Je vraagt me
op een onbewaakt moment
en met die speelse ernst van je
wat is poëzie
Dichten poog ik
nu al ontgoocheld door mijn poging
is de zinloosheid opsmukken
de naakte paspop aankleden
de werkelijkheid ontbloten
het bijzondere verlichten
het gewone verbergen
Maar dichten is vooral
het dichter brengen
het verder weg van alles
Dichten is de kloof dichten tussen
een verschijnsel
en zijn metafoor
Dat is poëzie