op je straatstenen hinkelde ik
mijn dromen bijeen
opgroeiend met je melk en speculaas
vlinders in de buik
terwijl moeders
lappendekens bewerkten
en vaders
moestuinen afzoomden
zoog je me onopgemerkt
je beklijvende poldergrond in
de kleipartikels die je op mijn huid achterliet
draag ik bescheiden als vanzelfsprekend erfgoedjuweel
ik laat me er telkens opnieuw in herbakken
als ik mezelf maar weer eens niet gevonden krijg
je herbergt me afwisselend
in een beschuttend of naakt
leenloofbos
hoewel ik je eikenbomen
soms ontvlucht
altijd kom ik bij je thuis
waar ik me weemoedig neerleg
bij mijn verloren geliefden
die je in je graszoden draagt
(Ode aan Eeklo n.a.v. Stadsgedichtenwedstrijd 2014-Stichting Poëtikos)