Hij heeft het van zijn zoon.
Dat laat uitgaan, laat opstaan. Dat broze metselwerk
tussen hem en vrouwen, dat blindelings vertrouwen
in vrienden die zijn zoon liever ziet gaan.
Dat punten-kunnen-mij-niet-schelen,
dat toch willen scoren, de bal in doel.
Dat gejuich en dat gejoel in het volle stadion
van de tv, de zetel en het lege bierkarton.
De zoon staat aan de zijlijn. Kijkt toe.