Sorane komt enkele uren later aan in het training center. De coördinator schrikt even als hij haar gewond, maar nog steeds in leven opmerkt.
Hij roept haar op zijn bureau en ondervraagt haar hard. Sorane die lichte koorts heeft, antwoordt zo duidelijk mogelijk. De coördinator is opgelucht, als ze niets van Verins opdracht lijkt te weten. Ze houdt de agente schuldig aan de dood van haar vriend. Maar hij besluit om haar in het oog te houden.
Als Sorane op haar kamer zit, komt een jonge vrouw naar haar kijken. Sorane die er innerlijk niet zo best aan toe is, wordt door haar een beetje opgebeurd. Maar plots moet de roodharige aan de woorden van de agente denken.
‘…….doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot’
Hierover moet ze nadenken. Ze beseft nog niet wat dat betekend, maar het duikt steeds in haar gedachten op. Ze ziet de schutter telkens weer naar links achteruit wankelen alsof hij geraakt werd door haar kogel. En de agente was niet gewond, dus…
‘Nee, die agente heeft niet geschoten. Dus moet…. Verin… Hij hielt van mij... Nee, dat kan ik niet geloven. Zij moet het geweest. Misschien raakte ik Verin juist toen hij haar betrapte.… Ja, dat moet er gebeurd zijn.’
Enkele anderen kijken haar met een vreemde blik. Ze haast zich naar de coördinator, maar die is er niet. De volgende dag wordt ze echter opnieuw tot bij hem geroepen. De man reageert echter niet op de worden van Sorane over Verin.
‘Je collega is dood, Sorane. Hij kon zijn opdracht niet uitvoeren, maar jij leeft nog. Over drie maanden krijg jij je laatste trainingsopdracht. Als je slaagt, wordt je status veranderd in actieve dienst.’
‘Ik zal slagen, heer. Want mijn doel is de daders voor de dood van Verin te laten boeten. Ik wil haar en haar opdrachtgevers dood voor mijn voeten zien liggen.’
Even schrikt de coördinator van de woede in haar ogen, maar dan beseft hij dat ze die agente bedoelt. Zonder dat het Sorane opvalt zucht hij opgelucht. Ze wil die agente doden, want ze denkt dat zij de moorden gepleegd heeft. Hij weet echter niet dat ze gemerkt heeft, dat hij even gespannen was.
Even meent ze een stem in haar binnenste te horen:
‘Die bedriegt jou. En hij handelt zelf in opdracht van anderen. Welke opdracht had Verin? Als die agente Nevon en Axin niet gedood heeft, maar Verin? Dan kon hij niet anders, dan mij ook ombrengen, want hij moet geweten hebben dat ik achter hem aan zou gaan.’
Even kijkt ze om zich heen, maar ziet niemand achter haar.
‘Toch kan ik het niet geloven. Is de coördinator een van de opdrachtgevers? Vreemd. Dat moet ik uitzoeken,’ denkt ze.
. Zonder de man nog verder aan te kijken haast ze zich met vaste stap de gang.
‘Ze doet maar. Als ze slaagt, is er een agente minder en als ze faalt, is ze er geweest,’ denkt de man met lichte spot.
Vier maanden na de dood van haar vrienden ligt ze op een dak van een flatgebouw en richt haar wapen op een steeg. Ze weet dat Erine Rand, de agente op het einde van de steeg in een kleine flat woont. Ze wacht verschillende uren tot er plots een wagen naast de steeg stopt.
Verbaasd ziet ze drie mannen en een vrouw uitstappen. Ze lopen achter elkaar met hun handen op hun wapen de steeg in. Ze wacht en wacht, maar ze komen niet terug. De vier ziet ze echter nergens. Wel staat de deur van de flat van haar doelwit open. Door het vizier van haar wapen kijkt ze naar de deur en stelt vast dat die ingetrapt is. Dan ziet ze een van de drie mannen uit de flat komen, gevolgd door de anderen. Snel verandert ze van positie zodat ze in de steeg kan kijken.
‘Wat is hier gaande?’ denkt ze.
Plots stopt een tweede wagen, waaruit een jonge vrouw stapt.
‘Dat is die agente, Erine Rand,’ denkt ze.
Snel richt Sorane haar wapen op haar doelwit, maar als ze de trekker wil overhalen, twijfelt ze weer. Weer ziet ze de gedaante voor haar ogen wankelen.
‘Waarom zou Nevon Verins naam met zijn bloed geschreven hebben, Of heb ik het mis. Heeft Verin mij werkelijk willen vermoorden,’ denkt ze, terwijl ze even de beelden van de gedaante voor zich ziet, toen ze hem raakte.
‘Verin waarom heb je dat gedaan?’ fluistert ze, terwijl ze de waarheid beseft.
Als ze zich de ogen van die agente herinnert, wordt haar overtuiging nog groter. Zo kijkt een schuldige toch niet. Het was alsof ze spijt en medelijden had. Andere beelden vloeien voor haar ogen voorbij. Nevon schreef in zijn bloed, “Veri”, voor hij bezweek aan zijn wonden. De kogel in haar zak was er een van Verin.’
Dan ziet ze weer de agente voor zich staan, naast haar dode geliefde.
‘De agente was niet gewond,’ fluistert ze verschrikt.
Ze schudt haar hoofd door deze vaststeling. Langzaam dringt de harde waarheid tot haar door. Verin dode haar vrienden en wilde haar dan ook nog doden.
‘Dat moet die opdracht geweest zijn, waar de coördinator het over had. Hij zei… Verin kon zijn opdracht niet uitvoeren. Hij moet Verin de opdracht gegeven hebben om mij te doden. Dat weet ik zeker,’ denkt ze, terwijl ze het zweet van haar hoofd wrijft.
Ze is er plots zo van overtuigd dat ze niet meer kan vuren.
‘Verin, waarom deed je het? Ik hielt van jou en jij van mij,’ fluistert ze.
Juist als ze haar wapen wil terugtrekken, richt ze haar blik weer door het vizier en merkt ze plots de vier anderen op. Nu herkent ze een van hen. De agent Bin Geron. Verbaasd ziet ze dat hij zijn wapen op de agente richt. Ook de drie anderen richten hun wapen.
‘Wat is daar toch gaande?’ vraagt ze zich af.
Ze drukt op een knopje van haar wapen en schakelt de richtmicrofoon in. Verbaasd luistert ze naar het gesprek.
‘Het spijt me, Erine. Maar jij zit ons te dicht op de hielen.’
‘Ben jij er ook bij, Bin.’
