weemoed
Je bent net weggegaan,
vertrokken uit mijn leven.
Toch wil ik me nog even
koesteren in de waan
dat jij nog terug zult komen.
Ja, ‘k wil nog even dromen
dat niets is stukgegaan,
dat jij me 'n hand zal geven
en vraagt met mij te leven
in een nieuw bestaan.
Ik voel me aangedaan
om wat ik heb verloren:
eens was ik uitverkoren
en droeg ik trots jouw naam.
Maar dat ligt in ’t verleden
wat nu telt is het heden:
we hebben niets meer saam,
al zijn er nog wel sporen:
kinderen die zijn geboren
de enige band voortaan.
Je bent net weggegaan,
en ‘k moet er niet om treuren:
het moest eenmaal gebeuren,
het was allang gedaan
met alles wat w' ooit voelden:
de liefde die bekoelde
tot niets, zo langzaamaan.
Ons huwelijk moest wel scheuren,
En nogmaals: ‘k moet niet zeuren
om wat heeft afgedaan.
‘k Ben nu alleen, ’t doet pijn.
En ik weet voor ons beiden
dat wij nu samen lijden,
maar ’t heeft zo moeten zijn.
We moeten uit die jaren
het goede maar bewaren:
het was toch ook vaak fijn.
We zijn toch te benijden
dat wij, ondanks ons scheiden,
nog altijd vrienden zijn!