terug

23 jun 2018 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket

de nacht is ondragelijk jong

en ik sper mijn ogen open
aan de koudste kant van het bed
je lichaam ademt warmte maar

de muur van je rug splijt ons als een uraniumkern
in de twee enen die we blijken te zijn
of het halfje dat ik me voel

uur voor uur slentert voorbij
maar de duisternis blijft even bitter
ik hou het laken voor belegen

wat zou een mens er niet voor geven
om een druppel zee te zijn
of op zijn minst niet te bestaan

en de tand des tijds te weerstaan
die een gat boort in mijn hart
zo groot dat ik er zelf bijna uit val

ik wil me wenden tot en praten tegen
maar de andere kant van de lijn is zo stil
dat ik me afvraag of we nog verbonden zijn

de ijskast dan maar en
de illusie dat kraakchocolade
existentiële huidhonger kan stillen

 

ik smeek God om alsjeblief te bestaan
al was het maar om niet helemaal
alleen slaapwakker te zijn

te wachten op de zon en jouw terugkeer
jouw heerlijke terugkeer
en in eindelijk te zien

dat je nooit weg bent geweest


Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

23 jun 2018 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket