde,’ zegt Runa, terwijl ze even naar haar linkerbeen tast. ‘Het was toeval, dat ik mij die herinnerde, schat. Gelukkig heeft die blondine je tattoo ook herstelt, want als ze die verwijderd had, dan…’ Runa schrikt even fel. Dan zou ze Jov gedood hebben. ‘Je weet toch wie die blondine was, Jov.’ ‘Niet echt. Maar toen ik de amazonegeschiedenis op Enuron opzocht, kwam ik soms wel een blondine en enkele anderen tegen. Ik denk dat haar naam Jakira is.’ ‘Dat klopt. Maar wij noemen haar de verhevene ofwel de schenkster der zwaarden.’ ‘Is zij de verhevene en van jullie hoogste goden?’ ‘Denk daar maar beter niet aan, Jov. Jakira wil geen godin genoemd worden.’ ‘Heb je haar al kunnen bedanken?’ ‘Ik weet het niet, Jov. Ik heb in de tempel tot haar gebeden, maar ik weet niet of ze het hoort. Niemand heeft haar of haar vrienden nog gezien na de oorlog. In de omgeving van Enuron is nog zwaar gevochten na de terugtrekking van de Volkors uit het Amazonegebied.’ ‘Dat weet ik nog. Ik was daar ook bij. In de nasleep van de oorlog waren de Volkors in een onbekende basis op een maan van de zesde planeet, ten alle prijzen in en om die basis aan het vechten. Tijdens dat gevecht raakte ik licht gewond en belande in het ziekenhuis. Maar dat is al meer dan vijftig jaar geleden.’ ‘Gelukkig hebben we elkaar gevonden, schat,’ zegt Runa en kust haar man. ‘Ik zou die blondine wel even willen weerzien om haar te bedanken.’ ‘Ik vrees dat, dat een wens is, die niet meer kan uitkomen. Er zijn geruchten dat zij door een vreselijk virus gedood werd, maar niemand weet of die waar zijn. Haar volgelingen en vrienden moesten vluchten en ze verbleven een tijdje op een amazone planeet.’ Even staart Jov zijn vrouw ontsteld aan. ‘Dat kan toch niet. Is zij dood?’ ‘Ook goden kunnen sterven, Jov.’ De volgende dag zitten ze aan de tafel te eten. Ze voelen zich gelukkig, al moeten ze hard werken om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Ze hebben Sorane als hun dochtertje aangenomen, al beseffen beiden dat ze Sorane ooit de waarheid moeten vertellen. Een paar maanden later heeft hij een beetje geluk. Hij geeft een baan gevonden als buitenwipper in een grote luxueuze speelzaal. Hierdoor verdiend hij een hoger loon en ook zijn vrouw heeft een job als secretaresse in een grote firma. Verschillende jaren gaan voorbij als Runa in gelukkig in de salon zit te wachten. Als Jov aankomt, staat ze op en kust hem liefdevol. Verbaasd kijkt hij haar aan en hoort haar zeggen dat ze in verwachting is van een tweeling. Joc grijpt haar bij de schouders vast en kijkt haar diep in de ogen. ‘Is dat waar, schat? O, wat maak je mij gelukkig,’ fluistert hij, waarna hij haar tegen zich aandrukt. ‘Runa, krijg ik een broer of een zusje,’ vraagt een meisjesstem op dat moment. ‘Allebei, Sorane,’ lacht Runa, terwijl ze zich van Jov losmaakt. Die avond ligt Sorane rustig te slapen, terwijl Jov en Runa in elkaars armen naar de tv zitten te kijken. Verschillende maanden gaan voorbij als in de namiddag van een zonnige dag, Jov zijn vrouw en twee baby’s, weer thuis. Sorane en de babyzitster staan hen op te wachten. Sorane, die juist vier geworden is, kijkt verheugd haar nieuw broertje, Jenan en zusje, Reysa. De jaren gaan voorbij. Maar op een dag valt de politie de firma binnen. Runa’s baas en enkele anderen worden gearresteerd. Runa maakte zich uit de voeten, want ze weet te veel van de onwettige zaken van haar werkgever. Als ze voor hun villa aankomt, stopt ze met piepende remmen. Jov, die deze week niet moet werken, schrikt als zijn vrouw binnenstormt. ‘We moeten weg, Jov. De politie is op het bedrijf binnengevallen. Als ze ons vinden is ons leven in gevaar, want ik vorm een bedreiging voor enkele belangrijke personen.’ Dan knikt hij en haast zich naar boven, waar hij enkele valiezen van de kast haalt. Samen met zijn vrouw vult hij ze met enkele belangrijke dingen. Gelukkig hebben ze niet zo veel. De laatste vullen ze met kleding en andere benodigdheden voor de kinderen. ‘Ik breng ze in de wagen, zorg jij voor de kinderen, lieveling.’ Maar Runa is al op weg naar de kamer van Sorane, die ze snel helpt met aankleden. Jov draagt twee valiezen dan maar naar beneden en zet ze in de hal. Als hij de volgende twee gaat halen, komt Runa juist met Sorane uit de kamer en zegt: ‘Sorane, wil jij in de hal wachten? Ik kom zo dadelijk met je broer en zusje.’ ‘Ja, mama,’ zegt Sorane met trillende stem, want ze heeft beetje angst gekregen. ‘Het is niets, Sorane. We moeten alleen snel op vakantie en het vliegtuig wacht niet tot wij er zijn.’ Sorane keert zich om en loopt naar de trap toe. Jov kijkt even naar zijn vrouw in de kamer van de tweeling, Zijn vrouw is Reysa aan het helpen met aankleden. Hij glimlacht als hij merkt dat Jenan zijn broek zelf aantrekt. Even later zet hij de twee laatste valiezen in de hal naast de anderen neer. ‘Papa, je hebt toch niets van een vakantie gezegd. Waarom moeten we zo snel weg?’ ‘Het is een soort verrassing, Sorane,’ zegt Jov, terwijl hij de deur naar de garage opent. Als Runa met de tweeling de hal binnenstapt, sluit haar man juist de koffer. Sorane zit al op de achterbank en klikt haar veiligheidsriem vast. Als de garagedeur openschuift rijdt Jov naar buiten. Enkele geburen kijken verbaasd op als ze weg rijden. Runa wuift wel even naar enkele vrouwen die ze kent. Terwijl Jov bij de kinderen in de wagen blijft, haast Runa zich het station binnen om tickets te kopen. Even aarzelt ze aan de automaat, want ze beseft dat als ze met haar paspoort een reisticket boekt, ze getraceerd haar worden. Dus haast ze zich snel naar de balie en bestelt daar een ticket. Na een lange reis door verschillende dorpen bereikten ze alle vijf Nontora, de geboortestad van Jov. Hier kent Jov mensen uit zijn jeugd, maar zelfs hier, al doen zijn kennissen hun best, beseffen ze dat werk vinden niet zo gemakkelijk zou zijn, er heerste grote werkloosheid op Enuron, Ze vonden een onderkomen in de armen wijk en leefden van kleine diefstallen, tot Jov een jaar later lijfwacht van een topgangster werd. Sorane groeit in deze omgeving op. Ze leerde al vlug met wapens omgaan en werd een van de beste in de gevechtskunst. Ook haar kwaliteiten als scherpschutter werden al op veertienjarige leeftijd opgemerkt. Ze werd door de meerdere van haar vader ontboden. Enkele dagen later werden haar ouders bij de baas geroepen. ‘Uw dochter is zeer bekwaam met wapen, Jov. De raad heeft beslist om haar een opleiding als scherpschutter te laten volgen.’ Even is het stil in het lokaal. ‘Kunnen we bedenktijd krijgen, Sir. Ik wil er met onze dochter over praten,’ vraagt Jov. ‘Ten laatste morgen moeten wij een antwoordt weten, want over een week beginnen de eerste selecties.’ ‘Zo snel. Sorane is nog maar veertien,’ merkt Runa op. ‘Hoe jonger hoe beter, mevrouw Nador.’ ‘Ik zal morgen ons antwoordt laten weten, sir.’ De man kijkt Jov aan en knikt dan. ‘Vergeet niet dat jullie beide in de schuld staan, Jov. Sorane zou jullie sneller van die schuld kunnen verlossen. Tijdens de opleiding krijgt zij en ook jullie gezin een vergoeding.’ ‘Ik zal eraan denken, Sir.’ Dan verlaten Jov en Runa het kantoor en haasten zich naar de wagen. Na het gesprek met Sorane, die naar de opleiding blijkt uit te kijken, stemmen Runa en Jov toe. Als Sorane voor de eerste maal alleen naar de opleiding vertrekt, is ze wel een beetje van de kaart. Maar toch stapt ze moedig op de bus, die alle kandidaten komt oppikken. Er zitten al meerdere jongens en meisjes in. Sorane gaat ergens alleen zitten, maar al snel laat een van de meisjes zich naast haar op het zitje vallen. ‘Je zit hier zo alleen, schoonheid. Mijn naam is Axin. Deze plaats lijkt me nog vrij te zijn,’ zegt ze. ‘Sorane, ik ben voor de eerste maal alleen van huis ergens naar toe. Daarom voel ik mij niet zo lekker.’ ‘Ik niet. Ik ben al een jaar of twee alleen op de wereld. Mijn ouders zijn omgekomen en ik kwam in een pleeggezin terecht. Maar die trokken zich niet veel van mij aan. Ze hadden zelf vier kinderen. En ik was al twaalf, dus ik leerde al snel mijn plan trekken.’ ‘Hoe kom hier dan?’ ‘Door een aanbod. Soms steelde ik een paar dingen om eten te kopen, maar ik werd gepakt door een van de eigenaars. Hij bracht me bij de baas van zijn sector en die bood me deze kans aan. Eerst aarzelde ik, maar de gevangenis in stond me niet zo aan. Dus zo kwam ik op deze bus terecht. En jij.’ ‘Ik wil gewoon iets doen in mijn leven dat me boeit. En dit lijkt me wel wat?’ ‘Dit? Wil jij werkelijk een moordenaar worden?’ ‘Niet echt. Maar mijn vader heeft schulden. Tijdens de opleiding wordt hij vergoed, waardoor schulden sneller afbetaald zijn. Mijn familie heeft veel voor mij gedaan daarom moet ik dit doen. Na de opleiding zie ik nog wel wat ik ga doen’ ‘Is dat de reden, Sorane?’ ‘Voor een deel, Axin. Maar het avontuurlijke is iets dat me aantrekt.’ ‘Maar je weet toch wel dat je na de opleiding verplichtingen aan de organisatie hebt.’ ‘Ja, dat weet ik wel. Maar dat is maar voor een paar jaar, hebben ze mij gezegd.’ Even kijkt Axin haar aan. ‘Deze meid heeft nog veel nagedacht over wat haar te wachten staat en wat de gevolgen zullen zijn. Die gaat een koude douche krijgen als ze het beseft,’ denkt Axin met verbazing. ‘Je hebt nog niet veel van de wereld gezien, denk ik. Maar je zal het nog wel leren.’ Sorane kijkt het meisje naast haar even aan, maar die zegt niets meer. Meer dan twee uur later stopt de bus in de omgeving van een klein alleenstaand huisje. Het begint al donker te worden. Axin en Sorane en alle anderen stappen uit. Ze zijn met een zestiental. ‘Kunnen we daar wel allemaal naar binnen,’ grapt Axin. Maar Sorane zegt niets. Ze is te veel met haar gedachten bezig. In het klein huisje gaan ze allen binnen, maar daar blijkt in de kelder een lift te zijn, die de diepte ingaat. Daar is een heel complex ondergrond waar ze kleine kamertjes toegewezen krijgen. De volgende dagen krijgt het groepje de eerste lessen te verwerken, maar op het einde van de week worden bij een andere groep samengevoegd. Een van hen valt Sorane dadelijk op. Zijn naam is Verin Serunon. Ze merkt al snel dat hij soms, als niemand het merkt naar haar loert. Die aandacht bevalt haar wel, want buiten Axin heeft ze niemand om mee te praten. Een maand of acht later begint hun eigenlijke opleiding, maar er zijn ook zes van hun groep afgevallen en weggestuurd. Nu volgen al snel lenigheid trainingen en schiet oefeningen.  