ijverig kruipt kleine ik
de verbeeldingsvallei rond
lelie-pollen
kersenboomhars
en hibiscusbladeren
verzamelend
kauwend en herkauwend
tot sprankelende edelopalen
en kristallen tijgerogen
de kleine stenen vol fantasie
verberg ik veilig
diep en donker in mijn cocon
dan miezeren de eerste lentebuien
de verbeeldingsvallei voorbij
hun vingers glijden langs de wanden
van mijn cocon
verleidelijk
het moet open, het moet stuk
ze moeten zich kunnen strekken
onder de open hemel
en het glanzen van de zon
mijn vleugels
zwaar beplakt met poëzie-robijnen
en proza-parels
zodat de hele wereld ze kan zien
schitteren