onderweg zal ik vertragen
me te grazen laten nemen
door mijn jonge infantiele
vreugde
het is frappant van
waar we komen
naar waar we gaan
waar we ons begeven
ik staar me tot een aanzienlijke
hebberige menigte
klampend met ogen
naar grijze stoep
het verstikt en perst verbazing tot
krampachtige luchtdeeltjes
het zijn lijkt hierdoor te verdampen
ondanks er altijd meer zal overblijven
voor zij die willen zien en ontmoeten
diegene die staan te giegelen om te huppelen
uit te breken om de regen
met open mond te vangen