De prikkels hebben mijn huid van zich af geschud
Geen bel die gaat en klok die schrikt
Waar zeventig jaren lang mijn staf stond
En mijn rolkraag hing.
Ik had de weg al uitgestippeld, het pad geklaard
Voor die ernstige nachten, schuchter van aard
De wind gaf me zachtheid
En ernst liet me links.
Ik heb teveel gezegd, maar mijn adem is het schokken verleerd.
De krokus weet de zijde liggen
Vrij van vaderland kus ik het licht.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.