Sorane slaagt erin om zich al snel tot te beste schutter van de groep op te werken. Verin is een beetje jaloers, maar Sorane leert hem enkele trucjes, waardoor zijn schietkunst al snel nog veel beter wordt. Hun leraars volgen nauwlettend hun vorderingen en stellen vast dat beiden elkaar uitstekend aanvullen. Wat de ene mist leert hij van de andere. Maar ze merken nog iets anders, beiden zijn zeer veel in elkaars buurt en dat is gevaarlijk. Want begrippen zoals liefde en genegenheid worden niet geduld. Er is intussen ongeveer een jaar voorbijgegaan, na het begin van de opleiding. Sorane keert juist terug van een bezoekje van haar ouders, waar ze haar vijftiende verjaardag ging vieren. Die avond moet de hele groep de groep van zes jongens en vier meisjes bij de hoofdopleider komen. ‘Over morgen is een training voor de hele groep gepland. Jullie worden in afzonderlijk in een onherbergzaam gebied gedropt. De bedoeling is om te leren overleven.’ ‘Maar er zijn nog drie anderen groepen, die vanuit verschillende punten naar hetzelfde doel onderweg zijn. De groep die eerst het doel bereikt en de meeste leden heeft, zonder uitgeschakeld te worden is geslaagd voor de test.’ ‘We gaan elkaar toch niet neerschieten,’ zegt een van de meisjes verschrikt.’ ‘Niet echt, Dovima. Jullie schieten met verfkogels. Wie geraakt wordt valt af. Jullie mogen jullie eigen wapens gebruikten, maar met speciale laders. Maar let wel, de voorraad kogels die jullie meekrijgen is maar beperkt.’  Meer dan twee dagen is Sorane al onderweg, als ze plots een stip in de verte opmerkt. Met haar verrekijker observeert ze hen, maar het blijken drie van de groep te zijn, die elkaar gevonden hebben. Twee jongens en een meisje. Als Sorane hen inhaalt is ze moe, maar de drie willen verder. Dus blijft ze weer alleen achter. Als ze de volgende morgen weer op pad gaat, stoot ze op Verin. Beiden kijken elkaar verschrikt aan. Maar ze besluiten om samen verder naar het einddoel te trekken. Samen kunnen ze sneller vooruitkomen en meer hindernissen overwinnen.  Drie later zitten ze moe dichtbij elkaar aan een vuurtje dat Verin gemaakt heeft. Plots omarmt Verin haar en voor Sorane van de verbazing bekomen is, voelt ze zijn lippen op dat hare. De volgende morgen als de eerste zon opkomt, worden beiden in elkaars armen wakker. ‘Verin. Ik…’ ‘Ik mag je graag, Sorane. Maar het is verboden.’ ‘Dat weet ik, maar ik…’ ‘Nee, Sorane. Dit mag niet meer gebeuren. Het zou onze dood worden en ik mag je te graag om je dood voor mij op de grond te zien liggen.’ ‘We kunnen weg gaan, Verin. Wie zou ons ooit vinden?’ ‘Nee, Sorane. Dat kan ik niet. Mijn ouders en famillie zou het moeten bekopen. En ik vrees dat jouw ouders, broertje en zusje ook hard aangepakt zouden worden.’ Sorane beseft dat Verin gelijk heeft, maar toch kan ze deze nacht niet vergeten. Ze was zo gelukkig. Zonder iets te zeggen maken beiden zich klaar en breken op. Tegen de avond ontmoeten beiden Axin en nog een jongeman. Met zijn vieren gaan ze verder. Verin is tevreden, want nu kan hij zowel als Sorane niet meer in verleiding komen om in elkaars armen te vliegen. Ze weten echter niet dat Axin gemerkt heeft dat er iets gaande is tussen hen beiden. Een maand na hun terugkeer in het complex, zit Sorane op een avond met Axin te praten en vertelt haar een paar dingen die ze vreemd vindt. Axin schrikt hevig. ‘Je weet toch wat dat betekent, Sorane.’ Sorane schud haar hoofd. ‘Je bent zwanger.’ ‘I..kk… nee…. Dat kan niet…’ ‘Jij en Verin, jullie hebben toch niet tijdens die oefening met elkaar.’ ‘Ja, we hebben gekust en toen…’ ‘Dat gaat niet goed komen, Sorane. Als ze dat ontdekken dan worden jullie beiden uit geschakeld.’ Even is het stil in de kamer. Sorane trilt helemaal in paniek. Ze weet niet wat te doen. ‘Ga zo snel mogelijk met je ouders praten, Sorane. Misschien weten zij een oplossing,’ zegt Axin nog en maakt zich uit de voeten. Ook zij is van haar stuk. Want ze is met Sorane bevriend en dat kan voor haar ook gevolgen hebben. De volgende dagen schrikt Sorane van Axin. Het lijkt wel alsof ze niets meer met haar te maken wil hebben. Daarom verzwijgt ze ook haar toestand tegen Verin, want ze vreest zijn reactie. Gelukkig kan ze tegen het einde van de week vrijaf krijgen om haar ouders te bezoeken. Als ze het hen vertelt, kijken beiden haar ontsteld aan. ‘Sorane, dat kan toch niet waar zijn? Jij bent nog veel te jong om nu al een kindje te hebben,’ fluistert Runa ontsteld. ‘Het gebeurde maar een maal, Runa, ergens tussen de bomen tijdens een opdracht.’ ‘En hoelang al?’ ‘Iets meer dan een maand, moeder.’ ‘Je weet toch wel wie het was.’ ‘Verin.’ ‘Dat maakt niet uit, Runa.’ ‘Sorane, naar boven. Je hebt huisarrest tot het einde van je verlof,’ zegt Jov streng. ‘Pap, wat?’ ‘Naar boven heb ik gezegd? En snel of je gaat morgen al terug.’ Met tranen in de ogen rent Sorane naar boven. ‘Waarom ben je zo streng?’ ‘Ik moet nadenken, Runa. Om onze dochter te redden, moeten we er iets op zien te vinden.’ ‘Is het zo erg, schat?’ ‘Ja. Als ze het te weten komen, dan worden beiden geliquideerd. Dat behoort tot de regels van die cellen. ‘Wat moeten we nu, Jov?’ ‘We hadden haar nooit tot die cellen mogen toelaten, Runa. Ik denk niet dat haar ouders dat zouden gewild hebben.’ ‘Wat is er dan met die cellen gaande?’ ‘Als Sorane slaagt, dan zal ze tot de top betaalde huurmoordenaars behoren.’ ‘En als ze niet slaagt?’ ‘Het spijt me, lieveling. Maar ik kwam pas een maand of zo nadat Sorane lid geworden was, achter de juiste taak van die cellen. Wie niet tot de top behoort, overleeft het niet. En persoonlijke contacten zijn verboden. Voor koppels is er geen plaats.’ ‘Dan moet ze daar voorgoed weg, Jov.’ ‘Wil je dat we de rest van ons leven op de vlucht zijn, Runa. En daarna is het nog niet voorbij. Reysa en Jenan zullen ook aangepakt worden, zelfs na onze dood en die van Sorane.’ Runa kijkt haar man verschrikt. ‘We zullen er iets moeten op vinden.’ ‘Gelukkig is het nog niet te merken bij Sorane. Maar we hebben maar een of twee maanden.’ Even denkt haar man gefronst na, dan klaart zijn gezicht op. ‘Er zijn een paar opdrachten waar ze iemand voor zoeken, Runa. Ik liep met de gedachte rond om deze kansen aan mij voorbij te laten gaan, tot Sorane een jaar of zestien was. Maar nu lijkt het me dat ik mij voor enkele daarvan kandidaat stel. Maar dan met de voorwaarde dat Sorane mee kan gaan.’ ‘En gaan ze daarmee instemmen, denk je.’ ‘Als ik de juiste opdracht te pakken kan krijgen wel. Er zijn er twee waar een man en een vrouw voor gevraagd worden. Misschien ik hen ervan overtuigen dat Sorane als een soort kinderoppas mee moet voor haar haar broer en zusje.’ ‘Gaan ze dat smoesje aannemen, denk je?’ ‘Ik hoop het, want anders staat Sorane er alleen voor. Want als ik mij kandidaat stel, dan kan ik daarna niet meer weigeren.’ ‘Is het dan niet beter te blijven?’ ‘Nee, Runa. Sorane moet hier weg voor ze ontdekken dat ze zwanger is.’ ‘Laat ons nu maar gaan slapen, als we erin slagen, schat. Morgen moet ik van alles zien te regelen.’ Runa staat als eerste op en haast zich naar boven om even bij Sorane te gaan kijken. Die ligt huilend op haar bed. Als Jov komt kijken, zit zijn vrouw op het naast Sorane, terwijl ze haar geruststellende woorden toe fluistert. Ze geeft hem een teken om niets te zeggen, want hun dochter is eindelijk ingeslapen. Voorzichtig staat Runa op en volgt haar man naar hun kamer. Als Jov de volgende morgen als eerste naar beneden gaat, blijkt Sorane al aan het werk te zijn. Ze heeft eten klaargemaakt. ‘Vergeef me voor gisteren, Sorane. Ik was een beetje overstuur van het slechte en toch blijde nieuws dat je bracht.’ ‘Het is niets, vader. Het had niet mogen gebeuren en nu moet ik de gevolgen dragen. Ik ga vandaag nog naar de coördinator om alles op te biechten.’ ‘Dat doe je niet, Sorane,’ zegt Jov streng. Sorane schrikt even. ‘Ik en je moeder denken dat ze een oplossing hebben. Maar of dat lukt weet ik pas eind volgende week. Tot dan moet je doen alsof er niets aan de hand is.’ Hun dochter knikt stilzwijgend en kijkt naar haar moeder die juist naar beneden komt. ‘Ik zal je straks wel op een paar dingen wijzen, waar je moet op letten als je terug bent. Niemand mag iets merken, Sorane. Dat besef je toch wel.’ ‘Ja, maar Axin is op de hoogte.’ ‘Wie is dat? Ook iemand van je groep?’ ‘Ja, we trokken nogal veel met elkaar op. Zij herkende de symptomen, anders had ik het nu nog niet geweten.’ ‘Zal ze zwijgen?’ ‘Ik denk het wel, maar ze mijt me nu veel meer dan vroeger.’ ‘Dat kan opvallen, Sorane.’ ‘Daar kan ze nu niets meer aan doen, Jov. We kunnen alleen hopen dat die Axin zwijgt.’ ‘Laten we maar gaan eten, Runa. Ik moet zo snel mogelijk naar mijn werk, om me voor de opdrachten in te schrijven.’ Tot zijn verbazing krijgt Jov dadelijk alle medewerking en zelfs toestemming om Sorane mee te nemen. Maar ze zenden hem naar Feron IV, een verre planeet waar hij voor zestien maanden de leiding van een sector op zich moet nemen. Zijn loon en dat van zijn vrouw wordt zelfs verdriedubbeld. Maar terwijl hij die avond naar huis rijdt, vraagt hij zich wel af waarom zijn dochter zo snel toestemming kreeg. Als hij uit de wagen stapt, komt de elf jarige Jenan op hem toegelopen. ‘Ben je terug thuis, mijn jongen?’ vraagt Jov lachend. ‘Ja, pap. Ik heb wel spijt dat het zo snel voorbij is.’ ‘Tja, het was maar een korte school uitstap, Jenan.’ Beiden stappen even later de hal in. ‘Hai, pap,’ zegt zijn dochtertje Reysa, terwijl ze door Jov op zijn arm gepakt wordt. ‘Je begint wel zwaar te worden, kindje. Straks kan ik je zelfs niet meer dragen.’ Met zijn beide kinderen betreedt hij de salon en kijkt even naar Sorane die iets op een tablet zit te lezen. ‘Het eten is bijna klaar, Jov’, roept zijn vrouw vanuit de keuken. ‘Ga maar even bij jullie zus zitten. Ik moet even iets met jullie moeder bespreken,’ zegt Jov, terwijl hij Reysa op de vloer laat zakken. Als Jov naar de keuken toekomt, kijkt Runa hem verbaasd aan. ‘Het ging gemakkelijker dan ik dacht, schat. Ik heb een opdracht in handen en Sorane kan mee. Alleen vraag ik mij af hoe het komt dat ze zo gemakkelijk instemden om met mijn vraag om Sorane mee te nemen.’ ‘Denk je dat daar iets achter zit?’ ‘Ik weet het niet, Runa. We kunnen alleen maar afwachten en hopen van niet.’ Nadat Sorane teruggekeerd is naar de lessen in de cel, probeert ze te doen of er niets aan de hand is. Het stemt haar wel droevig dat Axin haar nog steeds mijdt. Maar de derde dag na haar terugkeer komt Axin plots aan haar tafel zitten, waar ze alleen zit te eten. ‘Het spijt me, Sorane. Ik had je niet mogen mijden.’ Verbaasd kijkt Sorane haar aan. ‘Het is niets, Axin. Al miste ik je gezelschap wel.’ ‘En weet Verin het al.’ ‘Nee, en ik wil niet dat hij het weet. Ik moet doen alsof ik met hem gebroken heb. Misschien sparen ze ons dan.’ ‘Ik hoop het voor jou, Sorane. Maar hoelang ga je het verborgen houden? Als je het zelf opbiecht dan wordt je misschien gespaard.’ ‘Dat zal ik misschien wel doen, Axin. Maar voor nu reken ik op mijn vader. Hij heeft een opdracht ver van hier aangenomen. En hij wil mij meenemen. Als dat lukt dan…’ Axin geeft haar snel een teken, want Verin duikt plots op. ‘Hoe is het met je ouders, Sorane?’ ‘Goed, Verin. Maar ze moeten weg met een speciale opdracht. Ik vrees dat ik mijn training zal moeten onderbreken, want ik zal mee moeten, denk ik, om op mijn broertje en zusje te passen.’ ‘Dat weet ik, Sorane. Ik heb gehoord dat ze je zelfs toestemming geven.’ ‘Wat? Is dat zeker?’ ‘Ja, de coördinator heeft me dat gezegd. Weten jullie waarom?’ ‘Nee,’ zeggen Axin en Sorane gelijktijdig. ‘Ik en Sorane zijn bijna even succesvol in de opdrachten. Maar er kan er maar eentje zijn die de leiding van de groep op zich neemt en dat is de beste. Als Sorane weggaat, dan valt een probleem weg. Want anders moeten ze ons beiden tegen elkaar laten strijden en diegene die overwint, blijft in leven.’ Sorane slikt even. ‘Kunnen ze zoiets doen?’ ‘Ja, het is al verschillende keren gebeurt, heb ik gehoord.’ ‘Gelukkig voor heeft Sorane dan de weg voor je vrij gemaakt,’ zegt Axin lachend. Verin kijkt even naar de roodharige en ziet haar glimlachen. ‘Dat wel, Axin. Maar ik zal onze vriendin hier missen, want ze hebt me ook een paar belangrijke dingen geleerd.’ Op dat moment klinkt en stem door de intercom. ‘Sorane Nador wordt over tien minuten bij de coördinator verwacht.’ Sorane schrikt wel even. ‘I..iikk moet bij de coördinator komen.’ ‘Ja, en… ik ben gisteren ook bij hem moeten komen. Maar we hadden gezellig gesprek over mijn toekomst,’ zegt Verin, maar fluistert dan: ‘Gelukkig weet hij niets over wat we beiden een maand geleden gedaan hebben.’ ‘Zwijg daar maar liever over, Verin. Anders kan jou en mijn toekomst weleens veranderen,’ fluistert ze terug. ‘Daar heb je gelijk in, Sorane,’ fluistert hij, terwijl hij even naar Axin kijkt. Maar die is met een jongeman, die achter haar aan een andere tafel zit, aan het praten. Als Sorane een uurtje later uit het kantoor van de coördinator komt, is ze opgelucht. Ze heeft haar toestemming verkregen om verlof te nemen. Want ze wil terugkeren om de opleiding verder te zetten. Eerst zag de coördinator dat niet zitten, maar stemde dan toch in. Op voorwaarde dat ze twee proeven zou afleggen na haar terugkeer. Als ze slaagt dan mag ze terugkeren, anders wordt ze dadelijk ontslagen. Ze zou willen afscheid nemen van Verin, Axin en enkele anderen, maar dat wordt haar niet gegund. Twee mannen brengen haar naar de uitgang, waar ze eerst al haar kledij en bezittingen moet afgeven. Persoonlijk bezittingen mag ze houden. Gekleed in een korte licht grijs rokje tot boven de knie, hem en blauw jasje stapt ze een uurtje of twee later uit de wagen, waarmee ze haar in de stad afzetten. Even kijkt ze om zich heen, maar ze kent hier niemand. Op een honderdtal meter ziet ze een station, waar taxizwevers staan. Gelukkig hebben ze haar een klein beetje geld meegegeven, waardoor ze een taxi kan nemen. Als het toestel eindelijk voor de villa van haar ouders land, komt Runa naar buiten. ‘Wat ben ik gelukkig, Sorane? Eindelijk ben je weg uit die gevaarlijk omgeving.’ Sorane zegt echter niet dat ze van plan is om terug te keren, want ze ziet dat nu als haar leven. Vier dagen later vertrekken ze met een midden groot passagiersschip van de ruimtehaven. Jov is kijkt met een droevige blik naar buiten. ‘Over een jaar komen we terug, Jov.’ ‘Dat weet ik, Runa. Maar toch.’ Verschillende maanden later zit Runa naast het bed van Sorane, die juist van een dochtertje bevallen is. Sorane zit naar het kindje in haar armen te kijken. ‘Ze is zo lief en onschuldig, Runa.’ ‘Zo zijn alle kindjes, Sorane. Maar pas op als ze kunnen lopen, worden velen van hen kapoenen.’ ‘Ik wil haar de naam Tyjan geven, Runa.’ ‘Tyjan, waarom. Ik dacht dat je haar de naam van je vriendin wilde geven.’ ‘Nolama had een dochtertje, mam. Haar naam was Tyjan.’ ‘Dat wist ik niet.’ ‘Haar dochtertje werd echter doodgeboren. En ik kan mijn kindje niet houden.’ ‘Dus je wil dat Nolama, je dochter opvoedt.’ ‘Ja, maar op voorwaarde dat ze met ons meegaat naar Enuron.’ ‘En wil ze dat.’ ‘Ja, mam. Ze wil hier al lange tijd weg en een nieuw leven beginnen.’ ‘En haar man dan?’ ‘Dat is haar man niet echt. Ze leeft alleen met hem samen, maar de laatste tijd heeft is hij nog veel maar bij een andere vrouw dan bij haar.’ ‘Ik zal het je vader moeten vragen, Sorane. Ik hoop voor jou dat hij ermee instemt.’ Sorane knikt even. ‘Hij houdt ook van Tyjan, mama. Dus hij zal wel akkoord gaan.’ Verschillende dagen later staat Sorane naast een dankbare Nolama, die de dochter van Sorane in haar armen houdt. Het kindje wordt Tyjan gedoopt en geregistreerd als Tyjan Vergonen. Samen met het gezien van Jov reist Nolama, met Sorane’s kindje, vijf maanden later naar Enuron. Gedurende die drie maanden zorgde Sorane samen met Nolama voor Tyjan. In de drukte van de ruimtehaven verliezen ze Nolama uit het oog. Sorane is in paniek, want ze heeft geen afscheid van Tyjan kunnen nemen. Samen met Jov zoekt ze verschillende uren, maar de vrouw is nergens te vinden. Ze wisten geen van allen dat Nolama van plan was, bij hun aankomst te verdwijnen met de vijf maand oude baby. Zij vreesde dat Sorane op Enuron aanspraak zou kunnen maken op het kindje, dat nu het hare is. Daarom maakte ze zich uit de voeten zodra ze geland waren. Zelfs Sorane weet niet dat zij van Enuron afkomstig was. Haar famillie woont op het Nuroonse continent, bij haar volk de Taranen. Niemand blijkt haar gezien te hebben. Helemaal van de kaart keren ze terug naar Runa, die hen met Reysa en Jenan opwacht. ‘We kunnen nietsdoen, Runa. Het lijkt wel alsof Nolama dit van plan was. Ik vermoed dat ze hier mensen moet kennen, want anders zou ze dit niet zo snel gedaan hebben.’ Runa slaat een arm om Sorane’s schouders en samen volgen Jov en haar tweeling naar een taxizwever. Met tranen in de ogen stapt Sorane in. Als ze thuis uitstappen, zegt Jov: ‘Je moet je erover zetten, Sorane. Tyjan is in goede handen. Misschien is het beter zo, want afscheid van je kindje voor altijd is niet zo gemakkelijk.’ ‘Misschien heb je wel gelijk, pap. Ik zal het achter moeten laten, want anders slaag ik nooit in mij opdracht.’ ‘Wil je werkelijk opnieuw naar die opleiding, Sorane?’ ‘Ja, mam. Jaren geleden koos ik ervoor en ik moet mezelf bewijzen dat ik het kan. Het is de weg dat ik moet en wil volgen. Ik moet mijn vrienden in de cel steunen, anders heeft mijn leven geen enkele zin.’ Sorane blijft nog enkele dagen bij haar stiefouders, om haar verdriet te verwerken en zich voor te bereiden. Tijdens hun verblijf op Feron IV heeft ze veel geleerd, van Jov en na de geboorte van Tyjan is ze weer beginnen trainen. Ze voelt zich lichamelijk tiptop in orde.

Jelsi
0 0

Publicaties

Geen

Prijzen