‘Zeker. Jij neemt geen steekpenningen aan, dat weet ik. Maar het brengt wel veel geld op. Meer dan waar we ons leven voor wagen.’
‘En wat nu. Mij doden, Bin. Je weet wat een jacht er geopend wordt als er een agent gedood wordt.’
‘Ja, Erine. En daar zullen wij met al onze inzet aan deelnemen. We zullen wel enkele daders kunnen grijpen, of ze schuldig zijn of niet.’
‘Of ze schuldig zijn of niet,’ galmt even na is het hoofd van Sorane, terwijl haar ogen een staalharde uitstraling krijgen.
Even wil ze opstaan, maar dan hoort ze een andere zeggen:
‘Misschien wordt Sorane Nador wel verdacht, Agentje. Want uit de opnamen, weten zij en vele anderen dat ze je bedreigd heeft, toen Verin, haar geliefde stierf.’
‘Dat lijkt me een goed idee. Die roodkop is toch al verloren,’ zegt de vrouw instemmend.
Intussen beseft Erine dat ze gelijk hebben. Ze zullen geen medelijden hebben om hun leven te redden. Eender wie zullen ze beschuldigen van de moord. Ze ademt diep in, want ze wil om haar leven vechten al zijn de kansen nog zo klein.
‘Het spijt me, Erine. Je beseft toch dat we niet anders kunnen.’
‘Er zijn altijd keuzes, Bin. Maar die moeten jullie maken, niet ik,’ zegt Erine hees.
Op het dak van het tegenoverliggende gebouw gaat er een schok doorheen het lichaam van Sorane.
‘De agente heeft hulp nodig, Sorane,’ hoort ze die vreemde fluisterende stem weer, Alleen jij kan haar leven redden.’
Even aarzelt Sorane nog, maar dan verandert haar wapen verandert van richting en door het vizier van het wapen ziet ze bovenste knoopje van de jas van agent Geron.
Erine kijkt de drie mannen en de vrouw een voor een aan en ziet hun vastberaden blik. Ze beseft dat ze in een val zit waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Plots gaat door het lichaam van Bin Geron een schok en hij wankelt achteruit. Zijn mond valt ogen om een kreet te slaken, maar hij haalt het niet de dood heeft hem al in zijn greep. Zijn wapen valt uit zijn levenloze hand. Ze zien alleen het bloed dat uit de wonde in zijn borst loopt. De anderen zijn even verstard en staren Erine aan, maar die is even verbaasd als zijzelf.
De vrouw is het eerst over haar ontsteltenis heen en schiet dadelijk op Erine, die zich opzij werpt. Ze is echter iets te traag en ze voelt een klap, tegen haar buik en een tweede net boven haar zijde. Haar corrupte collega’s richten hun wapens opnieuw op de tegen de muur leunende agente, want ze denken nog steeds dat zij schoot. Maar een tweede man wordt door een kogel achteruit gestoten. De vrouw beseft haar fout en keert zich om, maar te laat. Een kogel doorboort haar hoofd.
De derde man heeft het ook begrepen dat er een andere schutter moet zijn. De, voor hem bestemde, kogel slaat in de muur omdat hij snel opzij tot achter de agente, springt. Maar Erine heeft haar wapen getrokken en probeert het op hem te richten. De man is echter sneller en schopt het wapen ui haar hand. Snel grijpt hij de agente vast en trekt haar voor zich. Hij hoort haar kreunen, terwijl ze naar hand vaster tegen haar buik aandrukt. Hij probeert de gewonde Erine voor zich te houden, maar hij weet echter niet van waar de schoten kwamen en de schutter laat zich niet zien. De man duwt Erine vooruit naar hun wagen.
Hij opent de deur en geeft Erine een duw. De agente valt op de grond en ziet het wapen van de corrupte agent op zich gericht. De man waant zich veilig achter de wagen en sist snel:
‘Dood ben je geen gevaar meer, Erine.’
Maar voor hij kan schieten, doorboort een kogel het dak van de wagen en slaat in zijn rug. Voor de ogen van Erine zakt hij in elkaar en blijft even naschokkend liggen. Erine kijkt even naar de lichamen van de corrupte agenten. Dan steunt ze opnieuw tegen de muur en tast naar haar wonden. Ze bloed hevig en de kogel drukt tegen haar onderste rib. Moeizaam wankelt ze tot tegen de muur van de steeg
‘Wie heeft hen neergeschoten en waarom?’ denkt ze, terwijl ze voorzichtig naar de omliggende daken kijkt, want de schoten kunnen alleen van daar gekomen zijn.’
Ze ziet echter niets.
‘Zou het nu mijn beurt zijn?’ denkt ze en probeert in dekking te raken, maar ze krimpt in elkaar van de pijn.
Even kijkt ze naar haar wonde en beseft dat ze nog steeds bloed verliest. Maar ze heeft niets bij zich om wonden te verzorgen. Opnieuw kijkt ze naar het dak tegenover de steeg, maar er gebeurt niets meer.
‘De schoten moeten vandaar gekomen zijn.’
Al verwacht ze elk moment om de schutter opnieuw te zien opduiken, ze ziet niets bewegen. Ze beseft echter niet dat ze langzaam minder en minder scherp begint te zien, want het leven vloeit met haar bloed op de stenen.
Sorane zit intussen met haar wapen in handen voor zich uit te staren. Ze wilde die agente dood, maar ze kon het niet en nu liggen er vier anderen dood in hun bloed op de straatstenen. Dan haalt ze de geheugenkaart uit haar wapen en bergt het in haar borst zakje. Dan plaats ze haar wapen tegen de muur en haast zich naar de toegang tot de trap. Terwijl ze naar beneden rent, trekt ze snel haar handschoenen uit en steekt die weg in de zak van haar broek. Op straat kijkt ze om zich heen en ziet ze de eerste mensen terug op straat verschijnen. In de verte hoort ze sirenes naderen. Maar dan valt haar blik op de steeg, waar Erine bewusteloos in haar bloed ligt.
Snel rent ze de straat over en knielt naast de agente. De schrikt slaat haar om het hart als ze de grote plas bloed opmerkt, die onder haar lichaam groter wordt.
‘Ze bloed nog dood voor ze hier zijn,’ denkt ze.
Snel onderzoekt ze de agente en stelt vast dat een kogel doorheen haar lichaam geboord heeft, maar de andere zit nog in haar lichaam. Als ze naar de huid rond de wonde tast, voelt de kogel even in de nabijheid van Erine’s onderste rib zitten.
‘Haar rib lijkt met gebroken,’ denkt ze, maar dan voelt ze plots niets meer.
‘Waar is de kogel nu heen,’ fluistert ze.
Dan schrikt ze echter. Haar hand licht voor de tweede maal groen op. En weer, zoals de vorige maal bij die jongeman, ziet ze de huid van de gewonde voor haar ogen dichtgroeien. Aarzelend trekt ze haar hand weer weg en kijkt naar de wonde. Het bloeden is gestopt, maar de wonde is nog niet volledig gesloten.
‘Wat doen je, vrouw?’ vraagt een stem naast haar.
‘Ik probeer deze agente haar leven te redden, man,’ zegt ze en opent ze een klein tasje.
Uit de voorwerpen die erin zitten kiest ze een spuitcapsule.
‘Ze bloed dood voor de ziekenwagen hier is,’ fluistert Sorane, terwijl ze de capsule platdrukt.
‘En die anderen.’
‘Die zijn niet meer te helpen, man,’ zegt Sorane gespannen en duwt op het spuitbusje.
De vloeistof die erin zit, spuit over de wonden, en vloeit dadelijk met het bloed naar buiten, maar de vloeistof verspreid zich dadelijk en vormt een beschermende laag over beide wonden. Hierdoor wordt het bloeden gestopt en genezende impulsen in de wonde mengen zich met het bloed, waardoor het genezingsproces bespoedigd wordt.
‘Wil je helpen om haar om te draaien?’ vraagt ze aan de man.
Die bukt zich snel naast haar en samen met Sorane draait hij Erine op haar zijde. De man schrikt even als de agent kreunt van de pijn. Snel trekt Sorane het hemd van de agent omhoog en bekijkt even de wonde.
‘Gelukkig zijn er geen beenderen geraakt,’ fluistert ze.
‘Dan heeft ze geluk gehad, dame.’
Sorane knikt en spuit ook hier een laagje over de wonde. Dan draaien ze haar voorzichtig op haar rug.
‘Zonder u was ze vermoedelijk doodgebloed.’
Even kijkt Sorane neer op de agente en merkt ze haar met halfgeopende ogen aankijkt. Erine ziet echter maar een wazige vorm, omcirkelt door een rode gloed. Op de straat stoppen verschillende politiewagens. De agenten moeten zich een weg banen tussen de vele toeschouwers, die komen kijken. Sorane loopt tussen de mensen door, terwijl de man haar nakijkt.
‘Ik ken haar ergens van,’ denkt die, maar het dringt pas een minuutje later tot hem door.
‘De nieuwsberichten. Ja, Sorane Nador. Verdomme, die wordt gezocht.’
Maar hij ziet de roodharige nergens meer. Sorane is er echter nog wel en kijkt nog even om naar Erine, die intussen verzorgd wordt. Dan merkt ze dat de man die haar hielp, zoekend rondkijkt.
‘Die heeft me herkend,’ denkt ze.
Toch zucht ze opgelucht, want ergens beseft ze dat ze juist handelde. Met snelle stappen haast ze zich naar de overkant van de straat, terwijl er nog steeds nieuwsgierigen toestromen. Hierdoor blijft ze wel uit het zich van de man, die nog steeds rondkijkt.
‘Hopelijk haalt ze het,’ fluistert ze, als ze achter een straathoek verdwijnt.
Maar dan denkt ze terug aan Verin die haar liefhad, of was dat een spelletje. Met verwarde gevoelens haast ze zich weg. Al stappend haalt ze de kogel, die ze uit de vloer haalde op de plaats waar ze beschoten werd. Ze bekijkt hem lang alle kanten. Het is een kogel van een scherpschutterswapen. Het wapen van Verin beseft ze.
Die nacht ligt Sorane na te denken op haar bed. Al wil ze het niet geloven, maar ze raakt er steeds meer en meer van overtuigt, dat Verin haar wilde doden. Er is er maar een van wie die opdracht kan komen. De coördinator. Weer komen de beelden van haar vrienden en hun baby’tje voor haar ogen.
Even aarzelt ze, maar dan fluistert ze, met een droevige klank in haar stem:
‘Verdomme, Verin, waarom heb je dat gedaan? Je hielt toch van mij.’
Die morgen staat ze op. Uit een schuif van de nachttafel neemt ze politiepasje, op naam van Sorane Cobanon.
‘Ik moet het zeker weten,’ denkt ze.
Rond 19.00 uur loopt ze door de gangen van het ziekenhuis en laat haar de weg naar de kamer waar Erine Rand ligt wijzen. Het heeft haar enige moeite gekost, want ze staat onder toezicht van haar collega’s, tot het onderzoek afgerond is. Maar dankzij haar vals pasje wordt ze toch in de kamer van de agente binnen gelaten. Ze legt een pakje bloemen, met het berichtje eraan vast.
-Veel beterschap, SN.-
Dan leunt ze tegen de muur en staat daar een tijdje roerloos naar de slapende agente te kijken. Van de agenten aan haar deur weet ze, dat Erine Rand nu van verdachte praktijken verdacht.
‘Ik heb nog iets goed te maken, Erine,’ fluistert ze plots en neemt de opname uit haar borstzakje.
Even kijkt ze naar de geheugenmodule. Dan loopt ze naar het bed toe en legt hem naast de bloemen.
‘Dat zal haar wel vrijspreken,’ denkt ze.
‘Ik wens je veel geluk, agente. Je verdient het,’ fluistert ze nog.
Dan verlaat ze de kamer.
‘Ik zal haar maar laten slapen, agent Gorvon. Ik kom later weleens terug.’
De agent in uniform knikt even.
Verschillende weken later stapt ze licht aarzelend het centrale politiekantoor binnen. Ze toont haar pasje en voegt zich bij haar ‘collega’s’.
Een agent die pas uit de politieschool komt brengt haar naar de onderzoek afdeling. Zijn naam is Malon Garent. Hij schrikt wel even als de ‘agente’ interesse blijkt te hebben voor die moordenaar Verin.
‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Het liefje van Verin was Sorane Nador. Dezelfde voornaam. Door een toeval begon ik mij voor haar te interesseren. Haar vader Jov Nador werkt voor een misdaadsyndicaat. Hij is betrokken bij een paar vreemde zaken. Dat is de tweede reden waarom ik dieper in Sorane’s familiezaken moet dringen.’
‘Het spijt me, agente. Maar het lichaam van Verin is al gecremeerd.’
‘Dan kan het verslag van de autopsie mij misschien helpen.’
‘Misschien wel, maar dan hebben we de toestemming van dokter Besidon nodig. Ik weet echter niet dat hij dat zal willen geven.’
‘We kunnen het altijd proberen, Malon.’
‘Hoe komt het dat u al een agente in burger bent geworden.’
