Het was mooi weer. Mijn zonen voetbalden met de buurjongen.
Ik bekeek de zaak met een half oog.
Plots ging de buurjongen met gebogen hoofd naar huis en zei “Ik ga weg.”
Onmiddellijk zei ik: “Jongens, zeg dat het je spijt.”
Mijn jongste antwoordde: “papa, moei je er niet mee, hij moet gaan eten."