"At least I'm dry on vitamins." Oscar & the Wolf. Ze kunnen het toch zo goed uiten. Altijd interessant gevonden, die link tussen hoe artiesten zich gedragen voor een camera en daarnaast. Of Jan Paternoster in De Slimste Mens: 'Ik weet niet of ik het moet zeggen (...), maar ik was mijn gat met mijn hand.' Of de vermelding van 'joints' in een ietwat intellectueel TV-programma. Ja. Die grote kloof tussen het leven van de lezers van Brusselmans, Helsen of Verhulst en dan, natuurlijk: zijzelf.
Of het nu rockers of schrijvers zijn, ons tv-scherm is altijd weer die verwrongen weergave van een realiteit waarin we ons dagelijks omsingeld voelen door intense, verborgen, ja, bijna ontvlambare emoties. Want waarover schrijven we eigenlijk? Juist. Over die zaken waarover liever niet gepraat wordt. Die ene vibe die we maar al te graag uit de weg gaan.
'Hij is een gevoelige ziel. Kan er moeilijk tegen als we bollen nemen in zijn bijzijn.'
'Wat een gelukzak. Geen enkele neiging whatsoever?'
Eigenlijk ben ik best wel jaloers. Jij die zomaar je vitamientjes kan pakken als was het je dagelijkse portie suiker. Lichtjes depressief? Vitamine numero uno. Zin in een feestje? Vitamine numero due. Zorgen die je wilt vergeten? Er is tegenwoordig wel een vitamientje voor vanalles en nog wat. Mag ik even eerlijk zeggen: fuck you.
Ja, ik ben jaloers. Want terwijl ik hier zit te zwanzen over mijn dagelijkse probleempjes die een dieper, ja pijnlijk dieper, niveau van existentialisme raken, kan jij gewoon alles wegspoelen met vloeibare. Maar hey, "at least I'm not on vitamins".
Mijn geluk kan niet op.