‘Dat komt door mijn vader, Malon. Hij was een zeer goede inspecteur. Ik wilde hem opvolgen. En werd twee jaar geleden, een maand na mijn vierentwintigste verjaardag, bevorderd. Later ontdekte ik dat hij mij geholpen had. Toen ik op de zaak Nador stootte, nam ik de kans waar om te bewijzen dat ik een goede detective was.’
De agent kijkt Sorane met een vreemde blik aan.
’24 jaar oud, dan ziet ze er wel veel jonger uit, dan ze is,’ denkt hij verbaasd.
‘Ik hoop dat je het lukt, agente. Misschien worden ooit wel collega’s.’
‘Misschien,’ zegt Sorane hees, want het kost haar al haar zelfbeheersing om deze leugens vol te houden.
Ze wil echter haar doel bereiken, dus moet ze wel. Tot de verbazing van Malon, geeft de dokter zijn toestemming en beiden lopen naar de dossierruimte.
‘Zou de dokter zich door haar schoonheid laten beïnvloeden,’ denkt hij verbaast als ze de dossierruimte betreden, waar de digitale bestanden opgeslagen liggen.
Op de monitor bekijken beiden de gegevens tot Sorane plots schrikt.
‘Dus toch,’ fluistert ze.
Malon kijkt haar verrast aan.
‘Wat is er.?’
‘De kogel die in de borst van de jonge moordenaar stak, kwam zo te zien uit het wapen van Sorane Nador. Dan moet zij hem van beneden geraakt hebben.’
‘En dan, als er kogels rondvliegen dan kan er iemand geraakt worden en die kogel zal wel toeval geweest zijn.’
‘Ik hoop het, Malon, want anders zou Sorane een van de beste schutters zijn die er rondloopt,’ antwoordt de agente naast hem en kijkt even naar haar horloge.
‘Het begint tijd te worden, agent Garant. Ze zullen me wel terugverwachten op mijn bureau. Maar ik weet nu toch wel meer. Pas wel op voor die Sorane Nador, want ze zou weleens gevaarlijk kunnen worden.’
De agent neemt Sorane mee naar de uitgang en neemt van haar afscheid.
‘Misschien zien we elkaar nog weleens, agent Garant.’
De jonge agent kijkt haar na als ze naar haar wagen stapt. Even later ziet hij haar de weg oprijden.
‘Niets anders te doen, agent Garant,’ zegt een stem achter hem plots.
Hij draait zich om.
‘Hai, detective Rand. Jij hier. Zo snel genezen. Hoe maak je het?’
‘Veel beter, dankzij mijn wonderbaarlijke genezing. Volgens de dokters, zou dat kunnen te maken hebben met een vloeistof die op. Zelfs nadat de ze de kogel, die tegen mijn rib drukte verwijderd hadden, bleek die stof nog steeds te werken. De wonde werd daardoor afgedekt en het bleek ook nog een genezende stof te zijn. Binnen de drie dagen was er van de wonde niets meer te zien.’
‘Hoe kan dat?’
‘Niemand weet waar die stof vandaan komt. Of wie ze aangebracht heeft.’
‘Iemand moet toch iets gezien hebben, Erine.’
‘Het enige dat we weten is dat het een vrouw is. Maar sommigen spreken van blauw haar, anderen van groen en nog anderen van rood, en zo verder. Zelfs over haar kledij, spreken ze elkaar tegen.’
Even kijkt Malon haar verbaasd aan.
‘Ze zullen die stof wel analyseren.’
‘Daar is het te laat voor, er is niets meer van te vinden.’
‘Wat, dat kan toch niet.’
‘Ik weet het niet. Maar nadat het goedje zijn werk gedaan had, verdwenen alle sporen ervan.’
‘Waar komt die stof dan vandaan?’
‘Als ik dat wist eens wist, Malon. Maar alleen die onbekende vrouw, die me geholpen heeft, weet waar dat te vinden is.’
‘Ooit vinden ze die onbekende wel.’
‘Ik zou alleen graag weten waarom ze mij geholpen heeft, want had zij het niet gedaan dan was ik doodgebloed. En een tweede vraag die ik mij stel, was zij dezelfde als diegene die de corrupte agenten doodschot.’
‘Zou zij die schutter zijn?’
‘Misschien. Maar ze was wel een scherpschutter. Elk schot trof met dodelijke precisie zijn doel. Ze zijn alle vier dood.’
‘Er is nog steeds een onderzoek gaande, Erine,’ zegt Malon.
‘Als ze dat ooit oplossen dan wil ik dadelijk het weten.’
Malon glimlacht even en knikt dan.
‘Maar nu even over jou. Heb jij niets anders te doen dan hier te staan kijken?’
‘Jawel, maar ik wilde even fris luchtje scheppen.’
‘Zal wel, Malon. Ze was wel een mooie meid, die roodharige agente.’
Malon gezicht krijgt een rode kleur.
‘Ze had hulp nodig,’ zegt hij wrevelig en haast zich weg.
Erine kijkt hem na en glimlacht.
‘Zou hij een liefje hebben,’ denkt ze glimlachend.
Verschillende weken gaan voorbij, terwijl Sorane zich opnieuw op haar lessen begint te concentreren. Op het einde van de maand wordt Sorane opgeroepen voor haar eerste opdracht, maar ze beseft dadelijk dat er iets in haar veranderd is. Ze wilden van haar een koelbloedige moordenares maken, maar de beelden van Nevon hebben haar veranderd. Ze weigert de opdracht met als uitvlucht dat ze de dood van haar medeleerling, Verin nog niet verwerkt heeft.
‘Deze maal zal ik iemand anders die opdracht geven, Sorane. Maar de volgende maal heb je de keuze uitvoeren of terminatie. Je kent de regels.’
‘Zeker, heer,’ antwoordt Sorane met een geforceerde glimlach.
De man kijkt haar na als ze het vertrek verlaat.
‘Maak de goede keuze, meid, want anders verliezen wij de twee besten van deze lichting. Er kan geen genade zijn,’ denkt hij.
Twee avonden later ontmoet Sorane twee van haar vrienden bij de groep.
‘We moeten je spreken, Sorane.’
De roodharige knikt.
‘Over een uurtje in sector X,’ zegt ze.
Dan haast ze zich naar een minder gebruikt deel van het ondergrondse complex. Hier heeft ze een verborgen ruimte, die alleen zij kan openen. Zelfs de Coördinator weet hier niets van. Als haar beide vrienden eindelijk op de camerabeelden ziet naderen, opent ze de deur. De man en de vrouw stappen naar binnen.
‘Is er iets gaande?’
