Toen Lotje acht jaar was, moest haar vader haar ophalen aan de filmzaal. Door een misverstand reed hij haar voorbij. Die avond zag ze hem in haar dromen nog wegrijden terwijl ze riep: “Wacht op mij!”
Eergisteren is hij gestorven.
Opnieuw wordt Lotje ’s nachts in paniek roepend wakker: “Wacht op mij!”