Sue en de wereld die stilstond
Op een dag werd een meisje geboren, ze droeg de naam Sue. Ze groeide op in een warm gezin met een mama en een papa en twee broers die haar doodgraag zagen. Ze woonde met haar gezin aan de rand van een bos, een sprookjesachtig bos. Er stonden allerlei oude bomen, sommigen van hen waren zo oud dat het leek of ze bewoond werden. Het waren vooral dikke klimbomen, met wortels die boven de grond groeiden en waar Sue zich in kon verstoppen. Er groeiden ook veel verschillende en kleurrijke kruiden, Sue kende er een aantal van die ze mocht eten, dat vond ze zalig, vooral wanneer ze de bloemen mocht opeten. En er woonden ook een aantal prachtige diersoorten, uilen, eekhoorns, schattige egels, muizen en nog veel meer. Als Sue via het groene poortje, achteraan in de tuin, het bos inliep, volgde ze bijna altijd het pad langs links. Ze liep een eindje het bos in en kwam na een kwartiertje aan bij de vijver. In het midden van die vijver was een klein eilandje, ze kon er naartoe klauteren via een omgevallen eik. Daar, op het eilandje, speelde ze vaak met haar twee broers en de vrienden uit de buurt. Ze deed niets liever dan zich vertoeven aan de vijver in het bos achter hun huis. Als ze jarig was, koos Sue om haar feestje in het bos te vieren, aan de vijver. Dan hingen er vlaggetjes van bloemenstof tussen de bomen op het eilandje. Ze maakten een vuurtje, waarop ze popcorn poften en marshmallows lieten smelten aan takjes die ze in het bos gevonden hadden en waaraan ze een punt hadden gesneden met een zakmes. Dan zongen ze samen ‘vrolijke vrienden’ en speelden ‘balleke stamp’, tot ’s avonds laat. Sue was een vrolijk meisje met zomersproeten en lange, roestbruine haren. Ze droeg bijna altijd een sponsen short met een T-shirt en teenslippers. Ze hield van de kleur muntgroen en roestoranje. Sue was vooral dol op de lente. De tijd van het jaar, waarin de bomen in het bos bloesems droegen met heerlijke geuren en prachtige kleuren. Naast de vijver stonden er een aantal fruitbomen, kerselaars en appelaars en er waren ook veel braamstruiken, waarvan ze in de zomer en de nazomer heerlijk kon smullen. Thuis werd Sue wakker van het getjilp van merels en het geroffel van een specht, dat te horen was vlakbij het raam in het dakkapel van haar slaapkamer. Ze had een gezellige slaapkamer, met muren in oudroze en een houten bed, met een hoge achterkant en krulletjes graveringen in. Haar kamer hing vol met dieren uit het bos, ze was vooral fan van de opgezette kerkuil. Die had ze op een avond gevonden in het bos aan de vijver. De uil lag roerloos op de grond, hier en daar lagen veren tussen de takken en bladeren. Sue is dan in allerijl naar huis gelopen en riep tegen haar mama dat ze een grote zak nodig had, omdat ze een dode uil gevonden had. De uil heeft ze dan laten opzetten door een taxidermist. Het kostte heel wat geld, daarom moest ze dat jaar het geld dat ze kreeg voor Kerstmis en Nieuwjaar afgeven aan haar ouders. Maar dat had ze er zeker voor over. Drie maanden later stond de uil te pronken in haar kamer. Zijn vleugels waren open, alsof hij net zou uitvliegen. Zo vond ze hem het mooist.
Op een dag, 13 maart 2020, veranderde plots haar idyllische leventje. De wereld stond stil, de natuur gaf een teken dat er verandering nodig was. Sue kon niet langer naar school en mocht niet meer met de kinderen uit de buurt spelen. Haar mama werkte voortaan van thuis uit en moest vaak belangrijke videovergaderingen doen. Haar papa, die tuinaanlegger was, mocht nog wel gaan werken. De sfeer in de buurt veranderde plots. Alles werd stil, er waren zelfs momenten, in tegenstelling tot daarvoor, dat ze zich verveelde. Er vlogen geen vliegtuigen meer en er reden heel weinig auto’s in de straten. De zeldzame keren dat ze mee ging naar de winkel, moesten ze een winkelkar nemen, dat deden ze anders bijna nooit. De winkelkar moest vooraf door een mevrouw ontsmet worden. Vervolgens moesten ze in de rij gaan staan om binnen te mogen. Ze moesten veel afstand houden van de andere mensen. En als ze dan eindelijk in de winkel waren, mocht ze niks aanraken, alles wat ze aanraakte, moesten ze kopen. Sommige rekken waren helemaal leeg, zodat ze niet alles konden kopen wat er op hun winkellijstje stond. Er liepen soms mensen in de winkel met een mondmasker op. Alleen winkels die eten verkochten, mochten opendoen. Ze konden dus geen nieuwe kleren gaan kopen. En als er iemand jarig was, mocht ze er niet naartoe om feest te vieren. Dan spraken ze een videoboodschap in en zongen ‘lang zal hij leven’. Ook alle cafés en restaurants waren dicht. Zelfs de speeltuinen en speelbossen in de buurt waren afgezet met hekken en rode linten. Er waren zelfs mensen die niet meer mochten werken, zoals haar tante en nonkel. Niemand in het land mocht nog op reis gaan en iedereen moest thuis blijven. Sue en haar twee broers verzonnen allerlei dingen om te doen. Ze knutselden veel, ze maakten tekeningen om op te sturen met de post naar hun oma’s en opa’s, tantes en nonkels en neven en nichten. Ze gingen op ‘berenjacht’ met hun gezin. Alle mensen hadden een knuffel voor het raam gezet, zo konden ze overal in de buurt knuffels spotten. Uit elk raam hing er ook een wit laken, mama vertelde dat dat voor de mensen was die in de ziekenhuizen werkten en voor de mensen die zorgden dat alles terug goed zou komen. Op de tocht had ze ook tekeningen bij, die ze in de brievenbussen van kindjes uit haar klas stak. Die stonden dan soms te zwaaien achter de ramen. Op een dag kwam haar juf langs, ze had werkblaadjes bij en een zakje met paaseitjes. De juf had alles bij de voordeur gelegd en op straat gaan staan. Sue mocht dan niet eens een knuffel gaan geven aan haar juf. Als ze op 17 april jarig was, kreeg ze ongelooflijk veel kaartjes, meer dan anders. ’s Morgens kreeg ze van haar mama en papa een grote kar die ze nog in elkaar moest steken, voor achter haar gocart te hangen. Dan gingen ze ermee naar de bakker, waar ze een taart en suikerbrood mocht kiezen. De boodschappen konden dan in de kar, zodat mama niet meer alles hoefde te dragen. Het leek wel of heel de wereld met haar wou videobellen, maar eigenlijk vond ze dat niet zo leuk, want ze wist niet goed wat ze dan altijd moest zeggen. Ze kreeg de volgende dagen bijna elke dag een cadeautje met de post. In de plaats van een verjaardag, leek het wel of ze een verjaarweek had. Maar toch miste ze haar vriendjes en familie om te knuffelen en samen te spelen, want eigenlijk vond ze dat toch het leukste dat er was. Een tijdje na haar verjaardag, kwam haar papa ziek thuis. Hij moest twee weken thuis blijven. Ze moesten met hun gezin in quarantaine, dat is een moeilijk woord voor opgesloten zitten in je eigen huis. Ze mochten gelukkig nog wel in de tuin. Voortaan deed oma hun boodschappen. Ze zette die dan aan de voordeur, belde aan en ging op straat staan. Sue mocht dan altijd wuiven en gooide een zoentje naar oma. Oma had steeds tranen in haar ogen en riep dat ze haar miste. Die moeilijke tijd ging gelukkig voorbij, na een tijdje mocht ze terug naar school en gingen de speeltuinen in de buurt weer open. Ze kon weer in het bos achter hun huis gaan spelen met haar broers en de kinderen uit de buurt. Hoe vreemd de coronatijd ook was geweest, ze was alles al snel vergeten en de wereld draaide weer als voorheen. Mensen hadden het weer druk, alsof ze vergeten waren dat de natuur hen een sein had gegeven om het rustiger aan te doen. Ze merkte wel in haar eigen leventje dat ze vaker stil stond bij de dingen van het leven. Ze begon gedichten te schrijven en ze probeerde van elke dag een prachtige dag te maken. Ze schreef gedichten op kleine papiertjes en die stak ze tussen boeken in de bibliotheek en een zwerfbib aan de kant van de weg. Ze schreef gedichten en kleine tekstjes naar haar vrienden en familie. Met haar gedichten probeerde ze de rust die de coronatijd met zich had meegebracht, te herinneren. Ze was heel blij dat ze weer vrij was in de dingen die ze wilde doen, desalniettemin probeerde ze te begrijpen waar zo’n rare tijd goed voor was geweest.
Gedichten van Sue:
Wil jij kijken, zoals er meestal niet gekeken wordt?
Wil jij luisteren, zoals er meestal niet geluisterd wordt?
Wil jij horen, zoals er meestal niet gehoord wordt?
Naar mijn (zijn, haar, hun, het) verhaal…
druk
mails checken
eten maken
was ophangen
inkopen doen
smartphone om de haverklap checken
poetsen
druk is wat jij er zelf van maakt
je kan het ook anders doen
geloof me
tijd moet je maken
voor wat je echt wil doen
hoe wil jij later terugkijken op je leven?
…
Dat ik genoeg genoten heb
ik wil niet alles volplannen
de leukste momenten
zijn misschien wel de onverwachte ontmoetingen.