‘We hebben beslist om onze plannen te vervroegen, Sorane.’
De roodharige kijkt Evino aan.
‘Zijn jullie dan klaar?’
‘Ja, we zijn het moe. Ons bestaan is hier van geen tel. Layon heeft ons vertelt van de beelden die hij gezien heeft, toen Verin de opdracht kreeg om Axin en Nevon te doden. En als hij het goed gehoord heeft moest jij er ook aan. Gelukkig werd Verin geraakt.’
‘Ik dode hem, Evino.’
‘Wat?’
‘Hij vuurde vanop een appartement naar mijn en raakte me verschillende keren. Maar geen van zijn kogels raakte me goed genoeg. Dan kreeg ik mijn kans en raakte ik hem van op straat.’
Even is het stil in het vertrek.
‘Doe je mee, vraagt de vrouw plots.
‘Ik heb gezworen om de opdrachtgever te doden, Ginsa. En de Coördinator heeft Verin die opdracht geven. Maar we moeten wel het juiste ogenblik afwachten.’
Evino knikt.
‘Over een week zijn er verschillende op weg om hun laatste opdracht uit te voeren. We hadden geplant om er dan vandoor te gaan.’
Even denkt Sorane na.
‘In orde. We doen het. Maar we gaan er niet vandoor. Ik wil deze cel vernietigen.’
Verschrikt kijken beiden haar aan.
‘Wat?’ stamelt Ginsa.
‘Geen slecht idee, Sorane. Dan kunnen ze ons niet zo snel opsporen en misschien slagen we erin om te ontkomen.’
‘Verzamel de anderen en plaats op verschillende plaatsen bommen, Evino.’
‘En als we niet slagen?’
Sorane kijkt Ginsa in de ogen.
‘Dan maakt het voor ons toch niet veel meer uit. Maar ze zullen hier nadien geen nieuwe leden meer kunnen opleiden,’ zegt Evino.
Even later verlaten beiden het vertrek, dat daarna door Sorane afgesloten wordt. Terwijl haar vrienden alles voorbereiden gaan het leven verder zijn gewone gang. Sorane traint opnieuw met de ijver die ze altijd gehad heeft. Diegenen die haar observeren zijn tevreden, want ze lijkt zich over de dood van Verin en beiden anderen heen gezet te hebben.
Een week later wordt ze weer bij de coördinator geroepen en deze geeft haar een nieuwe opdracht. De man die ze moet doden kent ze niet, dus gaat ze zich eerst voorbereiden. Ze wil weten of hij iets misdadigs uitgevoerd heeft. Het blijkt een hooggeplaatste politieagent te zijn, die sinds zijn bevordering steeds inhaliger geworden is. Dit is iets voor haar, beseft ze.
Een week later meldt ze zich weer bij de coördinator, die haar gelukwenst met haar geslaagde taak. Ze brengt rapport uit over haar onderneming. De coördinator, die niet weet dat er iets broeit in zijn cel, knikt, nadat hij Sorane’s voorkeur genoteerd heeft. Ze neemt alleen opdrachten aan van mensen die iets misdadigs uitgevoerd hebben. De coördinator geeft een teken dat ze kan gaan en zegt:
‘Tot over twee dagen, Sorane Nador.’
‘Nee, coördinator. Jij gaf de opdracht om mij te doden. Verin hielt echter nog steeds van mij, daarom miste hij.’
‘Dat was zijn test, Sorane Nador. Het was hij of jij. Er kan maar een de beste zijn in elke groep.’
‘En Nevon, Axin en hun onschuldig kindje. Waarom?’
‘Zij wilden weg uit de organisatie. Dat kunnen we niet dulden.’
‘Het spijt me, Coördinator. Die beslissing maakte van mij een vijand. Ik en Verin hielden van elkaar.’
‘Waar ga je heen, Sorane. Niemand verlaat de organisatie, dat weet je?’
‘Ik en enkele anderen hebben, beseft dat ons leven voor jullie geen waarde heeft.’
De coördinator kijkt even om zich heen en kijkt de andere aanwezigen een voor een aan. Hij voelt dadelijk de vijandige sfeer die er plots hangt.
‘Het is ons leven, Sorane. Wij hebben ervoor gekozen. Iedereen die weg wil wordt uitgeschakeld, dat weet ieder van ons.’
‘Zeker, Jij was de Coördinator. Wij de uitvoerders. Maar wij hebben een andere keuze gemaakt en besloten om onze kans te gebruiken. Maar er is nog een andere reden.’
‘Welke dan, roodkop?
‘Je zoon liet zijn vrienden voor zijn dood zweren, dat zij op een of andere manier zijn vrouw zouden wreken. Jij hebt de vrouw van je zoon laten doodmartelen, omdat ze zwanger werd. Mijn komst bood hen die kans en de gevangenen deden mij een voorstel, dat ik met plezier aannam. Dus gaven ze mij een harde opleiding van mij de vrouw maakte die in nu ben,’ zegt Sorane en knikt even.
De man kijkt naar enkele anderen, die nog in opleiding zijn en ziet hun pistolen plots op zich gericht. Ze weten dat ze snel moeten zijn en de vier pistolen openen het vuur op de verschrikte Coördinator. Dodelijk getroffen zakt hij in elkaar. Enkele anderen trekken hun wapen, maar worden dadelijk onder vuur genomen.
In de hal barst een hevig vuurgevecht los tussen twee groepen. Langs beide kanten vallen doden en gewonden. Maar Sorane en enkele anderen hebben dit voorbereid en hebben een betere dekking. Meer dan vijf minuten later klinken de laatste schoten. De overlevenden staan op. De zes mannen en drie vrouwen kijken de roodharige aan, terwijl ze hun wapen wegbergen. Even kijken ze met gemengde gevoelens naar de doden. Diegenen die aan hun kant en ook diegenen die vroeger hun collega’s waren liggen overal verspreid in hun bloed.
Sorane kijkt hen met gemengde gevoelens aan.
‘Het was nodig, vrienden. Ieder van ons had de keuze. Maar nu zijn we vrij.’
‘En nu. Wat doen we nu?’
‘Ik blijf in deze stad, want mijn stiefouders hebben hier een leven opgebouwd. Ieder van jullie kan dezelfde keus maken of weggaan.’
‘Wij gaan, Sorane. Wij hebben geen familie of vrienden die ons binden. Misschien ontmoeten we elkaar nog weleens, maar ik weet niet of we dit leven vaarwel kunnen zeggen.’
‘Ik hoop het wel, Evino. Want vroeg of laat leidt dit pad naar de dood.’
