Donkeren grijze wolken spelen kat en muis in de lucht,
de regenbui glimlacht, de verdrongen zon zucht.
Alsof ze een pact vormen tegen de rest van het heelal,
Zetten ze hun sluizen open als een echte duivel-doet-al.
Aangesterkt door de krachtige wind wordt alles en iedereen nat,
De kleine zandwegels tussen de bomen veranderen in een modderbad.
Bladeren vallen van de bomen en vormen een kleurrijk tapijt,
Een achtergelaten blikje protesteert als een vreemde eend in de bijt.
Een lange tijd raast de storm door de bomen en regent het dat het giet,
En met een kletterende donderslag verlaat de storm plots het gebied.
De zon breekt door en haar eerste zonnestralen raken zelfs de grond,
Haar stralen worden breder en spreiden zich uit als een pleister op de wond.
Bomen en planten zuigen gretig met hun wortels het water op,
Vogels fluiten weer en drinken dankbaar uit een bladerendop.
De natuur herleeft, is opnieuw in evenwicht, die stortvloed was niet overbodig,
Ook een mensenleven heeft voor zijn balans af en toe een storm nodig….