Stormend dreunt de wind de baren tegen de vlakte.
De zee, het monster, brult.
Ha! Het is laag tij. Je raakt me niet!
Een regenbui? Ik lach ermee.
Ik heb een paraplu.
Een paraplu? Hier ermee!
Een windstoot steelt de paraplu,
verbergt hem in de zee.
Wie lacht er nu?
Wat kan mij dat schelen?
Volgende week spoelt er een walvis aan.
Een nieuw spektakel.