Ik graaf in mezelf
naar woorden,
maar elke zin stikt
voor hij ademt.
Ik ken mijn gevoel bij naam,
maar de taal spuugt het uit.
En zo blijf ik graven
met kapotte nagels
in iets dat niet wil opengaan.
Ik schreeuw inwendig,
als stenen in een wensput,
en hoor geen echo.
Dus schrijf ik om mijn stilte heen:
niet wat ik voel,
maar de plek waar ik vastzit,
de knoop, niet het touw.
© Steven Vanackere, 2026.