‘Het zij zo, Sorane. Wij denken onder te duiken bij de Taranen. Misschien kunnen we bij hen een beetje geluk vinden en deze tijd vergeten.’
Samengaan ze het brandende gebouw uit en nemen afscheid van elkaar.
‘Het gaat jullie goed, vrienden,’ zegt Sorane nog en kijkt hen na als ze tussen de huizen verdwijnen.
Sorane kijkt even naar het gebouw om als de anderen al weg zijn. Dan glimlacht ze en kijkt naar de ontsteker in haar hand. Ze ziet enkele zwarte wagens aankomen, waaruit gewapend mannen springen.
‘Dat zijn elite-eenheden van Arkan. Spijtig voor jullie,’ fluistert ze en drukt de ontsteker in.
Dan hoort ze verschillende ontploffingen in het gebouw, dat een paar minuten later brandend in elkaar zakt. Sorane is echter al op weg naar huis en brengt een korte maar gezellige tijd door met haar stiefouders. De avond dat Sorane hen wil verlaten zijn ze aan het kijken naar het nieuwsverslag van het na smeulende gebouw. Een zeer belangrijke moordenaars organisatie is opgerold, wordt er gezegd. Een paar minuten na het einde van de nieuwsuitzending krijgen ze bezoek van een van de hoogste misdaadbazen van de streek.
‘Wij weten dat jij de oorzaak bent van het vernietigen van de Arkan opleidingscel. Diegenen die ontsnapten zullen we wel vinden. Voor jou hebben we een job omdat jij gebleven bent.’
‘Een job?’
Sorane kijkt de man verschrikt aan, als hij zegt:
‘Ja, of wel treedt je in mijn dienst of jij en je ouders komen niet levend uit dit huis.’
Sorane kijkt de man recht in de ogen.
Dan zegt ze:
‘Zoals u wenst heer. Maar als ik dood, dan alleen mensen die de dood verdienen. Geen onschuldigen.’
De man kijkt de jonge Sorane grijnzend aan.
‘Als dat je wens is, meisje. Geen probleem, er zal rekening mee gehouden worden.’
Zo begint het nieuwe leven van Sorane. Een leven van doelwitten en moorden. Al snel krijgt ze haar eerste opdracht. Twee dagen later vertrekt ze, nadat ze verschillende gegevens door bestudeerd heeft. Ze merkt echter dat ze gevolgd wordt, maar stapt gewoon op het vliegtuig met bestemming Gojonos. Deze grote stad is gelegen op het oostelijk continent.
De man en de vrouw die haar volgen, doe zich voor als een getrouwd koppel en zitten een paar rijen achter haar. In Gojonos ligt ze gedurende verschillende dagen haar doelwit van op een dak of hoger gelegen appartement te observeren. Zo ontdekt ze dat de man die ze moet doden maar een pion is die bevelen van een andere krijgt. Op de vierde dag ontdekt ze wie dat is. Ze kent dat gezicht, want hij staat op de zwarte lijst van de mensen waarvoor ze werkt.
De volgende morgen staat ze echter plots achter de twee die haar in het oog houden.
‘Nog niet uitgekeken, mensen. Ben ik zo mooi dat je jullie ogen niet van mij kunnen afhouden?’
De twee kijken verschrikt om.
‘Wist je het, Sorane?’
Sorane kijkt de vrouw glimlachend aan.
‘Al van op de luchthaven. Ik heb een zesde zintuig voor die dingen. Maar ik heb een vraag. Zijn jullie op de hoogte van mijn opdracht.’
‘Zeker.’
‘Dus mijn doelwit is Nocvan Kollinor. Maar ik denk dat die maar een marionet is. Hij krijgt de bevelen van Divon Morda.’
‘Divon Morda, ben je zeker?’
‘Ja, honderd percent.’
‘Dat is ernstig.’
‘Als ik Kollinor uitschakel, dan is Morda er vandoor.’
Even is het stil.
‘Dan kunnen we beter contact opnemen met onze opdrachtgever.’
De man knikt even. Dan wendt de vrouw zich tot Sorane.
‘Misschien kan je beter even vrijaf nemen, roodkop.’
‘Vrijaf. Nee, ik blijf mijn doelwitten observeren. Misschien ontdek ik nog wel een beetje meer. Maar waag het nooit meer om mij roodkop te nomen, Conryne. De volgende maal leer ik je een lesje.’
‘Weet je dan wie we zijn?’
‘Waarom niet, Ravon. Jullie zijn beiden nogal slordig, want ik kon zonder mij te haasten jullie bagage doorzoeken.’
Verbaasd kijken beiden haar aan.
‘Jullie weten waar jullie mij kunnen vinden. Laat me weten wie ik moet neerknallen,’ zegt Sorane nog en haast zich naar haar huurwagen.
Pas twee dagen later krijgt ze antwoordt van Ravon.
‘Morda is het doelwit dat ze moet neerleggen, Sorane.’
‘Dat zal iets moeilijker zijn, Ravon. Maar ik weet waar hij zich bevind.’
‘Ik ga mee.’
‘Nee, ik werk alleen, Ravon,’ zegt ze en richt haar arm omhoog.
Verbaasd ziet de man haar als een pijl omhoogschieten en even later naar een ander dal toe zwaaien. Dan trekt hij zijn schouders op.
‘Je ziet maar, roodkop,’ fluistert hij.
Die avond ligt Sorane op de loer in de nabijheid van een luxueuze villa. Overal lopen zwaargewapende bewakers rond. Meer dan een uur later komt Mordo naar buiten en loopt in gezelschap van twee vrouwen en twee gewapende mannen op zijn wagen toe.
In de deur blijft Kollinor staan. Sorane even, want dat is niet echt haar doelwit. Langzaam richt ze haar wapen weer op de Mordo, maar in die beweging ziet ze een man, die een wapen in haar richting gericht houdt. Dadelijk rolt ze opzij. Juist op dat moment schieten drie kogels over de plaats waar ze juist lag. Als ze niet gereageerd had, want was ze zo goed als zeker geraakt.
‘Ze moeten mij kunnen zien,’ denkt ze, ze moeten daar een omgevingsscanner hebben.
Snel kruipt ze over het harde beton naar de andere rand toe en richt haar wapen naar op zoek naar de schutters. Als ze er een op het dak opmerkt, glimlacht ze. Met een snelle beweging richt ze het op haar nieuwe doel en haalt de trekker over. Zeshonderd meter van haar af stort een man over de rand naar beneden. De twee anderen zijn echter onder dekking van hun maat in haar richting gelopen en laten zich nu in dekking vallen. Sorane kruipt echter naar de achter kant van het dak toe en laat zich naar beneden zakken. Haar speciaal wapen hangt ze over haar schouder en ze trekt een pistool met geluidsdemper uit haar jas.