Pluk de dag
Op een dag zag ik een man de dag plukken, hij nam de dag en plukte hem uit de aarde. De dag die hij in zijn handen had, was een leuke dag, een fijne dag voor iedereen. En nu had hij die dag in zijn handen. Ik zag hem wegwandelen, heel gewoon, alsof er niets aan de hand was. In zijn rechterhand droeg hij de krant van die dag en in zijn linkerhand droeg hij de dag. Ik had nog nooit iemand zo gewoon de dag zien plukken. En tot zover ik kon zien, zag ik de dag in zijn hand glinsteren. Het was een dag om nooit te vergeten. De dag plukken is niet voor iedereen weggelegd. Maar die man kon dat, hij was ervoor weggelegd om op een goede manier de dag te plukken. Ik had al vaker iemand bloemen zien plukken, of gras, dat gebeurde altijd op een andere manier, maar de man die de dag plukte, plukte de dag heel gewoon. Alsof hij dat elke dag deed.
Een computer
een gsm
een speelgoedauto
een televisie
een tweede auto
twintig paar schoenen
dertig kleedjes
vijf zonnebrillen
dertien sjaals
een buitenverblijf
waar halen we het
toch vandaan
denken we bij elk
nieuw ding
dat we er gelukkiger van worden?
Elke vrijdag een etentje op restaurant.
Twee keer in de week naar de tennisles.
Typles is belangrijk.
Ook nog naar de tekenschool.
Als ik kan, ga ik nog naar de scouts, de dansles, de voetbaltraining en op ponykamp.
En dan verschiet ik ervan dat ik geen tijd meer heb
voor mijn vrienden,
om naar moemoe te gaan,
om te wandelen in het bos,
om te leren voor school,
om dat boek te lezen,
om te spelen met je kinderen,
om te luisteren,
maar echt luisteren,
naar mijn geliefden,
om mezelf af te vragen hoe het met me gaat,
om een bloem te planten,
om me te verdiepen in mijn interesses,
om mezelf even te vervelen.
Wat op mijn hart ligt, wil ik even kwijt
de wereld heeft nood aan verdraagzaamheid
schrijf het in de lucht met een stukje krijt
laat me toch wandelen met een oude geit
ravotten als een zotte meid
even met rust met mijn geblèt
waarom krijgen mensen toch zo snel het schijt
laten we zorgen voor meer beleefdheid
geef iedereen wat meer vrije tijd
hij heeft nood aan jouw eerlijkheid
minder druk zorgt voor tevredenheid
in mijn dromen heb ik een wereld gekleid
daar is voor iedereen meer zekerheid
echt, als ge daar zijt
vergeet je je rusteloosheid
iedereen baadt er in vrolijkheid
er heerst overal samenhorigheid
en, in alle eerlijkheid
ik hou van alle soorten geaardheid
ik vind het fascinerend hoe iedereen een ander leven leidt
met of zonder zelfstandigheid
wel of niet voorbereid
in bewuste of onbewuste aanwezigheid
wel, dat wou ik even kwijt!
Als een vlinder
bij de zonnebloemen
in de tuin
niet als een berm
vol met puin
wel als een nachtegaal
hoog in de kruin
of als een kind
spelend in de duin
niet als het vervuild koraal
zonder leven
helemaal bruin
wel als een prachtige rivier
recht of schuin
zo wil ik me
de wereld
blijven herinneren!
Onder een kast op zolder?
Bij mijn moemoe in de zetel?
Aan een bloemenveldje?
Ergens in de Liereman?
Op reis met mijn gezin?
In een andere job?
Vanachter in de tuin?
Bij mijn kindjes in de klas?
Tijdens een etentje met vrienden?
Nu ik dit gedicht schrijf?
Tijdens het naaien van een vlaggenlijn?
Waar kan ik mezelf vinden?
Wanneer heb ik mezelf gevonden?
Heb ik mezelf al gevonden?
Vindt iedereen sowieso zichzelf?
Of kan je ook iemand anders vinden?
Wat voel je bij het vinden van jezelf?
Wat vind ik van mezelf?
een leesboek is een boek om te lezen
een bureaulamp is een lamp op je bureau
een slaapkamer is een kamer om in te slapen
maar is
… een paddenstoel een stoel van een pad?
… een paardenbloem een bloem van een paard?
… een oogappel een appel van een oog?
Vogels in de vlucht
naar warmere oorden!
Mensen op de vlucht
naar een beter leven?
ik droom
over prinsessen die dansen
en kabouters die sjansen
over kippen van zilver
met eieren van goud
over vliegende ik
dat geeft me een kick
als ik even weg wil
als ik even stil wil
dan ga ik naar buiten
dan lees ik een boek
zal ik de deur sluiten
vind ik wat ik zoek?
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.