Verloren geluiden

jépé
8 nov 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

‘Als ik stap heb ik het gevoel dat ik niet vooruit ga,’ zei hij zacht. Het klonk een beetje vreemd hem dat te horen zeggen terwijl hij in de zetel zat.

Ze sloeg haar ogen op van haar boek en zei: ‘Zo.’ Het ging verloren in de stem van de cassette, maar hij zag de beweging van haar mond en wist wat ze zei. Ze wist niet altijd wanneer hij iets meende en wanneer niet - al wist ze het beter dan de anderen, dat wel. – Welke anderen en hoe wist zij dat nu? – Hij bleef haar aankijken.

Ze wist nu dat hij het meende en vroeg zich af of hij haar wel zag of iets achter haar. Ze hoorde stappen op de trap. Hij keek opnieuw in het ijle en zij keek naar haar boek. Het was hun vader maar hij ging voorbij, naar de verdieping hoger.

 

‘Het is alsof de wereld onder mij draait en ik blijf waar ik ben.’

‘Nogal egocentrisch,’ zei ze. En ze keken naar elkaar.

Ze stond op en kwam naast hem zitten.

‘Ik heb van een wankelende trap gedroomd,’ zei hij. ‘Ik stond erbovenop en hij was dubbel en ik moest eroverheen, er aan de andere kant er weer af. Ik denk dat ik in de golven viel toen. De ladder stond in de zee…’

 

‘Misschien moet je daar weg,’ zei ze aarzelend. ‘Als het je niet bevalt, blijf er dan niet.’

‘Het zal overal zo zijn,’ antwoordde hij snel. ‘Het heeft geen belang. Morgen is het over. Dan loop ik gewoon weer de struiken voorbij en de vogels vliegen weer over mijn hoofd, gewoon… Het is gek: naar de top van een hoog gebouw blijven kijken en dan ronddraaien. Het is alsof alles om je heen dan op je hoofd zal vallen.’

‘Je moet er weggaan als het je niet bevalt, Bram. Als je het gevoel hebt dat je er niet kan bewegen, als er niemand is die je interesseert.’

‘Waar wel,’ zei hij.

 

Weer stappen op de trap. Vader die weer naar beneden gaat, met boeken in zijn hand. Onwillekeurig grijpt ze naar het boek dat naast haar ligt, maar hij kijkt niet eens op, hij gaat voorbij. Zijn stappen gaan verloren in het geluid dat uit de boxen komt. ‘De muziek mag harder,’ zegt hij. Maar geen van beiden staat op om aan de knop te draaien. Ze kijken niet eens naar elkaar. Dat is ook moeilijker nu ze naast elkaar zitten. ‘Ja,’ zegt hij dan, ‘misschien.’ Ze zwijgen. Hij voelt eerder de schok van schrik in haar schouder dan dat hij het geluid hoort. De knop van de cassettespeler springt af. De muziek valt uit. Zelf voelt hij niets. Het geluid zou hem voorbijgegaan zijn als hij niet die snelle beweging had gevoeld. ‘Jij bent nog mijn enige band met de wereld,’ zegt hij. Ze ziet van opzij zijn onderlip trillen maar de toon van zijn stem verandert niet en zijn ogen worden niet vochtig. ‘Ik denk dat ik niet meer kan voelen,’ gaat hij verder. Ze kijkt naar haar handen. ‘Er zit geen regelmaat in het leven… mijn leven,’ zegt hij. ‘Er is geen vooruit of achteruit gaan, geen oorzaak-gevolg, geen op en neer gaan, geen beweging. Er is niets.’ ‘Ik draai de cassette wel om,’ zegt ze. En hij volgt haar bewegingen. Als iemand die onverschillig is. Ze komt weer naast hem zitten en opnieuw weerklinken de stemmen. ‘Als de aarde onder onze voeten zou draaien, dan zouden wij stil moeten staan als iemand naar ons toe liep voor een omhelzing. Anders zouden we elkaar nooit bereiken.’ ‘Maar wie moet dan stilstaan?’ vraagt zij. Ze wil dat hij blijft praten. Zo bang is ze voor zijn tranen. Zo bang dat ze haar arm om hem heen zal willen slaan als het verdriet over zijn wangen stroomt terwijl dat…

 

Maar toen ze zag dat zijn lip niet langer trilde, werd ze boos, dat hij net zo was als de rest door stoer zijn tranen te verdringen. Terwijl hij zo broos was. Ze zag hem nadenken.

‘Misschien ben jij een vis die in ondiep water is terechtgekomen en daardoor niet meer kan zwemmen,’ zei ze opeens. Ze wist niet waarom.

Hij keek haar aan, zijn wenkbrauwen gefronst. ‘Dus moet je weg, weg uit dat ondiepe water.’

‘Ik doe niet wat ik wil,’ zei hij. ‘Daar ben ik hier niet voor. Als een vis verdrinkt of geen lucht meer krijgt, is dat zijn lot.’ Hij meende niets van wat hij zei en zij wist dat. Maar hij wachtte af hoe ze zou reageren.

Ze zei niets, stond op en ging in de andere zetel weer naar de letters in haar boek zitten kijken.

Hij keek naar de lucht achter het raam in de muur tegenover hem en verbaasde zich erover dat hij erdoorheen kon kijken maar niet gaan.

‘Blijf dan maar,’ zei ze toen en keek niet op. ‘Er is iets in je dat al zo verrot is dat het…’

Ze had gelijk, maar dat ze hem zo kwetste kon hij niet verdragen, en hij stond op om de muziek harder te zetten.

‘Bram,’ zei ze, ‘zal jij ooit iets goedmaken? Of altijd de ladder doen vallen en zeggen dat het jouw schuld niet was, maar de schuld van de golven?’

Hij hoorde niet goed wat ze zei. De muziek stond te hard en was te veraf. ‘De golven,’ herhaalde hij zacht en vermoedde dat ze het probeerde goed te maken. ‘Ga je mee,’ zei hij toen. ‘Ik ga zwemmen.’

 

(en zij ziet het beeld van zijn snelle voeten die rennen over het strand met de wolken erboven, die regen brengen, maar nu nog niet, terwijl de wereld onder hem door schuift waardoor hij nooit het water bereikt)

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

jépé
8 nov 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket