Hoe snel vertrouwd een enkel gezicht worden kan.
Geheel vreemd en onbetreden
zich achteloos aan mij hechtend.
Hoe een enkel gezicht immer nabij kan voelen
de ontreddering naderen doet
en mijn ongebondenheid tart.
Hoe een enkel gezicht
een levend huis wordt
zonder dak noch haard
doch mij zomaar omsluit.
Hoe een enkel gezicht
als ruisende winterwind
mijn overpeinzingen luwt
en mij in weerwil in mezelf laat kijken.
Hoe door de nevelen van de toekomst
onze blikken rakelings kruisen
in lichte beroering
dat ik opnieuw naar je gezicht kijken moet
of ik je nooit tevoren zag.