Zandkorrels schuren zijn nagels
golven verven het schilderij.
De straat waarop hij loopt heeft geen naam,
zijn leven is doodgaan.
Geluk zoekt hij achter de wolken,
een bewust zijn is genoeg.
Wind en regen verbazen zijn zintuigen,
binnen in zijn muren die verstoppen wat hij niet wil.
Zandkorrels schuren zijn nagels,
de puzzel van zand die veranderd.
Meeuwen eten irissen,
een kruispunt verbind wegen.
Rotondes geven mensen,
een zoektocht die verschilt.
Zandkorrels schuren zijn nagels,
Dat verkleurt naargelang de jaren.
Zakken veranderen van inhoud,
duinen veranderen van vorm.
Levenslang bedrog veranderd zijn visie,
zijn geest volwassen van bij de geboorte, niet.
Zandkorrels schuren zijn nagels,
een eeuwige vraag belast zijn lippen.
Godsdienst blijft hem verbazen,
gelovig zijn, doet zijn hond slapen.
Een grasparkiet blaast in zijn oor,
levenslang een beschadiging van zijn spoor.