‘Te laat, meid. Een beweging en je bent er geweest.’
Langzaam draait Sorane zich om en ziet een van de twee voor zich staan.
‘Jij zal mijn baas vandaag niet neerleggen, roodkop. Die zit veilig binnen in zijn villa.’
‘Bedoel je Kollinor soms? Dat is mijn doelwit niet, man. Mordo heeft nog maximum twee minuten.’
‘Wat zeg je…. Mordo…. Nee, dat niet.’
‘Dacht je dat niemand het door zou hebben, dat Mordo de bevelen geeft.’
‘Horgo, haast je. Mordo is het doelwit. BEL HEM!!!’
Op dat moment barst de wagen uit elkaar. De man voor Sorane verstijfd even, maar dat is voor Sorane genoeg om haar wapen te heffen. Haar kogel treft de man tussen de ogen. Als de derde zijn maat ziet liggen, is Sorane al verdwenen en op weg naar huis.
De volgende dag staat ze voor de baas, die haar de opdracht gaf.
‘Een geslaagde opdracht, Sorane. En je kan je verstand gebruiken, heb ik gehoord van Ravon.’
‘Ik heb geleerd om mij zoveel mogelijk voor te bereiden, heer. Daardoor werk ik iets trager dan anderen, maar ik raak wel het juiste doelwit.’
‘Dat heb ik gemerkt, Cobanon. Ik heb de betaling op je rekening laten storten en nog iets extra.’
‘Dank u, Heer. Kan ik gaan?’
‘Doe maar. Ik ben zeker dat jij een zeer goede aanwinst bent voor mijn organisatie. Neem een week verlof om uit te rusten.’
‘Ik doe mijn best, als het maar goed betaald, heer.’
‘Neem eerst een paar dagen verlof. Ik verwacht je over een week terug. Want dan heb ik een nieuwe opdracht voor je. We sturen je de gegevens deze avond nog.’
‘Begrepen, sir.’
De man knikt even en kijkt dan naar zijn scherm, alsof ze niet meer aanwezig is.
Sorane haast zich naar buiten en zucht even, want ze is nu een weg ingeslagen zonder terugweg. Haar vrienden hebben misschien een betere keuze gemaakt, want zij maakten zich uit de voeten.
Die avond kijkt Sorane juist op de klok, als ze een bericht binnenkrijgt. Snel leest ze de eerste regels.
‘Eind volgende week komt het doelwit pas op de luchthaven aan. Over elf dagen pas. Wat moet ik intussen uitvoeren. Ik ben niet gewoon om stil te zitten. Maar ik begin wel honger te krijgen,’ denkt ze, terwijl het blad met boterhammen op de tafel neerzet.
Als ze haar tweede boterham opneemt, moet ze aan haar jeugd denken. Plots komt het verlangen op om haar stiefouders eens weer te zien. Het is al geleden van hun terugkeer van de mijn planeet dat ze hen nog gezien heeft. Ook Reysa en Jenan
Dan merkt dat ze zich in de buurt van de wijk waar haar stiefouders wonen, bevindt. Dan draait ze een parking op en zit even later voor zich uit te staren. Ze twijfelt wat ze zou doen. Ze heeft wel een paar dagen vrij, maar ze wilde naar Mogwan. Maar langs de andere kant heeft ze haar Runa en Jov al sinds ze terug gekeerd zijn niet meer opgezocht. Even glimlacht ze, als ze vooruitdenkt aan de blijde gezichten van het gezin dat haar opgevoed heeft.
Een twintigtal minuten later belt ze aan. De jongeman die de deur opent, kijkt haar verbaasd aan.
‘Hallo, broertje,’ zegt Sorane, ‘ken je mij niet meer?’
Jenan stapt echter op haar toe en omarmt haar. Als hij haar loslaat, fluistert hij opgewekt.
‘Kom binnen, Sorane,’ zegt de bijna zeventienjarige Jenan.
‘Reysa, kom eens. Ons zusje is op bezoek.’
Even is het stil, terwijl Sorane haar lange jas aan de kapstok hangt.
Dan stormt Reysa op haar toe en omarmt haar ook.
‘Lang geleden, zus. We maakten ons al ongerust,’ fluistert ze.
Sorane beantwoordt ook haar omhelzing.
Als een uurtje later Jov van zijn werkt thuiskomt, merkt hij zijn oudste dochter op, die met haar zus en broer zitten te praten. Sorane staat op en kijkt haar stiefvader aan. Die bekijkt haar van top tot teen, voor hij haar omarmt en haar even op haar voorhoofd kust.
‘Je doet nog steeds veel aan sport, knappe meid,’ zegt hij glimlachend, als hij haar loslaat.
‘Dat hoort erbij, vader.’
‘Ben je dan toch in dienst van Arkan?’
‘Nee, die cel bestaat niet meer. Maar ik stond voor de keuze, vluchten of blijven. Ik bleef, maar moest in dienst treden van de famillie die in die streek de plak zwaait. Maar ik verdien goed.’
Even slikt Jov, want de ouders van Sorane waren agenten. En nu is hun dochter een misdadiger geworden. Voor een deel is dat zijn schuld.’
‘Kan je niet weg uit dat milieu, Sorane?’
‘Nee, Jov. Dan ben ik tot ze mij vinden op de vlucht. Ik moet mijn contract navolgen, als ik wil leven.’
Dan merkt Sorane haar stiefmoeder op, die juist aankomt. Even later opent die de deur en blijft blij verrast staan als ze Sorane opmerkt. Ze begroeten elkaar hartelijk.
Maar de volgende dag merkt Sorane dat er spanningen in het gezin zijn.
‘Reysa en Jenan begrijpen het niet, Sorane,’ legt haar moeder, die met haar alleen thuis is, uit.
‘Wat niet?’
‘Voor hen beiden ben jij een moordenares, Sorane.’
‘Ik dood mensen zonder hen een kans te geven, Runa. Dus mijn zus en broer hebben wel ergens gelijk.’
‘Dat ik een van diegenen was die Arkan mee vernietigde, hebben ze mij niet echt vergeven, moeder. Ik moet hun opdrachten uitvoeren, wil ik blijven leven. Ze hebben in bedekte termen gedreigd om jullie ook aan te pakken, als ik het zou wagen om mij uit de voeten te maken.’
Ontsteld kijkt Runa haar aan.
‘Zouden ze zo ver gaan, Sorane.’
‘Zeker. Het is niet de eerste maal. Ook bij Arkan moest de naaste famillie het ontgelden als ze probeerden te stoppen.’
‘Dat kan toch niet.’
‘Ik werk voor mensen die de wet aan hun laars lappen, Runa. Voor hen telt een leven niet.’
Runa wankelt naar een stoel en gaat zitten.
‘Laat ons erover zwijgen, Runa.’
De vrouw knikt even en staart nadenkend voor zich uit.
‘Wees wel voorzichtig, Sorane.’
‘Dat ben ik altijd, moeder.’
Maar als Runa en haar man twee dagen later thuiskomen van hun werk, is Sorane weg. Schoorvoetend vertellen hun dochter en zoon, van de hevige ruzie die ze met Sorane hadden. Hun zus heeft vol woede het huis verlaten. Ze hebben er beiden spijt van, maar ze blijven wel woedend op hun zus, die als moordenares haar bloedgeld verdiend, zoals Reysa het noemde.
Sorane zit enkele straten verder in haar stilstaande wagen voor zich uit te staren. Even komt de gedachte op om terug te keren, maar dan komt haar trots opzetten. Ze schudt haar hoofd en start de motor.
Een maanden later, na nog vier geslaagde opdrachten en vette premies, bereikt Sorane Mogwan, een klein dorp, maar schrikt van de toestand hier. Ze is echter hier om rustig te kunnen trainen en niet om naar armoede te kijken. Maar toch is ze onder de indruk van deze arme mensen, die haar zonder iets te vragen helpen met de voorbereiding. Daarom verandert ze van gedachten en tegen de middag loopt ze de bank naast het gemeentehuis binnen.
‘Mijn naam is Sorane Cobanon,’
‘Welkom, mevrouw. Wat kan ik voor u doen?’
‘Ik zoek een stukje grond om een villa te bouwen.’
‘Grond is hier genoeg, mevrouw Cobanon. In dit deel van de streek kan u zoveel grond kiezen als u wil. De grond is in deze streek niet zo duur.’
‘Sorane knikt en kijkt even naar het deel op de kaart die de man aanwijst. Ik zal eens gaan kijken.’
‘Mag ik u vragen een aan klein voorschot te betalen, dan kan ik het wettelijk pasje klaarmaken om u als koper bij de eigenaar aan te melden.’
Sorane knikt.
‘Dat had ik al voorzien, mevrouw.’
Dan geeft ze haar een check.
‘Mag ik u vragen om de papieren naar mijn kamer in het witte huisje aan de noordkant van het dorp te brengen.’
‘Maar het is alleen op afhal…,’ antwoordt de man snel, maar slikt even als hij het bedrag op de check bekijkt.
Hij wankelt even naar een stoel.
‘Die vrouw moet zeer rijk zijn.’
Dezelfde avond zit ze gelukkig bij het kleine gezin, die haar opgevangen heeft. Ze heeft al en stuk grond gekocht en een plan besproken met een gepensioneerde architect. Op basis van een schets die ze hem gegeven heeft, heeft hij haar beloofd om een villa te laten bouwen. Als ze hem een check geeft, wil hij eerst weigeren, maar ze schudt haar hoofd voor hij iets kan zeggen.
‘Ik wil dat u zeer iets aan verdiend, Mijnheer Loseran.’
‘Dank u, mevrouw Cobanon. Ik zal zorgen dat de villa zo snel mogelijk klaar is.’
‘Laat mij weten zodra ik erin kan,’ zegt ze glimlachend en geeft hem een kaartje met haar adres in de hoofdstad.’
Als ze die avond in haar bed voelt ze zich veel beter dan de laatste weken, want haar geld wordt nu voor iets nuttigs gebruikt. Even moet ze aan haar medeleerlingen, die gevlucht zijn, denken. Ze weet dat er ijverig naar hen gezocht wordt, maar ze blijven spoorloos.
Een paar dagen later krijgt ze haar volgende opdracht en trekt erop uit. Ze beseft dat ze haar leven steeds meer gevaar bevat, maar ze geniet wel van de vrijheid die het met zich meebrengt. Maar de tijd vliegt voorbij.
Iets meer dan drie jaar later is Sorane een succesvolle huurmoordenares, die een steeds hogere vergoeding krijgt. Intussen bloeit Mogwan helemaal open. Er wordt op verschillende plaatse gebouwd en er is al een ziekenhuis gedeeltelijk open. En is werk in overvloed, waardoor verschillende gezinnen in de streek zijn komen wonen. Op een dag keert ze terug van een opdracht, als ze plots schrikt ze. Ze ziet Jenan haar stiefbroer uit het oude gemeentehuis komen en naar een wagen toestappen. In de wagen merkt ze nog twee gedaanten op. Als de wagen van haar broer wegrijdt herkent ze de vrouw die achterin zit. Haar zus Reysa.
Een paar minuten later stapt ze het gemeentehuis binnen en wordt even aangestaard, door verschillende mensen die haar herkennen.
‘Mevrouw Cobanon. Welkom, mijn naam is Higan Terinan’ zegt een bediende.
Sorane keert zich naar hem en glimlacht.
‘Wat voor u hierheen, mevrouw?’
‘Mijn stiefbroer. Ik zag hem juist naar buiten stappen.’
‘U bedoelt die jongeman. Ja, hij en zijn zus zijn elk op zoek naar een klein huisje in de buurt. Maar ik heb hen moeten teleurstellen, want er is geen enkel huis beschikbaar. Er zijn wel appartementen in aanbouw, maar die zijn pas over enkele maanden klaar.’
Even denkt Sorane na.
‘Ik heb nog vier villa’s laten bij bouwen, mijnheer Terinan. De laatste is een maand geleden afgewerkt. Misschien kan je twee ervan aan hen ter beschikking stellen. Maar wel op voorwaarde dat ze niet weten dat ik de eigenares ben. En ik betaal alle kosten. Reken maar een lage huur aan, anders worden ze misschien argwanend.’
‘Dat zal goed nieuws voor hen zijn, mevrouw. Maar als ik vragen mag, waarom mogen zij niet weten wie u bent.’
‘We hebben ruzie en zolang die niet bijgelegd is, dan heb ik het liever zo. Misschien weigeren ze wel als ze mijn naam weten.’
De bediende knikt even.
‘Ik zal hen dadelijk een bericht sturen.’
‘Wil je mij iets laten weten als ze het al of niet aannemen?’
‘Dat zal ik zeker, mevrouw.’
De man kijkt haar na als ze naar buiten stapt. Met een ruk moet hij zich van haar slanke gestalte losrukken. Dan haast hij zich naar zijn bureau.