Simon ging met zijn opa naar de boomgaard. "Waarvoor dienen die stokken naast de jonge bomen?" vroeg hij. "Dat zijn steunstokken. Die zorgen ervoor dat de jonge bomen recht groeien. Als de bomen groot zijn, halen we de steunstokken weg.”
Samen wandelden ze terug.
“Je hoeft mijn hand niet meer vast te houden, opa.”