Krijgers, volg mij
de hoge berg op
die gestopt moet worden
voor scherper zicht
We planten acacia’s
langs de trage rivier,
aan de overzijde varens met brede bladeren
Op een vlot geven we ons over
aan de stroming
tot het huis van hout verschijnt
Op het pad tekenen we
rechthoeken in het zand
die zacht afbrokkelen aan de randen
Krijgers, volg mij
naar het bos met afgeknotte bomen
waar we onze harnassen afleggen
en de zwaarden on
der wortels schuiven
