In de woelige periode die de jaren ’90 inluidden, verloren fotografen en beeldende kunstenaars zich in het onbekende. Ze beelden de anonimiteit van de gewone mens af in hun werken. De bijzondere persoonlijkheden vergaten ze. De kunstenaars zoomden in die periode pijnlijk hard in op details van individuen. Zo ontstonden reeksen met bijna dezelfde werken die het karakter van een onbekend persoon blootlegden.
In 1992 creëerde Rineke Dijkstra het portret van een eenzaam en kwetsbaar meisje. Het meisje ziet er onzeker uit. Dijkstra legde dit beeld vast met een overdreven grote camera, vlakbij de branding. Ze maakte gebruik van de verouderde techniek waarbij ze haar hoofd onder een zwart doek verstopte. Daarmee verloor ze uren tijd. Wellicht een vreemd beeld op zich. Ondanks alle moeite brengt dit beeld geen vernieuwing. De foto doet namelijk sterk denken aan “De geboorte van Venus” van Sandro Boticelli, een werk uit 1628.
8 jaar later maakte Sergey Bratkov de reeks “Kids”, met treurige kinderportretten. Een van de werken uit deze reeks, is Sasha. Het meisje ziet er allesbehalve kwetsbaar uit. Onverschillig rookt ze een sigaret, hoewel ze er niet ouder dan 10 uitziet. Met deze reeks tracht Bratkov de schrijnende realiteit in beeld te brengen van Russische ouders die hun kinderen naar een modellenbureau brengen. Daar moeten de kinderen de verwachtingen van hun veeleisende ouders inlossen.