Via Aurelia
Het vel geharnast in lederlint.
Sleept moed en hoop .
Wurgt en wurmt het snijdend touw in zijn harde schouder.
Heuvelop.
Vecht tegen zijn gehelmde hoofd
terend in de hete zon.
Smeltende gedachten van weleer.
Droomt van het Palatijn en roemers wijn.
Zijn torso verzucht het barbarisme uit zijn
hoofd.
Het zuiden lonkt,
zijn lendendoek,
nat van hoopvol verweer..
De Tiber wacht hem op.
Geliefde
bijna ...