We woonden in de Lebonstraat, naast de brandweerkazerne. Elke eerste donderdag van de maand loeiden de sirenes, heel luid. Ik herinner me de sirenes niet, maar volgens mijn moeder maakten ze me erg bang, iedere keer opnieuw. De donkere trap naar boven, die herinner ik me nog wel. En beer. Beer mocht mee naar boven. Ik herinner me ook de sneeuwman, in de tuin. De sneeuwman droeg een hoedje. Mijn moeder en ik waren vaak alleen in het huis van de Lebonstraat. Mijn vader ging naar het nieuwe huis, dat nog niet af was. Op een dag zijn we naar het nieuwe huis verhuisd. Beer mocht mee, maar de sneeuwman moest blijven. Mijn moeder is er niet meer. Ze gaf heel veel bloed over en toen was ze dood. Wat later, op vaderdag, kreeg mijn vader een herseninfarct. Hij zit sindsdien in de keuken en kijkt naar de tuin. Er woont een haas in de tuin. De haas heeft een leger, onder de weymouthden.
Tekst bij mijn afstudeerwerk in de kunstacademie/specialisatiegraad fotokunst. De beelden zijn collages van foto’s uit mijn kindertijd (de donkere trap, beer, sneeuwman, de tuin van het nieuwe huis in opbouw), foto’s van de weymouthden in de verwaarloosde tuin van mijn vader en foto’s van mijn model met een hazenmasker. De beelden zijn zwartwit en donker. Het zijn collages zoals die van Hideyuki Ishibashi: de collages zijn in de donkere kamer zo bewerkt dat je niet meer kunt zien dat het samengestelde beelden zijn.